En toch moet worden gepraat met de Koerden

‘Terrorisme en fundamentalisme zijn de grootste bedreigingen voor Turkije.’ Er klonken maandag vertrouwde woorden uit de mond van de nieuwe Turkse opperbevelhebber, generaal Yasar Büyükanit....

Eric Outshoorn

Büyükanit zal zich in zijn gelijk bevestigd hebben gevoeld door de jongste bomaanslagen. In Marmaris en in Istanbul ontploften zondag twee bommen, waardoor 27 personen gewond raakten, onder wie tien Britse toeristen. De aanslag van maandag in de populaire badplaats Antalya was ernstiger: daar vielen drie doden.

De acties zijn opgeëist door de TAK – de Koerdische Bevrijdings Haviken – van wie door de Turkse veiligheidsdiensten wordt aangenomen dat zij een afsplitsing zijn van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Zij hebben gedreigd nog meer aanslagen op toeristenoorden te plegen en zo een aanzienlijke inkomstenbron te treffen.

Het is natuurlijk geen toeval dat juist de zwaarste aanslag plaatsvond op de dag van de installatie van Büyükanit tot stafchef van de strijdkrachten. De generaal staat bekend als een havik, die gevechtservaring heeft opgedaan in de strijd tegen de PKK in Zuidoost-Turkije. Koerdische opstandelingen hebben juist zijn aanstellingsceremonie aangegrepen voor een demonstratie van hun kunnen, om te laten zien dat zij in kracht zijn gegroeid en niet onder de indruk zijn van Büyükanits reputatie.

Tegelijkertijd duidt de reeks aanslagen op tweedracht in de PKK. Vorige week bood PKK-kopstuk Murat Karayilan, een voorwaardelijk staakt-het-vuren aan met ingang van 1 september. Hij verklaarde dat de PKK open staat voor een vreedzame en democratische oplossing van het Koerdische vraagstuk en zei tot het aanbod te zijn gekomen op instigatie van de regeringen van Irak en de Verenigde Staten, alsmede van niet bij naam genoemde Koerdische groeperingen.

De Koerdische Bevrijdings Haviken hebben het antwoord van de Turkse autoriteiten niet eens afgewacht. In de Koerdische beweging woedt een strijd of de wapens weer moeten worden opgenomen, zei Yönetim Kurulu van de Koerdische culturele stichting Kürt Kav in Istanbul recentelijk.

Diegenen die dachten dat het was gedaan met de Koerdische gewapende strijd na het oppakken van PKK-voorzitter Abdullah Öcalan en diens oproep tot een eenzijdig staakt-het-vuren en een geweldloze dialoog in 1999, hebben ongelijk gekregen. Binnen twee jaar nadat de Koerdenleider zijn intrek had genomen in een cel op het gevangeniseiland Imrali scheurde de PKK.

Enkele facties geloofden niet in onderhandelingen als middel voor vrede. Beperkte acties tegen de Turkse strijdkrachten volgden. De laatste twee jaar zijn deze hevig toegenomen in aantal en intensiteit, waarbij wekelijks doden vallen aan Turkse kant.

Ook Öcalan heeft via via laten weten dat wat hem betreft de wapenstilstand ten einde is. Tegelijkertijd doet de gematigde Koerdische vleugel er het zwijgen toe. Prominente leden als de politica Leyla Zana verheffen – al dan niet gedwongen – hun stem niet meer.

De autoriteiten zitten klem. Tandenknarsend moeten ze toezien hoe de PKK zich over de grens met Irak ongestoord kan ophouden in het Kandilgebergte, dat Irak en Iran scheidt. De Amerikanen kunnen Ankara haast niet te hulp schieten bij het bestrijden van de PKK, zij zijn aan handen en voeten gebonden in centraal Irak. Bovendien zijn zij niet vergeten dat Turkije permissie weigerde voor een Amerikaanse invasie van Irak vanaf Turks grondgebied.

Ofschoon de VS onlangs hebben beloofd meer te doen aan de PKK, heeft dat de wrevel niet weggenomen. Turkije heeft op grote schaal troepen samengetrokken aan de grens met Noord-Irak en dreigt om de haverklap met ingrijpen.

Veel meer dan een beperkte actie zal dat nooit kunnen zijn: de winter nadert in het onherbergzame gebied en Ankara kan het zich niet veroorloven de Europese Unie of Washington al te zeer tegen de haren in te strijken.

De Turkse regering heeft altijd gezegd nooit te zullen onderhandelen met de PKK. Pro-Koerdische politici wijzen op de Britse en Spaanse regeringen, die wel contacten hadden met de IRA en de ETA. Dat heeft geen enkele indruk gemaakt. De officiële gesprekken die de Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero voert met de ETA hebben volgens secretaris-generaal Yilgit Alpogan van de machtige Nationale Veiligheidsraad geen invloed op de Turkse houding.

Toch ontkomen de autoriteiten er niet aan te gaan onderhandelen met gematigde Koerden, bijvoorbeeld met de jonge partij DTP, als ze echt een duurzaam einde willen maken aan het geweld. Overleg met terroristen is onmogelijk, ondenkbaar, luidt de mantra.

Maar de Koerdische onvrede is eerder gestoeld op achterstelling en etniciteit. Ankara kan daarom een voorbeeld nemen aan de Spanjaarden en de Britten: ETA en IRA waren ook terroristische organisaties en toch werd er gepraat.

Eric Outshoorn

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden