Column

En toen las ik 'Gimmick!'

Witteman heeft iets gelezen.

Beeld ANP

In de jaren tachtig gebeurden er allerlei postmoderne dingen, en daar las ik graag boeken over, want mij overkwam nooit wat. Bret Easton Ellis bijvoorbeeld, met zijn Less Than Zero en Jay McInerney met Bright Lights, Big City. Heerlijke titels, en de inhoud maakte de gewekte verwachting méér dan waar; hoogtepunten en dieptepunten van decadente levens vol inhoudloze seks, leeg vertier en grote porties achteloos weggewerkte luxedrugs.

Stikjaloers was ik, want ik had amper geld voor een pakje shag, op mijn kapotte tv moest ik Medisch Centrum West kijken door woest dwarrelende elektronische sneeuw heen, en de enige mensen die inhoudloze seks met mij wilden, waren mompelende parkzwervers met klonterig haar. Ja, dan wíl je wel lezen over mooie, jonge mensen die hun dagen slijten onder de zonnebank met een ijszak op hun hoofd en hun nachten in clubs met naakte dwergen in kooien.

Nou ja, maar dat soort dingen gebeurden alleen in Amerika, troostte ik mezelf. En toen las ik Gimmick!, een boek met een titel van één woord, voorzien van een uitroepteken: Carry Slee heeft dat geintje later uitgemolken (Help!, Kappen!, Spijt!), maar indertijd was het heel fris.

Net als dat boek zelf. Wat kon die Zwagerman fijn schrijven! Wat waren die jonge kunstenaars geestig, en zo lekker cynisch! 'Er zijn geen goeie of slechte kunstenaars meer, Walter, er zijn kunstenaars mét geld en er zijn kunstenaars zónder geld en de kunstenaars zonder geld zijn eigenlijk helemaal geen kunstenaars.' Ja, dat was nog eens wat anders dan kleumend op zolderkamertjes zitten, zoals die 'aardige jongens' van die saaie Nescio.

De kunstenaars in Gimmick! maken verbazend weinig kunst: de hoofdpersoon doet al helemaal niets op dat gebied, behalve een paar schilderijen jatten van een vriend in het gekkenhuis, en die uitgeven voor vernieuwend eigen werk.

Verder is het rondhangen in New York, op Tenerife en in discotheken in de Amsterdamse binnenstad, met een bonte stoet femmes d'artiste, drank, bergen coke en voor de onontbeerlijke diepgang ook een flinke scheut weltschmerz. Plus een verloren liefde natuurlijk, want je krijgt zoveel oppervlakkige lol nu eenmaal niet cadeau in het leven, ja, sommige mensen wél hoor, maar niet in een zedenroman.

Een tijdsbeeld was het, maar een léúk tijdsbeeld, met als hoofdpersoon een gedesoriënteerde nietsnut op wie je tóch verliefd werd. Zwagerman was ook best een knappe jongen, dat hielp natuurlijk. Pas veel later zou hij, zoals mijn oude moeder het uitdrukte, een beetje gaan lijken 'op het paard op Picasso's Guernica'. Ook die postmoderne stijl beviel me wel, met al die verwijzingen en lollige openlijke plagiaatjes. Zelf nam hij later min of meer afstand door het postmodernisme 'gestolde folklore' te noemen.

Toen ik het boek een jaar geleden of zo herlas, viel me trouwens iets grappigs op: eigenlijk ís het drugsgebruik in Gimmick! helemaal niet zo excessief. Die jongens doen soms dagen met een halve gram coke en dan blijven ze er ook nog nachten van wakker, in kabouterporties waar een normaal mens doorheen slaapt. Toen ik eens aan Zwagerman vroeg hoe dat zat, gaf hij toe dat het allemaal inderdaad wel mee was gevallen.

Dat vond ik geruststellend, want dan zal het met de inhoudloze seks en duur, leeg vertier ook wel niet zo'n vaart hebben gelopen. Dus heb ik misschien toch niet zo heel veel gemist, in die legendarische jaren tachtig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden