Enig en alleen

Kenners dragen hem op handen maar roem blijft uit. Zelf vindt singer-songwriter Dennis Kolen het leven als solist ook best tegenvallen. Waarom doet hij dan niet mee aan tv-programma's?

Een zolderkamer: een beslagen raam, een kaars op een tafel, een fles wijn. De gedroomde werk- en levensruimte van de Rotterdamse singer-songwriter Dennis Kolen (34) is van de krappe soort, maar hoogromantisch. 'Alleen met mijn platen en mijn boeken, opgesloten in een gedachtenwereld. Heerlijk. In een zelf verkozen ascese, die steeds strenger wordt. Zo'n fles wijn komt er bijvoorbeeld al maanden niet meer in. Maar ik maak me ook wel eens zorgen hoor, over dat kluizenaarsgedoe: hoe moet dat nou straks, als ik ouder ben?'

De muziek van Dennis Kolen is minstens zo romantisch als zijn levenshouding. Zeer persoonlijk, uiterst intiem, zonder genade voor zichzelf of zijn soms toch wat sombere gedachten. Alleen zo kan de ware singer-songwriter werken, zegt Dennis Kolen vanachter een cola en een tosti in een Rotterdams café aan de Nieuwe Binnenweg. 'Zo is het vak, en niet anders. Je schrijft aan je dagboek en af en toe gun je iemand een blik in je leven, met een liedje.'

Dennis Kolen behoort tot de top van het Nederlandse gilde der zingende liedschrijvers. Net als bijvoorbeeld Tim Knol. Toch is de faam van Dennis Kolen aan de bescheiden kant. Hij hangt nooit eens uit dat raam van die denkbeeldige zolderkamer om het volk toe te schreeuwen. En dus zien we hem ook niet in het VARA/BNN tv-programma De Beste Singer-Songwriter - maar daarover later meer. 'Ik wil me niet vergelijken met grootheden of zo, maar het is wel mooi om als liedschrijver een beetje op jezelf te blijven, als een Morrissey of een Neil Young. De enige statements die ze maken, zijn hun platen. Ik vrees dat dat ook mijn lot zal zijn.'

We moeten niet overdrijven. Dennis Kolen is nu ook weer geen cultzanger waarvan niemand gehoord kan hebben. In kleine kring van popkenners wordt Dennis Kolen op handen gedragen. Popprof Leo Blokhuis noemde zijn muziek 'belachelijk goed', bijvoorbeeld. Zijn laatste platen verzamelden vijfsterrenrecensies in folk- en rootsmuziekbladen. En Dennis Kolen wordt best eens gedraaid op de radio. Speelt in het kleinere, intiemste clubcircuit, zoals vanavond in de oergezellige Spiegelzaal van het Utrechtse Tivoli.

Onlangs bracht hij onder de nogal minimalistische artiestennaam 'DK' een opvallende nieuwe plaat uit, Foreign Affairs. Heel anders dan zijn eerdere, rond een handvol gitaarakkoorden geschreven werk: een plaat met wijdlopige jazzarrangementen, ingespeeld door trompettist Eric Vloeimans en jazzgitarist Maarten Ouweneel, en door Kolen gezongen met ragfijne, heldere stem, ijl en hoog, zonder pathos maar barstensvol emotie. Vocaal werk dat de luisteraar zomaar naar de strot kan grijpen.

'Een plaat als een keerpunt in mijn oeuvre', zegt Kolen. 'Natuurlijk door het samengaan van jazz met het songwriterslied, geïnspireerd door mijn vader en grootvader. Mijn opa was een jazzmuzikant. Mijn vader een liedschrijver, die daar verder nooit iets mee heeft gedaan. Ze moesten helemaal niets van elkaars werk hebben: mijn opa vond mijn vaders liedjes simpele onzin van twee akkoorden, en mijn vader die jazz van opa enorm ouderwets. Ik wilde ze met mijn plaat eens wat dichter bij elkaar brengen.'

Maar Foreign Affairs lijkt ook een bezinningsalbum. De sterke teksten zijn filosofische bespiegelingen van een man die klaar is met nijd en ambities, en op weg is naar mentale rust en wijsheid. Die boeddha onder die boom. 'As long as I feel no desire, I won't have the burden, I won't have the cross to bear', zingt Kolen in het prachtliedje Philosophy. 'Ja, idealistisch. Maar haalbaar. Ik heb geleerd, door veel filosofisch werk te lezen, dat de gedachtenwereld wordt geregeerd door begeertes. Verlangens naar vrouwen, naar macht, naar bezit. Als je dat weet te stoppen, ontstaat er ruimte voor je ziel en in je ziel zit het goede. Dat zou er toch ook eens uit moeten komen.'

Goed, er is dus iets voorgevallen in het leven van Dennis Kolen. 'Inderdaad. Ik heb twee jaar geleden een zoontje gekregen, het mooiste wat er in je leven kan gebeuren. Tegelijk ging mijn relatie met zijn moeder eraan. Het ging niet goed met me. Ik dronk veel te veel. Maakte me vreselijk druk om mijn muzikale carrière. Die liep helemaal niet. Ik dacht: hoe moet ik ooit als muzikant een beetje een normaal leven leiden. Oké, ik ging dus die kelder in, de diepte. En dan komt dat moment hè? Dat je je gaat afvragen: ga ik zo door? Ga ik langzaam kapot, of zal ik het eens over een andere boeg gooien?'

Dat laatste maar gedaan. 'Ja, een hoofdstuk afgesloten. Gestopt met drinken, gezond gaan leven. Een vaderzijn voor mijn zoon. Ook maar eens heel rationaal gaan kijken naar waar toch die emotionele kwetsuren van me zaten. En daar was de nieuwe Dennis Kolen.'

Die ook terstond anders ging zingen. 'In mijn eerdere werk zat nogal wat wanhoop over het leven en die hoorde je in mijn stem. Gekweld, misschien, hier en daar een snik. Op mijn nieuwe plaat Foreign Affairs is de negativiteit overboord gegooid, en daar is mijn stem open van gegaan. 'The mind controls the body', het is echt waar.'

Al een jaar of tien schrijft Dennis Kolen in alle eenzaamheid zijn liedjes. Hij begon nog gezellig, op de middelbare school in het scholierenbandje Wyatt, en daarmee ging het heel snel heel hard. 'Kereltjes van vijftien, binnen drie jaar hadden we een platencontract bij Warner, speelden we in het voorprogramma van Anouk en Kane. Het was de tijd van de bandjes die klonken als U2: met het voetje op de monitor en kom maar op met die grote statements. Poprock, het liefst met de stem van Eddie Vedder. Maar wat ik schreef - want ik maakte de liedjes - was eigenlijk heel introvert. Ik vond het helemaal niet bij elkaar passen. En dus ben ik in 2005 uit dat bandje gestapt.'

Het artistieke leven als solistische singer-songwriter viel daarna vies tegen. 'Ik dacht: dat succesverhaal, dat doen we nog wel een keer. Nee dus. Bij Warner hield het gelijk op. Toen realiseerde ik me pas wat een cadeautje dat was geweest, wat we met Wyatt hadden meegemaakt. De eerste platen heb ik helemaal zelf gemaakt, zelf gefinancierd. Labour of love, die uiteindelijk onsuccesvol is gebleken. En nog steeds hebben veel mensen geen idee wat ik aan het doen ben.'

Het Nederlandse landschap voor de singer-songwriter was aan de dorre kant, kon Kolen zelf ook wel constateren. Maar toen vorig jaar het Nederlandse liedschrijfvak ineens een hype werd, dankzij het programma De Beste Singer-Songwriter van Giel Beelen, gaf Kolen niet thuis.

Moeilijk onderwerp. Kolen twijfelt even, maar trapt dan toch maar af. 'Daar kan ik toch niet in gaan zitten? Als dat programma één ding heeft bereikt, is het dat het begrip singer-songwriter volledig is gedevalueerd. Deskundigen die zich volkomen belachelijk maken door te gaan zitten huilen bij een liedje van een jongen of een meisje met een gitaar over een dooie poes. Dat is nu in Nederland het idee geworden over een singer-songwriter: iemand die, ook nog in opdracht, in wedstrijdverband, ineens heel gevoelig gaat doen. En veel mensen denken nu dat dít de real deal is. Maar dat is het natuurlijk niet, het is showbizz, tv-land. Over een paar jaar weten we niet meer wie Douwe Bob is, want dan is het nieuwe seizoen geweest en is er weer een winnaar. Die daarna ook weer het slachtoffer is van de hype.'

Maar wel één die dankzij dat programma op grote podia mag spelen, zoals Douwe Bob, die optrad op enorme popfestivals. 'Seriously. Ik heb liever de waardering van een paar mensen die ik hoog heb zitten, dan dat ik omarmd wordt door een groot publiek dat niet begrijpt wat ik doe.'

Met zijn lot heeft Kolen zich verzoend, bezweert hij. Over zijn haat-liefde-verhouding met Nederland schreef hij het fijne, bitterzoete liedje The Netherlands. 'Het leven van een singer-songwriter in Nederland, van de jongens die bereid zijn alles te geven voor het kunstenaarsschap en geen concessies doen, is als het leven van een steppewolf. Je probeert wat voedsel te vinden op de prairie, maar het is er niet. Er is gewoon geen markt voor wat wij doen. Maar de magere, uitgehongerde wolf blijft op zoek naar dat ene hapje en als hij dat vindt, voelt hij zich weer zo gesterkt dat hij door kan. Dan maakt hij weer dat ene liedje, waarmee hij zielsgelukkig is en denkt dat hij de hele wereld aankan.'

Uit: The netherlands

... and so

We finally drown

No chance of relief

From the storm coming down

We're stuck in the mud

We sink in the quicksand

We're all washed up

It's too late

It's too late to run

The road that leads to ruin is the road we're on

I will live and I'll die here

No matter where I stray

My home is the flatlands

Till my dying day

I was taught and brought up here

In the modern age

I've been living in freedom

But there's a price to pay

Het album Foreign Affairs van Dennis Kolen is verschenen bij Coast to Coast. Dennis Kolen speelt 23/01 in Tivoli Utrecht, 24/01 Vestzaktheater Bergen op Zoom, 25/01 Patronaat Haarlem, 26/01 So What Gouda.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden