En nu nog geschiedenis van de wereld

Sommige canons zijn gewichtiger dan andere en deze canon is een zwaargewicht, zegt emeritus hoogleraar geschiedenis H.L. Wesseling. Maar er is meer nodig dan kennis van de vaderlandse geschiedenis alleen....

Franse ministers van Onderwijs plachten, niet zonder een zekere trots, te vertellen dat zij, als zij om 10.00 uur op hun horloge keken, met zekerheid konden vaststellen dat op dat moment op alle Franse scholen de vierde klas les kreeg in geschiedenis, de vijfde in Latijn, et cetera. En dat in die lessen dezelfde stof werd behandeld. Zo leerden niet alleen de Franse leerlingen dat zij afstamden van de Galliërs, maar maakten ook de jeugdige Afrikanen in de Franse koloniën kennis met ‘nos ancêtres les Gaulois’. Dat noem ik nog eens een canon!

In Nederland heeft een dergelijke situatie nooit bestaan, omdat hier dankzij, of in ieder geval als gevolg van, de schoolstrijd de bijzondere scholen een bijzondere plaats innemen en deze vrij zijn in de inrichting van hun onderwijs. Maar ook deze ware vrijheid luisterde naar de wetten, want het eindexamenprogramma schreef voor alle leerlingen voor wat zij moesten weten. Bij geschiedenis bijvoorbeeld was dat de tijd van de Franse Revolutie tot heden. De lagere school kent geen eindexamen, maar ook daar maakte iedere leerling, katholiek, protestant of ‘niks’, kennis met Willem van Oranje, de Tachtigjarige Oorlog, de Gouden Eeuw, Michiel de Ruyter, Rembrandt, de overwintering op Nova Zembla en dergelijke. Ook dat kan je een canon noemen. Die canon was gebaseerd op een zekere consensus over wat wetenswaardig is van de geschiedenis van het eigen land en van ‘de landen van onze beschavingskring’, om de term uit het handboek van J.S. Bartstra te gebruiken.

Die consensus is later verloren gegaan. Daaraan lagen verschillende oorzaken ten grondslag: nieuwe pedagogische (het kind centraal stellen) en didactische inzichten (zelfwerkzaamheid), maar vooral nieuwe ideologieën als postmodernisme en cultuurrelativisme. Het is echter de vraag of een land, een volk, een ‘beschavingskring’ goed kan functioneren zonder een zekere consensus over het wetenswaardige. Die vraag is al vaak aan de orde gesteld, maar de belangstelling ervoor was gering. Pas nu Nederland, volgens sommigen, wordt overspoeld door een ‘tsunami van moslims’ en ons volk doodsbang is geworden voor de onhoorbaar groeiende macht van Brussel, pas nu zijn de nationale identiteit en de Nederlandse cultuur en dus ook de historische wortels daarvan voor ‘de politiek’ belangrijk genoeg geworden om een onderzoek naar een nieuwe canon te laten verrichten. De opdracht hiervoor werd gegeven aan een commissie onder leiding van Frits van Oostrom en die commissie heeft maandag haar eindrapport uitgebracht.

Er is echter meer nodig dan alleen de vaderlandse geschiedenis. Minstens zo belangrijk is de gedachtevorming over een canon van de algemene, zo men wil internationale, geschiedenis, een opdracht die niet onder de taakstelling van de commissie valt maar waarover zij wel enkele opmerkingen maakt, en die zij wenselijk acht maar ook aanduidt als een ‘krankzinnige onderneming’.

Canons heb je in soorten en maten – er zijn al eerder voorstellen gedaan – maar ze hebben niet allemaal hetzelfde soortelijk gewicht. Sommige canons zijn gewichtiger dan andere en deze canon is duidelijk een zwaargewicht. Hij is opgesteld in opdracht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en komt voort uit een advies van de Onderwijsraad. Gewichtiger kan het niet. De commissieleden zijn kennelijk van hun canon gaan houden, want zij gebruiken een niet gering aantal metaforen. De canon is ‘geen praalgraf, maar levend erfgoed’, ‘geen dictaat maar een gesprek’, ‘een kampvuur’, ‘een cultureel kapitaal met een onschatbaar rendement’ en zelfs ‘een inspirerend fundament’. Dat de commissie over haar taak grondig heeft nagedacht, blijkt wel uit het feit dat deel A, de verantwoording, bijna evenveel pagina’s bevat als deel B dat het resultaat van haar overpeinzingen en discussies bevat. Ze heeft niet minder dan zeventig personen geraadpleegd, veertien keer vergaderd en, zoals zij trouwhartig laat weten, ‘zeer frequent gebruikgemaakt van e-mail’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden