'Engelsen mocht je afmaken, leerden we'

Wat het betekent om een Ier te zijn, daarover gaat Roddy Doyles ambitieuze trilogie 'De laatste oproep', waarvan het middendeel nu in vertaling verschijnt....

'Na The Woman Who Walked Into Doors, een boek waarin ik ontzettend veel heb geschrapt en waarvan uiteindelijk slechts de naakte essentie overbleef, had ik ontzettende behoefte aan een personage dat larger than life was. Iemand aan de hand van wie ik een uitvoerig levensverhaal kon vertellen, een beetje à la Dickens, of Illywhacker van Peter Carey. Ik wilde hem een heleboel historische figuren laten ontmoeten, en grappen maken over de Ierse geschiedenis. Aardig idee, vind ik nog steeds, maar ik wist niet dat het zo'n omvangrijke onderneming zou worden.'

De boeken van Roddy Doyle worden steeds ambitieuzer. In zijn eerste drie romans bleef hij letterlijk en figuurlijk dicht bij huis: ze speelden in de Noord-Dublinse wijk Kilbarrack waar hij is geboren en getogen, een wijk die in de boeken 'Barrytown' heet. Doyles eerste drie boeken, waarin het wel en wee van de familie Rabbite wordt beschreven, kregen dan ook achteraf de benaming The Barrytown Trilogy.

In zijn vierde boek, Paddy Clarke Ha Ha Ha, dat met de Booker Prize werd bekroond en zijn internationale doorbraak betekende, nam hij wat meer afstand van de nabije werkelijkheid. Het boek speelde in de jaren zestig, Doyles jeugdjaren, maar was slechts in beperkte mate autobiografisch.

Met The Woman Who Walked Into Doors koos hij voor het eerst voor een vrouwelijke hoofdpersoon en bovendien voor een onderwerp dat hem niet uit zijn directe omgeving bekend was: huiselijk geweld.

Vervolgens begon hij aan een nieuwe trilogie, The Last Roundup (De laatste oproep), die de gehele 20ste eeuw zou beslaan en wordt verteld vanuit het perspectief van de 94-jarige hoofdpersoon, die de belichaming lijkt van Ierland. Henry Smart is in elk geval aanwezig bij een flink aantal sleutelgebeurtenissen in de geschiedenis van het 20ste-eeuwse Ierland, niet zelden als actief deelnemer. Zo is hij in het eerste deel, A Star Called Henry, betrokken bij de Paasopstand van 1916 in het Hoofdpostkantoor in Dublin en werkt hij voor de Republikeinse opstandelingenleider Michael Collins.

In het middendeel, Oh, Play That Thing, waarvan zojuist de Nederlandse vertaling is verschenen onder de titel De man achter Louis (Nijgh & Van Ditmar; euro 19,90), emigreert hij – zoals het een Ier betaamt – naar de Verenigde Staten. Daar loopt hij diverse Amerikaanse beroemdheden tegen het lijf, van Louis Armstrong in de jaren twintig tot Henry Fonda vlak na de Tweede Wereldoorlog .

Is de conclusie gerechtvaardigd dat de schrijver Roddy Doyle steeds meer zelfvertrouwen heeft ontwikkeld en dus steeds grotere onderwerpen aandurft?

'Zou kunnen', zegt hij schouderophalend. 'Er is in elk geval zeker sprake van een ontwikkeling. The Van was al wat minder blijmoedig dan de eerste twee Barrytown-boeken, omdat het over een man gaat die is ontslagen en zich overbodig voelt. Ik had het idee dat ik dat boek onrecht zou doen door daarna opnieuw over de Rabbites te schrijven, dus schreef ik Paddy Clarke. De inspiratie daartoe kwam door de geboorte van mijn eerste kind, een gebeurtenis die me deed terugdenken aan mijn eigen jeugd. Ik ging lijstjes maken van televisieprogramma's en songs die belangrijk voor mij waren, en meer van dat soort zaken. Het meeste van dat materiaal heb ik niet gebruikt, omdat het me niet echt te doen was om mijn eigen jeugd, maar om een boek dat geschreven was vanuit het standpunt van een kind.

'Terwijl ik aan dat boek werkte kreeg ik het verzoek het script te schrijven voor een televisieserie: Family. In die se-serie kwam een zekere Paula Spencer voor, een personage waar ik al schrijvend steeds nieuwsgieriger naar werd. Paula was een vrouw die door haar man werd onderdrukt. Maar door de beperkte omvang van die serie kwam ik niet aan de achtergronden van die onderdrukking toe. Waarom was ze in vredesnaam met hem getrouwd? Hoe had het zover kunnen komen? Waarom liep ze niet weg? Dat werd het materiaal voor mijn volgende roman:

The Woman Who Walked Into Doors. Het kwam daarbij mooi uit dat ik net het lesgeven eraan had gegeven, want dit boek kostte me erg veel tijd.

'Om te beginnen moest ik een goede stem vinden voor Paula, dat kostte maanden. En daarnaast vergde het boek erg veel onderzoek, want ik kende het fenomeen huiselijk geweld niet van nabij. Dus ik moest onder meer met heel veel mensen spreken om me het onderwerp vertrouwd te maken, ook al omdat je je bij zo'n gevoelig onderwerp geen missers kunt veroorloven. Niemand wordt graag beschreven als slachtoffer, dus als je een boek schrijft over zeventien jaar slachtofferschap, moet je ervoor zorgen dat je feiten kloppen, zodat iemand die vergelijkbare ervaringen heeft het boek niet woedend in een hoek gooit. A Star Called Henry was een reactie op die schrijfervaring. Ik had ontzettende zin in een boek waarin het vertellen voorop stond.'

Aanvankelijk dacht Doyle dat het om één roman zou gaan, maar al schrijvend ontdekte hij dat hij een complete trilogie nodig zou hebben om het verhaal van Henry Smart te vertellen. Aan het einde van het eerste deel vlucht Henry, na een reeks meeslepende avonturen, van Ierland naar Amerika, omdat hij op het dodenlijstje van de IRA terecht is gekomen. In het tweede deel, Oh, Play That Thing, wordt hij onder meer de vertrouweling van Louis Armstrong en zorgt hij er als blanke voor dat het aanstormende jazztalent ook in blanke clubs kan optreden.

Doyle heeft geprobeerd in de stijl en het ritme van dit boek – korte zinnen, een snelle opeenvolging van gebeurtenissen – het Amerika van de jaren twintig en dertig te laten doorklinken: de jazz age, de drooglegging, het racisme, de georganiseerde misdaad, de crisisjaren, enzovoort.

Doyle: 'In het derde boek keert Henry terug naar Ierland. Maar het is een ander Ierland dan dat wat hij dertig jaar tevoren heeft verlaten. De trilogie gaat over identiteit. Wat betekent het om Ier te zijn? Kun je aan je identiteit als Ier – of welke nationale identiteit ook – ontsnappen? Henry krijgt die identiteit in het eerste deel als het ware opgedrongen: zijn omgeving maakt voor hem uit wat het betekent om Ier te zijn. In deel drie keert hij terug als Ier op zijn eigen voorwaarden: hij bepaalt zelf zijn identiteit.

'Een van de grote genoegens tijdens het schrijven van de trilogie vind ik het feit dat ik het mij kan permitteren grappen te maken over mensen die mij in mijn jeugd als helden zijn voorgespiegeld, maar die ik nu toch in een ander licht zie. Het idee dat er iets moreel ambivalents was aan het doodschieten van mensen was geen discussieonderwerp bij ons op school. Engelsen mocht je gewoon afmaken, dat was ook de essentie van alle liedjes en ballades die we op school leerden. In de jaren zeventig werd dit gedachtegoed geërfd door een nieuwe generatie die het op zich nam restaurants op te blazen of mensen te liquideren om de eenvoudige reden dat ze protestant waren.

'Er zijn nog steeds mensen die hun handelingen verdedigen op basis van gebeurtenissen uit 1919. Alle bankovervallen, alle moorden, gepland of per ongeluk gepleegd, tot aan het doodsteken van Robert McCartney in Belfast in januari van dit jaar, zijn legitiem omdat zij de IRA zijn en dat zullen blijven tot heel Ierland, zoals zij het noemen, 'vrij' zal zijn. Een merkwaardig soort vrijheid.

'Mijn personage Henry is een van de mensen die aan het begin staan van die denkwijze en zich er al in een vroeg stadium tegen verzetten, waarna hij noodgedwongen op de vlucht slaat. Als hij in deel drie terugkeert, wordt hij geconfronteerd met wat hij heeft helpen scheppen. '

Of Doyle zijn hoofdpersoon in het derde deel figuren als Sinn Fein-politicus Jerry Adams, hongerstaker Bobby Sands en protestleidster Bernadette Devlin zal laten ontmoeten heeft hij nog niet besloten. 'Er zitten juridische complicaties aan het opvoeren van nog levende personen in je boeken.' Maar gezien de opbouw van de boeken zou het niet onlogisch zijn, en het zou Doyle nieuwe mogelijkheden bieden zijn voortreffelijk ontwikkelde gevoel voor ironie uit te leven.

Ook in Oh, Play That Thing krijgt die ironie veelvuldig de ruimte. Neem de scène waarin Louis Armstrong aan Henry vraagt om 'zijn blanke' te worden en hem bij te staan als andere blanken hem lastigvallen. Op zulke momenten, legt Armstrong uit, moet Henry zijn hand op de schouder van die andere blanke leggen en zeggen: 'Nee man, dit is mijn nikker.'

Bij die beschrijving zullen veel Doylefans toch even moeten denken aan The Commitments, waarin de hoofdpersonen overigens een tyfushekel hebben aan jazz. In dat boek roept Jimmy Rabbite zijn vrienden, met wie hij een politiek bewuste rockband wil vormen, toe dat de Ieren 'de nikkers van Europa' zijn, Dubliners 'de nikkers van Ierland' en Noord-Dubliners 'de nikkers van Dublin'.

Doyle: 'Er is een aantal opmerkelijke, bijna omineuze overeenkomsten tussen het schrijfproces van Oh, Play That Thing en The Commitments. De belangrijke plaats die muziek inneemt, het proberen uit te vinden hoe je het taaleigen van je personages het best kunt weergeven en nog veel meer. Op een gegeven moment dacht ik zelfs: Jezus, is dit het laatste boek dat ik ooit zal schrijven? Het lijkt wel of de cirkel rond is. Ik ben niet religieus of bijgelovig, maar de overeenkomsten waren soms zo nadrukkelijk dat ik het gevoel had: zodra ik de laatste punt heb gezet valt er iets op mijn hoofd en ben ik weg.'

Eerder maakte Doyle de vergelijking met Peter Careys roman Illywhacker, die een notoir onbetrouwbare verteller heeft. Henry Smart lijkt een verteller die we evenmin altijd geheel op zijn woord moeten geloven. Ook hiermee voldoet hij aan de mythologie van zijn land, waar het kussen van de Blarney-steen welsprekendheid verschaft.

Dus zijn Henry's seksuele veroveringen wel wat erg talrijk en betrappen we hem tegenover zijn liefjes op menige onwaarheid. Elders vermoeden we die. Bijvoorbeeld in het verhaal over zijn moeder, tot zijn geboorte analfabete, maar sindsdien een gretig lezeres van de klassiekers uit de wereldliteratuur.

Doyle: 'Ongetwijfeld is Henry een paar centimeter korter en minder breedgeschouderd dan hij ons wil doen geloven, en als je goed kijkt zie je dat bij de meeste veroveringen het de vrouwen zijn die hém versieren en niet andersom. Ach, laat hem. De meeste mensen vertellen zeventig procent van een verhaal. Henry vertelt honderdtwintig procent.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden