En de eerste boetes gaan naar... Spanje en Portugal

Primeur: de EU deelt boetes uit aan twee lidstaten die een potje maken van hun begrotingen. Het verzet tegen echte bestraffing lijkt gebroken. Het klinkt echter harder dan het is.

De Portugese minister van Financiën Centeno (met voetbaldas) met achter zich zijn Spaanse collega De Guindos op een ministersvergadering van de Eurogroep in Brussel op 12 juli.Beeld Hollandse Hoogte

Het gaat er dan toch van komen: voor het eerst krijgt een euroland een boete (geld kwijt!) omdat het de afgesproken begrotingsdiscipline negeert. Twee landen tegelijk zelfs, Spanje en Portugal, gaan er vandaag met deze twijfelachtige primeur vandoor.

Maar het wordt een lage boete, een pedagogisch tikje. In tijden van bloeiende euroscepsis bestaat in Brussel bitter weinig animo om Madrid en Lissabon de maximale straf op te leggen.

De Europese Commissie bepaalt vanochtend de exacte omvang van financiële sanctie. Conform de regels is een maximale boete van 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) mogelijk, wat neerkomt op 2 miljard euro voor Spanje en 360 miljoen voor Portugal. Afschrikwekkende bedragen, dat was ook de bedoeling. Overleg maandag tussen de kabinetschefs van de Commissarissen maakte echter duidelijk dat zelfs de helft (0,1 procent) als te hardvochtig en ontwrichtend wordt gezien. Nauw betrokkenen verwachten een boete tussen de 0,01 en 0,02 procent van het bbp, oftewel: 100-200 miljoen voor Spanje en 18-36 miljoen voor Portugal.

Discipline versus flexibiliteit

Ondanks het gegoochel met steeds lagere cijfers blijft de boete voor Spanje en Portugal een testcase. Een strijd tussen de 'haviken' die hameren op de geloofwaardigheid van het Stabiliteitspact en de 'duiven' die benadrukken dat het pact geen doel is maar middel op weg naar groei. De strijd tussen discipline en flexibiliteit, tussen regels en (politieke) realiteit. Een strijd ook tussen noord en zuid.

In juni oordeelden de Europese ministers van Financiën - op voorstel van de Commissie - dat Spanje en Portugal de begrotingsregels daadwerkelijk hebben overtreden. 'Onvoldoende actie ondernomen', heet dat in eurojargon. Een onvermijdelijke conclusie: Spanje moest - na eerder verkregen uitstel met 4 jaar - zijn tekort dit jaar tot onder de 3 procent terugdringen. Het eindigt op minimaal 3,9 procent, vermoedelijk meer. Portugal had vorig jaar al onder de tekortgrens moeten zitten (na twee jaar uitstel), het kwam niet verder dan 4,4 procent.

Het juni-oordeel luidde de volgende fase van de strafprocedure in, die van de boetes. Geen wonder dat het ook tot een periode van ongekende diplomatieke activiteit leidde. Nog afgelopen weekend gebruikte de Spaanse minister van Financiën Luis de Guindos de wandelgangen van de G20-vergadering in Peking om Europees Commissaris Pierre Moscovici (Economische en Financiële Zaken) te overtuigen van de domheid van boetes. Overbodig overigens, Moscovici is allang om. De Franse Commissaris verdedigt vandaag de keuze helemaal af te zien van een boete.

'Contraproductief'

Nog explicieter is de brief die de Portugese minister van Financiën Mário Centeno vorige week naar Moscovici en diens collega Valdis Dombrovskis (Euro) stuurde. 'Boetes zijn ongepast', zegt Centeno. Hij neemt niet eens de moeite excuses en beleidsruimte binnen de regels te vinden om zijn straf te ontlopen. Centeno's verweer is puur politiek: in tijden van grote onzekerheid (Brexit, migratie) en afzwakkend enthousiasme voor de EU zou Brussel überhaupt geen sancties moeten overwegen.

Centeno schrijft dat het Europese anti-crisisbeleid (opgelegd aan Portugal nadat het ruim 70 miljard euro moest lenen van het Europees noodfonds) zijn land een diepe recessie, armoede, recordwerkloosheid en record-emigratie heeft opgeleverd. 'Sancties zijn contraproductief', besluit Centeno, die zich niettemin bereid toont 360 miljoen extra te bezuinigen als zijn land financieel echt dreigt te ontsporen.

De brief van De Guindos aan de Commissie is zakelijker maar niet minder duidelijk: 'Een boete voor Spanje is een stap in de verkeerde richting.' Temeer daar Spanje altijd een brave leerling was in het euroklasje en zijn begrotingstekort in vier jaar wist terug te dringen van 10,4 procent (2012) naar 3,9 procent. Voorwaar geen klein bier.

De zuidelijke pleidooien vinden een gewillig oor bij de Commissie. Helemaal afzien van een boete, zoals Moscovici wil, gaat de meerderheid van de Commissarissen te ver, maar een symbolische sanctie wordt afdoende geacht. Het boetegeld vloeit naar het Europees noodfonds. De ministers van Financiën hebben tien dagen om het Commissiebesluit te torpederen, maar makkelijk is dat niet: om het van tafel te krijgen, moet een ruime meerderheid protest aantekenen. Die is vooralsnog niet aanwezig. Ook ministers zijn politici die de anti-Europese sentimenten in hun land aanvoelen.

Spanje krijgt verder opnieuw twee jaar extra (tot en met 2018) om zijn tekort onder de 3 procent terug te dringen. Dat vergt zeker nog 10 miljard euro aan nieuwe bezuinigingen. Portugal moet het dit jaar halen, één jaar uitstel dus.

Reden voor deze opvallende souplesse is niet alleen dat Madrid nog steeds geen regering heeft. De Commissie beseft dat bij een nieuwe overtreding van de begrotingsafspraken forse boetes (0,2-0,5 procent van het bbp) onvermijdelijk zijn. 'Je moet geen kuil graven als je er niet in wilt vallen', stelt een betrokken ambtenaar. 'De nieuwe afspraken met Spanje en Portugal moeten geloofwaardig maar ook haalbaar zijn.' Of, zoals Moscovici het eerder verwoordde: 'We moeten de intelligente regels intelligent toepassen.'

Het Stabiliteitspact

Het Stabiliteitspact (1997) moet de euro en de eurozone behoeden voor onverantwoord financieel en economisch gedrag van eurolanden. Hoewel de regels uit het pact volgens toenmalig premier Wim Kok 'in marmer gebeiteld' waren, zijn ze herhaaldelijk aangepast en 'verduidelijkt'. Mede onder druk van voormalig voorzitter van de Europese Commissie Romano Prodi - die het pact 'stom' noemde - kwam er meer 'flexibiliteit' in de begrotingsregels: een overtreding werd niet direct bestraft. Tijdens de eurocrisis zijn de regels juist weer aangescherpt, vooral om het ontsporen van begrotingen te voorkomen.

De hoofdlijn van het pact blijft dat het financieringstekort van de eurolanden niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product. Overschrijding van deze norm mag als er sprake is van uitzonderlijk zware economische malaise of grote, eenmalige tegenvallers. Landen krijgen dan extra tijd (zoals Nederland in 2013) om hun begroting op orde te krijgen. Blijft het land zijn afspraken niet nakomen, dan volgt uiteindelijk een boete.

Het pact kent echter vele stappen voordat deze ultieme straf wordt opgelegd, dat hebben de eurolanden bewust zo afgesproken. Boetes bestaan vooral ter afschrikking, net als kernwapens. Ze helpen een land niet bij economisch herstel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden