En God zag dat het goed was

Hille Siemensma (75) mocht geen boer worden in de IJsselmeerpolders. De uitgifte van de allerlaatste pachtgronden was verstreken. Hij werd 'polderjongen'....

Tien keer heeft hij geprobeerd, en tien keer is het dus ook mislukt. Vraag hem of zijn vrouw Jo niet waarom. Ze weten het niet. Ze hebben er ooit navraag naar gedaan bij zijn baas. Of die dan kon uitleggen wat hij fout deed, wat er aan hem mankeerde. Aan welke kwaliteiten het Hille Siemensma dan ontbrak.

Maar de baas had alleen maar zijn schouders opgehaald en gezegd dat hij niet uitmaakte wie werd uitverkoren en wie niet. Daar dienden ze toch heus voor in Den Haag te zijn.

Hij is er echt kapot van geweest, zegt Jo. Elk jaar weer die spanning. Wachten tot die brief van de Rijksdienst in de bus viel. En elk jaar weer die teleurstelling en die verbittering als bleek dat het opnieuw om een afwijzing ging. Hille Siemensma kon of mocht geen boer in de IJsselmeerpolders worden.

Het was zo erg dat hij bij de negende enveloppe nog in de hal van zijn huis een inzinking kreeg. Liep ie plotseling helemaal blauw aan. Toen had Jo ook gezegd dat het potverdorie afgelopen moest zijn met die droom. Uitkomen zou ie toch nooit. En ze wilde verder met een man, niet met de nagedachtenis eraan.

En laten we wel wezen. Het is hoe dan ook toch een mooi leven geweest. Hard, maar mooi. Oe god, ja. Altijd met plezier gewerkt, nooit vijanden gemaakt, en in die ruim veertig jaar is er geen dag geweest dat Hille Siemensma zich niet in de vrije natuur wist. Hij kon daar een roerdomp bij wijze van spreken zo aanraken. En dat betekende wat voor een boerenzoon, toch?

Pak er het foto-album maar bij, zegt Jo, want misschien is het voor iemand uit de stad anders onbegrijpelijk zo. Ah kijk, daar staat-ie. Dat is 'm. Die pezige jongen daar, ja, die met die slag in zijn haar.

Hij werd op 5 mei 1921 geboren in Tjerkwerd. Zijn vader had een boerderij in het nabijgelegen Makkum, en omdat deze nog een andere zoon had die dat bedrijf wel wilde voortzetten, koos Hille Siemensma er na de landbouwschool voor om zijn geluk te gaan beproeven in de Wieringermeer.

Op 17-jarige leeftijd trad hij er als landarbeider in dienst bij boer Zoodsma, die in Friesland nog ooit zijn buurman was geweest. Hij leerde er schoven hokken, graan zichten, en vlas trekken en plukken, en bieten rooien met de gevorkte bietenschop. Want afgezien van de machine die het koren maaide en samenbond, deden Zoodsma en hij nog alles met de hand.

Hij woonde intern bij de Zoodsma's. Om het andere weekend mocht hij op zaterdag over de Afsluitdijk naar huis. Heen en terug was dat 90 kilometer fietsen, maar vervelend wilde Hille Siemansma die tochten niet noemen. Er was dan tijd te over om te prakkiseren, moest je maar rekenen, en die uren hoorden te worden benut. De kans dat hij voor een eigen boerderij in de Wieringermeer in aanmerking zou komen, was in september 1943 met de uitgifte van de allerlaatste pachtgronden definitief verstreken. En als hij daarom al niet overwoog om zijn geluk elders te gaan beproeven, dan was er altijd nog een tweede goede reden. Zijn vlucht voor de Arbeitseinsatz. Gewis dat de Duitsers hem in de woeste Noord-Oost Polder stukken minder makkelijk zouden kunnen vinden dan op de akkers van boer Zoodsma.

Enfin, en zo is het begonnen hè, zegt Hille Siemensma. Zo is het begonnen, zegt ook Jo. Dat hij eerst naar het dorp Kuinre tussen Lemmer en Blokzijl fietste, en dat hij van daar over de Hopweg en toen ook nog langs een lang modderpad naar werkkamp Schoterbrug trok. En dat hij zich daar ineens ondergebracht zag tussen maar liefst achterhonderd mannen die allen naast, boven en onder hem in houten kribben sliepen.

Mannen die van een boerderij in de polder droomden. Maar ook mannen die de mof wilden ontlopen. Kantoormensen, politie-agenten, boerenleiders, en zelfs burgemeesters. Mannen die nog nooit een schop in handen hadden gehad.

Ze waren aangenomen om greppels en sloten te graven. Al het volk kwam om half zes 's ochtends in ploegen van soms wel tweehonderd man naar de schuur van de Staat om het materieel in ontvangst te nemen. En dan was het, onder toeziend oog van de opzichter, tot vroeg in de avond spitten geblazen. Acht tot negen cent per strekkende meter aarde, een meter breed en drie steken diep, vijf afgepaste meter per uur, en met alle opgegraven grond keurig gladgestreken langs de slootkant verspreid. Waarna de ploegbaas vervolgens met een houten mal controleerde of de greppel aan de voorgeschreven afmetingen voldeed.

Je stond daar met vijf, zes man opeengepakt in een put, zegt Hille Siemensma, en je kon je niet drukken. Evengoed waren er genoeg die geen stuiver verdienden. Ploeteraars die alleen maar in de barakken van Schoterbrug en de vele andere pionierskampen bleven omdat het werkverschaffing met kost toe was. Die zich de militaristische verhoudingen in de polder lieten welgevallen omdat er niets anders opzat.

En het was niet flauw hoor, zo'n bestaan zonder vrouwvolk. Met welgeteld één keer per maand 'culturele avond' in de kantine. En met ook maar één keer in de maand een vrij weekend. Je kon op zaterdagmiddag om half een pas weg als de opzichter, met de klok in de hand, had geconstateerd dat het daadwerkelijk exact half een was en aansluitend met zijn stok op de grond had getikt. Niemand die het in zijn hoofd zou halen ook maar een seconde eerder in het zadel te springen.

En dan nog wat: waar moest je op zo'n moment eigenlijk naar toe? Jo, die in de Hongerwinter vanuit Schiedam op de fiets in de polder was beland en daar was opgenomen in het gezin van een opzichter, weet nog dat ze drie jaar verkering op afstand met Hille Siemensma heeft gehad, en dat het er niet onmiddellijk beter op werd toen ze eenmaal met hem getrouwd was en in de eerste stenen huizen van het dorp Ens werd gehuisvest. Ze had daar al haar vijf kinderen direct achter elkaar gekregen zonder dat ze haar echtgenoot echt bij hun opvoeding had kunnen betrekken.

Hoe vaak had ze niet in het donker door het raam gekeken of ze het lampje van zijn fiets dan eindelijk in de straat zag oplichten? Vooral 's zomers, in de jaren dat Hille Siemensma als paardenknecht en later als chauffeur van de dorstkast bij de oogst werd ingezet, had ze er als moeder in haar eentje voor gestaan. Er was geen wasmachine, geen koelkast, alleen een eigen telefoon omdat Jo daar als stadse van huis uit aan gewend was geraakt.

De Rijksdienst had daar trouwens nog eens officieel naar geïnformeerd bij een van hun dochters. Wat zij als arbeiders in hemelsnaam met een telefoon moesten? Jo was daar woest om geweest. Dat feodale van die bazen toen, zeg nu zelf: achterlijk.

Op een soortgelijke manier was ze in een ingezonden brief in de krant ook nog ooit uitgevaren tegen de boeren. Wat die zich niet verbeeldden toen ze de nieuwe bevolking van de polder fijntjes hadden laten weten dat ze liever bij elkaar kropen, omdat ze zo hun oude boerentradities van rouwen en trouwen in stand konden houden. Waarom zaten ze tijdens de kerkdienst steeds weer schouder aan schouder, en waarom stonden ze na het uitgaan van de kerk ook op het plein weer met z'n allen op een kluitje? Waren ze niet allemaal tegelijk op het nieuwe land begonnen, en was het juist daar niet ieders zaak om voorgoed met alle standsverschillen af te rekenen?

Tien maal geprobeerd, tien maal afgewezen. Het is heel desillusionerend geweest, zegt Jo. Elk jaar, zo tegen de Kerst, stond de advertentie in de krant en dan konden de kandidaten reageren. Kregen ze allerlei formulieren opgestuurd en moesten ze daarop schrijven hoe ze de boerderij dachten te financieren, wie er garant voor het geld stond, en wat de gegadigde nodig meende te hebben aan machines en zaai- en pootgoed.

Wanneer dat allemaal was ingevuld, kwam de Rijksdienst onverwachts bij je thuis kijken, en ook in de woning van een verloofde. Wilden ze zien uit wat voor milieu je kwam. Of je als echtgenote wel een eigen overall in je klerenkast had hangen. En of je schoon was op je huishouden.

Hij heeft zó graag willen boeren dat hij zich op gegeven ogenblik als knecht bij een boer heeft gemeld om het geluk een handje te helpen. Zes jaar is Hille Siemensma bij de man gebleven, zonder dat hem dat een stap dichter bij het verwezenlijken van zijn ideaal bracht. Dan kreeg de buurman zijn eigen boerderij, zegt Jo, en dan hoorde je dat de andere buurman eveneens was geselecteerd, en dan kon je wel nagaan hoe verschrikkelijk het was als je hoorde dat je wederom was gepasseerd.

Zeker, er waren boeren die zich zelf hadden verdronken of opgehangen doordat ze het niet rooiden, maar met name in de eerste polderjaren ging het de meesten uitstekend af. Er zijn er genoeg die er rijk van zijn geworden, hoor.

Het kan niet anders, zegt Jo, of dat boeren is een kwestie geweest van gaven en gunsten. Het maakte natuurlijk uit of je ouders kapitaalkrachtig waren, zegt Hille Siemensma, en buitendien werd je dan ook nog eens gewogen op je sociale klasse en je geloof. Dus op de dag dat hij voor de tiende keer zijn toekomst misliep, heeft hij er een streep onder gezet.

Hij trad opnieuw toe tot de gelederen van de Rijksdienst, kreeg de verantwoordelijkheid over een bulldozer en maakte zich als vakbondsman geliefd in de contactcommissie en de personeelsraad bij zijn werkgever. Hij groef de eerste spartelvijvers in het gebied en ook de bulten eromheen, hij legde de binnenbedijking voor de Oostvaardersplassen aan en verzorgde de vuilstort bij Almere. En het was goed. Goed genoeg ook voor een ridderorde in 1984, het jaar waarin hij na lang twijfelen en na overleg met zijn kinderen toch toestemde in vervroegde uittreding.

Het was plezierig, zegt Hille Siemensma, het vlak maken van de grond is gevoelswerk, dat was ontzettend plezierig.

En die boeren, zegt Jo, ach, die hebben hun boerderijen nou ook al lang nagelaten aan hun kinderen en zelf een flatje betrokken, dus ja: hebben zij het nu dan uiteindelijk zo slecht getroffen in hun vierkamer laagbouwhuis in Dronten?

Precies. Ze hoeven niet meer om te kijken. Het is mooi geweest zo. Hard, maar mooi.

Woensdag hebben ze de laatste reünie van alle werkers in de polders bijgewoond. En daarmee is het tijdperk gewoon afgesloten, zegt Hille Siemensma. Finaal afgesloten, zegt ook Jo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden