Enclave van eenvoud in Tokio

Onder de rook van Roppongi Hills, een prestigieuze wolkenkrabber in Tokio waarin topbedrijven en het Grand Hyatt hotel zijn gevestigd, ligt een van de laatste vooroorlogse woonwijkjes die de binnenstad nog kent: Myamura Choo....

Soms is Tokio net een tijdmachine. Vanuit de mondaine, hypermoderne wereld van het Grote Geld beland ik opeens in het verleden, op een plek waar een grote eenvoud heerst.

‘Vroeger leefden hier Samurai, de Myamura waren hun knechten,’ legt bewoner Masaru Morishta (54) uit. Trots geeft hij een rondleiding door straatjes die maar een meter breed zijn. Het is er gezellig chaotisch.

Aan weerszijde liggen scheve rijtjeshuizen van hooguit twee verdiepingen, gemaakt van donkerbruin hout en golfplaat. Pijpleidingen worden met touwen overeind gehouden en uit de muren steken ijzeren schoorstenen. Op de gammele balkonnetjes droogt was en overal hangen dikke elektriciteitskabels. Morishta wijst op een antieke lantaarnpaal die gespaard is gebleven. ‘Dit is denk ik de laatste in heel Tokio!’

In deze ‘enclave’, die wordt ingekapseld door peperdure appartementencomplexen, woont een hechte gemeenschap van een man of honderd. ‘We noemen elkaar allemaal bij de voornaam en leven min of meer samen,’ grapt Morishta. ‘Als ik ruzie heb, kan mijn buurman meegenieten. Als hij zijn tv aanzet kan ik meeluisteren. Is de buurvrouw ziek dan maak ik extra eten. En als mijn moeder per ongeluk wegloopt, wordt ze altijd thuisgebracht.’

Morishta’s moeder is een licht dementerende vrouw van 83. Ze knielt en buigt zo diep dat haar hoofd de grond raakt, als het buitenlandse bezoek haar huis betreedt. Zoals Japanse vrouwen dat vroeger ook deden.

De begane grond telt twee kamers en een keukentje. Het ruikt er naar mottenballen. Op de vloer liggen tatamimatten, overal staan uitpuilende kasten, iedere centimeter wordt benut. Moeders plekje is een stoel naast het familiealtaar, met offerandes en een foto van haar echtgenoot die al twintig jaar dood is. Aan een lage tafel met kussens krijgen we groene thee geserveerd met yokan, een lekkernij van zoete bonen.

‘Vroeger werd ik opgevoed door de hele buurt en vaak door de buurvrouw van straat geplukt en in bad gestopt,’ memoreert Morishta, die geen baan heeft en permanent voor zijn moeder zorgt. ‘Zij had een badkamer. Wij woonden hier met mijn grootouders en tante, mijn vader en moeder, mijn twee zussen en ik. We sliepen op futons in deze twee kamers en gingen naar het badhuis om ons te wassen. Pas toen ik 10 jaar was heeft mijn opa stiekem een extra verdieping op het huis gezet, en kregen we een badkamer.’

Een van de zussen werkt in de reiswereld en nam haar moeder vaak mee op trips, naar Singapore, Maleisië, Hong Kong en Hawaii. Daarvan kan ze zich alleen nog de prachtige bloemen herinneren en de danseressen. ‘Die herinneringen bewaar ik in mijn hart,’ zegt ze stralend.

Moeder en zoon komen rond van een pensioentje van 180 euro per maand en giften van zijn zussen. Twee keer per week gaat moeder naar een bejaardencentrum om te knutselen. Morishta kan aanspraak doen op extra thuishulp als de situatie verslechtert. Maar geld voor een verzorgingstehuis is er niet. ‘Japan is een keiharde maatschappij, ook voor bejaarden zonder geld. De familie draagt de zorg.’ Miljoenen families leven zo en dat worden er nog veel meer door de snelle vergrijzing.

Projectontwikkelaars staan te trappelen om Myamura Choo plat te gooien en vol te zetten met appartementen. Maar de eigenaar van de grond, de Hokojitempel, is niet uit op geld. En dus kan de kleine enclave blijven bestaan. Als toonbeeld van de sobere maatschappij die Japan eigenlijk is.

Joan Veldkamp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden