En de boer, hij vergroende voort

Het Europese landbouwbeleid gaat op de schop. De hervormingen die een einde moeten maken aan de overproductie, worden voltooid. Eind vorige maand bereikte de EU een akkoord voor een eerlijker en vooral groener landbouwbeleid.

Vanaf het moment dat de lidstaten ophielden zelf nog landbouwbeleid te voeren en het uitbesteedden aan wat nu de EU is - dat was in 1958 - was de landbouwsubsidie verbonden aan productie: wie meer melk produceerde, kreeg meer subsidie. Idem voor zetmeelaardappelen en graan.


Dat hebben we geweten. De boeren produceerden als gekken, niet geremd door gebrek aan vraag naar hun producten, want Europa kocht alles op. Daardoor raakten na 1980 de Europese pakhuizen vol boter, graan, wijn en vlees.


Om daarvan af te komen werden die waren op de wereldmarkt verkocht, met een forse subsidie. De gevolgen waren desastreus voor ontwikkelingslanden: Europees varkensvlees en graan waren op de markt in Timboektoe veel goedkoper dan dezelfde producten van Malinese boeren. Onder druk van de wereldhandelsoverleg (Gatt, tegenwoordig WTO) maakte de toenmalige landbouwcommissaris, de Ier Ray MacSharry, een eind aan die wantoestand. Hij koppelde in 1992 de subsidie los van de productie. In plaats daarvan kwam er de hectaretoeslag.


Meer dan twintig jaar werkt Europa al aan die 'ontkoppeling'. De wereld is al redelijk tevreden, want de Europese gesubsidieerde voedselvloed is tot staan gebracht. De landbouwprijzen in Europa zijn verlaagd, maar om de boeren niet failliet te laten gaan werden hun inkomens aangevuld met nieuwe subsidies. Die waren vaak geënt op wat ze vroeger hadden geproduceerd. Wie jaren geleden kalveren hield, zoals Chris de Jong, krijgt nog steeds subsidie op basis van die geschiedenis - niet op basis van de feitelijke productie. Zo kan het voorkomen dat de ene kalverhouder veel meer per kalf krijgt dan de andere.


Van die ongelijkheid wil iedereen af. Dat gaat nu gebeuren, al duurt het nog tot 2020. Pas dan krijgen alle boeren min of meer evenveel per hectare. Ging onder het oude systeem de productie omhoog door de subsidie, nu zal er iets anders omhoog gaan: de grondprijzen. Bollenteler Louis Poel weet ervan mee te praten.


Maar het Europese beleid zat ook met een legitimatieprobleem. Waarom gaat er zo veel geld naar de boeren? Nu gaat het budget naar beneden: van 56 miljard euro nu naar 50 miljard in 2020. Brussel bedacht nog iets anders: de boeren moesten tegenprestaties leveren. Ze moeten natuur creëren, vergroenen. In het nieuwe beleid wordt eenderde van de subsidie afhankelijk van de vraag of de boer voldoende vergroent. Hij moet 5 procent van zijn land overlaten aan bloemen, bomen, onkruid. Braak leggen, zegt maar.


Hoe dat gaat uitpakken is nog maar helemaal de vraag. Een boer die veel omzet van zijn land haalt, zal niet 5 procent braak leggen om een subsidiefooi te krijgen; akkerbouwer Jan Roefs zit daarover te dubben. Terwijl een akkerbouwer in Oost-Polen altijd wel stukken grond heeft die hij toch al niet exploiteert.


En wat telt er allemaal mee? Tellen sloten en oevers van rivieren en meren mee? En wegbermen, dijken? Zo ja, dan wordt het een makkie voor de Nederlandse boeren - maar de teksten zeggen er vooralsnog niets over.


En dan is er de 'graskwestie'. Een bedrijf dat meer dan 75 procent van zijn land als gras- of weiland gebruikt, is vrijgesteld van de vergroening. Terwijl - zeggen natuurlobbyisten - juist dat grasland de dood in de pot is. Hectares achter elkaar met niets anders dan raaigras dat wordt opgevoerd aan koeien die nooit meer een wei zien. Zij noemen het de 'groene woestijn'.


En dan zit er nog een grote dreiging voor natuur en milieu in het landbouwbeleid: de melkquotering wordt per 2015 opgeheven. Dat betekent dat veehouders meer ruimte krijgen om te groeien, en dat zullen ze doen. Jan Geurts denkt aan een kleine uitbreiding, maar er zullen ook grote groeiers zijn. Dus komen er meer koeien, meer mest, stof, ammoniak. Die hele vergroeningsoperatie, vat een natuurbeschermer samen, 'is een beetje drijfzand'.


'Een nieuwe stal bouwen? Dat vind ik te riskant'

Hans Geurts houdt negentig melkkoeien in het Limburgse Veulen, bij Venray. Per jaar produceren die rond de 780 duizend liter melk. Bij de huidige prijs, van rond 37 cent per liter, houdt hij daar weinig van over.


Gelukkig krijgt hij nog subsidie van de Europese Unie. Hij krijgt een melkpremie, een maispremie, een slachtpremie voor de uitgemolken koeien die ter slacht gaan. Allemaal gebaseerd op wat Geurts in het verleden produceerde. Een paar jaar geleden werden al deze premies gefixeerd tot één bedrijfstoeslag van 570 euro per hectare.


Per liter melk komt dat neer op 4 cent. Dat lijkt niet zo veel, 4 cent boven op de 37 cent, maar het is wel heel essentieel. Van zijn omzet komt 10 procent uit de toeslag maar van wat hij overhoudt - noem het zijn winst - is dat veel meer. 'In 2008 en 2009 was het enige wat ik overhield de 20 duizend euro uit Brussel', zegt hij. Kortom: Geurts boerde voor noppes, en kreeg zijn besteedbaar inkomen uit Brussel.


Onder het nieuwe landbouwbeleid gaat zijn Brusselse premie stapsgewijs omlaag van 570 euro naar 350 euro per hectare. Dat kost hem 8.000 euro per jaar. Dan moet hij wel voldoen aan de vergroeningseisen. 'Dat betekent dat ik grasland niet meer mag omploegen. Dat wordt lastig, omdat ik ook nog mais verbouw. En ik ruil vaak stukken land met tuinders uit de buurt. Op dit moment zit er een buxusteler op een van mijn percelen. Maar als dat betekent dat ik de vergroeningspremie misloop, wordt dat een probleem.'


De afschaffing van de melkquota is voor zijn bedrijf nog essentiëler. Nu nog moet elke boer zich aan een maximumproductie houden - vanaf 2015 hoeft dat niet meer. Verwacht wordt dat de productie omhoog zal gaan, en de prijs omlaag. Minder subsidie en waarschijnlijk een lagere melkprijs: hoe gaat Geurts dat compenseren? 'Ik kan nog een beetje uitbreiden in de huidige stal. Daar kan ik maximaal 110 koeien in hebben. Maar een nieuwe stal bouwen, dat vind ik te riskant. Ik zal op de kosten moeten letten.'


'Vijf hectare braak leggen? Ik weet niet of ik dat wel doe'

Jan Roefs heeft een gemengd akkerbouwbedrijf in Middelbeers, bij Eindhoven. Op 100 hecta- re teelt hij valeriaan, peentjes, graan, cichorei, mais, erwten en suikerbiet. Omdat hij die suikerbiet, graan, mais en cichorei ook in het verleden al verbouwde, krijgt hij nu Brusselse subsidie.


Sinds de vorige landbouwhervormingen is zijn subsidie niet meer afhankelijk van wat hij produceert. Het is een vast bedrag, zo lang hij maar boer blijft. Van zijn omzet komt 5 procent uit Brussel; van zijn uiteindelijke inkomen rond 15 procent. 'Substantieel, maar niet essentieel', vindt hij.


Maar het is een rare situatie. 'Je hoeft geen suikerbiet meer te telen om voor de toeslag in aanmerking te komen. Maar andersom is ook waar: niet elke suikerbietenteler krijgt subsidie. De ene boer krijgt het wel, de andere niet.'


Bij het nieuwe landbouwbeleid wordt alleen gekeken naar het aantal hectares land dat je bewerkt. 'Gespecialiseerde groentetelers zullen er sterk op vooruit gaan. Die hebben in het verleden nooit subsidie gehad, en die krijgen dat straks voor het eerst.' Hijzelf zal er licht op vooruit gaan.


Maar zijn resultaat hangt ook van andere dingen af. De grondprijs, bijvoorbeeld. Roefs heeft zelf 45 hectare en huurt er 60 hectare bij - telkens wisselende percelen. 'De huurprijs is de afgelopen jaren vooral bepaald door de boeren die subsidie krijgen. Een melkveehouder die 1.200 euro subsidie per hectare krijgt - en die zijn er - kan vaak meer betalen dan iemand die niets krijgt.'


Nog belangrijker is de afschaffing van de suikerquota. 'Ik verwacht dat de productie van suiker gaat stijgen en dat de prijs meer gaat fluctueren. Ik hoop dat onze coöperatie Cosun erin slaagt de prijs redelijk op niveau te houden.'


Gaat hij stoppen met suiker? 'Dat is mijn belangrijkste gewas, dus dat is nu geen optie.'


Grote onzekerheden zitten ook in de vergroeningsregels. Hij moet minstens 5 procent van zijn land braak leggen om voor de volle subsidie in aanmerking te komen. Dat betekent dat hij, om 10.000 euro 'vergroeningspremie' te krijgen, vijf hectare moet braak leggen. Dat kost 6.000 euro. 'Dus ik weet niet of ik dat wel ga doen.'


'Helemaal geen subsidie? Dat zal vast niet gebeuren'

Samen met zijn vader en zijn broer bestiert Chris de Jong een groot bedrijf in vleeskalveren, met vestigingen in Lunteren, Zeewolde, Hooghalen en Vroomshoop. En sinds vorig jaar een varkensbedrijf, want ja: 'Het is beter je risico's te spreiden.'


Alleen voor zijn kalveren krijgt De Jong subsidie. Per jaar brengt hij er rond 16 duizend naar de slachter, en voor elk kalf krijgt hij 25 euro uit Brussel. Een subsidieregeling met een lange geschiedenis. Koeien moeten elk jaar een kalf werpen, anders geven ze geen melk. De melkveehouders hebben zoveel kalveren niet nodig. Ergens in de vorige eeuw wilde Brussel dit probleem oplossen met een 'knuppelpremie': de boer zou geld krijgen als hij het pasgeboren beestje maar meteen doodsloeg.


Maar dat vond niemand een fijn idee. De kalveren worden nu opgefokt tot slachtrijp, en omdat dat niet lonend kon, deed Europa er wat geld bij. Aldus krijgt De Jong 4 ton uit Brussel, op een omzet van 15 miljoen.


Maar in het nieuwe beleid krijgen de boeren subsidie per hectare die ze bewerken, en De Jong heeft geen hectares, bewerkt geen land. Daarmee lijkt op termijn een einde aan de subsidie onvermijdelijk.


En zou dat gebeuren, dan heeft hij een probleem. 'Wij betalen de melkveehouder rond 100 euro voor zijn nuchtere kalf. Als onze subsidie wegvalt, kunnen wij 25 euro minder betalen aan die boeren. Die haalt 10 procent van zijn toegevoegde waarde uit de verkoop van kalveren en kalvervoer. Dat betekent dat hun inkomen onder druk komt te staan.'


Ook hijzelf zal minder overhouden om te investeren en te innoveren.


Maar zo zal het niet gaan, verwacht De Jong. De politiek, zegt hij, zal haar verstand gebruiken en niet zo'n bloeiende sector op het spel zetten. Want 'de Fransen en de Italianen zullen zeker hun sector subsidiëren'. Dat kan, want in het landbouwakkoord staat dat een land maximaal 13 procent van de pot met subsidie die hij mag uitdelen, mag koppelen aan een product. Kortom: Nederland mag ten dele invoeren wat Brussel nu juist helemaal afschaft.


Maar of de Tweede Kamer bereid is met deze bevoegdheid kalverhouders te helpen, moet nog maar blijken.


'Blij met de subsidie? Ja - al houden we er niets van over'

Louis Poel kweekt niet alleen tulpenbollen, gelukkig niet. Bloembollen is een wispelturige business. 'Tegenwoordig willen mensen niet in oktober de bollen moeten planten en dan wachten tot het voorjaar voordat ze bloemen hebben. Ze willen ze meteen.'


Dus op zijn bedrijf in De Rijp bij Alkmaar - dat hij exploiteert samen met zijn broer - produceert hij in een kas ook tulpenbloemen, vijf miljoen stuks per jaar. Rassen als de roodgele André Citroën, de Leo Visser (roze met een wit randje) en vooral de knalgele Stronggold, 'een hele zware tulp die momenteel heel populair is in Oost-Europa'.


Poel heeft zelf geen land, behalve de 1,5 hectare waarop zijn bedrijf staat. 'We huren telkens grasland van dezelfde boeren in de Beemster, eens in de zeven jaar. Die grond is heel best.'


De 'reizende bollenkraam' wordt deze aanpak genoemd, en die komt veel voor in de bollenteelt. Het kan ook haast niet anders, want tulpen kun je maar eens in de zeven jaar op een perceel planten. Daarna moet er zes jaar iets anders op staan, liefst gras. Maar een gespecialiseerde bollenteler als Poel verbouwt alleen maar tulpen.


Subsidie heeft Poel niet, nooit gehad ook. Het nieuwe landbouwbeleid, waarbij iedere agrariër die land in gebruik heeft rond 250 euro per hectare krijgt, lijkt voor hem dus een mooie meevaller, maar dat blijkt niet het geval. 'Wij zijn blij dat we die subsidie krijgen, maar die gaat rechtstreeks door naar de boer van wie wij het land huren.'


Die boer zou, als hij het land zelf gebruikt, immers de subsidie opstrijken. Nu wil hij wel land verhuren, maar alleen als hij die subsidie alsnog krijgt. 'Dus als wij land huren, zullen we een-op-een die subsidie aan de boer doorgeven. Wij houden er niets aan over.'


Toch is Poel wel tevreden. 'Even leek het erop dat wij als gespecialiseerde bollentelers helemaal niet in aanmerking zouden komen voor Europese subsidie. Dan zouden wij dat land van die boeren alleen kunnen huren, als wij in feite zelf hun hectaretoeslag zouden betalen. Dat is nu voorkomen.'


Weinig mensen die zo tevreden zijn terwijl ze niets krijgen.


Hoofdlijnen van het landbouwbeleid vanaf 2014

Budget daalt van 56 miljard euro naar 50 miljard in 2020.


Productiequota verdwijnen: voor melk in 2015 en voor suiker in 2017.


Voor eenderde van de subsidie moet de boer voldoen aan vergroeningsvoorwaarden. In grote lijnen: 5 procent van het land moet braakgelegd, akkerbouwers en tuinders moeten aan productwisseling doen en grasland mag niet worden omgeploegd.


Subsidies zijn nu nog gebaseerd op de productie van jaren geleden. In 2020 krijgt elke boer evenveel per hectare.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden