En nu jij, Jeroen

Ordelijk, gedisciplineerd leidt Jeroen Krabbé (56) zijn leven. Hij is rustig, 'uitgebalanceerd' - detaillistisch. Je ziet het aan zijn schilderijen, aan zijn films....

Het was zijn wereldje. De tuin van zijn oma in Bergen, een park eigenlijk, zo groot - de bladeren kan hij zelfs nu nog ruiken. Daar speelde hij als zesjarig jongetje. Veilig. Daar ineens, een roep van bovenaf, of van binnenuit, wie zal het weten: 'Ik word een heel beroemd filmacteur. En ik word regisseur!'

Het is zijn wereldje. De kamer boven zijn atelier in Amsterdam-West, zo hoog - de stilte van de stad kan hij er horen. Hier zit hij als 56-jarige jongen. Veilig. Hier tekende hij hoe The Discovery of Heaven eruit zou moeten zien. Op de manier van Kuifje, held van toen: eerst totaalbeeld, dan medium, en dan een close-up.

De habitat van Jeroen Krabbé: alsof het echt niet anders had kunnen lopen. Roep van bovenaf, van binnenuit, of anders wel vanuit de serre in zijn woonhuis in Amsterdam Oud-Zuid: moeder Margreet kijkt toe, geschilderd door vader Maarten, vader kijkt toe, geschilderd door opa Hendrik Maarten, en ook zoon Jasper hangt er, de vierde in de lijn schilders, een zelfportret.

Predestinatie. . . ja, nou nee, noem het zoals je wilt. Er is íets. 'Heel vaak heb ik, heel raar: dan rij ik op de fiets door de stad, en zie ik iemand. Die pik ik eruit, misschien omdat ie een raar rood jasje aan heeft, en dan weet ik gewoon zeker dat ik die man later op de dag weer tegen zal komen. Heel ergens anders in de stad. Dat heb ik altijd. Dat soort verbindingen leg ik.

'Ik zie het als curieus. Ik was een keer op het filmfestival in Cannes. Zo'n avond met rode loper en al die onzin. Daar zag ik Emma Thompson, tussen duizend fotografen. En toen keek ik naar haar, en ik dacht: ik ontmoet jou nog wel een keer in mijn leven. Op een heel andere manier. Nu bellen we, schrijft ze me, en is ze de vrouw van Greg Wise, een van mijn hoofdrolspelers!'

Het is soms om gék van te worden: want van wie denk je dat hij De ontdekking van de hemel heeft gekregen? Van Harry Mulisch zelf! Op zijn zeventigste verjaardag. Feestje in het Concertgebouw; Jeroen Krabbé mocht, net als Ruud Lubbers en Adèle Bloemendaal, iets vertellen over een boek van de Schrijver (op troon): Hoogste tijd. Daarna eten in De L'Europe, met als toetje een gesigneerd exemplaar van De ontdekking. . .

'Waarom krijg ik van Mulisch dat boek, waarom lees ik het, dat heeft een betekenis. Kennelijk was ik voorbestemd om dat boek te doen.'

Engelen

Religieus bijna. Maar dat is Krabbé zelf 'absoluut niet'. Al heeft hij nu twee films geregisseerd, waarin religie centraal staat: in Left Luggage (1998) zoekt een joods meisje naar de wortels van haar geloof, in The Discovery of Heaven stellen engelen alles in het werk om de Tien Geboden terug in de hemel te krijgen.

'Ik kán niet geloven. Ik heb het wel eens geprobeerd: hoe zou dat dan zijn? Over hogere machten denken - ik kom er nergens mee. Ik weet ook niet waar die man of die vrouw woont, of hoe hij of zij eruitziet. En dan ook het gemak waarmee mensen zich achter het geloof verschuilen. Het zalvende gelijk van zo'n Andries Knevel maakt me echt onpasselijk.'

Vriendschap en gehechtheid, daar gaat de film óók over. In The Discovery of Heaven over Max (Greg Wise) en Onno (Stephen Fry) dus, voor wie Mulisch zelf en zijn vriend/alter ego Hein Donner, de schaker, model stonden. 'Zo'n vriendschap herken ik zelf niet. Dat intellectuele floretgevecht heb ik nooit gehad. Mulisch en Donner waren net een Siamese tweeling. Onafscheidelijk. Mensen waren doodsbang voor ze omdat ze zo scherp en retesnel waren met hun opmerkingen. Scherp met vrienden discussiëren, dat heb ik helemaal niet.

'Wat me aansprak is dat onvoorwaardelijke, die onvoorwaardelijke vriendschap. Niet eens omdat ik het persoonlijk niet zou hebben. . . of wel zou hebben, maar gewoon. . . omdat ik dat zo. . . ik vind dat in klassiek opzicht zo'n mooi soort. . . je vindt dat in de Griekse tragedie, je vindt het bij Shakespeare. . . het is zo mooi dat het eigenlijk niet kan.'

Meestal heeft hij zijn woorden klaar. Bij de geldschieters van de c.v., goed voor bijna 30 miljoen: 'Zonder u. . .' Bij een cameraman: 'Je lijkt meer op een taxichauffeur.' Bij de kantinejuffrouw van Ivo Niehe: 'Ja schat. Dankjewel.' Bij de tv-regisseur, ooit zijn chauffeur, buurtgenoot: 'Joh, je moet niet naar die groentenjuwelier gaan. Je moet naar Doodeman. Dat zijn ook zulke aardige mensen.' En bij Niehe zelf. 'Wees slim, geestig en modern', maant zijn vrouw Herma hem in de woonkeuken voor hij het pand verlaat voor de opnamen van de TV-Show. Maar dat wist hij al ('Hm, modern, modern. . .')

Maar soms speelt hij met zijn bril op tafel, plukt hij virtuele pluizen weg van zijn broek, of slaat hij zijn handen voor zijn gezicht. Alsof hij daar de route naar de hoofdweg weer kan vinden. Geen hidden agenda - orde. En het juiste ritme: on-ge-lo-fe-lijk, héél bij-zon-der, ont-zet-tend knap.

Man van orde. Een man die thuis op de salontafel een lijstje van tv-zenders naast de afstandsbediening heeft liggen en nog weet dat hij bij toneelgroep Centrum in 1965 precies 314 gulden 43 per maand verdiende, dat kan terugvinden in een van zijn 'tweehonderdzoveel' plakboeken.

Een man die maandenlang werkte aan een storyboard van 2065 scènetekeningen (hij heeft ze geteld), en al die tijd een Japanse stempel met de tekst 'Complete. Perfect. The End' klaar heeft liggen op tafel, gekocht in Tokio. 'Dan weet ik dat het op een dag voorbij zal zijn.' Het Japanse karakter siert nu in rode inkt de laatste bladzijde.

Het is 'de gelukkigste periode' uit de afgelopen twee jaar. 'Dan maak ik mijn ideale film, het is de periode waarin alles nog kan.' Shot voor shot zit de film in zijn hoofd; dialogen speelt hij alvast in zijn eentje. 'Maar er zit een hoop tussen droom en werkelijkheid, en ik ben niet zo goed in concessies doen.'

Stephen Fry - die wilde hij dus ab-so-luut erin, ook al vond verder iedereen dat ie vooral te boek staat als een uitgesproken nicht. Maar toch: hij erbij, anders helemaal niks. 'Briljant intelligent is Stephen, toen ik hem zag, was ik na dertig seconden verkocht.'

Probleempje: de seksscènes. 'Fry heeft sinds zijn geboorte geen vrouw aangeraakt; dan moet ie overgeven, zegt ie zelf. Maar ik was er absoluut van overtuigd dat hij me uiteindelijk zou vertrouwen. Ik ben godverdomme al 36 jaar acteur, of langer, en ik laat me niet door iemand anders vertellen hoe iets gespeeld moet worden. Dat weet ik verdomde goed.

'Het is een goed startpunt met acteurs: ik ben ook acteur. Ze spreken mijn taal. Ik moest ook in films bloot; ik heb liggen neuken hier, liggen neuken daar. Ook ik vond het altijd verschrikkelijk.'

Kleurrijk

'Ik ben ultimate zorgvuldig en detaillistisch. In mijn regie en in mijn schilderijen. In ben een heel uitgebalanceerd iemand, die rustige dingen doet - dat kun je in mijn schilderijen zien. En: ik ben een heel kleurrijk iemand. De composities van mijn schilderijen kloppen tot op de millimeter. Ik begin met het idee in houtskool, dan zet ik het op zijn kop en dan ga ik het schilderen. Als ik het gewoon doe, gaat het te veel lijken op wat het moet zijn. Dan wordt het te letterlijk. Tja, het is natuurlijk ook gewoon een ritueel.'

Het dwangmatige, hij weet het. Maar kijk, eens in de twee jaar een expositie in de Francis Kyle Gallery in Londen, het moet ook wel áf. December weer een. Dus stapt Krabbé op de dag dat 'Atelier' in zijn agenda staat op zijn fiets, en is hij klokke 9 in het atelier waar vroeger Breitner werkte, met een raam van zes bij zes uitkijkend over het oude W.G.-terrein. Een Gronings landschap. Marokko, waar hij tijdens filmopnamen tijd had om 'enorm te gaan zitten schilderen'. Kreta, een negenluik.

'Het is heel beangstigend: die schilderijen zijn zo ongelofelijk succesvol in Londen. Het is altijd uitverkocht, er zijn mensen die mij verzamelen. Een Krabbé doet nu héél veel. Een klein schilderij begint op, schrik niet, negenduizend pond. Da's heel veel geld, 40 duizend gulden of zo. Grote schilderijen gaan weg voor 120 duizend gulden. Ik vind het een beetje gênant. Misschien ben ik wel de beste verkopende, een van de duurste nog levende schilders in Nederland - op Karel Appel na. Nou ja, een portret van Herman Gordijn doet ook een paar ton, maar die doet er dan ook bijna een jaar over.

'Ik voel de zwaarte van die bedragen. Voor een rol in een film vind ik het normaal. Zeker in Amerika, dat gaat met honderdduizenden dollars tegelijk. Dat ik zoveel geld krijg voor iets dat ik leuk vind. . . Het is toch hartstikke leuk om in The Fugitive te staan, met Harrison Ford, en daar betalen ze ontzettend veel geld voor.

'Fanmail over schilderijen koester ik. Fanmail omdat je in The Living Daylights zit, is minder bijzonder, dat komt in stapels van over de hele wereld. Ik schrijf nog steeds terug hoor, eens in de zoveel tijd. Vroeger als kind heb ik het zelf geprobeerd bij Stan Laurel en Oliver Hardy, en ik heb nooit iets teruggekregen, dat vond ik zó erg. En ik heb de koning van Engeland geschreven of ie postzegels voor me had. Niks gehoord, en toen ging ie nog dood ook, geloof ik.'

Goeroe

Schilderen. Ach, eigenlijk moet je er niet over praten. Dat deed Melle, schilder/tekenaar, leermeester en goeroe, ook niet. 'Fantastische man', had filosofieën waar Krabbé nu nog mee leeft: 'Je moet nooit over Meppel naar Parijs.' En: 'Je moet nooit op je faillissement doorgaan. Als je voelt dat je fout zit, hup, weg, opnieuw.'

Die ene keer. 'Ik was hier aan het werk, hij kwam binnen. ''Mag ik effe kijken?'', vroeg hij. ''Het ken een woest goed schilderij worden, jongen. Maar er mot wel een bos achter dat vrouwtje.'' Ik kon het niet, dus dat zou hij wel even doen. En toen maakte hij in een kwartier een soort herfstwoud, en een meer met een bootje en vissers en weerspiegelingen. Toen veegde hij alles weer weg, en zei: ''En nu jij!'' Dat is een van mijn diepste waarheden. Uiteindelijk moet je het allemaal zelf doen.'

En nu Jeroen!

Wat vroeger vooral betekende: en niet Tim, zijn broer, die hij nu enkel nog op verjaardagen ziet ('hallo hallo, en dan praten we wat'). Die eeuwige strijd, vermoedelijk 'de belangrijkste drive' in zijn leven. 'Ik kon niks als kind. Helemaal niks. Alleen tekenen en toneelspelen, maar daar had ik niks aan. Ik was de domste van de klas, ging voorwaardelijk over, of met de hakken over de sloot, ging naar de mulo, was dik en lelijk. Tim, 20 maanden ouder, was hyperintelligent, knap, had overal succes. Hij hoefde zelfs de eerste klas van de lagere school niet te doen, ging op zijn zesde meteen naar de tweede. Op zijn elfde zat hij al op het lyceum. Onbereikbaar.'

En nu: 'Grappig. Tim heeft ook een film uit. Die ga ik zo snel mogelijk zien.'

Klappen

De wereld is voor hem gaan klappen, maar dat wist hij. Veertig jaar geleden is het al dat hij auditie deed voor de toneelschool bij Ank van der Moer ('de heldin uit mijn jeugd'). En los was hij. Mary Dresselhuys ('van haar heb ik de geheimen van het spelen geleerd'), Guus Hermus ('hij heeft me onder zijn hoede genomen'), Whoopi, Timothy, Barbra, limo's en presidentiële suites ('toegegeven, ik heb me er in gewenteld').

En een Mijnheer Mulisch die allerlei buitenlandse aanbiedingen had voor De ontdekking van de hemel, maar gewoon tegen Jeroen zegt, en tegen producent Ate de Jong en scriptschrijver Edwin de Vries: 'Ik denk dat jullie het maar moeten doen.'

Krabbé neemt het applaus gaarne in ontvangst. En zo niet, dan toch.

'Ik zei tegen Stephen Fry: we gaan iedereen versteld doen staan. Wat uiteindelijk ook gebeurd is.'

'Emma Thompson racete na de film naar me toe en omhelsde me: ''Dit is de allermooiste rol die Stephen ooit gespeeld heeft, en dat komt door jou.'''

'Ik heb gezag als regisseur, dat merk ik enorm.'

'Misschien dwing ik af dat de sfeer goed is.'

'Iedereen vond het zo'n goed script, en het waren zulke goeie rollen - dan kun je iedereen krijgen die je wilt.'

Met kritiek kan Krabbé 'goed, maar niet héél goed' omgaan. Maar zelfverzekerd, 'nee, niet'. 'Mijn absolute leeftijd is zestien, daar ben ik nooit overheen gekomen. De ingebrande onzekerheid die ik had op mijn zestiende is nooit weggegaan. Het is het eerste gevoel dat terugkomt als iets niet lukt. Waarom doe ik dit eigenlijk, wat is het? Bij The Discovery of Heaven denk ik niet: dat heb ik goed gedaan, ik denk: daar ben ik goed doorheen gezwijnd.'

'Het is waarschijnlijk de allerbeste bron van kunst. Het is de zuiverste bron, die angst, dat je maar doet alsof, voelt dat je het niet helemaal in je macht hebt. Maar kennis en vakmanschap kunnen het de goede kant op sturen.'

Krabbé haalt liever zichzelf onderuit, voordat iemand anders het doet. 'Ik kan mezelf alleen in kleine kring op de hak nemen. Ik zet mezelf altijd op de tocht. Als ik dat in grotere kring doe, heb ik het gevoel dat het tegen me gebruikt zal worden. Mijn dwingendheid bijvoorbeeld - een goeie eigenschap voor een regisseur, maar het is ook een vervelende eigenschap. Ik ben heel doordrammerig. Daar praat ik alleen over tegen mensen die ik tweeduizend procent vertrouw.'

Zelfbescherming

'Woody Allen vind ik adembenemend. Hij kent zichzelf zó goed, kan zichzelf zó goed op de hak nemen, kan scherp laten zien hoe krankzinnig zijn omgeving is - dat getuigt van een hoge intelligentie. Het is een zelfbescherming, natuurlijk. Vooral voor joden. Tuurlijk, wat moet je anders? Mensen die in een hoek worden gedreven grijpen naar humor en zelfspot. Dat doe ik ook. Altijd. Alleen niet tegen Herma, die kent me sinds mijn negende.'

Zijn moeder, de vertaalster Margreet Reiss, nu in de tachtig, is joods. Vader Maarten, in de negentig, niet - 'daarom leef ik nog'. Ooit heeft een tante van hem uitgerekend dat 81 familieleden zijn omgebracht.

Auschwitz. Hij móest er nu heen, voor een scène met Greg Wise. Jaren geleden is Krabbé eens gevraagd de rol van kampcommandant te spelen in een prestigieuze Amerikaanse serie, maar nee: altijd geweigerd. Daar was hij nog niet aan toe.

Maar, vindt hij, als acteur kun je het weigeren, als regisseur kies je ervoor. Dus ging hij, met privévliegtuig, want het moest plotseling. 'Zo'n discrepantie. Absurd. Niet dat ik in een beestenwagen erheen zou moeten, maar '

Daar stond hij dan ineens op Het Perron, met een tas vol tulpen. 'Ik heb geloof ik zelden zo'n klap gekregen. Het is véél erger dan je denkt.' De vitrines met haar en tandenborstels, maar ook het vrolijke houtsnijwerk in een huisje van Mengele op het perron. 'Daar heb ik tien minuten naar staan te kijken. Daar is dus iemand geweest die dat huisje heeft ontworpen en het wel gezellig vond om daar iets leuks van te maken.'

Blij dat hij er moest werken. Maar 's avonds, op de rand van het bed, bellen naar huis: drie kwartier snikken. 'Ik kon het niet uitleggen aan Herma. Later kreeg ik een sms-je van mijn jongste zoon Jakob, toen een van Martijn, en van Jasper. Ik heb ze bewaard in mijn telefoon. Ze begrepen allemaal hoe serieus het was.'

Het gezin - met tv-ster Martijn (32), schilder Jasper (31), student vrijetijdskunde Jakob (18), aanhang en twee kleinkinderen: het is met zijn allen tegen de rest. Of: de rest tegen de groep. Zo voelt het. Sinds halverwege de jaren tachtig, toen Jeroen in Amerika 'van de ene high profile film naar de andere film' ging.

'We hebben ons echt nooit laten voorstaan op die sterrenstatus die ineens in mijn schoot werd geworpen. Helemaal nooit. Maar we hebben veel vrienden verloren, ineens waren ze weg. Kwamen ze niet naar ons 25-jarig huwelijk. Heel gek.'

Koffer

'Ik heb de familie vervreemd van onze gewone vriendenkring. Het leven stond in het teken van een koffer die in- of uitgepakt werd. We zijn letterlijk in een isolement gekomen.'

Een 'diepe' relatie heeft hij met Ate de Jong. Maar dat is niet iets van even samen naar de kroeg ('hij drinkt alleen maar water'), dat is lekker samen eten, en dan is er altijd ook wel iets over het werk te bespreken. Met een andere vriend heeft hij de Eetclub - 'samen een beetje Johannes van Dam spelen'.

'Ik ga nooit uit. Soms ga ik 's middags naar de bioscoop, in m'n eentje. Ik ga helemaal nooit naar de kroeg, helemaal nooit. Vaak fiets ik langs café De Gruter, op de hoek, en dan zie ik al die leuke mensen daar gezellig staan. Ik zou er wel bij willen staan, maar ik weet nooit wat ik dan moet doen.

'Guus Hermus was ook zo. Vroeger begreep ik dat niet. Guus ging dus nooit naar een andere voorstelling, Guus ging nooit uit, Guus zat nooit in de kroeg, Guus ging nooit naar een restaurant. Nu pas begrijp ik waarom. Ik ga het liefst om negen uur naar bed. Morgen moet ik dat en dat doen, daar zijn mijn hersenen mee bezig. Ik denk dat het ouderdom is. Ik ben nu 56, ik kan misschien nog tien à dertien jaar filmen. Ik kan er dus nog twee maken.'

'Dat is ook het enige wat ik belangrijk vind: dat wat ik máák. Vanochtend dacht ik nog: het kan me geen fuck meer schelen hoe ze me vinden als persoonlijkheid. Vroeger vond ik het heel belangrijk om door iedereen aardig gevonden te worden. Dat is nu minder. Het is net of ik steeds meer op mezelf raak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden