EN OOK NOG GEHANDICAPT

'Mijn god, het Duitse antwoord op Heintje en dan ook nog behindert.' Dat Thomas Quasthoff kon zingen, had een verpleegster al ontdekt toen hij een jaar oud was....

De vingers die bij zijn schouder uit de mouw steken geven een krachtige handdruk. Ontspannen leunt Quasthoff achterover in zijn stoel. Het gaat hem beter dan ooit, lacht hij met joviale basbariton. Maar in Den Haag komt hij nooit meer. Niemals, never.

Thomas Quasthoff, vocalist van de bronzen stem en de uitverkochte zaal: 'Normaal gesproken vinden ze het prettig in een stad als ik er ben. Maar dit leek nergens naar. Zo'n grote zaal, en dan maar driehonderd mensen.'

Dat de gapende leegte die maandag voor Anton Philipszaal moest doorgaan optisch verkleind was met hulp van zwarte lappen - een tempel van de liedkunst wordt het ook niet helemaal op die manier. 'Den Haag zit financieel in de problemen', probeer ik zwakjes.

Quasthoff, fel riposterend: 'Ik heb daar geen enkel affiche zien hangen. Er was geen verwelkoming. Geen frisdrankje of niks in de kleedkamer. De organisatie was gewoon bar slecht.'

Liederen van Schubert, Carl Loewe. Ernste Gesänge van Brahms. Natuurlijk, met het beetje publiek dat er zat, had hij contact. 'Maar dat is mijn job.'

Quasthoff ziet uit naar het Concertgebouw. 'Amsterdam is niet vreselijk groot, maar aan het publiek kun je haarfijn voelen dat je in een wereldstad zit', zegt hij met de terloopse intonatie die het kenmerk is van de geoefende kosmopoliet.

Daverend was de stilte die de Grote Zaal jaren geleden in haar greep hield na zijn legendarische optreden met Die Winterreise, Schuberts toonzetting van Wilhelm Müllers 'gedichten uit de nagelaten papieren van een reizende hoornist'. Muziek van het bevroren pad, vertolkt met ongekende warmte.

'Oké, daar zat intensiteit in', beaamt Quasthoff. 'Ik zoek altijd naar een balans tussen emotioneel en intellectueel zingen. Vind je die, dan heb je contact met een publiek. Ik heb iets tegen concerten waar het publiek de zanger aangaapt en iedereen bang is zijn hoest niet te kunnen binnenhouden. Ik wil niet op een sokkel staan.'

Pauzerend: 'Oké, ik sta dikwijls op een verhoging, maar dat bedoel ik dus niet. Als ik zing dan wil ik een deel zijn van het publiek. We zijn toch weinig meer dan entertainers. Geen sferische of metafysische verschijnselen. Wij zijn bedoeld om een publiek te amuseren. Zo zie ik dat.'

Dat klinkt naar Bocelli.

'Andrea Bocelli is voor mij geen klassieke zanger, maar een schlagerzanger die de klassieke wereld ingaat. Uitstekend dat er mensen zijn die van hem houden, maar elke leerling die ik heb zingt beter. Ik hoor alleen maar tot de zeldzame mensen die hem niet kopen, dat is alles. Net zoals ik Helmut Lotti niet koop. Het zou werkelijk erg zijn als we allemaal dezelfde smaak hadden.'

Ze doen zaken met Bocelli's handicap.

Fel: 'Totaal niet mee eens. Hij ziet er niet gehandicapt uit. Hij heeft zijn ogen dicht, dat is alles. Als je hem op een poster zet - het is werkelijk een knappe kerel - dan kun je niet eens zien dat hij blind is. Op mij zou je hetzelfde kunnen aanmerken. Er zijn cd's van mij met foto's waarop je mijn handicap kunt zien. Maar dat betekent niet dat ze mij kopen vanwege mijn handicap.

'Weet je wie ze proberen te verkopen op hun uiterlijk? Thomas Hampson, de bariton. Die staat er bij als een dandy. Is ook een mooie man. Anne Sofie Mutter, de violiste. Van haar proberen ze een sekssymbool te maken, terwijl de kwaliteit van haar vioolspel toch aanzienlijk belangrijker is dan haar borsten.'

De bediening arriveert voor een tweede koffieronde. Quasthoff laat zich van zijn stoel glijden, en drinkt staandebeens zijn kop leeg, met dezelfde behendigheid waarmee hij tijdens een oratoriumuitvoering de bladen van een partij omslaat.

Het was een verpleegster die als eerste zijn talent opmerkte, toen hij als peuter tussen de tralies lag van een ziekenhuisbed in Hannover - anderhalf jaar opgesloten in een rekverband dat zijn voeten in een goede stand moest zetten.

Zijn moeder had slaapstoornissen tijdens haar zwangerschap. Haar arts schreef Contergan voor. Een middel dat in Nederland bekend werd onder de naam Softenon, en begin jaren zestig furore maakte als remedie tegen slaapproblemen en zwangerschapsmisselijkheid, tot de bijwerkingen werden aangetoond. Quasthoff was een van de twaalfduizend Europese kinderen die met ontbrekende of sterk verkorte ledematen ter wereld kwamen.

Van de verantwoordelijken werd niemand ooit veroordeeld. Quasthoff: 'Dat is Duitsland. De lobby van de farmaceutische industrie is immens. En is dat altijd geweest. Ik kreeg 24 duizend mark schadevergoeding. Zelfs in 1974 was dat bijna niets, nothing. In Engeland kregen slachtoffers zo'n 400 duizend pond, enfin, het is maar een vergelijking. Ze kunnen me tien miljoen geven, maar wat helpt het me. Ik heb mijn werk zelf gedaan, ik heb een goede reden om te leven. Maar er zijn talloze gehandicapten die het geld hard nodig hebben.

'Deze jongen kan echt zingen', schijnt de verpleegster te hebben gemeld. Quasthoff: 'Mijn moeder zei: ''Die vrouw is gek. Dat kind kan nog niet eens praten.'' Het schijnt dat ik die zuster van alles nazong met tekst en al. Ik kan me er niets meer van herinneren. Ik was amper een jaar.'

Het Duitse weekblad Stern wist te melden dat het de schlager Liebeskummer lohnt sich nicht zou zijn geweest.

Quasthoff, fel: 'Dat is het meest kwalijke interview met mij dat ooit is afgedrukt. Mijn god, wat was ik kwaad. Ze hadden er woorden in gezet als Scheisse, een woord dat ik in een interview nooit gebruik. Neem me niet kwalijk, ze noemden me een reddingszwemmer. Zijn die nou helemaal... Ik kan goed zwemmen, maar reddend zwemmen, het zou iemands verdrinkingsdood betekenen.'

Quasthoff hield er het besluit aan over van een eeuwig 'Nee' tegen televisieprogramma's over gehandicapten in het algemeen, en 'Duitse roddelpers' in het bijzonder. 'Ik ga er niet meer op in. Natuurlijk heb ik een handicap. Iedereen kan zien dat ik het als beroepswielrenner niet ver zal schoppen. Prima. Maar als je met mij praat, dan praat je met een zanger. Niet met een gehandicapte die toevallig ook nog kan zingen.'

Toegegeven, traliebedden houden weinig verband met de liedkunst.

'In zekere zin natuurlijk weer wel', riposteert Quasthoff andermaal. 'De ervaringen die ik gehad heb als klein kind hebben mijn leven bepaald. En daarmee ook mijn manier van zingen. Thuis was het heerlijk, maar op de Sonderschule... Destijds scheidden ze de fysiek gehandicapten nog niet van de geesteszieken. Ik denk dat mijn ouders gelijk hadden toen ze me naar het internaat brachten. Er was geen gewone school die me accepteerde. Dat was ongelooflijk hard voor ze. Ik denk dat ik er belangrijke dingen heb geleerd, waardoor ik nu totaal geen hulp nodig heb. De enige hulp die ik heb is die van de schoonmaakster die zorgt dat het huis op orde is als ik van een tournee terug kom. Ik ben onafhankelijk.

'Om dat mee te maken - dat je in een kamer bent met vijftien kinderen, waarvan tachtig procent met hersenafwijkingen, die schreeuwen en huilen, de hele nacht door. Het is een van de redenen waarom ik nu 98 procent van mijn leven in een opperbest humeur verkeer.'

Grijnzend: 'Ik heb bovendien net een huis gekocht met een zwembad.'

Er is een nieuwe generatie zangers in Duitsland, u bent er wellicht de meest uitgesproken vertegenwoordiger van, die zich toelegt op de esthetiek van de 'stem met de metalige glans'. Het tenorgeluid van Christoph Pregardien klinkt daar ook naar. Zelfs een altzanger als Andreas Scholl heeft het.

'Ik denk dat het niet meer is dan goede carrièreplanning. Ik heb altijd de tijd genomen. Ik heb niet de fout begaan op mijn vijfentwintigste de Elias te zingen of mee te doen aan de Negende van Beethoven. Je moet je stem de kans geven om te groeien. Dan pas krijg je die metalige sound. Ik heb het geluk gehad dat mijn lerares Charlotte Lehmann en haar echtgenoot voorzichtige mensen waren. Ze hebben me geholpen door de eerste jungle van contracten en repertoire.

'Niet forceren, niet forceren. Dat was ook het voornaamste devies van mijn lerares. Gewoon goede techniek. Gebruik maken van alle resonanties die een lichaam kan opleveren. Mijn middenrif en mijn lichaam en mijn hoofd zijn normaal. Er zijn weinig mensen die zingen met hun benen.

Spaarzaam vibrato, nee daar ligt het geheim van de begeerde metaalglans niet, beslist Quasthoff. 'Ik wou wel eens dat ik het vibrato had van Maria Callas, want daar was ik dol op. Nou ja, niet in de hoogte dan. Daar vond ik het minder.'

De overgang van de Sonderschule naar de gewone school was 'keihard', zegt Quasthoff: 'Plotseling zijn er dan kinderen die ''Kijk nou eens'' schreeuwen. Mijn grote bek heeft me geholpen. Die heb ik nu niet meer nodig. Maar de hoofdzaak was dat ik weer thuis kon wonen bij mijn ouders en mijn broer. Dat was de hemel.'

Vader Quasthoff nam het 13-jarige jongenssopraantje mee naar de radio in Hannover. Met verzoek om advies. De herinnering is nog redelijk vers. Quasthoff: 'Duitsland werd in die tijd overspoeld door de zegeningen van Heintje, jullie muzikale ... wonder, dat woord zocht ik. Bij de NDR zeiden ze: ''Mijn god, het Duitse antwoord op Heintje en dan ook nog behindert. Alsjeblieft niet.''. Ik kreeg vijf minuten. Het werden twee uren. Sopraan- en tenor-aria's - Mozarts Königin der Nacht. En ook een baritonstuk. Enfin, ik was zogezegd breed.'

Later zou Quasthoff de NDR-studio's terugzien als nieuwslezer. 'Goed dat het uiteindelijk ook echt bariton is geworden. Het is niet verkeerd om een bariton te zijn.'

Volgend jaar wacht de opera. Voor het eerst. Eindelijk dus. De rol van Rigoletto heeft hij zijn carrière lang glad van de hand gewezen, en hij zal hem ook niet zingen. 'Het is niet eens mijn stemtype. Het is een vrij hoge baritonpartij. En als er iemand níet zit te wachten op een publiek dat naar het theater komt om te kijken hoe een gehandicapte een gehandicapte doet, dan ben ik het.

Het wordt Salzburg. Fidelio van Beethoven. De betrekkelijk kleine rol van Don Fernando. In 2004 volgt Wenen. De grote partij van Amfortas in Wagners Parsifal. 'Simon Rattle heeft me overtuigd. Een zeer goede vriend. Na mijn tournee met de Negende van Beethoven zei hij: ''Tommy, je moet het doen. En ik beloof je, als je opera doet, dan doen we het samen.'' Ik vertrouw hem als mijn broer.'

'Opmaat naar het operaverhaal' is zijn nieuwe cd met de dirigent Christian Thielemann, met aria's van Lortzing, Von Weber, Wagner en Strauss.

Der Wildschütz van Lortzing; Zar und Zimmermann: 'Zeer onderschatte muziek. Ik houd van die opera's, en van de humor die in die muziek zit.'

Webers Euryanthe: ''Wo berg ich mich is een zeer dramatische aria. Zeer lyrisch ook. Geeft de mogelijkheid om een grote hoeveelheid kleuren te laten zien.''

Richard Strauss, Die schweigsame Frau: 'Natuurlijk. Muziek én tekst. Hoor dat toch, ''Wie schön ist die Musik, aber wie schön erst als sie vorbei ist''.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden