bloguw politieke dagkoersen

En dat is drie: met Rutte in het Torentje staan de flankpartijen buitenspel

VVD-lijsttrekker Rutte zet de volgende stap in het coalitiespel: na de PVV is ook Forum voor Democratie niet meer welkom aan zijn formatietafel, waar ook de SP niet wordt verwacht: ‘Het is onmogelijk geworden om met Baudet in een kabinet te gaan zitten.’  U leest het in uw Dagkoersen, het politieke blog van de Volkskrant.

AMSTERDAM - Thierry Baudet (FvD) en VVD-leider Mark Rutte na afloop van hun debat  aan de vooravond van de Europese verkiezingen in 2019.  Beeld Freek van den Bergh
AMSTERDAM - Thierry Baudet (FvD) en VVD-leider Mark Rutte na afloop van hun debat aan de vooravond van de Europese verkiezingen in 2019.Beeld Freek van den Bergh

Het afstrepen is begonnen: ook Baudet gaat in de ban bij Rutte - 11 februari 2021

Daar was hij dan toch, de premier die dit jaar naar eigen zeggen geen campagne voert. Woensdagavond meldde Mark Rutte zich op tv bij Op1 met een belangrijke boodschap voor de kiezers: zijn VVD zal in een volgend kabinet niet samenwerken met Forum voor Democratie. De uitgelekte racistische app-berichten van partijleider Baudet geven de doorslag. 

Ik zag het al niet gebeuren', benadrukt de minister-president, ‘maar na deze verschrikkelijke appjes - die overigens passen in een beeld dat we al langer van hem zien - is het landelijk echt onmogelijk geworden om met hem in een kabinet te gaan zitten. Deze appjes gaan alle grenzen over. Het is zo walgelijk. Homofoob, racistisch, het is echt verschrikkelijk.’

Dat was nieuws, want in het afgelopen jaar liep de VVD nog om die beslissing heen. In het provinciebestuur van Noord-Brabant werken de partijen immers wel samen. Dat moeten ze in Brabant zelf weten, zei Rutte, maar in Den Haag zal het dus niet gebeuren. 

Daarmee is de volgende stap gezet in een ritueel dat het Binnenhof in de greep heeft sinds de voortgaande versnippering ervoor zorgde dat vrijwel alle partijen dromen over regeringsdeelname: bij alle deuren die open moeten blijven, gaan er in de aanloop naar verkiezingen ook altijd een paar op slot. Direct of indirect. Met Rutte in het Torentje voegt FvD zich nu bij de PVV en de SP. 

Geert Wilders’ eenmanspartij werd in 2017 officieel in de ban gedaan door de premier: ‘De kans is niet 0,1, maar nul.’  Daar ging destijds een uitgebreide discussie binnen de VVD aan vooraf. Maar PvdA, CDA, D66, SP en GroenLinks gingen de VVD voor, waardoor de PVV feitelijk al van regeringsdeelname was uitgesloten. De premier heeft principiële bezwaren tegen veel van Wilders’ uitlatingen, maar ook het slecht bevallen gedoogavontuur van tien jaar geleden dreunt nog altijd na. 

Bij de SP werkt het andersom. In 2017 sloot toenmalig partijleider Emile Roemer samenwerking met de VVD bij voorbaat uit. En hoewel partijleider Marijnissen vorig jaar graag benadrukte dat niets onmogelijk is, denken veel SP’ers daar anders over. Ook Marijnissen voert inmiddels weer expliciet campagne voor een kabinet zonder de liberalen: ‘Als je fundamenteel iets wilt veranderen, moet er een kabinet komen zonder de VVD.’ 

Dat houdt de deur misschien nog op een kier, maar dan zit ook Rutte zelf haar nog in de weg. De SP wil na de toeslagenaffaire immers een nieuwe bestuurscultuur in Den Haag, eentje die breekt met de erfenis van tien jaar Rutte. ‘Daar kunnen we Mark Rutte niet bij gebruiken.’

Vooralsnog zal het VVD-campagneteam er niet wakker van liggen. Critici merkten woensdagavond al op dat de uitsluiting van Forum komt nu die partij eerst zelf al de meeste kiezers heeft weggejaagd. Landelijke samenwerking met de SP wordt ook binnen de VVD, met een blik op de verkiezingsprogramma's, niet als een reële optie gezien. Bovendien zijn er van de twaalf coalitie-kandidaten in de Tweede Kamer, nu nog altijd negen over. 

En Thierry Baudet? Die zal er openlijk geen seconde om treuren, maar binnenskamers misschien toch wel even. Eén van de redenen waarom hij zich in 2017 op het Binnenhof meldde, was omdat de PVV altijd buitenspel stond en hij het tijd vond voor een rechts-conservatieve partij die wél de potentie heeft om te regeren. Na vier jaar vindt hij zichzelf terug naast Wilders, op het strafbankje van Mark Rutte. 

Raoul du Pré

Lijsttrekker Kaag heeft problemen met Ruttes buitenlandstrategie  - 10 februari 2021

Het kabinet is demissionair en de verkiezingen staan voor de deur - een van die weinige momenten waarop het woord coalitiediscipline betekenisloos wordt en partijleiders opeens weer kunnen zeggen wat ze écht denken. 

Zo maakte D66-lijsttrekker Sigrid Kaag, een van de ministers uit Mark Ruttes buitenlandteam, dinsdag tijdens een webinar van de Britse denktank CER gehakt van twee centrale stellingen van... datzelfde buitenlandteam.

Gas

Het eerste dogma dat eraan ging, is een klassieker. Het gaat over Nord Stream 2, de directe pijpleiding van Rusland naar Duitsland. Centraal- en Oost-Europese landen evenals de VS strijden hier al jaren tegen omdat het onderdeel is van Ruslands strategie om lastige buren (zoals Oekraïne) verder klem te zetten en de Europese afhankelijkheid van Russisch gas te vergroten.

Het Nederlandse standpunt over Nord Stream 2 is al jaren onveranderd: het is een ‘commercieel project’ waarover het kabinet dus geen mening heeft. Punt. Dat standpunt is terug te voeren op de tijd voordat MH17 werd neergeschoten. De tijd van koninklijke biertjes met Poetin. De tijd dat Nederland zich via de Gasunie vastklonk aan Gazprom. De tijd dat oud-Gasunie-directeur Marcel Kramer beloond werd - in zijn geval met een directeurspost bij South Stream. Een beloning voor Nederlands rol als loyale vooruitgeschoven post in Poetins plan Europa zo afhankelijk mogelijk te maken van Russisch gas.

Kaag brak dinsdag openlijk met deze lijn. ‘We zijn, denk ik, aan het einde van het hoofdstuk waar we collectief kunnen verklaren dat dit een puur commercieel project is’, zei ze. ‘Ik heb daar altijd vraagtekens bij geplaatst. We moeten ervoor waken commerciële projecten te politiseren, maar energieleveranties zijn sowieso gerelateerd aan veiligheid. Het is belangrijk dat we alles wat met Nord Stream te maken heeft, inventariseren in het licht van de huidige realiteit en de Russische opstelling.’

Kleine landjes

Het tweede heilige huisje dat Kaag omver blaast, is een centraal punt uit de Nederlandse EU-strategie van Kaags collega-bewindslieden Rutte, Blok (Buitenlandse Zaken) en Hoekstra (Financiën) - en van sommige van Kaags eigen diplomaten. Het gaat over de voorkeur om na de Brexit coalities te vormen met kleine landen en zo een blok te vormen tegen Frankrijk en Duitsland. Nederland als ‘grootste van de kleintjes’ - ofwel ‘Wopke en de Zeven dwergen’.

Inmiddels is de Brusselse rook opgetrokken, moest Rutte thuis aan Wilders die 390 miljard ‘giften’ uitleggen waar hij zo tegen was en laat Kaag plompverloren weten dat zij de strategie eigenlijk niet deelt. ‘Als D66-leider geloof ik dat we veel meer met de Fransen en Duitsers moeten optrekken, dat zijn de grootste spelers in Europa. Zij bepalen de toon, zij bepalen de agenda. Ik geloof niet in het leider zijn van een kleiner team, een soort B-liga. Het is heel belangrijk dat we geloofwaardig zijn, dat wij de ‘go to’-partners zijn voor de Fransen en Duitsers.’

Stiekem zullen er wel meer zijn op Bloks ministerie die dat fluisteren. Immers, de Duits-Franse samenwerking bleek in het vorig jaar nog niet zo morsdood als de Nederlandse diplomatie had ingeschat. Maar Kaag zegt het hardop, in elk geval tot aan de verkiezingen. 

Arnout Brouwers

Baudet opnieuw in opspraak, ditmaal door racistische uitspraken – 9 februari 2021

Opnieuw raakt Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet in opspraak, ditmaal door racistische uitspraken die hij zou hebben gedaan in interne WhatsAppgroepen. Volgens Elsevier Weekblad (EW) vroeg Baudet onder meer aan een andere FvD’er of deze wilde ‘dat je zus met een neger thuiskomt’.

Volgens EW, dat de hand legde op recente berichten uit twee FvD-appgroepen, zou Baudet verder in juli 2020 tegen zijn partijgenoten hebben gezegd dat blanken gemiddeld een IQ scoren van 110, terwijl dat voor hispanics 90 is en voor Afro-Amerikanen zo’n 75.

Het is de eerste keer dat Baudet door eigen beledigende uitspraken in appgroepen in verlegenheid wordt gebracht, nadat vorig jaar meermaals racistische en anderszins extreme berichten door leden van jongerenvereniging JFVD uitlekten. In een eerste reactie – per video op Twitter – spreekt Baudet van een ‘nieuwe inquisitie’ die op zijn val uit zou zijn door uit hun context gerukte uitspraken te publiceren. ‘Dit zijn de technieken van een totalitair regime.’

Baudet ontkent overigens niet dat hij de uitspraken mogelijk heeft gebezigd. ‘Misschien is er in een privécontext ooit een grapje gemaakt, ooit een opmerking... Ik zou willen zeggen: wie heeft dat niet? Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’

Omtzigt is ‘totale dwaas’

De fragmenten waarover Elsevier schrijft, zijn afkomstig uit twee besloten appgroepen genaamd ‘fractiegroep’ en ‘Media Machine’. In de groepen laten de deelnemers hun gedachten de vrije loop. Zo beschikt Elsevier over een schermafbeelding van een gesprek waarin Baudets fractiemedewerkers  Samuel Jong en Andreas Bakir – de nummers 15 en 17 op de FvD-kandidatenlijst in de Tweede Kamer – hun afschuw uitspreken over de Netflix-serie The Couple, die reclame zou maken voor relaties tussen zwarte mannen en witte vrouwen.

Ook de strijd bij het CDA om het lijsttrekkerschap is voer voor gesprek. Elsevier citeert hoe Baudet het 'te veel eer’ vindt voor CDA-kandidaat Pieter Omtzigt om hem een ‘cuck’ te noemen, de term voor een man die zijn partner seks laat hebben met andere mannen, en op online fora wordt gebruikt voor zwakke mannen die de westerse beschaving te grabbel zouden gooien.

‘Een cuck is iemand die weet hoe het zit maar buigt’, schrijft Baudet in juli vorig jaar. ‘Omtzigt is een TOTALE DWAAS, een sukkel die door de bomen het bos niet ziet, een feiten-neuker, een loser kortom, dus natúúrlijk steunt hij de EU. Het is een democraat!’

Baudet filosofeert ook over homo’s, die net als hetero’s willen kunnen trouwen, in plaats van dat zij tevreden zijn met hun ‘speciale rol als leraren en kunstenaars (vanwege hun natuurlijke onvruchtbaarheid)’. Het leidt ertoe dat mensen het huwelijk als niets anders dan een ‘duurzaam partnerschap’ gaan zien en uiteindelijk niet meer willen trouwen, schrijft hij. ‘Zoals mensen inmiddels ook überhaupt niet meer durven te spreken over hun eigen, Europese, dus blanke identiteit.’

De uitgelekte gesprekken werpen een extra drempel op voor andere partijen om na de verkiezingen met Baudet een coalitie te vormen. Zij zullen hun achterban moeten uitleggen waarom ze met de FvD in zee willen, nadat ex-partijgenoten hem ook al beschuldigden van het doen van antisemitische uitspraken. In de huidige peilingen staat Forum op twee tot vier zetels.

Dion Mebius

Linkse oppositie vangt bot bij CDA - 2 februari 2021

Naast een oprechte poging tot humanitaire hulp was het ook een prikkelende politieke testcase, de motie waarover scheidend GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik de Tweede Kamer dinsdag hoofdelijk liet stemmen. De Nederlandse regering zou er in Europees verband voor moeten pleiten dat de ongeveer vierduizend alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv's) in Griekenland naar ‘welwillende EU-lidstaten’ worden overgebracht, van wie vijfhonderd naar Nederland.

Zou, net als twee jaar geleden met het kinderpardon, het CDA overstag gaan? De omstreden Moria-deal van het kabinet, bedoeld om honderd kwetsbaren van het Griekse eiland Lesbos te halen, was een compromis tussen D66 en ChristenUnie enerzijds, en VVD en CDA anderzijds. Die belofte werd door staatssecretaris Broekers-Knol (Asiel en Migratie, VVD) in januari ingelost, maar bezorgde D66 en CU veel pijn. Ze hadden op vijfhonderd ingezet. 

Nu de coalitiebanden door de val van het kabinet minder knellen, nam Van Ojik dat aantal op in zijn motie. De twee regeringspartijen lieten al vooraf weten met de linkse oppositie  te zullen meestemmen. Bleef over de vraag: zou het de nestor van GroenLinks lukken opnieuw ook het CDA los te weken uit de coalitie? Was de druk binnen het CDA groot genoeg om nog een keer van positie te veranderen en Van Ojik aan een meerderheid te helpen?

Nee dus. Bij het uitvoeren van de Moria-deal bleek al dat er nauwelijks jonge, alleenstaande kinderen uit Syrië - om wie het aanvankelijk te doen was - in de kampen aanwezig zijn. De vierduizend amv’s zijn voor meer dan 90 procent jongens van 16 en 17, uit vooral Pakistan en Afghanistan. Van hen staat geenszins vast dat zij in Nederland een vluchtelingenstatus krijgen. De CDA-fractie, huiverig voor het beeld dat straks weer minderjarigen teruggestuurd zouden moeten worden, stemde dinsdag tegen.

Daarmee eindigde de stemming in een ontnuchterende ervaring voor het linkerdeel van de oppositie: de rechterflank in het CDA is nog altijd stevig aanwezig, en zeker als het aankomt op migratie-onderwerpen zit de partij doorgaans dichter tegen de VVD aan dan tegen D66 en ChristenUnie. Omdat ook PVV, SGP en Forum voor Democratie in datzelfde kamp zitten, hoeft de VVD zich wat dat betreft voorlopig geen zorgen te maken. Zoals CU-voorman Gert-Jan Segers het zaterdag zei op zijn verkiezingscongres? ‘Ja, het kinderpardon is ons gelukt. Maar we hadden meer wil doen, waarbij we strandden op de onwil van andere partijen.’

Remco Meijer

Eindelijk hebben SP en PvdA beet in motiecircus rond zorgsalarissen - 27 januari 2021

Daar waren ze weer: de moties om de salarissen in de zorg te verhogen. Dinsdag stemde de Tweede Kamer plotseling toch in met een motie van die strekking. Eindelijk hadden SP en PvdA beet, de twee partijen waarmee het hele circus over de zorgsalarissen in juni was begonnen.

Destijds vroegen Lilian Marijnissen en Lodewijk Asscher al om een plan ‘voor structurele waardering voor zorgverleners, waarin betere arbeidsvoorwaarden en een beter salaris kunnen worden gerealiseerd’. Tot twee keer toe staakten de stemmen – het aantal voor- en tegenstemmers was gelijk – waarna de motie werd ‘aangehouden’, opgeborgen. De stemmen staakten omdat de coalitie collectief tegen stemde.

Daarna nam Geert Wilders (PVV) het stokje over. Tijdens het zomerreces vroeg hij na een coronadebat plotseling een hoofdelijke stemming over verhoging van de zorgsalarissen. Dat was tegen het zere been van de coalitie: over hoofdelijke stemmingen was afgesproken dat ze van tevoren moeten worden aangekondigd, omdat vanwege de coronamaatregelen slechts een deel van de Kamerleden in de Kamer aanwezig is. Om een verloren stemming te voorkomen, verlieten de Kamerleden van de coalitiepartijen in gestrekte draf het parlement. De beelden van de weghollende Kamerleden zetten de toon, de oppositie sprak er schande van.

Later werd de motie van Wilders wel aangenomen omdat een Kamerlid van de ChristenUnie zich vergiste en vóór stemde. Het kabinet liet de Kamer weten de per ongeluk aangenomen motie niet uit te voeren omdat de salarissen in de zorg de laatste jaren wel waren gestegen in tegenstelling tot andere publieke sectoren. De zorg kreeg in 2020 al duizend euro extra als bonus, dit jaar is dat 750 euro.

Nu, in de aanloop naar de verkiezingen terwijl het kabinet demissionair is, dacht GroenLinks-leider Jesse Klaver het vuurtje weer op te poken. Hij diende een motie in ‘om structureel geld beschikbaar te stellen voor salarisverhogingen in de zorg en per zorgakkoord dit geld te verdelen’. De oppositie steunde Klaver, dat wel, maar de coalitie stemde collectief tegen waardoor de motie werd verworpen.

Daarna kwam de motie van Asscher en Marijnissen uit juni weer in stemming, de oproep aan het kabinet waar het gedoe mee begon. Een ezel stoot zich in het gemeen geen derde keer aan dezelfde steen, maar de SP- en voormalig PvdA-leider waagden het erop. En met succes. Bevrijd van coalitiedwang stemden D66 en CU nu wel voor.

Waarom de motie van GroenLinks niet en die van SP en PvdA wel werd gesteund? Lonen in de zorg verhoog je niet per motie, legt een woordvoerder van de ChristenUnie uit. ‘Dat werkt zo niet. Het kabinet is er weliswaar indirect bij betrokken, maar de werkgevers en bonden gaan er echt over over.’ De motie van Asscher en Marijnissen strookt met het verkiezingsprogramma van de CU. ‘Daarin is sprake van een plan waar loonsverhoging deel van kan uitmaken. Eerder moesten we rekening houden met de andere coalitiepartijen, dat hoeft nu niet meer.’

Of het kabinet de motie nu wél uitvoert, valt uiteraard te bezien: minister Tamara van Ark (Medische Zorg) komt daar per brief op terug.

Gijs Herderscheê

Wat blijft er in Kamerdebat over van de avondklok die het kabinet wil? - 21 januari 2021

Het debat over over de nieuwe coronamaatregelen is om 10.15 uur begonnen. De belangrijkste vraag is of het kabinet er in slaagt om een brede meerderheid te vinden voor het instellen van een avondklok.

Hayke Veldman van de VVD en daarna PVV-leider Geert Wilders trappen het debat af. Hun standpunten zijn duidelijk: de VVD is voor de coronamaatregelen die het kabinet woensdag voorstelde. Volgens Veldman is hard ingrijpen nu nodig om een nieuwe golf van infecties te voorkomen een eerder te kunnen versoepelen. 

Veldman verdedigde niet alleen de avondklok, maar ook het advies om het bezoek te beperken tot één persoon. Voor de VVD is het vooral prioriteit dat uiteindelijk de scholen weer openkunnen. ‘Dat heeft voor mij prioriteit', aldus Veldman.

Wilders keerde zich zoals verwacht tegen de avondklok. ‘Het is een teken van paniek, van onkunde. We worden thuis gevangengezet door Mark Rutte. We raken massaal de vrijheid kwijt. Dat is geen feest. Ik weet waar ik het over heb.’ Hij meent dat Nederland de prijs betaalt voor de ‘wanprestatie’ bij het vaccinatiebeleid.

De spanning zal pas echt later in het debat oplopen, als D66, PvdA en GroenLinks aan het woord komen. Het kabinet is afhankelijk van steun van die partijen. D66 was eerder niet enthousiast, maar inmiddels heeft partijleider Sigrid Kaag wel ingestemd met de voorstellen van het kabinet. Dat maakt het voor de fractie moeilijker om zich nu tegen het beleid te keren, al zal er waarschijnlijk wel om aanpassingen gevraagd worden.

Het kabinet zal de avondklok ook met een zo groot mogelijke meerderheid willen invoeren. De oppositiepartijen SGP en 50Plus zullen waarschijnlijk wel voorstellen, maar de positie van PvdA en GroenLinks is nog onduidelijk. Het kabinet heeft vooraf geen garanties gekregen van deze partijen.

Keine Experimente is ook in Nederland meestal het kiezersmotto  - 19 januari 2021

Een ontnuchterend nieuwtje voor de oppositie die op deze dinsdagochtend de messen slijpt voor het debat met premier Rutte over de val van diens derde kabinet: terwijl veel fracties, van de PVV tot aan de SP,  vanmiddag gaan betogen dat het tijd is dat de premier zijn biezen pakt en nooit meer terugkomt, laten de kiezers weten dat ze daar genuanceerder over denken. Dagblad Trouw schrijft over een enquête van Kieskompas onder 6.171 respondenten naar het draagvlak voor de minister-president. 38 procent meent dat Rutte beter kan gaan, maar bijna de helft van de kiezers vindt het juist prima als hij aanblijft als VVD-lijsttrekker. Van 51 procent mag de VVD-leider bovendien in het Torentje blijven.  Daar zijn dus ook heel veel mensen bij van buiten de VVD-aanhang. 

Dat is misschien verbazingwekkend in het licht van de regen van kritiek die vorige week op Rutte neerdaalde na zijn aftreden, maar het past wel geheel in de historische trend: Nederland stuurt z'n premiers niet graag naar huis. Sinds de functie van minister-president zich een halve eeuw geleden ontwikkelde tot meer dan de toevallige voorzitter van de ministerraad, lopen verkiezingen vrijwel altijd goed af voor de zittende man. Joop den Uyl, Dries van Agt, Ruud Lubbers en Wim Kok – zolang ze zelf bovenaan de kieslijst van hun partij stonden, bleef die partij de grootste. Keine Experimente – sinds jaar en dag het motto van de Duitse CDU – is ook een zeer Nederlandse grondhouding. Pas als een premier zijn vertrek aankondigt en een nieuwe lijsttrekker aantreedt, gaat het soms opeens helemaal mis, zoals Elco Brinkman en Ad Melkert zich nog kunnen herinneren. 

Politicoloog André Krouwel laat in Trouw dan ook weten dat hij de uitkomst van het onderzoek niet verrassend vindt: ‘Voor de kiezers is deze toeslagenaffaire een non-issue.’ Veel meer maken Nederlanders zich zorgen om de huidige pandemie en de economische crisis waar het land op afstevent. De premier zal dan ook vooral worden afgerekend op zijn leiderschap tijdens deze twee crises, meent Krouwel, en in dat opzicht zijn Ruttes vertrouwenscijfers nog altijd uitstekend.

En de oppositie? Die heeft één aanknopingspunt. CDA-premier Jan Peter Balkenende was in 2010 de uitzondering die de regel bevestigde. En niet zo'n beetje ook, want hij verloor na acht jaar in het Torentje in één keer van VVD-leider Rutte, toenmalig PvdA-leider Cohen én van PVV-leider Wilders. Het verschil is wel dat Balkenende in die dagen ook in zijn eigen partij allang niet meer de onomstreden aanvoerder was. Daarover hoeft Mark Rutte zich vooralsnog geen zorgen te maken

Raoul du Pré

Rutte III na de val: het effect zal niet spectaculair zijn - 15 januari 2021

Het derde kabinet Rutte is vrijdag zoals verwacht gevallen, misschien wel de meest bloedeloze val uit de parlementaire geschiedenis . Het bittere politieke conflict, de scheldpartijen, de anonieme verdachtmakingen, de slaande deuren: alles wat normaal gesproken aan zo’n einde voorafgaat, is dit keer achterwege gebleven. Onder de ministers in de Trêveszaal was alles er vandaag op gericht om het in volstrekte harmonie eens te worden. Als ze gaan, gaan ze met z’n allen. En dat zullen ze dan rustig en gebroederlijk aan het land laten weten, in een gezamenlijke poging te laten zien hoe ernstig ze het vinden wat er in de toeslagenaffaire is gebeurd. 

Die sfeer heeft ook gevolgen voor wat er daarna gebeurt: hoe wordt het land de komende maanden geregeerd? Zodra een kabinet demissionair is, is in feite de Tweede Kamer aan zet. Die zit er immers gewoon tot de verkiezingen van 17 maart. En ook daarna, in nieuwe verhoudingen. Een Kamermeerderheid is ook na vrijdag gewoon een Kamermeerderheid. Een kabinetsval kán het land lamleggen, als de verhoudingen in een regering verbitterd zijn geraakt en de coalitiefracties in de Kamer recht tegenover elkaar staan, maar daarvan is nu dus geen sprake. 

Snel na de val stelt de Kamer gewoontegetrouw een lijst op van ‘controversiële onderwerpen’. Een meerderheid kan beslissen dat het kabinet sommige dossiers moet laten liggen. Zeker bij onderwerpen die ook de coalitie ten diepste verdelen – denk aan de openstelling van vliegveld Lelystad – kan het kabinet geen doorbraken meer forceren.  

Maar ook in dat opzicht zal het dit keer anders gaan dan anders. Het kabinetsbeleid wordt immers al sinds maart 2020 volledig gedomineerd door de coronacrisis en vrijwel niemand in de Kamer wil dat het kabinet daarmee stopt. Het standaardverzoek van koning Willem-Alexander aan het demissionaire kabinet om ook na de val ‘alles te blijven doen wat in het landsbelang noodzakelijk is’, is dit keer veel meer dan een beleefde lege huls. Ook de oppositie benadrukt nu al dat Rutte III gewoon beslissingen moet blijven nemen over winkelsluitingen, thuisonderwijs en noodpakketten voor de horeca en zzp’ers. De Catshuis-sessies, de briefings van het RIVM en de regelmatige persconferenties van premier Rutte en minister De Jonge: ze zullen gewoon doorgaan. 

De vraag is wel hoe het verder gaat met de controversiële delen van het coronabeleid. Het meest actueel is de avondklok, die de premier sinds dinsdag nadrukkelijk overweegt als de Britse mutatie van het virus hier opstoomt. Daar is niet alleen het grootste deel van de oppositie, maar ook een partij als D66 zeer terughoudend in. 

Het gebrek aan een gegarandeerde meerderheid kan het kabinet belemmeren. Maar ook daarin wordt dit een ongebruikelijke kabinetsval: dat gebrek was er immers al geruime tijd. De coalitie had nog maar 75 zetels, het kabinet weet allang niet meer beter. Aftreden kan zelfs omslaan in een politiek voordeel omdat het makkelijker wordt zaken te doen met de oppositie als die een meerderheid kan regelen. Coalitiepartijen die dat niet prettig vinden, hebben weinig meer over om mee te dreigen. Het kabinet is immers al gevallen. 

Raoul du Pré

De PvdA staat voor een enorme uitdaging - 14 januari 2021

Twee maanden voor de verkiezingen je lijsttrekker vervangen: de PvdA staat voor een historische uitdaging. Iedere mogelijke kandidaat heeft nog maar een paar weken om z’n kennis van algemene politieke zaken zover op te schroeven dat routiniers als Mark Rutte, Geert Wilders en Jesse Klaver in de belangrijke tv-debatten geen gehakt van hem maken. Of van haar, want de kans is het grootst dat de PvdA voor het eerst in de partijgeschiedenis een vrouw bovenaan het stembiljet krijgt.

 Veelgenoemd vandaag: Khadija Arib, de nummer twee op de lijst en alleen al daarom in beeld. Velen in de partij zien in de populaire Kamervoorzitter bovendien een stemmentrekker. Als Arib haar vinger opsteekt, kan de partij moeilijk om haar heen. De voornaamste vraag is alleen of ze de ambitie heeft. Arib staat niet te boek als een dossiervreter of een fervent debater. Haar glansrol op het Binnnenhof vond ze pas in de voorzittersstoel, boven de partijen. Ze koos in het najaar ook alleen voor een plek op de kandidatenlijst omdat ze hoopt nog een periode als Kamervoorzitter mee te pakken.

Veel minder twijfels zijn er over de ambities van de volgende op de lijst: Lilianne Ploumen, vandaag onmiddellijk tot dienstdoend fractievoorzitter gekozen in afwachting van een nieuwe partijleider. Zo is de pikorde.  Er zijn in de huidige lichting niet veel PvdA’ers met meer politieke ervaring of een groter netwerk in de partij. Al in 2007 werd ze partijvoorzitter, daarna vijf jaar minister in Rutte II, doorgaans met goede rapporten. Op Buitenlandse handel zat ze bovendien ver genoeg verwijderd van het sociaal-economische beleid dat onder de voormalige PvdA-kiezers zo’n wrange smaak heeft nagelaten. Veel meer dan Asscher heeft ze de handen vrij om met het geheel vernieuwde verkiezingsprogramma de campagne in te gaan. 

Verkiezingsonderzoekers zullen er intussen op wijzen dat er ook nog twee heel andere kandidaten rondlopen die bij de kiezers hoger staan aangeschreven. Voordat de coronacrisis toesloeg bleek uit onderzoek van I&O Research dat niet Lodewijk Asscher, Jesse Klaver of Lilian Marijnissen de populairste kandidaten waren op de linkerflank, maar de PvdA-bestuurders Ahmed Aboutaleb en Frans Timmermans. Vooral die laatste heeft intern een ijzersterke positie na het ‘wonder van Timmermans’ bij de Europese verkiezingen van 2019 - de enige keer in de afgelopen negen jaar dat de PvdA weer even mocht hopen op een heropleving als belangrijke bestuurderspartij. 

Timmermans heeft zijn partij inmiddels laten weten dat hij niet beschikbaar is, Aboutaleb wilde er donderdag nog niets over zeggen. Voor beiden geldt sowieso dat ze pas in beeld komen als Arib en Ploumen uit zichzelf bedanken en er plotseling een groot beroep moet worden gedaan op een outsider. Arib liet zich donderdag nog niet in haar papieren kijken: ‘Eerst even verwerken dat een heel fijne collega nu eigenlijk gedwongen is afgetreden.’ Ploumen sloot zich daarbij aan. 

Wanneer er duidelijkheid komt, is nog ongewis. Het partijbestuur is inmiddels bijeen geweest, maar voorzitter Nelleke Vedelaar liet donderdag nog weinig los: ‘Het is kort voor de verkiezingen, er staat ons veel te doen.’ Op 1 februari moeten alle partijen hun kieslijsten inleveren bij de Kiesraad. 

Raoul du Pré

Aftreden? Bij de kiezer is vooral Asscher de gebeten hond - 13 januari 2021

De affaire rond de kinderopvangtoeslag mag niet zonder politieke consequenties blijven, vinden althans de  kiezers. In onderzoek van I&O Research dat woensdag verscheen, vindt 72 procent van alle Nederlanders dat er - behalve de financiële compensatie - ook een politiek gebaar moet komen. De vraag is alleen: welk gebaar? Een deel van de kiezers worstelt kennelijk evenzeer met die vraag als velen op het Binnenhof deze week, premier Mark Rutte voorop: slechts 41 procent vindt dat die ‘consequenties’ zich moeten uiten in het ontslag van een of meer hoofdrolspelers. 

Volgende vraag: wie moet er dan weg? Premier Rutte voelt de stemming in het land goed aan met zijn opvatting dat een aftreden van het hele kabinet niet nodig is. Slechts 8 procent van Nederland is daar wel voor. Kiezers zien liever gerichte maatregelen, bijvoorbeeld het ontslag van ambtenaren (32 procent), het ontslag van ‘bepaalde (oud-) bewindspersonen’ (29 procent) of het ontslag van ‘bepaalde Tweede Kamerleden’ ( 18 procent).

Maar dan toch weer de volgende vraag: wie zijn dan die ‘bepaalde mensen’? En op dat punt aangekomen, mag vooral PvdA-leider Lodewijk Asscher zich zorgen gaan maken. Onder de mensen die vinden dat er koppen moeten rollen, wordt die van Asscher het vaakst genoemd (64 procent), direct gevolgd door die van minister Wiebes van Economische Zaken (60 procent). Rutte volgt daarna met 38 procent.

Asscher was in het vorige kabinet - toen het bij de Belastingdienst echt uit de hand liep -  minister van Sociale Zaken, Wiebes staatssecretaris van Financiën. 82 procent van de mensen die vinden dat hij weg moet als fractieleider, vindt bovendien dat Asscher ook niet door kan als lijsttrekker bij de verkiezingen van 17 maart. Ook daarmee scoort hij hoger dan zittende bewindslieden als Rutte en Wopke Hoekstra. 

In Asschers eigen achterban is de stemming milder, maar nog altijd vindt 18 procent van degenen die van plan zijn op de  PvdA te stemmen dat hij niet door kan. Voor de PvdA-leider is de conclusie duidelijk: nu vrijwel alle partijprominenten zich inmiddels achter hem hebben geschaard, is zijn positie intern stevig verankerd. In de buitenwereld daarentegen is tot 17 maart nog veel zendingswerk te verrichten. Alle verwoede pogingen van de afgelopen vier jaar om de herinnering aan zijn betrokkenheid bij Rutte II  te wissen uit het nationale geheugen, zijn door de toeslagenaffaire in één keer teniet gedaan 

In de jongste zetelpeiling van I&O Research staat de PvdA op 11 zetels, slechts twee meer dan het historische dieptepunt van 2017. Om zijn positie ook ná de verkiezingen veilig te stellen, zal Asscher er fors meer binnen moeten halen. 

Raoul du Pré

Vergevingsgezinde PvdA schaart zich rond Asscher - 10 januari 2021

Wie moet er aftreden vanwege de pijnlijke affaire met de kinderopvangtoeslag? Die vraag ligt niet alleen op tafel in het kabinet, maar volgende week ook op het partijcongres van de PvdA. Vooralsnog roeren de voorstanders van het aanblijven van partijleider Lodewijk Asscher zich luidruchtiger dan de tegenstanders: vrijwel alle prominenten schaarden zich in de loop van het weekend achter Asscher.  ‘Feilbaar en oprecht leiderschap waarderen we boven Tefalpolitici die wegduiken en dralen’, verklaren zij in een ‘steunmotie’ voor de lijsttrekker. 

Partijvoorzitter Nelleke Vedelaar was vorige week de eerste die het volledige vertrouwen uitsprak in de lijsttrekker. Inmiddels is zij in het gezelschap van de voltallige Tweede Kamerfractie, de burgemeesters Ahmed Aboutaleb (Rotterdam), Ahmed Marcouch (Arnhem),  Sharon Dijksma (Utrecht), Paul Depla (Breda), Pieter Broertjes (Hilversum), FNV-voorzitter Han Busker, oud-ministers als Jeroen Dijsselbloem en Jet Bussemaker,  een reeks voormalige Kamerleden en enkele honderden andere PvdA’ers. 

In hun ‘motie van steun’, een initiatief van de Bossche fractievoorzitter Pieter Paul Slikker, nemen zij het op tegen een andere motie van een groep leden die juist vindt dat Asscher een onmogelijke kandidaat is geworden sinds het verschijnen van het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag. Hoewel uit de verhoren van de topambtenaren bleek dat veel cruciale informatie over het drama Asscher destijds niet bereikte, was hij tussen 2012 en 2017 als minister van Sociale Zaken wel politiek verantwoordelijk voor het kinderopvangstelsel. De motie die stelt dat Asscher daardoor niet meer geloofwaardig kan opereren als aanvoerder van de sociaaldemocraten, kreeg vorige week de benodigde honderd ondersteuningsverklaringen om behandeld te worden op het aanstaande congres. 

Hoeveel inhoudelijke steun die motie heeft, is niet duidelijk. Er zijn geen landelijk bekende PvdA-bestuurders die zich tegen Asscher hebben uitgesproken. De partijleider zelf betuigt spijt dat hij als minister niet meer heeft gedaan om het drama te voorkomen, maar voegt er meteen aan toe dat hij zelf de juiste man is om het vertrouwen in de overheid te herstellen en de verzorgingsstaat te repareren. ‘En ik ben, denk ik, bij uitstek degene die dit kán fixen. Vanwege mijn ervaringen als minister en als Kamerlid. Ik weet hoe moeilijk het is om wetgeving te veranderen, maar ik weet dat het kan. Ik heb gezien hoe de macht zich tegen mensen kan keren, heb ervaren dat de kloof te groot is’, aldus Asscher onlangs in Trouw. ‘Mijn ervaringen maken mij zeer gedreven om voorop te gaan, wat mij betreft ook straks in de formatie.’

Die houding krijgt nu brede steun in de partij. ‘Vanwege de manier waarop hij omgaat met zijn rol als voormalig bestuurder in het aangedane onrecht verdient Lodewijk Asscher waardering’, aldus de steunmotie. ‘Als een van de weinige betrokkenen omarmde hij ten volle de uitkomsten van het onderzoek, legde hij er verantwoording over af, bood hij er excuses voor aan (...) Feilbaar en lerend leiderschap in plaats van dralen en buiten schot proberen te blijven is exact wat we van modern leiderschap mogen verwachten.’

Raoul du Pré    

Kamer wil barmhartigheid terug in de bijstand - 8 januari 2021

De breedgedragen politieke verontwaardiging over het bijstandsregime in de gemeente Wijdemeren (Noord-Holland) lijkt te gaan leiden tot snelle landelijke actie. In navolging van de ChristenUnie hebben inmiddels ook de regeringspartijen CDA en D66 concrete plannen klaarliggen die een einde moeten maken aan de verplichte boete voor bijstandsontvangers die niet volledig aan de informatieplicht hebben voldaan. Oppositiepartijen PvdA, SP en GroenLinks leveren de benodigde meerderheid in de Kamer. 

De ChristenUnie was er vrijdag als eerste bij met de presentatie van een initiatiefwet. ‘We gaan regelen dat gemeenten niet meer wettelijk verplicht zijn om een boete op te leggen en bijstandsgeld terug te vorderen’, aldus Tweede Kamerlid Eppo Bruins. ‘Het kán wel, in geval van fraude, maar het móet niet. Gemeenten krijgen de ruimte om daar een afweging in te maken, met oog voor de specifieke situatie. Met oog voor de menselijke maat. Met barmhartigheid.’

Daarmee hoopt Bruins het ijzer te smeden nu het heet is. Zijn wetsvoorstel is een directe reactie op de  zaak in Wijdemeren die onlangs tot veel politieke reacties leidde. Een inwoner met bijstandsuitkering stapte naar de rechter, omdat de gemeente vindt dat ze ruim 7.000 euro moet terugbetalen aan boodschappen die haar moeder al jarenlang structureel voor haar doet. Het gaat om basale inkopen zoals wc-papier, brood, sla, vlees, koffie en eieren. De vrouw verloor het proces en moet de boete betalen. Dat geld heeft ze niet.

Dat leidde tot algemene verbazing in de Tweede Kamer, van links tot rechts. Maar ook tot de beteuterde vaststelling dat de Kamer het zelf zo heeft geregeld. Gemeenten moeten hun bijstandsregels baseren op de Participatiewet en de Fraudewet uit 2012. Daarin is een strenge informatieplicht voor bijstandsgerechtigen geregeld: wie niet alle inkomsten doorgeeft, riskeert forse sancties. VVD, CDA, PVV, GroenLinks, D66 én de ChristenUnie gaven destijds hun goedkeuring aan die regels. 

Maar die wind is inmiddels scherp gedraaid. Na jaren waarin fraudebestrijding en handhaving voorop stonden in de sociale zekerheid, wil het overgrote deel van de Kamer nu meer ruimte voor maatwerk, meer oog voor de omstandigheden en voor barmhartigheid. ‘De Participatiewet pakt te vaak hardvochtig uit voor mensen in schrijnende situaties. Het systeem wint het van de menselijkheid, waar juist de mens centraal zou moeten staan’, aldus Bruins. 

Hij kreeg vrijdag onmiddellijk bijval van coalitiepartners CDA en D66 en van de linkse oppositiepartijen. Sommige hebben hun eigen voorstellen, maar die komen op hetzelfde neer: een wetswijziging moet meer ruimte scheppen voor het helpen van mensen in de bijstand door vrienden, vrijwilligers of familie. Gemeenten worden niet meer verplicht een boete op te leggen of geld terug te eisen. Ze mogen in elk geval afzonderlijk beoordelen en vanwege de omstandigheden afwijken van de terugvorderingsplicht. 

Alle betrokken partijen willen dat liefst nog regelen voor de verkiezingen. Dat betekent dat ze grote haast hebben. Op 12 februari begint het verkiezingsreces in de Tweede Kamer, dat duurt tot na de verkiezingen van 17 maart als er een nieuwe Kamer aantreedt. 

Raoul du Pré

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden