Nieuws Anne Frank

En weer is een verrader van Anne Frank ontmaskerd: is Ans van Dijk nu de belangrijkste verdachte?

Een buurman van het Achterhuis was erbij toen Ans van Dijk, een Joodse vrouw die met de nazi’s collaboreerde, het fatale telefoontje pleegde. Zijn zoon schreef er een boek over. Is Van Dijk daarmee nu de belangrijkste verdachte?

Ans van Dijk tijdens haar proces voor het bijzonder gerechtshof in Amsterdam. Foto Foto Ben van Meerendonk, in bezit van ISSG

Gerard Kremer, ­huismeester van een kloek kantoorpand aan de Amsterdamse Westermarkt van 1942 tot 1969, heeft altijd geweten wie zijn achterburen, de bewoners van het Achterhuis, heeft verraden: het was Ans van Dijk (1905-1948), een Joodse vrouw die uit lijfsbehoud met de nazi’s collaboreerde.

Vanaf 1943 kwam Van Dijk geregeld over de vloer bij de Duitse instanties die kantoor hielden op Westermarkt 2. En Kremer is er meermaals getuige van geweest dat zij in de avonduren adressen doorbelde. Adressen van onderduikers die kort daarna werden opgepakt. Tijdens een van die telefoongesprekken, begin augustus 1944, zou zij het over de Prinsengracht hebben gehad. Wellicht ging het om nummer 263, het onderkomen van de familie van Anne Frank en vier andere onderduikers.

Vandaag verschijnt het boek waarin deze getuigenis van Kremer door zijn in 1943 geboren zoon – ook Gerard geheten – is opgetekend. In romanvorm, ‘om het leesbaar te maken voor iedereen’, zegt de dochter van de auteur – wiens gezondheid persoptredens dezer dagen niet toelaat. ‘Mijn opa leeft allang niet meer, maar wat hij over de oorlog en het verraad van de familie Frank heeft verteld, moet behouden blijven.’

Kremer is overigens niet de eerste die Ans van Dijk als waarschijnlijke dader aanwees. Ook journalist-schrijver Sytze van der Zee, onder andere oud-hoofdredacteur van Het Parool, kwam in zijn in 2010 verschenen boek Vogelvrij bij haar uit. Ga maar na: veel van de 145 onderduikers die door haar toedoen werden opgepakt, woonden in de omgeving van het Achterhuis. Otto Frank, Annes vader, meende bovendien te weten dat de tip die leidde tot de inval, op 4 augustus 1944, afkomstig was van een vrouw.

De tipgever moet rechtstreeks toegang hebben gehad tot de instanties die bij het oppakken van onderduikers betrokken waren. Ook dat zou op Ans van Dijk als dader kunnen duiden: in haar ijver zelf aan deportatie te ontkomen, had zij een dagtaak aan het opsporen van ondergedoken ­Joden. Van der Zee oppert dat Otto Frank, de enige overlevende van het gezin, zijn zoektocht naar de dader staakte nadat hem was gebleken dat het om een Joodse vrouw ging. ‘Die wetenschap moet voor hem zo afschuwelijk zijn geweest dat hij prompt ophield met zoeken.’

SD-centrale

Aan het requisitoir van Van der Zee voegt Gerard Kremer junior nu de getuigenis van zijn vader toe. Die heeft Van Dijk ook zelf nog laten ­weten op de hoogte te zijn van haar dubieuze rol. Kort daarop werd Kremer, die tien onderduikers had ondergebracht in het gebouw waarvan hij huismeester was, opgepakt en op de SD-centrale aan de Euterpestraat ondervraagd. Hijzelf kwam na enige tijd vrij, maar enkele medegevangenen werden aan de Apollolaan geëxecuteerd. ‘Mij opa is daarna nooit meer dezelfde geweest’, zegt Claudia, zijn kleindochter. ‘Hij werd, en bleef, broodmager. En hij meed de Apollolaan de rest van zijn leven.’

Sytze van der Zee betwijfelt overigens of het boek van Kremer, De Achtertuin van het Achterhuis, zal bijdragen aan de aanvaarding in academische kring van de these dat Ans van Dijk de dader is in een van ’s werelds fascinerendste whodunnits. ‘Ik heb er destijds weinig bijval mee geoogst in kringen rondom het Niod’, zegt hij. ‘Die hebben snel zoiets van: wat loop je op ons werkterrein te wroeten?’

Smoking gun

David Barnouw, die zich in zijn jaren bij het Niod veel met het ‘verraad-vraagstuk’ heeft beziggehouden, brengt zijn – toegegeven – zuinige reactie op de Ans van Dijk-these vooral in verband met het feit dat de ‘smoking gun’ in het verhaal ontbrak. ‘En ik vraag me af of we die smoking gun ooit nog te zien krijgen. Anne schreef in haar dagboek dat zij vanuit het Achterhuis omwonenden bespiedde. Het omgekeerde is natuurlijk ook gebeurd, en een van de omwonenden heeft een keer zijn mond voorbijgepraat in fout gezelschap. Maar niemand wist hoeveel mensen er verbleven. Dat kun je ook opmaken uit het feit dat de SD’ers die het Achterhuis op 4 augustus 1944 binnenvielen eerst een grotere vrachtauto moesten bestellen voor zij de arrestanten konden afvoeren.’ Toeval heeft, volgens Barnouw, het lot van de familie Frank bepaald. ‘Maar de mensen houden niet van toeval. ’ En in de mist van het toeval is de mogelijke dader opgelost, zegt Barnouw. ‘Ik vrees dat het nu te laat is om nog onomstotelijk vast te stellen wie dat was.’

Of zij de bewoners van het Achterhuis heeft verraden of niet: Ans van Dijk werd in 1948, als enige vrouwelijke collaborateur, ter dood gebracht. De nacht voor haar executie ging zij over op het rooms-katholiek geloof.

7 andere kandidaten voor het verraad

Als de bewoners van het Achterhuis al verraden zouden zijn, komen volgens het NIOD in principe honderden ­daders in aanmerking: omwonenden, leveranciers van Opekta, het bedrijf van Otto Frank dat aan de Prinsengracht 263 was gevestigd, werk­nemers of de insluiper die door de bewoners van het Achterhuis werd betrapt (vooral tot hún schrik). De volgende personen zijn het meest genoemd;

Willem van Maaren

Chef van het magazijn met ‘een onderzoekende aard’. Werd betrapt bij enkele kleine diefstallen. Wekte het wantrouwen van de helpers van de onderduikers. Werd in 1948 aangehouden en verhoord in verband met het verraad, maar werd vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Drong vervolgens, met succes, aan op volledige zuivering. In 1963 werd Van Maaren opnieuw gehoord in verband met de zaak. Ook nu ging hij vrijuit. Daarbij speelde onder andere mee dat hij zich over de dagboeken van Anne heeft ontfermd.

Lena Hartog-van Bladeren

Als dader aangemerkt door Melissa Müller in haar in 1998 verschenen biografie van Anne Frank. Schoonmaakster op Prinsengracht 263, echtgenote van magazijnknecht Lammert Hartog. Op 4 augustus 1944, bij de inval in het Achterhuis, zou ze schielijk het pand hebben verlaten en daarna nooit zijn teruggekeerd. Bewijslast wordt te licht geacht.

Tonny Ahlers

In 2002 als dader aangewezen door Carol Ann Lee, biografe van Otto Frank. Ahlers was een kleine crimineel met nationaal-socialistische sympathieën. Zou op de hoogte zijn geweest van de verblijfplaats van Otto Frank en zijn gezin, maar incasseerde zwijggeld. Totdat hij in 1944 dit arrangement eenzijdig opzegde. De verdenkingen tegen Ahlers zijn terug te voeren op zijn eigen uitspraken. Die bevatten echter te veel onwaarheden om geloofwaardig te zijn.

Nelly Voskuijl

De jongere zus van Bep Voskuijl, een van de helpers van de bewoners van het Achterhuis. Onderhield een relatie met een Duitse militair, werkte voor de Wehrmacht in Noord-Frankrijk, en keerde in mei 1944 terug naar Nederland. Volgens de Anne Frank Stichting rechtvaardigt dit niet de verdenking die de biografen van Bep Voskuijl in 2015 over haar zus hebben uitgesproken.

Martin Sleegers

Nachtwaker met onduidelijke sympathieën. Zou Prinsengracht 263 hebben betreden nadat hier was ingebroken, en was wellicht degene die toen aan de boekenkast – die de toegang tot het Achterhuis maskeerde – heeft gerommeld. Was bevriend met een van de agenten, Gezinus Gringhuis, die aanwezig was bij de inval in het Achterhuis.

Joseph Jansen

Werknemer van Otto Frank. Zou de SD schriftelijk hebben geïnformeerd over negatieve uitlatingen van zijn baas over het Duitse regime. De hierboven genoemde Tonny Ahlers zou de brief hebben onderschept en zou Otto Frank ermee hebben gechanteerd.

Maarten Kuiper

Werkte voor de SD. Wordt vooral als verdachte aangemerkt vanwege zijn energieke ondersteuning van de ­Jodenvervolging in Nederland.

Geeft een coldcaseteam in 2019 uitsluitsel?

Sinds vorig jaar werkt een coldcaseteam, onder leiding van de gepensioneerde FBI-agent Vince Pankoke aan de vaststelling van de identiteit van de mogelijke verrader van Anne Frank. Volgens de onderzoekers hebben tot dusverre vooral historici en journalisten zich met de zaak beziggehouden. Forensische deskundigen zouden, met behulp van nieuwe technieken, relaties kunnen leggen die tot dusverre buiten beschouwing bleven. Voormalig NIOD-onderzoeker David Barnouw, die als adviseur aan het coldcaseteam is verbonden, tempert vooralsnog zijn verwachtingen. ‘Ik ben onder de indruk van de leergierigheid van de onderzoekers, maar ik zou niet weten welke big data nog niet zijn onderzocht. Tezelfdertijd besef ik dat het geen kwaad kan om nog een met frisse blik naar oud materiaal te kijken.’

Het coldcaseteam hoopt zijn onderzoek te hebben op 4 augustus 2019, de 75ste verjaardag van de inval in het Achterhuis. Tegen die tijd zullen ongetwijfeld alternatieve verraad-theorieën het licht hebben gezien, verwacht Barnouw. En die mag hij dan weer becommentariëren. ‘Ik weet ook best iets van Rost van Tonningen, maar over hem word ik nooit geraadpleegd. Des te meer over Anne Frank.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.