En dan moet je die lui bedanken

Een dezer dagen kiest de jury de prozaïst die de prestigieuze P.C. Hooftprijs 2013 gaat krijgen. Daarna volgen dan nog drie etappes: het bellen, het bekendmaken, en het bedanken. De geschiedenis leert dat dit geen voorspelbaar ritueel is.

De geruchten lispelen dat het dinsdag zover is. Dan zou weleens bekendgemaakt kunnen worden wie de P.C. Hooftprijs van 60 duizend euro krijgt toegekend voor zijn of haar oeuvre. Tevoren laat de vijfkoppige jury niets los over lijstjes met kandidaten waaruit bij meerderheid een winnaar moet komen. Het blijft een kwestie van speculeren wie rond 21 mei 2013 (dichter P.C. Hooft stierf op 21 mei 1647) in het Letterkundig Museum in Den Haag de prijs in ontvangst zal nemen. Heel moeilijk lijkt het niet om een paar schrijvers te bedenken over wier oeuvre ongetwijfeld is vergaderd: Jeroen Brouwers (72), A.F.Th. van der Heijden (61) en Arnon Grunberg (42).


Maar hoe moet je hun werk en statuur vergelijken, en welk argument krijgt de doorslag? Van der Heijden is in vroeger jaren ter sprake gekomen, en naar verluidt vond men toen 'dat hij eerst maar eens een romancyclus moest voltooien'. Daar kan tegenin gebracht worden dat het adagium van Van der Heijdens alter ego Albert Egberts in Vallende ouders (1983), 'leven in de breedte', pas consequent wordt uitgevoerd zolang het oeuvre in beweging blijft; principieel onvoltooid, met telkens nieuwe vertakkingen en uitlopers.


Grunberg zou te jong zijn, is eerder geopperd, maar inmiddels is hij geen belofte meer te noemen. Bovendien is zijn productie zo hoog dat we al van een omvangrijk oeuvre kunnen spreken. Jeroen Brouwers (72) heeft zich reeds zolang bewezen, die zou je niet langer moeten laten wachten. Tenzij de jury angst heeft dat de polemische auteur die in zijn recente bundel Restletsels flink tekeer gaat tegen Aad Meinderts (die volgens Brouwers een te populaire koers heeft ingezet, als 'plebejische spullenbaas' van de 'Hema der Letteren'), voorafgaand aan of tijdens de uitreiking een nieuw offensief begint.


Meinderts is namelijk behalve directeur van het Letterkundig Museum ook lid van het bestuur van de Stichting P.C. Hooftprijs. 'Zak in de modder, A. Meinderts', roept Brouwers, en zoiets kan zijn kansen op een bekroning verkleinen. De laatste keer dat Brouwers een grote prijs kreeg, die der Nederlandse Letteren (2007, toen 16 duizend euro), besloot hij die in tweede instantie te weigeren ('een fooi'), om vervolgens minister Plasterk (en kroonprins Willem-Alexander, en vele anderen) royaal de mantel uit te vegen in het meesterlijke vloekschrift Sisyphus' bakens (2009).


Het is ook mogelijk dat de jury voor Margriet de Moor kiest (71), groot auteur, beroemder in Duitsland dan bij ons, of Willem Jan Otten (61) hoewel diens essayistiek hoger wordt aangeslagen dan zijn romans, of Helga Ruebsamen (78), die geen gigantisch oeuvre heeft, maar wel een van hoge kwaliteit. In 2007 verraste de jury menigeen toen J.M.A. Biesheuvel werd gekozen, weliswaar terecht, maar onverwacht omdat hij toen al jaren zo ongeveer was stilgevallen. In vroeger tijd is de prijs, die sinds 1947 bestaat en tot 1956 voor één werk werd toegekend, ook wel toegekend aan namen die niet iedereen meteen bekend voorkomen, zoals A.M. Hammacher (1949), H.W.J.M. Keuls (1961) en Frits van der Meer (1963). Outsiders zijn derhalve niet uitgesloten.


De jury heeft iemand gekozen. Hoe gaat het dan verder? De winnaar wordt gebeld, met de vraag of hij of zij de prijs aanvaardt. Charlotte Mutsaers (2010) zat in de Hema aan de Nieuwendijk in Amsterdam met haar man koffie te drinken, toen ze het heuglijke nieuws vernam. Ze moest vlug naar huis vanwege alle telefoontjes die volgden, en om fotografen en journalisten te kunnen ontvangen.


Gerrit Krol (winnaar 2001) werd om vijf uur gebeld, zei ja, en ging toen de verdere dag thuis in het Drentse Oudemolen vergenoegd naar de tv zitten kijken: 'Om half zes had het Journaal er al een berichtje over. Presentator Harmen Siezen hield één boekje van me omhoog. Meer hadden ze in de gauwigheid niet kunnen vinden. Om zes uur hadden ze al wat meer boekjes. Om acht uur bracht Henny Stoel een keurig item. En om tien uur was het Sacha de Boer, en om half twaalf weer. Ik genoot ervan. Mooie meid. Vooral als ze het over mij heeft.'


Heel anders was dat bij dichter H.H. ter Balkt (winnaar 2003): 'Het beeld is belangrijker dan het woord, dat werd me goed duidelijk. Om tien uur 's ochtends stond er een ANP-fotograaf voor mijn deur, maar die is onverrichter zake vertrokken. Ik lag nog in bed. Voor Bolletje kom ik m'n bed uit, voor een fotograaf niet.' Later moest hij alsnog worden vastgelegd. 'Beulen zijn het. Vroeger verborgen ze hun hoofd onder een zwarte doek, toen kwamen ze er rond voor uit.'


Ida Gerhardt (winnaar 1979) accepteerde onder één voorwaarde: Anton Korteweg (toen directeur van het Letterkundig Museum) diende toe te zeggen dat een opdringerige oud-klasgenote van de 74-jarige dichteres niet bij de uitreiking aanwezig zou zijn. Aan die voorwaarde werd voldaan. Toen stond alleen nog een explosief in de weg: de maand voor de uitreiking werd bij het huis van Gerhardt in Eefde een V-wapen uit de oorlog gedemonteerd. 'Het kán voorkomen dat zoiets niet lukt', schreef de dichteres, die vreesde dat zij nog op de dag van de uitreiking uit veiligheidsoverwegingen in haar huis zou moeten blijven.


De verlegen F.B. Hotz (winnaar 1998) werd op 21 juni gebeld door jury-voorzitter Kees Fens, die vertelde dat hem de P.C. Hoofprijs was toegekend. In de Hotz-biografie van Aleid Truijens staat wat er toen gebeurde: 'Na een angstige stilte zei Hotz zacht: 'Dat wil ik niet'.' Hij zag op tegen alle publiciteit, de speeches, het gedoe, hij kon het niet aan. Fens heeft toen op de laureaat moeten inpraten ('Ik had pastoraal werker moeten worden'), benadrukkend dat het ging om de waardering voor het wérk.


Daar was Hotz gevoelig voor. Maar de uitreiking moest gewoon bij hem in de huiskamer in Oegstgeest plaatsvinden. Hotz kreeg bij die gelegenheid behalve de oorkonde en het beeldje ook een stapeltje zorgvuldig uitgekozen cd's met oude jazz. Heel mooi, dankte hij, 'maar ik heb geen cd-speler.' Die werd hem dezelfde week nog bezorgd.


Het kan ook mis gaan. In 1982 had Jan Wolkers al de Constantijn Huygens Prijs geweigerd, wat hij op tv theatraal toelichtte: 'Wat heb ik gedaan dat ik deze prijs heb verdiend? Heb ik soms geld aan de juryleden overgemaakt? Heb ik ontucht met ze bedreven? Ben ik plotseling slechter gaan schrijven?' In 1988 hoefde hij ook de P.C. Hooftprijs niet. Wolkers vond dat hij de prijs te laat kreeg, bovendien werden zijn boeken vanaf de late jaren zeventig plots kritisch ontvangen. Wolkers-biograaf Onno Blom verduidelijkt desgevraagd: 'Als je het oordeel van critici verwerpt, kun je hun niet ineens hartelijk gaan danken als ze je een prijs toekennen. Bovendien was het voor Wolkers een mooie gelegenheid om zijn ongenoegen weer eens kenbaar te maken.'


Weigeren is voorstelbaar, hoewel ongebruikelijk. Het bekendste voorbeeld is W.F. Hermans, die de prijs in 1959 bijna won, ware het niet dat hij geen meerderheid in de jury kreeg. Misschien omdat Hermans eerder de kronieken van Emmy van Lokhorst 'eenvoudig lachwekkend' had genoemd. En die zat in de jury.


In 1959 werd de prijs niet uitgereikt, en in 1965 ook niet, toen omdat er niet kon worden gekozen tussen Koolhaas, Mulisch en Reve.


In 1971 was de jury het wel eens: W.F. Hermans. De auteur kreeg een vertrouwelijke brief, met vermelding van het geldbedrag: ¿ 18.000 (18 duizend gulden). Prima, schreef Hermans terug, maak het bedrag nu maar vast over, vóór de uitreiking, 'aangezien ik mij op een dergelijke hoogtijdag ongaarne met geldzaken bezighoud'. Maar toen bleek dat er een tikfout in de eerste brief had gestaan. Het moest zijn: ¿ 8.000,-.


Daarop liet Hermans minister Engels weten: 'Men kan nauwelijks verwachten dat een schrijver zich bijzonder vereerd zal voelen wanneer hij bekroond wordt door een minister wiens handtekening van de ene dag op de andere ¿ 10.000 in waarde daalt. Ik heb daarom besloten geen prijs te aanvaarden.'


Het gaat niet vanzelf goed. Maar de dag van de uitreiking is het feest. Gerard Reve (winnaar 1968) gaf minister Marga Klompé een kus, een toentertijd opzienbarend amicale actie. Bij Gerrit Komrij (winnaar 1993) deden Kees van Kooten en Wim de Bie een goochelact met de laureaat, en K. Schippers (winnaar 1996) plaatste het beeldje dat bij de prijs hoort op zijn hoofd toen de fotografen de overhandiging vastlegden. De dankwoorden bevatten zelden valse noten. Soms gaat het er zo braaf aan toe dat je met afgunst kunt terugdenken aan de schandalen van vroeger, of aan buitenlandse gevallen.


Thomas Bernhard (1931-1989), de Oostenrijkse toneelschrijver die niet het zonnetje in huis was, blikt in zijn postuum verschenen Mijn prijzen (2009) terug op de keren dat hem zo'n ding ten deel was gevallen. Alles was fout: de godvergeten feestmuziek, de gezagsdragers die de laureaat niet eens zagen staan, de poseurs uit het wereldje die bij zo'n uitreiking op de eerste rij zitten, de besnorde minister die een rapport vol blunders voorleest. En dan moet je die lui nog bedanken ook.


Bernhard kreeg in 1967 de Oostenrijkse Staatsprijs, en hield een geweldige rede waarmee hij iedereen de put in praatte: 'Er valt niets te prijzen, niets te veroordelen, niets aan te klagen, maar veel dingen zijn belachelijk; alles is belachelijk als men aan de dood denkt (...) De staat is een bouwsel dat permanent gedoemd is te mislukken, het volk een bouwsel dat onafgebroken is veroordeeld tot infamie en geestelijke zwakheid (...) Wij hoeven ons niet te schamen, maar wij zijn ook niets en we verdienen niets anders dan de chaos.'


Terwijl Bernhard nog bezig was, sprong de minister van Cultuur en Kunst en Onderwijs op, balde de vuist, slaakte een kreet en stormde de zaal uit. Daarna brak de chaos uit. Bernhard: 'Zelf begreep ik absoluut niet wat er gebeurde.' Meneer wist van niks.


Mijn wens moge duidelijk zijn: Jeroen Brouwers! Hij verdient de P.C. Hooftprijs 2013 ten volle, en zijn dankwoord belooft vuurwerk te worden. Dat zou de feestdag waarlijk onvergetelijk maken.


De P.C. Hooftprijs voor Letterkunde wordt jaarlijks toegekend, afwisselend voor proza, essayistiek en poëzie. De jury die dit jaar een prozaïst uitverkiest, bestaat uit Arnold Heumakers, Xandra Schutte, Thomas Verbogt, Maria Vlaar en Rudi Wester. De bekendmaking is in december, de uitreiking volgt in mei 2013.

EERSTE WINNAAR: AMOENE VAN HAERSOLTE

De P.C. Hooftprijs werd in het leven geroepen in 1947, het driehonderdste sterfjaar van de dichter en geschiedschrijver Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647). De allereerste winnares was Amoene van Haersolte.


De schrijfster, geboren als jonkvrouw Ernestine Amoene Sophia van Holthe tot Echten en gehuwd met Johan Frederik baron van Haersolte, kreeg 1.000 gulden voor haar verhalenbundel Sophia in de Koestraat (volgens criticus Kees Fens in 1997 een proeve van 'zeer gekantwerkt proza').


Een citaat: 'Sophia, dat is magerte opgevoerd tot idylle, glad velletje over de botjes getrokken; Sophia, dat is niets schier dan oogen en iets ijls dat verschiet.'


Juryvoorzitter Dirk Coster wilde voorkomen dat de door hem gehate Vestdijk de prijs zou krijgen voor Iersche nachten. Zo kwam Amoene van Haersolte in het vizier. De Zwolse jonkvrouw zou in 1952 overlijden.


Naast Van Haersolte werd Arthur van Schendel (1874-1946) in 1947 postuum onderscheiden voor zijn roman Het oude huis.


DE KEER DAT DE MINISTER WEIGERDE

De beruchtste affaire in de geschiedenis van de P.C. Hooftprijs speelde zich af in 1985. Minister Elco Brinkman weigerde de staatsprijs toe te kennen aan Hugo Brandt Corstius, omdat de veelkoppige columnist naar zijn oordeel 'het kwetsen tot instrument' had gemaakt. De jury trad uit protest af, en de Stichting P.C. Hooftprijs werd opgericht, zodat ministers zich niet meer met bekroningen konden bemoeien. De eerstvolgende P.C. Hooftprijs (1987) ging alsnog naar Brandt Corstius.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden