Encyclopedie van Nederland, deel 58

Toen Cornelis de Houtman in 1595 met vier schepen naar de Oost vertrok, het begin van onze bemoeienis met Indië, deed hij dat met kaarten van de Vlaams-Amsterdamse dominee Petrus Plancius. Kaarten legden de wereld open en wezen tevens de kortste weg naar forse winsten. De Atlas Major van de geboren Alkmaarder Johannes Blaeu vormde de climax van onze carthografische Gouden Eeuw. Die herleeft misschien wel in de digital maps van TeleAtlas en AND. Uit de Indië-connectie kwam uiteindelijk ook de Indische rijsttafel voort - al weten we niet aan wie we die danken.

Kaartenmakers

Het gaat even niet zo goed met TomTom, Nederlands fabrikant van digitale wegwijzers en redder van vele huwelijken en vakanties. Deze week kwam het bedrijf met een winstwaarschuwing. De concurrentie is hevig en iedereen die een TomTom nodig heeft, heeft er al een. Dat zijn in het kort de problemen.


TomTom kocht in 2008 de Nederlandse digitale kaartenmaker TeleAtlas, voor het astronomische bedrag van 2,9 miljard euro. Grote concurrent van TeleAtlas is Navteq. Dat Amerikaanse bedrijf van digitale kaarten is nu van Nokia. Maar het kwam tot bloei in de jaren negentig en nul, toen het van Philips was. Toenmalig CEO Cor Boonstra verkocht het bedrijf in 2004 samen met de autoradiodivisie, geen briljante zet.


En dan is er nog AND, Automotive Navigation Data, een Rotterdams bedrijf dat volgens eigen zeggen mondiaal marktleider is op het terrein van digitale kaarten: wie op Google Earth van de satellietfoto's schakelt naar de kaarten, ziet een product van AND. Ook TomTom's grote concurrent Garmin maakt gebruik van AND-kaarten.


Nederland is een hoofdrolspeler in de wereld van digital mapping.


In 1662 verscheen in Amsterdam de Atlas Major van Johannes Blaeu. Blaeu (1596-1673) was al wereldberoemd, maar met de Atlas Major bereikte hij de top van de Olympus. De atlas, 9 delen met behalve kaarten ook duizenden pagina's beschrijving van landen en streken, bevestigde de wereldhegemonie van de Nederlandse karthografie.


Blaeu bouwde voort op de karthografische traditie, die voor een belangrijk deel schatplichtig was aan Vlaamse carthografen die na de val van Antwerpen, in 1585, naar het noorden waren gevlucht. Onder hen bevond zich Petrus Plancius, theoloog, historicus, geograaf, wiskundige en astronoom. Plancius tekende in 1592 een wereldkaart zoals er tot dan geen bestond. Hij onderwees stuurlieden van de VOC in navigatie en het vinden van de snelste route naar de specerijen in Indië. Goede kaarten waren economisch noodzakelijk voor de jonge republiek.


Er was geen mooier boek dan de Atlas Major (in leer gebonden, goud op snee, schitterend ingekleurde barokke kaarten en illustraties), er was geen duurder boek (de allereenvoudigste uitgave, zonder kleur, kostte 250 gulden, een modaal jaarsalaris). De Atlas Major was het beroemdste boek van de 17de eeuw en een mijlpaal. Niet voor niets werd hij opgenomen in de Canon van de Nederlandse geschiedenis, samen met dat andere invloedrijke boek uit dezelfde eeuw, de Statenbijbel.


De allermooiste versie van de atlas is de door de Amsterdamse advocaat Laurens van der Hem met nog veel meer kaarten verrijkte Atlas Blaeu-Van der Hem. Die ligt in de Nationale Bibliotheek in Wenen. Een in 2009 verschenen fascimile kostte 79.500 euro.


In 1672 brandde de drukkerij van Blaeu af, inclusief de hele voorraad. De schade bedroeg 350 duizend gulden - in 2011 vele miljoenen euro's. Het luidde het einde van het bedrijf in.


Het is moeilijk te zeggen of TeleAtlas en AND zijn voortgekomen uit de carthografische traditie die begon in de 16de eeuw. Maar het is natuurlijk wel aantrekkelijk om dat te doen en te verklaren dat het kaartenmaken ons nu eenmaal in het bloed zit - dit met een veelzeggende blik op de Grote Bosatlas, aanwezig in elk fatsoenlijk huisgezin.


Rijsttafel, Indische

Het verhaal van de Indische rijsttafel begint op 2 april 1595. Op die dag vertrokken vier Hollandse schepen onder leiding van Cornelis de Houtman naar Indië, met de wereldkaart van Petrus Plancius op tafel. Het monopolie op handel met Indië was in 1492 aan Portugal toegewezen, toen paus Alexander VI de wereld buiten Europa overzichtelijk had verdeeld tussen Spanje en Portugal. Niet eerder hadden de Hollanders de reis en de strijd met Portugal aangedurfd.


Maar toen Jan Huygen van Linschoten, specialist op het gebied van de Portugese zeewegen, tijdens een langdurig verblijf in Azië had gezien hoe weinig geliefd de Portugezen in het oosten waren, en hij bovendien een alternatieve zeilroute in elkaar wist te knutselen met weinig kans op Portugese tegenliggers, was het besluit snel genomen: naar Indië! Waarom zou je kostbare specerijen via de Portugezen betrekken als je ze ook rechtstreeks in het land van herkomst kon kopen? Bovendien was Portugal door de toenmalige vijand Spanje ingelijfd, dus handeldrijven werd sowieso problematisch.


De vier Hollandse schepen voeren langs Kaap de Goede Hoop via Madagaskar naar Bantam, een stad in het westen van het eiland Java. In de ruimen kon 1.100 ton aan peper, kruidnagelen, noten en foelie worden opgeslagen. Er was 290 duizend gulden in de reis geïnvesteerd.


Toen De Houtman in Indië arriveerde, was de helft van zijn 249-koppige bemanning overleden. Bij terugkeer in het vaderland, op 14 augustus 1597, leefden er nog 89. Daarvan gingen er zeven in Nederland alsnog dood, met dank aan de vette Hollandse kost die ze werd voorgezet op een moment dat hun tere zeemansmagen er nog niet tegen bestand waren. Een rijsttafel zou de overgang hebben vergemakkelijkt, maar die was nog niet uitgevonden.


'Ende is also ons lange moyelijkcke reize volbracht nae veel verdriets ende perijckelen', besloot De Houtman zijn reisjournaal treurig.


Wat De Houtman wel bij zich had, was een contract, gedateerd op 3 juli 1596: het eerste tractaat dat door Holland met een Indische vorst was gesloten. Handel drijven met Azië bleek prima te kunnen. Meteen voer een tweede vloot uit, daarna een derde. In 1601 waren er veertien vloten op en neer geweest en had de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën de Portugezen volledig uit de markt gedrukt.


In 1602 werd op initiatief van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt de Vereenigde Nederlandsche Geoctroyeerde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht, waarin vijf Hollandse compagnieën en één Zeeuwse waren samengebracht zodat ze elkaar niet meer kapot hoefden te beconcurreren.


In 1610 kregen de aandeelhouders hun eerste dividend - 132,5 procent. In de loop der jaren werden ook nederzettingen opgericht, ter wille van een ongestoorde handel. Op 30 mei 1619 stichtte Jan Pieterszoon Coen Batavia, op de puinhopen van het door hem verwoeste Jakarta. Hij verzocht zijn opdrachtgevers in het thuisland snel om meer geld en veel schepen: 'Laat ons ploegen ende saeyen, de Heere sal den wasdom wel geven.'


De schepen van de VOC vervoerden naast specerijen geen passagiers, alleen kooplieden, matrozen en flink veel soldaten - de VOC mocht in naam van de Republiek oorlog voeren, veroverde gebieden besturen, verdragen sluiten en de bevolking afknijpen en uitbuiten.


Geen types die bezig waren met zoiets als een Indische rijsttafel.


Na 1815, toen Indië officieel een Nederlandse kolonie was geworden en Nederlands-Indië heette, waren de boten (niet meer van de VOC - die was in 1798 failliet gegaan) gevuld met Nederlanders die er best een reis van 100 dagen voor over hadden om in een mooi, groot huis met bedienden te wonen. De eerste twee weken van de reis aten de Indiëgangers nog Hollandse kost met zo nu en dan een appel of peer, daarna stapten ze over op de scheepskost: maandag en donderdag grauwe erwten met zoutvlees, dinsdag witte bonen met spek, vrijdag snert, zaterdag stokvis met aardappelen en zondag soep.


Daar, op die boten, moet onbewust een verlangen naar zoiets als 'de rijsttafel' zijn ontstaan, de enige niet beladen erfenis van de koloniale tijd. Maar wie hem nu precies heeft uitgevonden, de Nederlanders, de Indische Nederlanders of de Indonesiërs, is nooit helemaal duidelijk geworden. Het basisidee - rijst en daaromheen een heleboel heerlijke gerechten zoals babi ketjap, sambal goreng, sajour lodeh, atjar, seroendeng, kroepoek en alles ,wat je verder maar lekker vindt - stamt vermoedelijk af van de 'slamatan'. Dat is een gemeenschappelijke Javaanse offermaaltijd, waarbij de geesten gunstig moesten worden gestemd. Het concept werd al snel overgenomen door de blanda's, Nederlanders, die graag pronkten met deze overvloedige, door kokkie bereide specialiteit.


In 1945 riep Soekarno de onafhankelijke republiek Indonesië uit. Een chaotische tijd (de Bersiap-periode) en twee bloedige politionele acties later (die 100 duizend Indonesiërs, 6.000 Nederlandse militairen en een paar duizend burgers het leven kostte), zag Nederland in december 1949 eindelijk van zijn aanspraken op Indonesië af. Ruim 300 duizend Nederlanders, Indische Nederlanders en Indonesiërs verlieten het land, en ze namen de rijsttafel mee.


Over het culinaire gehalte van rijsttafel wordt wel eens min gedaan, omdat het in wezen een ordinaire Hollandse vreetvariant op de verfijnde Indonesische keuken zou zijn. Dat is hij natuurlijk ook. Maar indien goed uitgevoerd, kan een rijsttafel wel degelijk een heerlijk hoogstandje zijn; een verzameling uitgelezen en elkaar aanvullende hapjes, waarvoor je de tijd moet nemen.


Uw reacties en tips

In het boeiende item over de thuisbevalling bleef de rol van de huisarts naar mijn smaak wat onderbelicht. Niet alleen Juliana werd door de huisarts terzijde gestaan. Het was in die tijd heel gewoon dat de huisarts de thuisbevalling deed. Nog in 1979 was meer dan helft de huisartsen verloskundig actief, zoals dat heet. Dat percentage loopt wel hard achteruit: in 2002 speelde nog maar 6 procent van de bijna 8.800 huisartsen een rol bij de bevalling zelf en/of de voor- en nazorg.


p.s.: Dat Dernederlandenboek komt er toch wel, hè?


Jet Bruinsma, Amsterdam


Afgelopen zaterdag stond er in het stuk over zeeslepers en bergers een storende fout: de Russische kernonderzeeër Koersk is niet geborgen door Smit Tak, maar door Mammoet Schiedam. Slechte research, mensen, en behoorlijk aanstootgevend voor de echte bergers ervan, de familie Van Seumeren, die trouwens ook wel een vermelding verdiend hebben.


Kijk bv eens naar het project van Mammoet Salvage in Mauretanië: opdracht van de EU, het verwijderen van de scheepswrakken in de baai van Nouadhibou. Valt mij erg tegen van de Volkskrant!


Paul van Dijck, Boxtel


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden