Engels versterkt ook kennis van het Nederlands

Met zijn kritiek op tweetalig onderwijs winkelt de onderwijssocioloog Jaap Dronkers wel heel selectief.

Op de opiniepagina van 17 juli uit de Maastrichtse onderwijssocioloog Jaap Dronkers zijn zorgen over de verengelsing van Nederland onder invloed van verschillende vormen van tweetalig onderwijs. Aanleiding is het plan van aanpak voor het talenonderwijs van staatssecretaris Dekker.


Er zit een aantal problemen aan het stuk van Dronkers. Het eerste is de aanname dat het onderwijs sturend zou zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen. Als dat zo was, zouden onderwijssociologen erg gelukkig zijn. Maar het is niet zo. Het onderwijs volgt maatschappelijke ontwikkelingen, en tweetalig onderwijs is niet de oorzaak maar het gevolg van die ontwikkelingen, met name globalisering en internationalisering.


Een tweede probleem is dat Dronkers suggereert dat er een samenzwering gaande is om Nederland stiekem te verengelsen. Dit soort complottheorieën is eerder door de Deens-Britse sociolinguïst Robert Philipson ontvouwd. Volgens hem ontlenen uitgevers van Engelse taalmethodes, zoals Cambridge University Press, en organisaties als The British Council en het (Amerikaanse) Peace Corps hun bestaansreden zo'n beetje aan de verspreiding van het Engels.


Een derde punt is de verwerpelijke rol van onderwijsdeskundigen: 'Nederland wordt sluipenderwijs een tweetalig land doordat de inrichting van het taalonderwijs wordt overgelaten aan onderwijsdeskundigen.' Dat een gebied als het onderwijs overgelaten wordt aan mensen die op dat gebied deskundig zijn, kan toch nauwelijks een probleem zijn.


Ten vierde noemt Dronkers het te lage niveau van het vwo. Volgens hem is tweetalig onderwijs een indicator van hoge kwaliteit. Het tweetalig onderwijssysteem in Nederland kent, onder regie van het Europees Platform (de organisatie die internationalisering van het onderwijs in Nederland stimuleert) een uitgebreid systeem van kwaliteitscontrole. Daaruit blijkt dat niet zozeer goede scholen voor tweetalig onderwijs kiezen, maar dat de invoering van tweetalig onderwijs een enorme kwaliteitsimpuls voor de school met zich meebrengt. Met andere woorden: tweetalige scholen zijn niet a priori goed maar worden goed door de invoering van tweetalig onderwijs, waardoor het hele onderwijsconcept en de rol van leerkrachten op de schop gaan.


Hieraan koppelt Dronkers de beroerde beheersing van het Nederlands. Meer Engels betekent minder Nederlands, dus moet er minder Engels worden gegeven om het Nederlands te verbeteren. Dat is een naïeve visie op taalverwerving. Talen zijn geen losstaande brokken kennis in de hersenen, maar vormen een samenhangend systeem waarin veranderingen op elkaar inwerken. Taal leren is het verwerven van vocabulaire en structuren, het herkennen van patronen en het koppelen van uitingen aan situaties. Taalkennis is maar voor een klein deel taalspecifiek: het systeem wordt gedeeld door verschillende talen. Het leren van Nederlands versterkt het leren van Engels of van andere talen, en andersom. Er is eenvoudigweg geen bewijs dat het leren van een vreemde taal ten koste gaat van de moedertaal.


Ten vijfde stelt Dronkers dat de invoering van tweetalig onderwijs leidt tot een versterking van de tegenstelling tussen de hogere middenklassen en de lokaal gebonden lagere klassen - om zijn eigen terminologie te gebruiken. Door het Engels toegankelijk te maken voor de hogere klassen en het de lagere klassen te onthouden wordt de kloof vergroot. Hier heeft de Dronkers even niet opgelet. Tweetalig onderwijs wordt niet alleen gegeven op het vwo. Het aantal tweetalige vmbo-scholen neemt snel toe. Waarom? Omdat ook in de beroepen waar die scholen voor opleiden kennis van het Engels noodzakelijk is. Onthouding van het Engels aan de lagere-onderwijstypen zou de sociale kloof alleen maar verbreden.


Ten zesde relativeert Dronkers onderzoek waaruit blijkt dat tweetaligheid geen negatieve gevolgen heeft voor het niveau van het Nederlands. 'Als hij (de staatssecretaris) dat onderzoek echt gelezen zou hebben, zou hij hebben gezien dat het onderzoek nogal beschrijvend is en dus niets bewijst.' Hier maakt Dronkers een fout die in de academische gemeenschap niet licht wordt opgevat. Hij heeft of zijn huiswerk niet goed gedaan en kent de literatuur niet, of hij kent die wel maar kiest daar selectief uit om zijn punt te ondersteunen.


Er is substantieel empirisch toetsend onderzoek gedaan naar de effecten van verschillende vormen van tweetalig onderwijs. Het proefschrift van Huibregtse in Utrecht, het Groningse onderzoek van Goorhuis en Verspoor, het FLIPP-project dat in samenwerking tussen de universiteiten van Utrecht en Groningen is uitgevoerd, al dit onderzoek is toetsend van karakter en bewijst dus wel iets. Namelijk dat tweetalig onderwijs effectief is en niet ten koste gaat van het Nederlands. Het lijkt erop dat de staatssecretaris in dezen beter is geïnformeerd dan Dronkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.