En dan ben je ineens een vip

Vrouwen zwemmen in het Suezkanaal in Egypte. Beeld ap
Vrouwen zwemmen in het Suezkanaal in Egypte.Beeld ap

Ik ben al in de economyclass beland als ik op mijn instapkaart zie dat ik thuishoor vóór het klassebepalende gordijntje. Ik wurm mezelf terug, vlij mijn gat neer op de eerste rij en probeer te doen alsof ik altijd zo vlieg. Maar het is reizen op stand, met dank aan de Egyptische overheid.

Het regime heeft er alles aan gedaan om van de opening van het vernieuwde Suezkanaal een daverend succes te maken. Het pamperen van vips hoort daar ook bij. En kennelijk vallen journalisten - doorgaans vaak opgejaagd - daar plotseling ook onder.

Voor ons bezoek aan het grandioze project van president Sisi worden we door een team jongeren in matrozenuniform van de vliegtuigtrap begeleid naar een vijfsterrenhotel. Bij aankomst ligt er zelfs een perskaart klaar! Normaal moet je in Egypte vechten om zo'n ding - mailen, faxen, smeken, huilen. Om dan drie weken na afloop van je reis een mailtje te krijgen dat het pasje klaarligt.

Elders in het Midden-Oosten is het niet anders. Verslaggevers moeten hemel en aarde bewegen om een visum te bemachtigen voor Syrië en Irak, of toestemming om in Teheran te werken. De dag dat Hassan Rohani tot Irans president werd verkozen, mocht ik van de autoriteiten urenlang mijn hotel niet uit. Vermoedelijk vanwege een interview met de oppositiegezinde kleindochter van wijlen ayatollah Khomeini dat die dag op de voorpagina van de krant stond.

Ook Egypte is onder Sisi almaar repressiever geworden, met als dieptepunt vorig jaar de lange celstraffen voor drie Al Jazeera-journalisten wegens 'verspreiden van vals nieuws'. Meestal is het hier dan ook oppassen: arrestatie is een reëel risico. De vorige keer dat ik in Egypte werkte, drie maanden geleden, was de perskaart zoals gebruikelijk nog niet klaar. Maar als ik een dag later zou terugkomen, kreeg ik wel een assistent mee. Een minder in journalistenjargon: iemand die optreedt als tolk en oppas in een.

In een land waar mensen met honderden tegelijk ter dood worden veroordeeld en tienduizenden zijn vastgezet om hun politieke voorkeur, draagt zo'n 'assistent' niet bij aan de openhartigheid van de mensen die je spreekt. Juist daarom is de minder een traditie in de meest repressieve landen: Irak onder Saddam Hussein, het huidige Iran en Saoedi-Arabië. En kennelijk ook in Egypte onder Sisi.

Maar vandaag wordt de rode loper uitgerold, in de hoop dat buitenlandse journalisten eindelijk eens een positief verhaal schrijven. Op de dag van het bezoek aan het kanaal stopt de persbus onderweg bij een legerbasis en worden we voorzien van een nieuwe perspas en militaire bescherming. Legerjeeps met militairen, plus twee humvees met gemaskerde special forces, begeleiden ons naar Ismaïlia.

De vreugde bekoelt wat als de gebruikelijke Egyptische desorganisatie toch de kop opsteekt. Om kwart voor zeven 's avonds staat een dame aan het tafeltje waar ik zwetend een stuk voor de krant tik. We moeten nú naar de bus. Volgens het programma was dat kwart voor acht. De bus is er uiteraard niet, maar na drie kwartier wachten komt hij toch opdagen. Uiteindelijk rijden we in ons eentje terug naar Caïro - de rest is allang vertrokken, inclusief de militaire bescherming. Gelukkig vlieg ik zo weer businessclass terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden