Engelse toestanden

De verkiezingen zijn meer een nederlaag voor Labourpre­mier Brown dan een zege voor Toryoppositieleider Came­ron

Thomas von der Dunk

De nieuwe machtsverhoudingen in het Lagerhuis maken opnieuw de krankzin­nigheid van het Britse districtenstelsel duidelijk, dat vooral op het creëren van een sterke regering, niet op een adequate vertegenwoordi­ging van de bevolking is gericht. De Liberalen behalen vrijwel evenveel stem­men als de twee andere partijen, maar nog geen kwart van hun zeteltal.

Ironisch
Hoe ironisch dat het uitgerekend D66 is, dat er jarenlang voor pleit(te?) om dit kiessys­teem voor Den Haag over te nemen - haar Britse geestver­wan­ten willen er om begrijpelijke redenen juist vanaf. Overigens zou invoering van het districten­stel­sel ook voor D66 zelf de doods­klap beteke­nen - zoals D66 ongeveer elk zelf ter bevordering van de volksin­vloed geïnitieerd referendum prompt verloren heeft.

Wat ook straks de precieze einduitslag moge zijn en wie ook vervolgens een coalitie moge vormen, de verkiezingen zijn meer een nederlaag voor Labourpre­mier Brown dan een zege voor Toryoppositieleider Came­ron. Verge­leken bij eerdere voorspellin­gen valt die nederlaag van Brown dan ook mee - temeer daar na dertien jaar Labour veel Britten het tijd vonden voor verandering. Daarvan hebben de Conservatieven maar betrekkelijk weinig weten te profite­ren - voor veel teleurgestelde Labou­raanhangers vormen zij geen aantrekkelijk alternatief.

Beperkt
Hier wreekt zich de beperkte keuzemo­gelijkheid die het districtenstelsel vrijwel automatisch met zich meebrengt, wat dan ook bij de Britten steevast in een lage opkomst resulteert. Dat is ditmaal nog eens versterkt door het declara­tieschan­daal, waarin beide grote partijen verwikkeld waren geraakt, zij het ieder in deze klassensamenleving op kenmerkende eigen wijze - Toryparle­mentari­ërs wegens het declareren van paardenmest en het uitdie­pen van de slot­gracht, hun Labourcollega's vanwege bonnetjes voor meubels bij Ikea.

Het probleem van Brown was dat hij wel altijd duidelijk had gemaakt dat hij graag Blair wilde opvolgen, maar nooit waarom. Toen hij eindelijk aan de beurt was, had hij eigenlijk geen echt program. Met zijn niet onbekwa­me aanpak van de kredietcrisis wist hij weer een deel van het na zijn aantreden snel weggegleden vertrouwen weer te herwinnen, waardoor de huidige politieke patstelling mogelijk werd. Een jaar geleden leek Cameron immers nog op weg naar een absolute meerderheid.

Failliet
Tegelijk is de kredietcrisis ook de oorzaak van de nederlaag van Labour: zij markeert namelijk niet alleen het failliet van het neoliberalisme, maar ook van de zogeheten Derde Weg, waarmee Labour onder Blairs leiding dat neoliberalisme gedeeltelijk had omarmd en zich te ver van haar oorspronke­lij­ke sociaal-democratische uitgangpunten verwijderd had - daarin in Neder­land onder Paars door de PvdA nagevolgd.

De politiek-electorale achtergrond bij die 'Derde Weg' vormde de uitzichtloze oppositie waarin Labour indertijd was beland: om na achttien jaar Torybewind aan de macht te komen moest Labour een stuk naar rechts opschuiven en dus een deel van het beleid van Thatcher, dat van veel Britten kleine kapitalistjes had gemaakt, alsnog overnemen. Anders zou de partij voor de middengroepen onaantrekkelijk blijven, en kwam een meer­derheid nooit meer in zicht. Een soortgelijk probleem speelde na de misluk­te formatie van 1977 voor de PvdA.

Verschil: in Nederland werd de PvdA, dankzij de evenredige vertegen­woordiging, er veel sneller aan herinnerd dat dit niet zonder risi­co's was: wat zij ter rechterzijde won, ging er links weer af, en het aantal zetel links van de PvdA steeg van 3 in 1986 naar 32 in 2006. Het eerste was uitzon­derlijk weinig, het laatste uitzonder­lijk veel. Voor de linkse kiezer in Engeland was er voor een verrechtsend Labour geen alternatief - en daardoor konden Blair en Brown die latente onvrede veel langer negeren.

Dieper
Maar het probleem ligt dieper. Namelijk in de wijze waarop ook Labour na het uitbreken van de kredietcrisis voor de belangen van de City bleef opkomen en bij al te sterk ingrijpen in de financiële wereld dwars ging liggen, terwijl juist de door gebrek aan toezicht mogelijke ontsporing van de bankiers diezelfde crisis had veroorzaakt. Dat maakt opnieuw duidelijk dat de econo­misch-politieke verschillen tússen bepaalde landen vaak groter zijn dan bínnen die landen.

Zowel de (al dan niet vermeende) economi­sche belangen als de economi­sche traditie van een bepaald land, samen met de in democratieën sterk aanwezi­ge neiging om omwil­le van de interne regeerbaar­heid het politieke midden (waar dat dan ook mag liggen) op te zoeken, zetten de toon. Dat zorgde ervoor dat Labour en de Conservatives in dat opzicht de afgelopen jaren vaak meer met elkaar gemeen hadden dan met hun officiële geestver­wan­ten op het continent.

Gaullisten
Voor beiden vormt vrijhandel veel meer het uitgangspunt dan bijvoor­beeld voor de SPD en CDU in Duitsland. En ook voor de Franse gaullisten, die toch moeilijk voor ultralinks versleten kunnen worden, vormt de staat een volkomen vanzelf­sprekend vehikel voor economische politiek. Protectie is hier ook veel minder een taboe dan in handelsland Nederland. Om die reden staan Frankrijk en Duitsland, lang door de aanhangers van het angelsa­ksische model als ondynamisch gesmaad, er nu beter voor, nu dat dynami­sche angelsaksische model zelf in diskrediet is geraakt.

Dat bezorgt vooral die sociaal-democratische partijen die zelf de afgelo­pen jaren sterk het neoliberale pad zijn opgegaan de nodige geloofwaardig­heidsproblemen. Brown zou met de herbronning die een deel van zijn traditionele achterban wenst deels zijn eigen verleden moeten verloochenen.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden