En ineens was Henk zwerver

De nu 67-jarige Henk leidde een doorsneeleven: 32 jaar met dezelfde vrouw; twee kinderen; 42 jaar werkzaam als leraar; dirigent van het plaatselijke harmonieorkest....

Als hij stevig doorloopt, is hij misschien net op tijd. Het concert in de Amsterdamse Stopera begint om half één, zoals elke dinsdagmiddag. Henk heeft dus nog een klein kwartier om van de Warmoesstraat naar het Muziektheater op het Waterlooplein te komen.

In marstempo stapt hij met zijn korte benen door de Damstraat, over de Oudezijds Voorburgwal, richting de St. Antoniebreestraat. Per tram of taxi zou hij het concert makkelijk halen. Maar Henk (67) heeft geen cent meer op zak. Al vier jaar niet.

Wel heeft hij de juiste schoenen voor een pittige wandeling. Een soort legerkistjes zijn het, maar dan laag en grijs in plaats van hoog en zwart - en tweedehands. Op zijn rug draagt hij een vaal blauw rugzakje. Daarin zitten de boterhammen die hij vanochtend heeft gekregen van het klooster van de Zusters Augustinessen.

'Even een beetje cultuur opsnuiven', zegt Henk, terwijl hij met licht gebogen rug over de grachten kuiert. 'Heb ik meteen weer eens wat andere mensen om me heen dan normaal.'

Henk houdt van klassieke muziek. Niet van modern gepriegel, maar gewoon van Mozart en Beethoven. 'En Romantiek vind ik ook wel mooi.' Als dirigent van het harmonieorkest in Heiloo heeft hij wel eens de maat geslagen bij bewerkingen van Offenbach. 'En de ouverture Egmont van Beethoven hebben we ook gedaan.' Maar dat was in zijn vorige leven, toen hij nog getrouwd was en normaal de kost verdiende als docent Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde op de plaatselijke lts - kortom: toen alles nog koek en ei was en hij niet in gebruikte kleren in Amsterdam op straat leefde.

(Hij wil dan ook liever niet met zijn achternaam in de krant; een omwenteling zoals Henk die meemaakte, is bepaald geen aanleiding voor grote trots.)

'Met die harmonie van Heiloo ben ik nog een keer op televisie geweest', zegt hij in het zicht van de Stopera. 'Dat was bij Wedden dat?, met Jos Brink. Ik kende iemand die daar werkte, en die had eens een act gezien waarbij een orkest met veertig man in een vrachtwagentje dook en ondertussen ook nog muziek kon maken. 'Is dat niets voor jullie?', vroeg die man. Ik zeg: we kunnen het allicht proberen.'

Zaten ze een paar weken later met de harmonie in de televisiestudio van Joop van den Ende. Binnen twee minuten moesten ze vanuit een gereedstaande bestelwagen een enigszins fatsoenlijk stukje muziek laten horen. 'Volgens mij sloot Bas de Gaay Fortman destijds zogenaamd die weddenschap af. Dat hadden ze hem natuurlijk gewoon ingefluisterd.'

De deuren van de Boekmanzaal gaan bijna dicht wanneer Henk als een van de laatste bezoekers naar binnen glipt. Het is volle bak vandaag in de Stopera, alle 150 stoelen zijn bezet en ook eromheen staan toeschouwers. Henk, sinds zonsopgang al op de been, bietst een extra stoel bij de portier en posteert zich met een vermoeid zuchtje tegen de rechterwand.

'Hè hè, we zitten.' Hij hoopt op een kwartetje, of een fluitsolootje, of anders een klarinettist, want klarinet heeft hij zelf ook gespeeld. Maar het wordt iets Japans - weliswaar met piano en sopraan, maar ook met exotische instrumenten als de shakuhachi, een Japanse bamboefluit, en de shamisen, een snaarinstrument dat volgens Henk het meest wegheeft van een mislukte gitaar.

'Dit zal niet meevallen', voorspelt hij. Nou ja, het is in elk geval prettiger tijdverdrijf dan 'een beetje doelloos door de stad banjeren'. Nu is hij tenminste weer een uurtje van de straat. Henk zakt ontspannen onderuit en slaat zijn armen en benen over elkaar. Hooguit een kwartier duurt het, voordat hij in de slaapwiegende warmte van de drukbezette zaal, tijdens een stuk voor piano en sopraan, zijn ogen sluit en langzaam indut.

Vloerbedekking

Hij had er genoeg van om zijn ex-vrouw nog langer alimentatie te betalen. Na 32 jaar samenzijn waren Henk en zijn echtgenote tot de slotsom gekomen dat hun huwelijk 'op' was. En hoewel die relatie volgens hem op geen enkele manier te redden viel, heeft de scheiding er bij Henk stevig ingehakt. Het is namelijk al met al 'een aardig lange tijd', 32 jaar.

De echtelijke breuk maakte hem een beetje negatief, hij raakte een beetje de weg kwijt. 'Op een gegeven moment denk je: waar ben ik eigenlijk allemaal mee bezig? Ik had ook ineens genoeg van het rolmodel dat ik altijd als leraar had moeten zijn. Ik vond het allemaal wel mooi geweest.'

Na 42 jaar als leraar voor de klas te hebben gestaan, stopte Henk met werken en ging hij met de vut. Maar hij bleef wel verantwoordelijk voor de afbetaling van de gezamenlijke koopwoning, waaruit hij na de scheiding was vertrokken. Dat begon te steken. 'Mijn ex ging meer verdienen dan ik, terwijl zij in het huis was blijven wonen en ik ook al de huur van mijn eigen woning moest betalen.' Het leidde tot 'grote perikelen rond de alimentatieregeling' - ook al omdat hun twee volwassen zoons beiden een baan hadden, 'dus voor hen hoefde ik het ook niet te doen'.

Uit wrok liet Henk 'de boel bewust in de soep lopen', zodat hij geen alimentatie meer kón betalen. Zijn spaargeld, zijn pensioen, alles draaide hij er doorheen. Niet voor de lol, o nee, 'uit boosheid en frustratie' - al heeft hij er uiteindelijk ook wel plezier aan beleefd. Op de Wallen heeft hij inmiddels diverse kennissen - laat hij het maar zeggen zoals het is.

Toen hij ook de huur van zijn woning niet meer kon betalen, stond Henk op straat. De eerste drie, vier maanden sliep hij in de openlucht, gerold in een 'groot stuk vloerbedekking' in een plantsoentje in Amsterdam- Noord. Via het Leger des Heils vond hij onderdak bij het christelijke opvangcentrum 't Lichtpunt. 'Maar er gold een beetje een drilsysteem. Je moest er bijbelstudie doen, wat ik niet deed. Daar kreeg ik de hele tijd trammelant over.'

Op een van de vrolijk betegelde bankjes op de Nieuwmarkt kwam hij in contact met 'een junkvrouwtje'. Zij bleek uitgerekend op de school te hebben gezeten waar Henk les had gegeven. Zij nam hem in huis, wat goed ging totdat zij weer ging 'hosselen' en de huur niet meer betaalde.

Nu slaapt hij al weer een jaar of drie op een kamertje bij 'een mannetje' in Amsterdam- Noord. Gratis en voor niets - ja, mazzel heeft hij altijd wel gehad. Henk 'liep tegen hem op', opnieuw op de Nieuwmarkt. 'Ik had hem al eens eerder gezien en gesproken. Dus dan vertel je een beetje over je situatie. En na een tijdje zei hij dat-ie onderdak voor me had - uit goedheid, zou je kunnen zeggen. Ik zei eerst: 'Man, dat kun je toch niet doen, je weet niet eens hoe ik zal reageren.' Maar hij zei: 'De manier waarop jij praat, dat vertrouw ik wel.''

Henk is er zo weinig mogelijk, op zijn kamer. 's Ochtends staat hij om 7 uur op en gaat hij de deur uit, 's avonds is hij niet voor tienen terug. Anders komen de muren op hem af. En hij wil 'het mannetje' zo min mogelijk voor de voeten lopen. Daarom neemt hij ook nooit iemand mee naar zijn kamer. 'Stel dat ik me ga bemoeien met dingen waarmee ik niks te maken heb. En als dat verkeerd valt... Ik ben natuurlijk volkomen van hem afhankelijk. Als hij er genoeg van heeft, heb ik geen slaapplaats meer.'

Zweefvliegtuigje

In een eenvoudig pand op de Oudezijds Voorburgwal schenken Dirk en Heidi Kuijt koffie met koek aan Amsterdamse daklozen. Dirk en Heidi zijn vrijwilligers van de stichting stadsevangelisatie, die de hulpbehoevende medemens bijstaat met het project AHA, wat staat voor Amsterdammers Helpen Amsterdammers.

Onder tl-lampen staan een stuk of vier tafels met stoelen, rechts is een keukentje waar Heidi koffie zet en in de werkplaats achterin tracht Dirk de bezoekers met knutselactiviteiten 'geïnteresseerd te maken in andere dingen dan alleen hun eigen gedachtengang', maar dat is vrij moeilijk.

'Ik ben nu met een dakloze een zweefvliegtuigje aan het maken', zegt Dirk, een aimabele vijftiger met grijswit haar, 'maar de dakloze komt niet meer, dus nu zit ik met dat vliegtuigje.'

Ook Henk is de afgelopen jaren nog niet bij Dirk in de werkplaats geweest. Henk is geen knutselaar, weet Dirk. 'Henk is een koffiedrinker.'

Hij is zojuist binnengekomen. 'We hebben onze culturele snuif weer gehad', zegt Henk.

'Was het wat?', vraagt Bert, die tot dan toe aan tafel in stilte zat gebogen over een sudoku- puzzel uit een van de gratis kranten.

'Ach, wist ik veel dat er zo'n Japanse toestand was', zegt Henk, waarna hij een een mauwende kat nadoet.

'Is wél leuk joh!', zegt Heidi opgewekt.

Bert grinnikt.

Hij kent Henk al een jaar of drie. Ze ontmoetten elkaar 'in het wereldje': een stuk of acht inloophuizen en opvangcentra waar ze bijna dagelijks kunnen aankloppen voor koffie, brood, soep, kleren en af en toe een warme maaltijd. Hoewel Bert, die in werkelijkheid anders heet, met zijn 54 jaar ruim twaalf jaar jonger is dan Henk, trekt hij geregeld met hem op. Ze hebben namelijk veel gemeen: níét verslaafd aan drank of drugs, níét mentaal in de war en, vooral, níét op hun achterhoofd gevallen.

Je hoort het aan de minidialoogjes die ze samen voeren. Zegt Henk, lezend in Spits!: 'Da's ook een figuur, hè, die Chávez. Gaat gewoon per decreet regeren.' Antwoordt Bert achteloos: 'Ja joh, die gaat keihard de kant van Castro op.'

Als een goedmoedige vrijwilliger zoute koekjes bij de koffie aanbiedt, reageren ze als een geolied duo om te lachen.

'Koffie met zoute koekjes, dat is toch geen combinatie!', schmiert Henk dan verontwaardigd. 'Serveer je dat thuis ook?'

En Bert vervolgt dan quasiserieus: 'Daar hoort natuurlijk iets óp. Een lekker stukje camembert of zo. In deze vorm zijn het zogenoemde ggw-koekjes.'

Samen: 'Gezien, gelachen en weggegooid!'

Gezond verstand

Bert heeft 'voor Shell de hele wereld afgereisd op zoek naar olie'. Dat verleden schept in elk geval intellectueel gezien een band met een oud-leraar als Henk. En ja, dat hij hier nu bij Heidi en Dirk aan de koffie zit, bewijst helaas dat ook hij maatschappelijk diep is gezonken - en eveneens na gedoe in de privésfeer.

Veel wil hij er niet over zeggen; wel dat het 'iedereen kan overkomen'. Hoe? Bert schuift zijn stoel recht. Voor wie getrouwd is, heeft hij een pakkend gezegde: 'Stel je maar eens voor hoe het is om op een ochtend te merken dat de bakker en de post vele malen 's nachts bezorgen en dat je wordt afgelost.'

'Ja, da's een mooie', oordeelt Henk. Bert: 'Kijk maar eens wat je dan doet. Stuur je vrouw en kinderen het huis uit? Of ga je zelf? Natúúrlijk ga je zelf. Maar dan moet je wel goed verdienen, wil je maandenlang een hotel kunnen betalen. En dan ben je er al heel dicht bij hoor. Héél dicht bij.'

Henk staat er nog steeds versteld van hoe snel hij aan de grond zat. 'Binnen een jaar was het voor mekaar hoor, tjongejonge.' Zelfs hij, tot voor kort de personificatie van de brave, werkende Nederlander, kon eindigen in de smoezelige hoek van dak- en thuislozen. En zo zijn er alleen in Amsterdam alleen al tientallen, weet hij.

Bert: 'Er lopen advocaten, theologen, geneesheren.'

Gek genoeg bestaat er voor dit type daklozen nauwelijks hulp, meent hij. 'Mijn probleem is dat ik geen probleem heb', zegt Bert. 'Ik ben bij praktisch alle instanties geweest, maar je wordt óf aan het lijntje gehouden, óf ze zeggen gewoon: je moet het zelf maar doen want jij hebt gezond verstand.

'Vorige week nog: ik had gehoord dat in een van de inloophuizen een woonproject was gestart, en daar wilde ik me voor opgeven. Kom je niet voor in aanmerking, hoor je dan, want het is alleen voor psychiatrische patiënten. Zo is het altijd, overal, telkens weer. Ik kan het ook wel begrijpen, hoor. Op allerlei verslaafden en psychoten en malloten zit een vette subsidie. Wij mankeren niets en horen niet in de AWBZ thuis. Er valt door die instanties geen cent voor ons te vangen. Het is eigenlijk zo logisch als maar zijn kan.'

Drank en drugs

Hij loopt met Henk naar buiten om even een shagje te roken dat ze van Heidi hebben mogen rollen.

'Kom je ook?', vraagt Henk vanaf de voordeur aan Heidi.

'Ja, ik kom, ik volg je. Ik volg de ster.' 'Follow the leader!', roept Bert. 'Het is zo'n schatje', fluistert Heidi wanneer Henk buiten staat. 'Heidi vindt het allemaal schatjes', zegt haar man Dirk.

In elk geval vormen Henk en Bert een contrast met de morsige figuren die alle gêne over hun situatie zijn kwijtgeraakt en zich openlijk verliezen in drank en drugs. Net aangekomen in Amsterdam, viel Henk van de ene verbazing in de andere. 'Ik wist niks. Ik was een nul, een boertje van buut'n. Je hebt er wel van gehoord, maar als je dat van zo dichtbij ziet gebeuren, denk je toch: tjongejonge, wat een rotzooi. Ik ben hier 's avonds weleens gaan lopen om te kijken wat er nou allemaal waar was van die verhalen.'

Veel bleek waar. Zat hij als keurige oud-docent op zijn favoriete bankje op de Nieuwmarkt, vielen de verslaafden letterlijk tegen hem aan in slaap. Rookten 'die meiden' hun pijpje, waren er politiecontroles. Werden ze weggevoerd. 'Op de Zeedijk heb ik wel meegemaakt dat dealers en gebruikers hun bolletjes gauw in hun mond stopten als er politie aankwam. Moesten ze hun naam noemen - en dat lukte natuurlijk niet. Werden die monden echt opengewrongen, zodat die bolletjes eruit rolden.'

Zelf is hij nooit gevlucht in de roes van verdovende middelen, zegt Henk. 'Het is me wel aangeboden, hoor. Maar ik heb nooit de behoefte gehad. Ik zoek mijn eigen weggetje. Dat is in zekere zin mijn behoud geweest. Je moet je niet te veel vergalopperen.'

Wat dat betreft is honger lang niet het grootste probleem van een dakloze, zegt Henk. 'Je moet in Amsterdam moeite doen om te verhongeren. Dat daklozen in vuilnisbakken moeten wroeten, zoals sommige mensen denken, is een overdreven voorstelling van zaken. Er zijn genoeg adressen waar je terecht kunt.'

Bert zuigt aan zijn sigaret en knikt. 'De grootste moeite is, om ondanks alles enig fatsoen te bewaren en er zo netjes mogelijk uit te blijven zien. Zodat ze, als ik de Bijenkorf inloop, niet aan mij kunnen zien: hé, een dakloze. Is moeilijk hoor. Scheren in een kerk, bijvoorbeeld, waar een toilet is: dat moet je zo doen dat het niet jan en alleman opvalt, anders kom je er de volgende keer niet meer in.'

Natuurlijk ligt het gevaar op de loer dat je na de zoveelste keer denkt: laat maar hangen. 'Maar als je dat laat gebeuren, kom je er nooit meer uit.'

Zelf lijkt Bert de uitgang te hebben gevonden. Sinds drie weken heeft hij een baan als nachtportier in een keurig hotel in het midden van het land. Gevonden via internet. Eerst durfde hij geen ja te zeggen. Er lagen zoveel obstakels op de weg. Hoe kwam hij aan een ordentelijk kostuum? Hoe kwam hij überhaupt zonder inkomen dagelijks van Amsterdam naar zijn werk?

'Maar ik heb tegen mezelf gezegd: die baan pakken en vervolgens probleem voor probleem oplossen op het moment dat je er tegen aan loopt. Dat bevalt prima. Want het gekke is: alle problemen die ik tegenkom, laten zich eigenlijk zonder al te veel moeite oplossen.'

Van de week werd hij zomaar gebeld door een collega. 'Ik dacht: shít, dit is leuk! Dit is jaren niet gebeurd. Dat ik word gebeld: Bert, je bent er niet vandaag, maar ik heb een dvd'tje van Paul Simon voor je meegenomen en dat heb ik daar en daar neergelegd. Zo'n telefoontje is bijna onbetaalbaar.'

Schuldenvrij

Ook Henk heeft de draad van het normale leven weer bijna opgepakt. Hij heeft zich gecommitteerd aan een regeling waarmee hij zijn huur- en alimentatieachterstand afbetaalt met zijn maandelijkse AOW en pensioen. Nog een maand of drie, schat hij, dan is hij schuldenvrij en kan hij op zoek naar een fatsoenlijke woning - en wie weet een orkest, al vindt hij een bezoek aan het literair jazzcafé van Heiloo op dit moment goed genoeg. 'Andersoortige contacten dan ik nu heb, daar gaat het straks als eerste om.'

Hun peuk is op. Henk en Bert duiken weer de warmte in van de stichting stadsevangelisatie. Daar wachten nieuwe gratis kranten met onopgeloste sudoku's en kruiswoordraadsels. Ze zullen die krengen straks in hun nieuwe oude leven nog gaan missen. 'Nou, breek me de bek niet open', reageert Bert. 'Ik doe die sudoku's alleen maar om de tijd te verdrijven, en om die grijze massa hierboven een beetje te laten werken, dat kan nooit geen kwaad.'

Hier moet Henk hem corrigeren. 'Je bedoelt: het kan nooit kwaad; nooit géén kwaad is een dubbele ontkenning.' Bert zucht. 'Ja, meester.'

Henk lacht. 'Míjn hersens werken ook nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden