Encyclopedie van Nederland, deel 52

Elk jaar vindt in Amsterdam een van 's werelds toonaangevende documentairefestivals plaats, het IDFA. Honderden documentaires trekken voorbij, waaronder ook veel Nederlandse - Nederland is veel meer documentaireland dan filmland. Zelfs John de Mols Big Brother zou je in dat licht kunnen zien als een succesvol product uit onze rijke docu-traditie. En: aardappelen. Wie is er niet groot mee geworden? We telen miljarden kilo's en voorzien de wereld van pootgoed. De allerlekkerste zitten nog even in de grond rond Opperdoes: de vermaarde Ronde.

Aardappelen

Ondanks rijst, spaghetti en andere pieperkillers op onze tafels, zijn wij in Nederland nog steeds aardappeleters. We draaien voor 85 kilo p.p.p.j. onze hand niet om. En we telen er nog veel meer, het kleine Nederland hoort bij de grootste aardappelexporteurs ter wereld. Elk jaar oogsten we rond de 7 miljoen ton - 7 miljard kilo. Consumptieaardappelen (de helft), pootaardappelen (15 procent) of aardappelen die worden gekweekt voor de zetmeelindustrie (35 procent).


En van die berg aardappelen, chips, frites en purees heet vier miljoen kilo Opperdoezer Ronde, het lekkerste aardappeltje ter wereld - zeggen ze. In Opperdoes natuurlijk, maar bijvoorbeeld ook in De Librije, het driesterrenrestaurant van Jonnie Boer in Zwolle. Daar komt alleen de Opperdoezer op tafel.


En niet zomaar elke Opperdoezer, maar louter de met de hand geoogste kwaliteit van Hero Stam, van de Almereweg te Opperdoes, hogepriester van de Opperdoezer Ronde, pleitbezorger, godfather van de heilige gele knikker, sinds 1996 de enige aardappel met een BOB-kwalificatie: Beschermde Oorsprongs Benaming.


Alleen Opperdoezer Ronden uit de zavelrijke gronden één kilometer rond de kerk van Opperdoes mogen zo heten. Zavel is zand met kleine deeltjes lutum: meer dan een kwart lutum en het zand heet klei. Lutum bindt mineralen en dat geeft Opperdoezers hun heerlijke smaak - althans, dat is het verhaal.


Elk jaar, eind april, begin mei, nodigt Hero Stam een aantal gelukkigen uit die bij hem in de kas de eerste Opperdoezers mogen komen proeven. Ze komen uit de kas en deden dit jaar 36 euro de kilo. Hij paradeert ermee rond alsof het superieure bitterballetjes zijn, in de schil gekookt goud. Niks erbij, alleen roomboter, want zo hoort het. Power to the Pieper, zegt Hero.


Nog een paar nachtjes slapen, dan komen de Opperdoezers van de koude grond en kan het feest definitief beginnen, de hele zomer door vers.


De Opperdoezer Ronde is het lentekoninkje van Nederland Aardappelland, het beste wat de branche heeft te bieden.


Vorig jaar stond er 158 duizend hectare aardappelland in bloei, een kleine vier Noordoostpolders. Op een kwart daarvan stonden pootaardappelen, Neerlands trots. We zijn 's werelds grootste exporteur van pootgoed, 700 duizend ton verdwijnt er jaarlijks over de grens, naar zeventig landen. Het is relatief snel gegaan, met de aardappel. De planten stond al een eeuw in diverse hortussen, maar pas rond 1720 kregen we in de gaten dat je ze kon eten en dat de vrucht een rijke bron van vitamine C en koolhydraten was. Daarna was het een kwestie van tijd voor de aardappel in heel Europa volksvoedsel nummer één was.


Dat is mooi vastgelegd door Vincent van Gogh. Die maakte in 1885 in Nuenen een serie schilderijen en schetsen waarop de pieper een prominente rol speelt. De Aardappeleters is uiteraard het bekendst, maar Van Gogh schilderde bijvoorbeeld ook aardappelschilsters, aardappelrooiers en vijf stillevens met aardappels.


De beroemdste Nederlandse aardappel heet Bintje - nog altijd een populair ras in binnen- en buitenland. Ook al had het Bintje dan de naam een gifpieper te zijn, een beschuldiging die door Bintje-adepten hardnekkig wordt ontkend. Voor hen is Bintje de 'koningsaardappel'. Bintje werd in 1905 geteeld door de Friese schoolmeester Kornelis de Vries, de enige van de Vries' 150 nieuwe kruisingen die overleefde. De aardappel werd genoemd naar Bintje Jansma, een van zijn oud-leerlingen.


De andere onvergetelijke aardappelsoort is de Eigenheimer, die nog ouder is dan het Bintje en die ook nog steeds wordt geteeld. In 1893 kwam Geert Veenhuizen uit de moestuin tevoorschijn met de eerste Eigenheimer - op zijn graf in Sappemeer staat nog altijd 'De Groote Aardappelkweker'.


Hoewel de Nederlander door de jaren heen minder aardappelen is gaan eten - voor de Tweede Wereldoorlog werkten we met gemak 130 kilo per persoon weg - behoren we met de huidige 85 kilo nog altijd tot de aardappeleters-top.


De aardappelindustrie is optimistisch over de toekomst. Met groot genoegen zien ze hoe de fastfoodketens oprukken in Azië en Oost-Europa: french fries zijn ook aardappelen. Elke Chinees één zak patat per jaar, en we moeten het areaal drastisch uitbreiden.


De Opperdoezer Ronde houden we voor onszelf.


Documentaires

Nederland is gek op de werkelijkheid; de documentaire bloeit hier al jaren en het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam (IDFA) trekt elk jaar een paar honderdduizend bezoekers. Maar de werkelijkheid lijkt altijd net iets mooier, lolliger of grappiger te moeten worden gepresenteerd dan ze van zichzelf is.


Frans Bromet, Niek Koppen, Jos de Putter: ze verfijnen de werkelijkheid net zolang tot hij ermee door kan.


Al in de jaren van Bert Haanstra, Herman van der Horst en andere vertegenwoordigers van de Hollandse Documentaire School, klonk er kritiek op de kunstzinnige aanpak. Onder de Hollandse School worden de documentaires geschaard die gemaakt zijn vanaf de tweede helft van de jaren veertig tot en met de eerste helft van de jaren zestig, en waarin typisch Nederlandse onderwerpen worden belicht.


Het zijn films met veel wederopbouw erin, veel water en veel wolken. De wind zie je niet, maar je kunt hem bijna voelen. Hij stoeit met de boten, hij trekt aan de haren van knoestige vissers. Een voice over vertelt wat we zien, in de beschaafde, nette taal die destijds gebruikelijk was.


In het collectieve Nederlandse geheugen liggen talloze natte filmbeelden opgeslagen. Het kleine, bange jongetje in het zwembad, dat niet met zijn hoofd onder water durft en 'beetje bang' piept; koeien die over het gras lijken te glijden; sluizen, kanalen, molens. En daar springt weer iemand met een polsstok over een slootje.


Tijdens het IDFA van 2007 werd Bert Haanstra's documentaire Alleman (met commentaar van Simon Carmiggelt, en muziek van Otto Ketting en Pim Jacobs) uit 1963 uitgeroepen tot de beste Nederlandse documentaire sinds 1945. In datzelfde jaar wijdde het Nederlands Film Festival een retrospectief aan Haanstra. 'Zo is de kracht van het werk van Bert Haanstra dat hij er als geen ander in slaagt Nederlanders en Nederlandse situaties zo te portretteren dat iedereen zich hierin nog steeds herkent', zei directeur Doreen Boonenkamp bij haar openingsspeech.


Iedereen van boven de 40 dan.


Behalve door zijn kunstzinnige aanpak wordt de Nederlandse documentaire getypeerd door vernieuwingsdrang en eigenzinnigheid. Fotografen als Johan van der Keuken en Ed van der Elsken, de politiek activist Joris Ivens en journalisten Jan Vrijman en Wim Kayzer maakten de afgelopen decennia documentaires waarvan ze vonden dat die gemaakt moesten worden. Om kijkcijfers of een groot bioscooppubliek maalden ze niet.


Bij het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam, in 1988 opgericht door Ally Derks, wordt de ouderwetse vernieuwende documentaire nog altijd gekoesterd. Elk jaar in november zijn er in Amsterdam een paar honderd documentaires te zien uit binnen- en buitenland, waarbij creativiteit, relevantie en vernieuwing de belangrijkste selectiecriteria zijn. Op televisie zie je dat type documentaires ook nog wel, onder noemers als Holland Doc, Het uur van de wolf of Close-up.


Soms trekken documentaires opeens een groot publiek, zoals Zij gelooft in mij, over André Hazes, van John Appel (1999) en Roel van Dalens Ajax:Daar Hoorden Zij Engelen Zingen (2000).


Dat zijn uitzonderingen; een jonge generatie filmers blijft in de Hollandse traditie (Jiska Rickels Water, Lucht, Aarde, Vuur) vaak prachtig werk maken voor een select publiek.


Maar als je documentaire definieert als een genre dat de ambitie heeft de werkelijkheid in beeld te brengen, heeft hij voor het grote publiek sinds een jaar of tien een ietwat andere gedaante aangenomen: namelijk die van de realityprogramma's.


Ook daaraan lag in zekere zin vernieuwingsdrang ten grondslag, maar dan gekoppeld aan effectbejag en hoge kijkcijfers. En nog altijd wordt de werkelijkheid een tikje mooier gemaakt, dan wel vet gemanipuleerd.


Het eerste programma in het genre was Big Brother, uitgezonden door Veronica, waarbij tien mensen gedurende weken met elkaar werden opgesloten in een huis vol camera's. Geen verborgen camera's, zoals Bert Haanstra hanteerde bij Alleman; de bewoners wisten dat alles wat ze deden en zeiden openbaar kon worden gemaakt. Het concept was bedacht door John de Mol.


Bij de eerste editie, uitgezonden in 1999, sprak de programmaleider van Veronica het vermoeden uit dat met dit programma het wiel opnieuw was uitgevonden. In zekere zin heeft hij gelijk gekregen: realityprogramma's zijn niet meer van de Nederlandse televisie weg te denken.


Water, wind en wolken komen er nog maar mondjesmaat in voor.


Uw reacties en tips

Naar aanleiding van het lemma 'Hollandse lompheid' (DN, 14 mei) het volgende. Mijn man en ik zijn in de 80. Mijn man heeft loopproblemen (herseninfarct, Parkinson) en loopt met een stok. De afgelopen maanden zijn we noodgedwongen heel wat keren met het openbaar vervoer van Hoorn naar de VU en het AMC in Amsterdam geweest. Lompheid? Op perrons, bij tramhaltes, in trein en tram: altijd worden ons door jonge mensen zitplaatsen aangeboden en bij in- en uitstappen wordt mijn man indien nodig geholpen. Uit gesprekken blijkt dat veel oudere mensen dit ook overkomt.


D. Vonk, Hoorn


Is het idee van de 'Hollandse lompheid' niet een tikje achterhaald inmiddels? Ooit in India de bus of trein genomen? Daar is het ieder voor zich en oude vrouwtjes hebben pech als het vol is. Ik hoor voortdurend dat Engelsen drinken, en Polen en Russen... Als ik op reis ben zijn het vaak Israëliërs die nogal lomp overkomen. Dus of we echt tot de top drie behoren?


Marco Baiwir, Adam


Ik geniet van de Encyclopedie van Nederland. Komt de serie in gebundelde printvorm uit?


Hennie TibbenUtrecht


Volgende week: Cabaret

mail:dernederlanden@volkskrant.nl


of kijk op vk.nl/dernederlanden


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden