Enig kind, maar kabaal voor drie

Jaap Smit werd de burgemeester van Vissershop genoemd. Hij kende iedereen in het Zaanse tuindorp en was ook de man achter de renovatie van de wijk, nu vijf jaar geleden....

Peter Brusse

Jaap Smit, op 15 februari op 76-jarige leeftijd overleden, was stratenmaker en ‘burgemeester’ van Vissershop, het Zaanse tuindorp dat in 2003 werd gesloopt en met inspraak van de bewoners prachtig is herbouwd. Hij was gangmaker en clown, kon schelden als een bootwerker, maar zorgde er ook voor dat zelfs de meest verhitte vergaderingen met gemeente, woningcorporatie of architect eindigden met een traan en een lach. Toen hij hoorde dat de nieuwe daken Duitse dakpannen kregen, omdat zij harder waren, zei hij: ‘Dat waren de Duitse helmen ook.’

Zijn hele leven heeft Jaap Smit op het Hop gewoond, een hechte buurt van 245 voorbeeldige arbeiderswoningen van net na de Eerste Wereldoorlog. De kleine huizen, gebouwd op het hop (uiterwaarden) tussen de dijk en de rivier, waar de vissers hun boten aan wal trokken, kregen allemaal gas, water en wc. Ze hadden een voor- en een achtertuin. De straat was de huiskamer. Iedereen kende iedereen en hielp elkaar. Jaap was enig kind, maar maakte kabaal voor drie. En aan kwajongensstreken geen gebrek. De ene buurman raakte zijn toupetje kwijt, de ander lokte hij in zijn onderbroek boos de straat op. Op school zat Jaap soms meer voor straf in het stookhok dan in de klas. Op zijn dertiende, net na de bevrijding, ging hij werken, als stratenmaker, zoals zijn vader. Hij hoefde niet in militaire dienst, omdat hij dacht dat zijn vader lid van de CPN was en de Waarheid verkocht. Jaap zou staatsgevaarlijk zijn.

Hij was een fanatiek voetballer, speelde in het eerste elftal van Zilvermeeuwen en trainde later de jeugd. Meer nog dan van voetbal was hij bezeten van schaatsen en wielrennen. Jaap moest altijd winnen, kon niet tegen zijn verlies. Na een zware wedstrijd was hij helemaal leeg: ‘Poepen, pissen, kotsen, alles tegelijk’. Met meer begeleiding was hij zeker prof geworden, zeiden vrienden. Veel mooiers dan vette leverworsten heeft Jaap niet gewonnen.

Hij trouwde met Maartje, een allerliefst en bescheiden meisje van ‘op de dijk’. Ze had flink wat met hem te stellen. Er kwamen twee kinderen, een dochter en een zoon. Jaap was veel ‘uithuizig’ en vergat bij het biljarten altijd de tijd. Als er ergens circus was, moest hij er heen.’s Avonds werkte hij graag op de kermis, in de schiettent van een vriend. Hij hield van dansen en bouwde een klein straatorgel. Op het Hop organiseerde hij het nachtelijk Luilaktoernooi met grote vuren. Als het vroor, werd het speelplein onder water gezet. Op zijn 45ste kwam hij met versleten rug in de WAO.

Vissershop verzakte, de heipalen waren verrot. Het mooie buurtje met zijn bonte geschiedenis en saamhorigheid moest worden gesloopt. De bewoners kwamen in verzet. Als geen ander verwoordde Jaap hoe Vissershop zijn ziel verloor. De angst voor het onbekende was groot. Werden bewoners door nieuwe, hoge huren verdreven, zouden nieuwkomers zich aanpassen?

Er werd gerouwd en Jaap schreef gedichten. Vijf jaar geleden betrok hij zijn nieuwe huis, hij was tevreden, maar ‘het Hop zou nooit meer worden zoals het was’. Iedere avond deed Jaap de ronde, dan wandelde hij met vrienden door de wijk om te kijken of het goed was. Hij liet de mensen lachen, gaf raad, spuugde gal, en hielp waar dat nodig was. ‘Wij zijn een uitstervend ras’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden