Nieuws economie

Energiebedrijven claimen miljoenen schade via Nederlandse brievenbusfirma's

Internationale energiebedrijven gebruiken Nederlandse brievenbusfirma’s om buitenlandse staten voor vele miljoenen aan te klagen. Dat doen ze op basis van een mondiaal energieverdrag tussen 48 landen. Van alle claims die op dit verdrag zijn gebaseerd, komt zo’n 20 procent van Nederlandse brievenbusfirma's.

Een bijzondere windturbine met drie propellors. Foto ANP

Dat stelt een dinsdag verschenen rapport van onderzoek- en campagnecentra TNI en CEO over de Energy Charter Treaty (ECT), een verdrag uit 1994 dat wereldwijde samenwerking op gebied van energie moet bevorderen. Het biedt investeerders bescherming tegen voor hen nadelige beslissingen van landen waarin zij zaken doen.

Voelt een investeerder zich benadeeld, dan kan hij een schadevergoeding eisen. Claims van honderden miljoenen of zelfs miljarden zijn daarbij geen uitzondering. Een onafhankelijk arbitragetribunaal, bestaand uit drie gespecialiseerde juristen, beslist of de aanklacht terecht is en bepaalt de hoogte van de eventuele vergoeding. Werkt de aangeklaagde staat niet mee, dan kunnen wereldwijd commerciële bezittingen van de staat worden ingenomen of bankrekeningen bevroren.

Brievenbusfirma als hulpje

Via een omweg is het toegestaan om deze bescherming ook te gebruiken als je bedrijf helemaal niet in een ECT-land staat: met een vestiging in een land dat wél onder het verdrag valt. Of het energiebedrijf daar ook daadwerkelijk iets uitvoert, doet er vaak niet toe.

Dit wordt ‘treaty shopping’ (verdragswinkelen) genoemd. Nederland is hierbij favoriet: van de 115 wereldwijd ingediende claims zouden 23 via Nederlandse brievenbusfirma’s zijn gelopen. Nederland telt duizenden brievenbus-bv’s, die veelal worden gebruikt om belasting te ontwijken. Minder bekend is dat ze ook gebruikt worden om van verdragen als het ECT te profiteren. Het kabinet probeert onder internationale druk de brievenbusfirma’s in te perken omdat ze de reputatie van Nederland schaden.

Een voorbeeld is het Canadese Khan Resources tegen Mongolië, dat een uraniummijn had onteigend en daarvoor niet compenseerde. Omdat Canada geen deel is van de ECT, maakte het bedrijf gebruik van zijn Nederlandse brievenbusfirma Khan Netherlands.

Je kunt wel strengere eisen gaan stellen, maar het is lastig te definiëren wanneer een bedrijf wel of niet actief genoeg is om onder het verdrag te vallen, stelt Gerard Meijer, investeringsadvocaat bij NautaDutilh en hoogleraar arbitrage aan de Erasmus Universiteit. De juridische ruimte is er nu eenmaal, daar hebben staten voor getekend. ´En het is voor bedrijven niet ongebruikelijk om die ruimte te gebruiken.´

Steeds meer claims

Het aantal aanklachten op grond van de ECT neemt toe: voor zover dit openbaar is gemaakt waren dit er tussen 1998 en 2008 nog negentien, de laatste vijf jaar ging het om 75 claims. Van de afgeronde zaken is de meerderheid geschikt of gewonnen door de investeerder, waarbij staten in totaal 1,2 miljard moesten betalen. Dit is exclusief de ongekende 50 miljard dollar die Rusland de aandeelhouders van oliebedrijf Yukos diende te betalen, omdat dit arbitrage-oordeel werd vernietigd door het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag. De zaak dient inmiddels in hoger beroep.

In hun rapport waarschuwen TNI en CEO dat de ECT de energietransitie kan vertragen. Zo zouden staten uit angst voor miljardenclaims mogelijk afzien van het sluiten van kolencentrales. Volgens Nikos Lavranos, investeringsconsultant en hoogleraar investeringsrecht aan de Vrije Universiteit Brussel, valt dit mee. Zolang een staat buitenlandse investeerders maar compenseert en niet discrimineert. ‘Waarom denk je dat Nederland nog nooit zo’n claim heeft gehad?’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.