EN DE REST IS TOERISME, KUNST EN KITSCH

Het rijstveld is het grootste kunstwerk van Indonesië en dus ook van het eiland waar de kunst even vruchtbaar is als de natuur: Bali....

KEES FENS

De schepping is nog maar net begonnen. Door mensen, want elk plantje is met de hand aan de stilte van het water toevertrouwd. En vaak rusten de wolken in de waterspiegel uit. Water zoekt water. Maar de natuur verdraagt de kunst niet: ganzen komen aanwaggelen, slobberen de stilte op en breken de spiegel. De stilte is nu boven ons: daar hangen enkele van die verfijnde kunstwerken die de vliegers zijn. Tussen de velden is een wegennet van smalle dijkjes, twee voeten breed. Meer heeft de volmaakte evenwichtskunst die hier het lopen is, niet nodig. Ik als Nederlander wankel vele keren. Wij horen hier niet.

De rijstvelden beginnen, in het dorp waar ik ben, aan de achterzijde van enkele onsamenhangende gebouwen: daar is een schilderscollectief gevestigd. Er zijn zo'n honderd schilders bij betrokken, en het hangt er overvol, want de kunst groeit hier sneller dan de rijst. De koper kan kiezen tussen traditioneel, modern-traditioneel en modern. Een allervriendelijkste jongen leidt ons rond. In een grote zijruimte staat een leeftijdgenoot van hem te scheppen aan wat in elk geval een duidelijk impressionistisch schilderij is. Modern dus. De bijna zachte nederigheid van de jongen maakt ons weerloos voor een hoeveelheid kitsch als wij zelden bijeen hebben gezien. De goden en helden zijn hun eigen exotische duplicaten geworden.

Aan de overkant van de weg is een museum, in een aantal heel mooi geordende paviljoens opgezet. Wij zijn de enige bezoekers. Ook hier weer een heel vriendelijke jongen, die alle schilderijen even mooi vindt, alle schilders zeer groot, maar de grootste is toch wel de Nederlander Arie Smit, die een eigen paviljoen heeft. Tachtig jaar is hij, en wereldberoemd op Bali. Hij heeft een schildersschool voor jongens opgericht en al die jongens zelf ook op een zeer kitscherige wijze geschilderd. Ineens besef ik dat de mensen hier vaak zo mooi zijn dat een portret bijna altijd kitsch dreigt te worden. Het volmaakte is geen materiaal voor de kunst. Waarschijnlijk is het per se al kitsch.

Waar de godsdienst in onveranderlijke rituelen en ook in macht heerst, krijgt een cultuur een onverwoestbaar traditioneel karakter: de beelden brengen elkaar of nog beter zichzelf voort, zoals de rituelen dat ook doen. De gelijkenis met het vorige is de norm. Bijna alle dorpstempels lijken op elkaar, de offers hebben haast alle hetzelfde uiterlijk en de beelden van goden, demonen en boze geesten lijken elkaars reïncarnatie. Aan het begin staat, in de twaalfde eeuw, een beeldhouwkunst zo overvloedig en zo sterk dat ze in geen enkel opzicht onderdoet voor dat wonder dat de bloei van de beeldhouwkunst in dezelfde tijd in West-Europa is: zelfstandige beelden, maar ook veel reliëfs, altijd overvol, want haast elk reliëf is een verhaal, zoals ook de schilderijen dat zijn. Je kunt de kracht, de techniek niet minder, de overvloed bewonderen, maar als westerling blijf je een vreemde, want die hele beeldende kunst functioneert binnen het geloof.

Misschien is er niets ergers gebeurd dan dat westerse kunstenaars zich in deze eeuw met die kunst zijn gaan inlaten. Zij vreesden verstarring, die juist het kenmerk van een dergelijke traditionele cultuur is. Zij moeten die kunst, zeker de schilderkunst, hebben omgevormd tot wat ze nu is: exotisch in eigen land. En daarmee haar eigen kitsch. En daardoor commercieel zeer aantrekkelijk. Kunst moet het grootste exportartikel van Bali zijn. Er wordt kunst gemaakt bij het leven: straten lang rijgen zich galeries aaneen; de verschillende disciplines hebben hun eigen centra.

Wat blijft frapperen, zeker in de houtsnijkunst, is het ongelooflijke ambachtelijke kunnen van de makers. Het vakmanschap is hun overgeleverd. Op een erf zaten er vier bijeen: een maakte reliëfs; een ander vervaardigde op werkelijk feilloze wijze uit een stuk stam een wat ik nu maar noem verticaal stripverhaal; de derde maakte deuren en de vierde sneed figuren. Hun producten gaan van hand naar handel. Hun werk was hun dagtaak. De reliëfmaker had het van zijn vader geleerd en hij werd nu, zoals zijn baas mij vertelde, door zijn tienjarige zoon geholpen.

Ik denk dat de traditionele ambachtelijkheid de houtsnijkunst heeft gered: hier geen traditioneel, modern-traditioneel en modern, maar gewoon de overgeleverde vormen: een beeld als een stoel. Want de kracht van de bezieling uit de tijd, dat de goden en niet de toeristen om afbeeldingen vroegen, is weg. De schilderkunst is veel minder ambachtelijk en, denk ik, ook veel gevoeliger voor het zogenaamde artistieke (op geen plek in de wereld wonen zoveel artiesten bijeen als op Bali) en dus voor de kistsch. In de olieverf is een heel verleden weggegleden. Enkele keren passeerde ik een groot bord. 'Antonio Blanco, Artist.' Hij heet de 'Dali van Bali'. En men acht hem groot. Er moeten heel wat westerse charlatans op dat eiland wonen. Ze zijn bezienswaardigheden, deze hogere souvenirverkopers.

Maar de tempels en de zee zijn onverwoestbaar. Misschien het allermooiste: zo'n slank tempelgebouw hoog boven op een kaap gelegen. Zeventig meter lager slaat de oceaan tegen de rotsen. In de tempel worden de laatste resten van een gestorvene aan de zee toevertrouwd. Bijna niets verdwijnt in alles. Ik kijk vanaf de hoogte in de zee. En daar zie ik hem: de visser van Ma Yuan: een mannetje, een bootje, in water en lucht:

onder wolken vogels varen

onder golven vliegen vissen

maar daartussen rust de visser

golven worden hoge wolken

wolken worden hoge golven

maar intussen rust de visser

Ik zal hem nooit vergeten. Ik zie de mensen van de plechtigheid terugkomen; de zee heeft gegeven en de zee heeft genomen. En alles gaat door. Ik kijk vanaf het balkon van mijn hotelkamer op een berg. Er loopt een smal steil pad van boven naar beneden. Voortdurend dalen vrouwen af en later klimmen zij, met een mand met wasgoed op het hoofd, naar boven. Ook hen zal ik nooit vergeten. De contemplatie van de visser, de actie van de vrouwen: tussen beschouwing en daad beweegt zich elke grote cultuur. Het spiegelende rijstveld met zijn groeiend gewas is voor mij het symbool van die dubbele wereld. De rest is toerisme, kunst en kitsch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden