End Goldstein

Ruim een jaar voor haar contract afloopt, stapt directeur Ann Goldstein op bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. Wat ging er mis?

Een 'droomkandidaat'. Zo werd Ann Goldstein bij haar aanstelling als de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum in 2009 geïntroduceerd door Alexander Ribbink, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Amsterdamse museum. Volgens Ribbink paste de Amerikaanse 'heel goed in de traditie van het museum waarin eigentijdse kunst altijd centraal heeft gestaan'.


Goldstein op haar beurt liet weten 'diep vereerd' te zijn met haar benoeming. En profeteerde en passant dat het Stedelijk onder haar bewind weer zijn positie zou innemen van 'een uitzonderlijke instelling voor moderne en hedendaagse kunst in de wereld'.


Nu bekend is geworden dat Goldstein per 1 december het Stedelijk zal verlaten - ruim een jaar voor het aflopen van haar contract - blijft er vooral een vraag hangen: wat ging ermis?


Om kort te gaan: veel. Met als belangrijkste struikelblok dat Goldstein als Amerikaans directeur vanaf het begin nooit heeft kunnen wennen in Nederland. Of er niet op was voorbereid in de eigenzinnige, lastige Amsterdamse kunstwereld geparachuteerd te worden. De twee werelden lagen niet in elkaars verlengde. Stonden zelfs haaks op elkaar, zeker in de perceptie van Goldstein.


Ann Goldstein (56) kwam vier jaar geleden uit Los Angeles. Vijfentwintig jaar had ze daar gewerkt in het Museum of Contemporary Art. Ze was er van bibliothecaresse opgeklommen tot hoofdconservator moderne en hedendaagse kunst, met als specialisme minimalistische en conceptuele kunst uit de jaren '70.


Op zich een goede achtergrond voor een directeur van het Stedelijk Museum. Maar deze had ook een groot nadeel: Amerikaanse musea zijn gewend een vrij en autonoom beleid uit te stippelen, enkel rekening houdend met de board of trustees en verzamelaars. Daarbij hoeven ze geen verantwoording af te leggen aan pers of publiek.


En precies daar zit 'm de kiem van de frustratie die bij Goldstein in Nederland moet zijn ontstaan. Want hoe anders ligt dat met name in Amsterdam. Waar iedereen zich met het Stedelijk bemoeit. Iedereen er een menig over heeft. Iedereen altijd iets anders wil en altijd kritiek heeft. Omdat het Stedelijk, precies zoals de naam doet vermoeden, van de stad is. De héle stad: de bezoekers, de kunstenaars, de pers, de belastingbetalers en niet in de laatste plaats het gemeentebestuur.


Goldstein heeft er nooit mee om kunnen gaan. Alleen al het feit dat ze als directeur werd aangesteld van een museum waarvan het gebouw aan de gemeente toebehoorde. Waarover ze niets in brengen had. Het moet voor Goldstein tergend zijn geweest, zeker omdat dat gebouw bij haar aanstelling nog een grote bouwput was. En waarbij, ook in de jaren die volgden, nog van alles fout ging. Van een ondergelopen kelder en te kort afgezaagde staalconstructies tot een failliete aannemer.


Goldstein wist zich er geen raad mee. Net zo weinig als met de pers die van alles van haar wilde. Een lange termijnvisie. Een korte termijnvisie. Een concreet tentoonstellingsprogram. Critici die haar verweten een wat bedaarde collectieopstelling te laten zien. Dat ze alles netjes had opgehangen, met de meetlat in de hand, maar daarbij de experimentele geest van het Stedelijk had verloochend. Net zoals ze de openingstentoonstelling van Mike Kelley had gepresenteerd: zoutloos chronologisch. En daarbij, welke tentoonstelling had ze überhaupt zelf bedacht? Mike Kelly, Aernout Mik of het aankomende overzicht van Lawrence Weiner kwamen uit andermans koker.


Kritiek was er genoeg. Maar Goldstein legde niets uit. Was onhandig in haar mediaoptredens en hield haar minutieus gestifte lippen strak op elkaar. Bovendien was ze ook nog eens veel op pad en weigerde ze Nederlands te spreken (of te leren spreken). Ze was vooral een 'kunstenaars-directeur'. Wel veel op atelierbezoek, maar niet bij het afscheid van vertrekkende bestuurleden. Wel veel in andere musea, maar ze stond niet bij de open deuren van haar eigen museum om de eerste bezoekers op 23 september vorig jaar met bloemen te ontvangen.


Goldstein stelt in een persbericht dat haar vertrek haar initiatief is, en het museum verlaat omdat haar werk daar 'voltooid' is. Vreemd, want iedere directeur zal toch juist dromen om eindelijk eens aan de slag te kunnen gaan? In een nieuw, vers museumgebouw dat net is geopend? En waar de zalen je uitnodigen om het werk van tot nu toe onbekende kunstenaars te laten zien.


Niet Ann Goldstein, zo blijkt.


Toch is het moeilijk alle verwijten op het conto van Goldstein te schrijven. Ook het gemeentebestuur van Amsterdam treft blaam. Nog afgezien van de stroperige bouwperikelen, kreeg Goldstein te maken met een wel heel dominante cultuurwethouder, Carolien Gehrels. Die sommeerde Goldstein in 2010 een collectietentoonstelling uit de grond te stampen in een gebouw waarvan de helft nog in de steigers stond. Gehrels was ook degene die weigerde extra geld voor de oplopende exploitatiekosten uit te trekken, ondanks dat het museum zowat in omvang was verdubbeld. Dezelde Gehrels die gisteren in NRC Handelsblad liet weten dat 'vanuit het perspectief van de stad het niet slecht [is] dat er een nieuw persoon komt voor de volgende fase die het museum ingaat'.


Goldstein heeft het gehad. Ze gaat de komende tijd nadenken over de toekomst, terwijl - o toeval - in Los Angeles bij haar vroegere werkgever een directeurspost is vrijgekomen.


Hoe nu verder?

Moet er behalve een nieuwe artistiek directeur ook een nieuwe koers komen? Een rondgang.


Een goede neus voor aanstormend talent, aandacht voor de 21ste eeuw en voor niet-westerse kunst: dat zijn, net als vijf jaar geleden, vóór het tijdperk Goldstein, een paar van de kwaliteiten waarover de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum moet beschikken. Het verleggen van de koers van het museum is volgens Alexander Ribbink, voorzitter van de Raad van Toezicht, niet aan de orde, al rekent hij erop dat een nieuwe directeur een eigen stempel zet. 'Het dna van het Stedelijk is belangrijk , maar je neemt een directeur aan om op basis daarvan een eigen visie uit te zetten.'


Dat eigen stempel zou vooral een experimenteler stempel moeten zijn, als het aan Edwin Jacobs ligt, directeur van het Centraal Museum Utrecht. 'We leven in een snel veranderende tijd, daar moet een museum op reageren.' Jacobs zou het toejuichen als Goldsteins opvolger energieker en meer activistisch opereert. 'Je moet niet alleen op een roemrijk verleden teruggrijpen.'


Ook Ann Demeester, directeur van De Appel Arts Centre in Amsterdam, pleit voor een grotere rol van de actualiteit in het Stedelijk. 'Het is een klassiek museum. Het kijkt wel met een oog naar de toekomst, maar altijd vanuit de collectie. Je zou de actualiteit ook eens als uitgangspunt kunnen nemen.'


Nog belangrijker vindt Demeester het dat musea zich in een sterk veranderende samenleving de vraag stellen: welke rol hebben we? 'Kijk naar het Van Abbemuseum in Eindhoven, dat zich publiekelijk afvraagt: wat doen we met onze collectie? Ze brachten werk van Picasso naar Palestina. Maar ze hebben ook het Kijkdepot: bezoekers kunnen hun favoriete werk opvragen, dat wordt op zaal getoond.'


Niet dat het Stedelijk dus óók die richting moet zoeken. 'Het museum heeft een turbulente periode achter de rug. Het is eerst tijd voor ontgifting, na perikelen rond de verbouwing en de heksenjacht op Goldstein. Nu kan er weer een positieve sfeer ontstaan.'


Volgens Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, is het onwenselijk dat er een nieuwe koers komt. 'Het Stedelijk is een encyclopedisch museum van de moderne kunst, met een prachtige collectie 20ste eeuwse kunst, echt wereldtop, daar kunnen Centre Pompidou en Tate niet tegenop. Die positie moet het museum uitventen. Een nieuwe directeur kan alle kanten op.'


Wie dat wordt? Demeester: 'Ik hoop niet een veredelde BN-er, een populist die precies weet wat het publiek wil en die voorspelbare blockbusters programmeert.'


Karolien Knols

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.