En de tonijn dan?

Ik kreeg een brief van een dierenwelzijnsorganisatie. Op het eerste gezicht een doodnormale envelop, met zo’n klein raampje erin. Totdat ik beter keek: mijn adres stond ergens in een hoek van de envelop....

Twee hondenogen die ik maar al te goed kende. Het waren dezelfde ogen die ervoor hadden gezorgd dat ik deze post überhaupt kreeg. Ik kreeg ze elke dag te zien als reclame in mijn mailbox en heb er in een vlaag van schuldgevoel op geklikt en wat geld overgemaakt.

Wilde ik met deze hond verder?

Opeens sloeg de twijfel toe. Waarom geen apen? Of ijsberen? En de tonijn dan?

In de jaren tachtig was het helpen van dieren vrij eenvoudig. Panda’s en zeehondjes, die stonden op het punt van uitsterven. En in lagere-schoolkringen gold dat als Heel Erg. Dus hing er de poster in de gang van een babyzeehond met wit pluizig vachtje en verdrietige zwarte ogen. Werkstukken gingen over de panda, op televisie zagen we Seabert, een tekenfilm over een babyzeehond die tegen stropers ten strijde trok. Door de gangen gonsden wel verhalen over snuff movies waarin de beesten daadwerkelijk werden dood geknuppeld, maar daar was in het pre-internettijdperk lastig aan te komen.

Fijn overzichtelijk dus. Grote boze mensen die pluizige dieren doodmaakten. Daar kun je wat mee, als kind.

Ongetwijfeld waren er meer dieren in moeilijkheden, maar die bleven prettig uit de media. Dat is nu wel anders. Van pinguïns (March of the Penguins) tot antilopes (African Bambi), van stokstaartjes (The Meerkats) tot – deze week – schildpadden (Turtle: the incredible journey): de complete dierenwereld (Earth) figureert in schitterende documentaires die benadrukken hoe ontzettend uniek en noodzakelijk de verschillende soorten zijn.

Door nieuwe technieken komen die dieren nog dichterbij, letterlijk en figuurlijk. Tegenwoordig kijk je ze recht in de ogen – een vermenselijking waar weinigen tegen bestand zijn (zie Bambi). Ook wordt menselijk gedrag onderstreept: een moeder die een jong verzorgt, doet dat uit liefde, niet uit instinct. En een vachtje is bovendien geen must meer voor knuffelbaarheid: zoom ver genoeg in en elk dier is schattig. Zelfs bijen. In de documentaire Colony legt er eentje het loodje. Tegen een zwarte achtergrond vecht het kleine dier tegen zijn leven – de kracht zie je wegvloeien.

Dat is geen prettig gezicht.

Maar wat moet je doen? ‘De vijand’ is tegenwoordig minder grijpbaar dan de boze mannen met knuppels. Voor bijen is het een onverklaarbare ziekte; voor de rest van de dieren is het global warming – iets wat in de aanloop naar de klimaattop in Kopenhagen nog vaak onderstreept zal worden. Maar een wanhopige zoektocht naar voedsel in het verdroogde Afrika, een hoop dode walrussen of een ijsbeer door uitputting zien sterven omdat hij geen ijsschots kan vinden, stemt vooral machteloos.

Dat is een vervelende paradox: de documentaires, vaak gelieerd aan organisaties, zijn gemaakt om betrokkenheid te stimuleren. Maar ze zijn zo effectief dat hoe meer je er ziet, des te verlammender ze werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden