Engeland is herinnering aan 1966 beu

Eeuwig is lang, en voor de Engelsen is het alweer een eeuwigheid geleden dat ze hun enige wereldtitel wonnen. Is de ploeg van 2006 goed genoeg om de droom van 1966 te laten herleven?...

Goed voetbal? Poeh. Winnen wil Engeland bij het WK, al is het elke keer met 1-0 en elke keer met een geluksgoal. Eens moet de wereldbeker toch terugkeren naar de bakermat van het spel.

Je verwacht geen voetbalveld als je de kronkelende weggetjes van Bühltaler beklimt, diep in het Zwarte Woud bij Baden-Baden. Maar dan doemt het Mittelberger Stadion op, dat omgeven is door tenten, persbussen en batterijen camera’s.

Hier klopt het hart van de Engelse ploeg, hier liggen stapels tabloids met voetbalnieuws en hier is het wachten op de man die altijd veelbesproken is, of het nou om zijn escapades is buiten het veld of om zijn systeem op het gras.

Eerst komt S.G.E praten, zoals hij op het witte vel in de ontvangsthal wordt aangekondigd. En daarna Wayne Rooney. De spits die sneller dan verwacht herstelde van een gebroken voet, maar logischerwijs zijn topniveau nog niet heeft bereikt in de speeltijd die hem gegeven was.

S.G.E. is Sven Goran Eriksson, de bondscoach uit Zweden die na het toernooi afzwaait en die weleens verder wil reiken dan de kwartfinales van een toernooi. Die kwartfinale is Engeland - Portugal, zaterdag in Gelsenkirchen. Bij een zege van Engeland wacht de winnaar van de strijd tussen de laatste twee wereldkampioenen, Brazilië en Frankrijk.

Het is tijd om de spanning op te bouwen. De Daily Express pakt uit met de wens van Cristiano Ronaldo, een van de zes Portugese internationals in de Engelse competitie, die Manchester United zou willen verruilen voor Real Madrid.

En bondscoach Felipe Scolari is hot. Hij wimpelde in april een aanbod om de opvolger van Eriksson te worden af, onder meer omdat hij zwermen perslieden rond zijn huis ontwaarde, maar nog belangrijker is dat hij Engeland twee keer op rij de wacht aanzegde, als bondscoach van Brazilië op het vorige WK en tijdens het laatste EK met Portugal.

Het spel van Engeland was dit WK vrijwel altijd pover. De ploeg won op fortuinlijke wijze met 1-0 van Paraguay en, door twee late doelpunten, met 2-0 van Leo Beenhakkers Trinidad. Het duel met Zweden eindigde in 2-2 en in de achtste finales was de confrontatie met Ecuador afzichtelijk. Een vrije trap van Beckham bracht de Engelsen naar de kwartfinales.

Maar ja, wat is goed voetbal? Van wie heeft Eriksson genoten? Hij somt op: ‘Ivoorkust, Ghana, Holland, Spanje.’ Ja, warempel, hij noemt zelfs Nederland. ‘Maar waar zijn ze vandaag? Ze zijn thuis. Tot gisteren zei ik: Spanje is favoriet. Maar ook Spanje is uitgeschakeld. Voetbal is een vreemd spel. Natuurlijk willen we beter voetballen dan tot nog toe, maar het belangrijkste bij een WK is wedstrijden winnen. Anders heb je de volgende vlucht naar huis. En ik denk dat wij zaterdag winnen, hoewel ik ervan overtuigd ben dat mijn collega hetzelfde zal zeggen.’

Engeland hunkert naar het goud, dat het team in 1966 won in eigen land. Sindsdien was Bobby Robson het dichtst bij, toen hij in 1990 de halve finale bereikte en na strafschoppen verloor van de latere kampioen Duitsland.

In 2002, met Eriksson, kreeg Ronaldinho de rode kaart, maar toch wonnen de Brazilianen in de kwartfinale. En dan was daar Euro 2004, toen de zinderende, na strafschoppen verloren kwartfinale tegen Portugal het voetballand bij uitstek in rouw dompelde.

In dat duel raakte Wayne Rooney, die eerder ‘de nieuwe Pele’ was genoemd door Eriksson, geblesseerd. Nu is het net andersom. Maar Rooney, 20 jaar inmiddels, is zeker nog niet de oude na een voetbreuk, die hem weken aan de kant hield.

Rooney zegt om de tien woorden you know. Hij heeft nog geen doelpunt gemaakt, maar zolang Engeland wint, vindt hij het best. ‘Als ploeg zijn we verder dan twee jaar geleden. Bovendien hebben we veel spelers die kunnen scoren, zoals Lampard, Gerrard en Cole.’ Hij wordt daarin gesteund door Eriksson: ‘We hebben meer zelfvertrouwen dan voorheen. Dat komt ook omdat veel van onze spelers bij clubs zitten die grote prijzen hebben gewonnen. Het is belangrijk dat je voetballers met een winnaarsmentaliteit hebt.’

Zo was het ook in 1966, met mannen als Moore, de broers Charlton, en Stiles. In dat jaar, met Alf Ramsey als bondscoach, begon Engeland ook matig, met een 0-0 tegen de betonvoetballers van Uruguay. Dribbelaar Jimmy Greaves raakte geblesseerd en was reserve in de finale. Maar zie, diens vervanger Hurst scoorde driemaal in de boeiende eindstrijd tegen West-Duitsland.

Dat is eigenlijk de onderliggende boodschap, als we weer afdalen van de kronkelende wegen in Bühltaler. Alles kan in de slotfase van dit toernooi. Een eeuwigheid is lang. Maar met een beetje geluk hoeft die maar veertig jaar te duren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden