En nu weer lief zijn voor mekaar

'Als mijn hond je in je kloten bijt, dan zul je eens wat zien' 'Lachende vrouwen, blote benen, ik durf niet te kijken, alles mag'..

Het is mooi geweest. Negenendertig keer hebben lezers van deze rubriek in de voorbije maanden hun kans genomen om te kunnen weeklagen over het Nederland zoals ze dat van dichtbij kennen, en hier, in deze veertigste en laatste aflevering van NL, breien we er maar eens een eind aan.

Genoeg gemopperd op de buren, op medepassagiers in bus, trein en tram, op asocialen, architecten, tv-presentatoren, lokettisten, fietsendieven en andere ergerniswekkende landgenoten. Genoeg gemekkerd over Hollandse dia-avondjes, Hollandse verjaarsdagsfeestjes, Hollandse onbeleefdheid en Hollandse nieuwbouwwijkjes.

U wordt bedankt. Het was dikwijls herkenbaar, soms fel realistisch, soms aangrijpend, en vaak genoeg leuk, maar nu: bokkepruik af, koppie omhoog, diep ademhalen, en zand erover. Het kan niet altijd gemiezemaus zijn op deze pagina. En er komt vast wel weer eens een andere gelegenheid waarop u loos kunt gaan.

Ruim tweehonderd bijdragen zijn nog blijven liggen. Het merendeel daarvan had best een plaatsje in de reeks verdiend, maar u begrijpt: hoe langer je met die serie doorgaat, hoe moeilijker het wordt om steeds weer 'nee' te moeten verkopen aan al die vlotte Volkskrant-journalisten die die ruimte op hun favoriete pagina dolgraag zelf hadden willen vullen.

Enfin, een forse bloemlezing uit het overgebleven proza is ook niet weg. Het is, moet u maar denken, gezellig leesvoer voor een gewone maandag, en voor hetzelfde geld had u nu uw eigen Nederlandse woonwijk in gemoeten, bij Nederlandse vrienden of familie op de koffie gezeten, of ergens in bureaucratisch Nederland bloedchagrijnig in de rij gestaan. Bestaan er ergere dingen? Neen, concluderen wij steekproefsgewijs. Afgaand op het relatief grote aantal verhalen dat we over die drie onderwerpen binnenkregen, zijn dat bij uitstek de alledaagse plichtmatigheden die het leven hier zo gruwelijk moeizaam maken.

En de ellende begint tegenwoordig al direct op je stoepje. Gerard Wijngaards uit Roosendaal schrok zich tenminste rot toen hij op een ochtend wat ging wandelen in de omgeving en, eenmaal buiten, merkte dat hij figurant was in een horror-film: 'Mannen, vrouwen met honden, al of niet aan de lijn. Ze zijn vreemd uitgedost, ochtendjassen, half open. Bleke benen tonen hun naaktheid. Afgetrapte pantoffels, vorm- en kleurloos. Mannen in trainerspak, fel van kleur, blauw, paars. Op een speelweide verzamelen ze zich, alsof het afgesproken is. Grote, kleine, dikke en schrale honden.'

Maar Wijngaards wil op dat grasveldje ook weer niet de indruk wekken dat hij van een andere planeet komt. Tegen een jonge vrouw met een 'monstrueuze' hond mompelt hij dus bij wijze van beleefdheidsgroet: 'Nou, nou, dat is ook geen kleintje'. En wat krijgt Wijngaards daarop van mevrouw de honde-eigenares ten antwoord? Dit: 'Ja, als die in je kloten bijt, zul je eens wat zien'

Kijk, dat bedoelen we nou. Fijne start van de dag. Fijne mensen. En de stapels post met soortgelijke ervaringen hebben wel uitgewezen dat zelfs in de netste Nederlandse buurten niks meer heilig is. Neem het verhaal van Anne-Marie op het Veld. Die woont in een flat met een eigen vuilcontainers. Elke ochtend wacht ze in de hal van het gebouw op haar carpool-rit, en minstens twee keer per week moet ze dan toekijken hoe een mevrouw uit een andere straat haar vuilniszakken in de container gooit die van de flat is.

Hoe lang laat je zoiets over je kant gaan? Nou. . .? Aha! Mevrouw Op het Veld stapt zodoende naar buiten en vraagt aan die andere mevrouw haar waarom ze haar rommel in de vuilcontainer van de flat gooit. 'En daarop antwoordt zij tot mijn grote verbazing: dat doet toch iedereen??!! Inderdaad, daar heeft ze volkomen gelijk in: sloopafval, oud papier, oude fietsen, afgedankte kerstbomen, gewoon huishoudelijk afval, het wordt allemaal netjes weggebracht naar de dichtstbijzijnde vuilcontainer.

'Dat de bewoners van de flats voor wie die containers eigenlijk bedoeld zijn met hun zakje afval moeten wachten tot de vuilophaaldienst geweest is omdat de container dan heel even helemaal leeg is, daar denkt waarschijnlijk helemaal niemand aan.'

Nog meer typisch Nederlands gesodemieter heb je uiteraard met de verrijdbare vuilcontainer. Dat gedoe met die GFT-bakken, waar meer niet dan wel in mag. Dat personeel op die ophaalwagens - mens, hou op! 'Met grote snelheid worden de containers weggerukt van de stoeprand en aan de vuilniswagen gehangen', meldde ons Jan Bullens over de situatie te Hengelo.

'In enkele seconden is de volle container veranderd in een lege container. Het merendeel landt vroegtijdig op straat, op de rijbaan voor de fietsers en auto's. Een gevaar voor de weggebruikers. Een gemakkelijke prooi voor de fietsende jeugd, die de nieuwe sport van het container-schoppen heeft ontdekt. Wellicht dat hier door de werkgevers wat aandacht aan besteed kan worden.'

Misschien ook dat de kwestie eens op een traditioneel-Hollands verjaardagsfeestje kan worden aangeroerd. Want gespreksthema's, sfeer, gasten noch versnaperingen slagen erin die veelbeschreven gebeurtenis naar een voor NL-lezers aanvaardbaar niveau te tillen. Het eten en drinken tijdens dergelijke, door niet-NL-lezers belegde gezelligheids-bijeenkomsten is namelijk gerantsoeneerd. 1 Gebakje, 1 koekje, 2 glaasjes fris danwel 2 pijpjes inferieur bier van de Prijzenknaller, en tot slot de beroemde Hollandse traktatie: bloemkoolroosjes plus bijbehorende dipsauzen.

Verdi Sluiter uit Arnhem was ooit op een verjaardag van een niet-NL-lezer, en noteerde: 'Er werd onder andere gevraagd naar mijn relatie tot de jarige, mijn werkkring, mijn voertuig, en mijn mening over voetbalclubs en tv-programma's. Foute antwoorden werden afgedaan met ''ieder zijn smaak''. Elders werd een ontvlammende discussie over buitenlanders gesmoord met de formule ''laten we het gezellig houden''.'

Behalve bitter sarcasme, theatrale wanhoop en luimige ironie bracht de PTT het afgelopen half jaar zo nu en dan ook heuse literatuur, waaronder twee odes op Marsman, van respectievelijk Marcel M. uit Dinges (anoniem, want bang voor de literatuurpolitie) en Albert Huberts uit Utrecht.

Denkend aan Holland

zie ik brede mestvaalten

mistig door oneindig

modderland gaan,

rijen ondenkbaar

grauwe zielen

als blinde kemphanen

in de file staan

(enz.)

en:

Denkend aan Holland

zie ik stampvolle bussen

traag langs oneindige

wegen gaan,

rijen ondenkbaar

verkleumende mensen

als druipende wilgen

bij de haltes staan

(etc.)

Dat overweldigende Holland-gevoel, en onze worsteling daarmee lag trouwens aan veel inzendingen ten grondslag. Mooi wel ja, al die tolerantie en properheid, maar gaan we niet te ver? Koos Dijksterhuis, net terug uit Pakistan, meende in zijn stukje van wel:

'Blote benen, lachende vrouwen, korte broeken. Ik durf niet te kijken. Alles mag, alles moet. Oorverdovend klokgebeier op zondagochtend. Vuistneuken in het café op teevee. Iemand doorboort zijn penis met staal in een Amerikaanse talkshow. Close-up. Grensverleggend moet je zijn, vernieuwend, experimenteel.'

Nee, denkt L. Dalen Gilhuys uit Voorburg, we hebben ons als kinderen van de jaren zestig weliswaar afgerekend met de gezagsgetrouwe mentaliteit van vorige generaties, maar wie bij Nederlanders naar binnen kijkt 'ziet in vele gevallen een nog altijd burgerlijk interieur met lederen bankstel en zo'n massief dressoir voor het leven. Voorgekauwd gezelligheids-syndroom. Het namaakfruit is weer in opmars. We eten nog steeds om zes uur.'

Zo worden nog duizend van die clichés over onze truttigheid (we noemen maar wat: verjaardagskalenders op de wc, binnenwippend bezoek kan helaas nooit met de pot meeeten, perzische tapijten als tafelkleedjes) en onze behoudzucht opgesomd, en allemaal zijn ze ongetwijfeld even waar, en het is ook juist daarom dat een geimporteerde Nederlandse als Dominique Girard zo vreselijk van ons en van onze gebruiken houdt. 'Alleen zuurkool met ananas, daar zal ik nooit aan wennen.'

Immigrant Hanns W.G.H. Stadelmann von Escholzmatt ziet van zijn kant weinig reden om enthousiast te blijven. Het is hem droef te moede: 'De absolute afwezigheid van enig nationalisme in dit land, nergens hoor je het Wilhelmus meer. In de VS sluit elk tv-station met het Volkslied. Wat is daar fout mee, waar zijn onze nationale symbolen? Het enige wat wij te zien krijgen af en toe zijn die oranje geverfde voetbalvandalen, omgeven door politie en honden en dat terwijl op straat bijna nooit politie te zien is, nergens, zelf niet in Amsterdam. Wie beschermt wie?'

Maar goed, om kort te gaan, verder hadden onze contribuanten niet zo heel veel echt nare dingen aan hun fiets hangen. Hier en daar was er eens een akkefietje met een junk, een enkeling werd ooit op straat door donkere jongens overvallen, een meisje meldde een genezen geval van anorexia ('met dank aan mijn therapeut'), en voor het overige was het een en al beschaafd ingehouden ergernis (verloedering, openbaar vervoer) en diep zeurende verveling dat opborrelde.

Nog een paar voorbeeldjes. Om het af te leren:

'Een chauffeur laadt zijn bestelauto uit, terwijl een jongetje door zijn moeder tegen de winkelpui te plassen wordt gezet, waardoor de banketbakker een rij geslachtsorganen van chocolade en marsepein etaleert.'

'Rolf Wouters is de exponent van de postmoderne gezelligheid, waarin herkenbare nostalgische elementen het draagvlak vormen voor een zich naar de 21ste eeuw evoluerende gezelligheid.'

'De Nederlandse ambulante gezondheidszorg wordt thans in hoge mate gedirigeerd en afgehandeld door de assistentes. Dames en heren medici en farmaceuten: laat uw over het paard getilde maagden eens een volle wachtkamer of apotheek aandweilen.'

'Waar honden, kinderen en automobilisten, de drie grote plagen van de samenleving, in toom worden gehouden, heb je de zaak onder controle.'

U merkt, we hebben dus nooit eens flink kunnen grinniken. Geeft niet, hoor. Allicht dat het verstandiger was geweest wanneer we daar van tevoren om hadden gevraagd. En, zoals aan het begin van dit verhaal al werd gesteld: nu de professionele, creatieve schrijvers in deze rubriek opnieuw voluit mogen gaan, zal de bevrijdende lach weer spoedig opklateren. Hopen we.

Wim de Jong

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden