Opinie

'En wat nu als er helemaal geen groei meer komt?'

Nog veel zorgwekkender dan de verkrampte vrolijkheid van premier Rutte, is het gevaar dat de economische groei op korte termijn helemaal niet terugkeert, schrijft politicoloog en schrijver Gerhard Hormann. 'Want hoe groot is de kans nou eigenlijk écht dat vanaf 1 januari 2016 alles weer bij het oude is?'

(VLNR) Premier Mark Rutte, minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) en PvdA-leider Diederik Samsom tijdens het debat over het sociaal akkoord dat het kabinet vorige week na weken onderhandelen sloot met werkgevers en vakbonden. Beeld anp

De suggestie dat de crisis over ruim 2,5 jaar achter de rug is, of dat we dan in ieder geval het ergste hebben gehad, is een geruststellende gedachte. Tegelijk is het niet meer dan wensdenken, louter gebaseerd op de dooddoener dat het 'altijd wel weer goed komt', net zoals het na een lange koude winter ook altijd weer lente wordt. Op een dergelijke simplistische wijze redeneert het kabinet Rutte II niet alleen als het over de huizenmarkt gaat, maar ook over de economie als geheel.

Met de mogelijkheid dat het economische herstel zich helemaal niet zo snel aandient, laat staan dat we te maken zouden kunnen krijgen met een kwart eeuw deflatie zoals in Japan is gebeurd, wordt op geen enkele manier rekening gehouden. Dit kabinet probeert niet alleen krampachtig om het bijna spreekwoordelijke 'vertrouwen' te herstellen, maar vindt ook dat we er maar op moeten vertrouwen dat het min of meer vanzelf goed komt met een beetje tijd kopen en spullen kopen.

Probleem is dat geen van de regeringspartijen een antwoord heeft op deze crisis, zonder dat daar groei aan te pas komt. Alle oplossingen en alle prognoses zijn gebaseerd op het uitgangspunt dat de huidige omstandigheden slechts conjunctureel zijn en de economie op enig moment weer zal aantrekken. Maar wat gebeurt er als alleen de armoede en de werkloosheid in het huidige tempo blijven doorgroeien? Met andere woorden: wat gaan we doen als deze crisis geen tijdelijk verschijnsel blijkt te zijn, maar een structurele systeemfout? Ligt er ergens in een ambtelijke la een jaren dertig-scenario klaar zonder oorlog als enige uitweg?

Sinds de beurscrash die volgde op het klappen van de internetzeepbel en de aanslagen op11 september, hebben we in deze eeuw slechts drie opeenvolgende jaren meegemaakt die werden gekenmerkt door economische voorspoed. In 2003 dreigde al eens een recessie, compleet met oplopende werkloosheid en een prijsdaling op de Amsterdamse woningmarkt van 5 procent. De crisis die ons vervolgens in 2008 midscheeps trof, is het directe resultaat van alle verwoede pogingen om het onvermijdelijke uit te stellen.

Paniekzaaierij
Tegenover de verkrampte peptalk van Rutte, staat een veelvoud aan voorspellingen waarin de groei helemaal niet aantrekt maar de crisis zich alleen maar verdiept. Dat kun je doemdenken noemen of paniekzaaierij, maar het maakt wel nieuwsgierig naar de precieze plannen van deze regering wanneer we inderdaad afsteven op 'jaren van minimale groei en toenemende sociale onrust' (Saxobank) of zelfs aan de vooravond staan van 'decennia van economische krimp'(Richard Heinberg).

Niemand minder dan Angela Merkel sprak in oktober 2012 de verwachting uit dat de crisis in de eurozone nog minstens vijf jaar aan zou houden - dus minimaal tot oktober 2017. Later die maand zou DNB-president Klaas Knot dat nog eens bijna letterlijk herhalen. Komen die voorspellingen uit, dan hebben de spreekwoordelijke zeven magere jaren allang plaatsgemaakt voor een verloren decennium.

Steeds meer mensen geloven zelfs dat we op een keerpunt staan, een overgang naar een nieuw tijdperk waarin de economie gekenmerkt wordt door stagnatie of zelfs krimp. De huidige crisis is geen tijdelijke hobbel op weg naar eeuwige groei, maar veeleer het moment waarop het casinokapitalisme definitief dreigt te ontsporen. Het nieuwe normaal zal nog wel een beetje lijken op de wereld die achter ons ligt, maar er tegelijk zo drastisch van afwijken dat er bij Mark Rutte straks waarschijnlijk geen glimlachje meer vanaf kan.

Japan-scenario
Na de vorige crisis op de huizenmarkt duurde het, nog los van de inflatie, een jaar of vijftien voordat de prijzen weer op het oude niveau waren. Wordt ons land getroffen door een Japan-scenario, dan zou het wel eens tot 2031 kunnen duren voor de bodem op de woningmarkt is bereikt. Dat klinkt absurd, of op z'n minst absurd ver weg, maar het is misschien wel waarschijnlijker dan het waanidee dat we het einde van de crisis nu al kunnen noteren op 1 januari 2016.

'Voor ons ligt een toekomst die onvermijdelijk heel anders uit zal pakken dan onze leiders ons trachten voor te spiegelen', noteert Richard Heinberg op de allerlaatste pagina van zijn in 2011 gepubliceerde boek Einde Aan De Groei. Hoewel er volgens hem geen tijd te verliezen valt, voorspelt hij feilloos hoe regeringen zullen reageren op de komst van het onvermijdelijke. Ze zullen ons beloven dat alles weer bij het oude wordt, terwijl ze ondertussen alleen maar wanhopig aan het tijdrekken zijn...

Gerhard Hormann (1961) is politicoloog en journalist/schrijver.

 
Dit kabinet probeert niet alleen krampachtig om het bijna spreekwoordelijke 'vertrouwen' te herstellen, maar vindt ook dat we er maar op moeten vertrouwen dat het min of meer vanzelf goed komt met een beetje tijd kopen en spullen kopen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden