..EN DE LEEK

Wie voor het einde van het millennium nog 'op Internet' wil, moet snel zijn. Op deze pagina beschrijft nerd Martijn de Waal hoe praktisch Internet kan zijn, terwijl beginner Joost Zwagerman vertelt hoe hij er nog mee worstelt....

HOLLYWOOD heeft ten onrechte geen aandacht voor een alledaags en bescheiden gebruik van Internet, vond regisseur Nora Ephron, en maakte de speelfilm You've Got Mail, in Amerika op 18 december in première gegaan. In films als The Net, met Sandra Bullock, en War Games fungeerde de pc nog als ontregelend wondergereedschap, prima te gebruiken bij spionage en nucleaire bijna-oorlogen. Maar Nora Ephron, regisseur van het warm-menselijke drama Sleepless In Seattle houdt in You've Got Mail de bekoringen van het net beperkt tot een doelgericht maar romantisch gebruik van e-mail.

Op de speelfilm-site van Warner Bros staan foto's van You've Got Mail, met als blikvanger een portret van hoofdrolspeelster Meg Ryan in haar slaapkamer, vroeg op de avond onder de wol gekropen en, de knieën opgetrokken en de schemerlamp aan, de laptop voor zich alsof het een boekje is om in te lezen voor het slapengaan. Meg verstuurt mailtjes aan een onbekende online-charmeur die, weinig verrassend, haar tegenspeler Tom Hanks blijkt te zijn, offline in de film een directeur van een boekhandelketen en in die hoedanigheid Megs tegenstander die haar kleine kinderboekwinkel wil opkopen. Plot en ontknoping zijn te voorspellen: jij, mijn e-mailende Cyrano? Waarna Meg Ryan en Tom Hanks hun Sleepless in Seattle-slotscène nog eens kunnen overdoen. De webkrant van The New York Times noemde You've Got Mail een 'verademing' vanwege het realistische gebruik van Internet dat in deze film nu eens niet uitsluitend wordt bevolkt door hackende nerds, porno-surfers en ongearticuleerde chat-freaks.

De werkelijkheid blijft natuurlijk ver achter bij Ephrons kneuterig-utopische feel good-film. 'Onderzoekers vinden een droevige, eenzame wereld in cyberspace', publiceerde dezelfde New York Times na de uitkomsten van een in opdracht van Apple, Hewlett Packard en Intel uitgevoerd onderzoek naar de geestesgesteldheid van regelmatige Internetgebruikers. Op een schaal van 0 tot 3 schijnt de gemiddelde netsurfer na een uur Internetten 0,03 punt depressiever te worden en, op een schaal van één tot vijf, 0,02 punt eenzamer. Die nauwkeurige cijfers maken een potsierlijke indruk, alsof de proefpersonen, die twee jaar werden gevolgd tijdens hun sessies op het Net, tot op het promille hebben gerapporteerd over hun fluctuerend gemoed. Of anders zijn ze misschien buiten hun weten om aan een soort virtuele blaaspijp gelegd, direct ingelogd op de hypofyse.

Verdedigers van de zegeningen van het net leverden steekhoudende kritiek op het onderzoek. Er is geen controlegroep in het onderzoek betrokken geweest, en evenmin vermelden de onderzoekers welke depressie er bij de proefpersonen zou kunnen hebben toegeslagen als ze in die bewuste uren offline zouden zijn geweest. De Hel, dat is een chat - maar het hellevuur brandt ook wel als je búiten cyberspace een Ander spreekt.

In Nederland maken vooraanstaande promotors van Internet doorgaans een weinig gedeprimeerde indruk. Marcel Mörings schaal van 0 tot 5 was, gezien de artikelen die hij over Internet schreef, niet echt glijdend, evenmin als die van Karin Spaink, wier aanstekelijk enthousiasme voor het net iets evangeliserends heeft.

Tegenvoorbeelden zijn natuurlijk Jan Zandbergen van HP/De Tijd en Parool-columnist Theodor Holman, maar ook vóórdat zij hadden ingelogd lag over hun schrijfsels een floers van grauwheid en deprimerende middelmaat. Vooral Theodor Holman heeft in zijn columns de gewoonte om zijn misantropie, zelfbeklag en gevoel van miskenning als een natte lap in je gezicht te duwen, waarbij altijd weer opvalt dat vlak onder dat breed uitgemeten gejeremieer van hem een onstuitbare zelfvertedering oprispt. Bij één gelegenheid weet Holman die lap binnenboord te houden, en dat is nu juist in zijn wekelijks rubriekje over curieuze sites. Zolang hij het niet over zichzelf heeft is Holman te verdragen, iets wat hij overigens deelt met een groot aantal Nederlandse schrijvers dat is getroffen door het virus van de 'autobiofictie' - de naar Simplisties Verbond riekende genre-aanduiding komt van La Palmera, hogepriesteres van het zelfheiligende literaire exhibitionisme.

Over autobiofictie gesproken: zelf logden wij voor het eerst in toen we nog een Apple Macintosh LC hadden, met een onthutsend snel verouderde systeemprogrammatuur, waardoor het surfen tergend langzaam ging en de netpagina's zich balkje voor balkje openbaarden. Op een schaal van 0 tot 5 koersten wij als gevolg van dat ontmoedigend lage tempo af op een depressie-quotiënt dat de decimalen achter de komma pijlsnel overschreed, en pas toen we kort geleden overstapten op de iMac joegen wij alsnog met virtuele klapschaatsen door cyberspace, onvermoeibaar muisklikkend tot ver over de grenzen van verzadiging, hetgeen óók weer de wijzers van depressie, intellectuele misselijkheid en zelfverachting diep in het rood deden uitslaan.

Dat Internet verslavend kan werken zagen we bevestigd in de verslagen op de sites van Amerikaanse psychologen, van wie er één, dr. Ivan Goldberg, de aandoening Internet Addiction Disorder heeft gemunt. Allerlei sites bevatten lijsten van ziekteverschijnselen die zich openbaren bij de dwangmatige surfer, en het verontrustende is dat je als vers binnengezeilde netgebruiker al snel beantwoordt aan, zeg, drie van de acht symptomen. Ook sites met zelfhulpgroepen voor Internetverslaafden zijn te vinden op het net, evenals een spoedinstructie voor de argeloze netsurfer die zich in een of andere chatbox of nieuwsgroep geconfronteerd ziet met een suïcidale onliner.

Een verslaving hebben wij er best voor over als er tenminste een roes tegenover staat. Maar dát konden we wel vergeten, hoe fanatiek we ook surften. Seks, drank, drugs en zelfs het boulimisch lezen van een roman leveren tenminste nog een fatsoenlijke roes op waar je later, afgekickt en ontnuchterd, met voldoening op kan terugkijken. Met ontremd surfen schiet je daarentegen helemaal niets op. Hooguit stuit je op amusante curiositeiten, zoals de in korte tijd fameus geworden - en inmiddels massaal nagevolgde - webcam van het Amsterdamse koppel Corrie en Rickert, met die lieve snapshots uit hun dagelijks leven. Corrie zou zelfs aan Tom Hanks enig beschaafd voyeurisme kunnen ontlokken.

Ons met surfen en netkletsen stukgeslagen kerstreces leerde ons het volgende: kies een avontuurlijker verslaving uit dan Internet en leg een zéér beperkt aantal bookmarks aan. Onze voorkeur gaat uit naar webmagazines als Salon (vanwege de columns van Camille Paglia), de web-uitgave van The New York Times, de dagelijkse netcolumn 'Draad' van NRC's Tom Rooduijn, het Warholmuseum in Pittsburgh, en de sites van Douglas Coupland (mooi!), de vrouwen met baarden, Karin Spaink, Theo van Gogh (met als extraatje verboden nieuws over Michaël Zeeman) en Nancy Dreamy. De rest beschouwen wij bij wijze van zelfdiscipline vooralsnog als ruis. Aardige ruis, amusante ruis en, heel soms, opgeilende ruis, maar: ruis.

Nooit gedacht dat er een Meg Ryan in ons zou schuilgaan. We've got mail. En dus: delete.

Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden