En Cruijff ziet: zijn Ajax is onderweg

De 2-1-winst op Barcelona is een markeringspunt sinds Johan Cruijff in 2010 zijn revolte begon bij Ajax. Hoe ver is de club in drie jaar gekomen op de schaal van Cruijff?

Hoog gezeten op het pluche van de Arena zag Johan Cruijff dat het goed was. Aan het einde van de voor het Nederlandse clubvoetbal welkome avond sprak hij tot de spreekbuis van zijn revolte, De Telegraaf: 'Ajax is op de goede weg, maar we zijn er nog lang niet.'


Het meeslepende duel met Barcelona in de Champions League is een piketpaal in de clubgeschiedenis, een markeringspunt sinds Cruijff in de herfst van 2010 gruwde van zijn eerste liefde en hardhandig ingreep. Cruijffs inzet was duidelijk: ander personeel, voetballers aan de top, de jeugd beter opleiden, met meer individuele klasse. Met name dat laatste proces is niet voltooid, ondanks Klaassen ('hij voetbalde met verstand', aldus Cruijff), Serero en al die anderen. De Ajacieden van na de Cruijffrevolte moeten immers nog doorbreken.


Hoe verzwakt de al voor de achtste finales van de Champions League geplaatste tegenstander ook was, Ajax - Barcelona preludeerde op de gedroomde toekomst, onder leiding van de architect die nooit wanhoopte: trainer Frank de Boer. Hij gelooft werkelijk in de filosofie en zeurde nooit om miljoenenaankopen. Hij vroeg voetbal met flair, gespeeld door zelfopgeleide spelers. Voor de basisploeg van dinsdag gaf Ajax 11,5 miljoen euro uit aan transfers, pakweg tweederde van het jaarsalaris van Lionel Messi bij Barça. Een schijntje, in de wereld van de Champions League.


Uitgerekend tegen de voorbeeldclub van Europa zette Ajax druk, zoals dat heet. Ajax kopieerde het Barcelona van een paar jaar geleden, van Guardiola, maar dan op eigen niveau, met eigen middelen. Oranje, Ajax, Bayern, het Heracles van de vorige coach Peter Bosz: ze lieten zich allemaal inspireren door Barcelona. Dinsdag kon De Boer zeggen: 'We lieten Barcelona niet in het spel komen. Dat was fantastisch.'


Na het meeslepende duel met Barcelona in de Champions League is de vraag: hoe ver is Ajax op de schaal van Cruijff? Een beschouwing in vier delen.


Talenten

Ondanks alle jeugd van vandaag is het wachten op de talenten van de toekomst. Een echte rechtsbuiten bijvoorbeeld. Een betere spits dan, met alle respect, Hoesen. Vraag het Frank de Boer of zijn broer Ronald, die werkzaam is bij de jeugd. Ze spreken bevlogen over schitterende talenten, voor aanvallende posities. Namen als Kishna, El Ghazi, Acolatse en Nouri genieten al faam op de Toekomst. Cruijff zei onlangs dat hij 'extreme kwaliteit bij 16- tot 18-jarigen' heeft gezien.


Flankspelers

'Als de ploeg niet snel stappen maakt, worden de buitenspelers straks weer afgebrand', stelde Cruijff drie maanden geleden in zijn column in De Telegraaf. Hij maakte zich zorgen, en niet zonder reden.


Ajax had drie dagen daarvoor gelijkgespeeld (3-3) tegen Heerenveen. Viktor Fischer (op links) en Bojan Krkic (op rechts) hadden nauwelijks een waardevolle bijdrage geleverd aan het aanvalsspel. Beiden zijn in essentie ook geen vleugelspelers.


Dat duel in Friesland, pas het vierde van dit voetbalseizoen, is bepaald geen uitzondering geweest. Wie Frank de Boer ook positioneerde op de flanken, het rendement bleef laag. Om niet te zeggen: nihil. Ook dat is niet nieuw.


Liefst zeven verschillende spelers mochten het dit seizoen als rechterspits proberen: Schöne, Fischer, Krkic, Andersen, Sana, De Sa en Sigthorsson. Vorig jaar waren dat: Boerrigter, Sana, Lukoki, Babel, Schöne, Cuenca en Sulejmani (louter spelend als invaller op die plek).


De linksbuitens van dit seizoen: Fischer, Andersen, Boilesen, Sigthorsson en Krkic. Vorig seizoen: Fischer, Babel, Boerrigter, Sana en Schöne. Omdat voorin weinig vastigheid was, koos menig Ajacied voor de weg terug, voor de eeuwige combinatie, wat het spel een saai uiterlijk gaf.


Het geeft aan hoezeer deze klassieke posities uit het Ajax-spel, de nummers 7 en 11, coach De Boer hoofdbrekens bezorgen. Sjaak Swart en Piet Keizer, John van 't Schip en Rob de Wit, Finidi George en Marc Overmars: zo vanzelfsprekend is het allemaal niet meer.


Ondertussen incasseert een talent als de 19-jarige Fischer kritiek. Neem afgelopen zaterdag, na de 3-0-zege tegen Heracles. Hij scoorde met een intikkertje, maar werd uitgefloten door zijn eigen supporters. Natuurlijk had hij dat gehoord, zei Fischer, maar in het afkeurende gefluit van zijn eigen fans zag hij het bewijs dat ze veel van hem verwachten.


Wat de fans óók verwachten: de doorbraak van een klassieke vleugelspits die eindelijk weer eens een tegenstander passeert, de achterlijn haalt en een bruikbare voorzet aflevert. Op dat gebied valt nog een wereld te winnen.


Wisselvalligheid

Als het Ajax-publiek de laatste jaren ergens aan gewend is geraakt, is het de afwisseling van soms verbijsterend gestuntel met wedstrijden die je een leven lang bij blijven. Na het zuur het zoet, zoiets.


Iedere fan herinnert zich hoe Ajax, twee seizoenen geleden, op Old Trafford met 2-1 won van Manchester United, een resultaat dat net niet genoeg was om een ronde verder te komen in de Europa League. Dat was een aardige compensatie voor de troosteloze thuisnederlaag tegen FC Utrecht (0-2), ruim twee weken eerder.


Vorig seizoen? Zelfde verhaal. Op 20 oktober verspeelt Ajax klungelig twee punten tegen Heracles in Almelo (3-3), om vier dagen later overtuigend met 3-1 te winnen van Manchester City. Logica? Nauwelijks te ontdekken.


Ook dit seizoen is het vaak behelpen geweest. Dieptepunt was het gelijkspel tegen RKC (0-0), een maand geleden. Op dat ontluisterende duel volgde een thuisnederlaag tegen Vitesse (0-1). En, ziedaar: tegen grootmacht Barcelona neemt de ploeg een compleet andere gedaante aan en wint Ajax 2-1.


Cruijff, woensdag: 'Je weet dat die wisselvalligheid er is met die jonge spelers. Ze kunnen voetballen, de kwaliteit is er, maar ze moeten ook elke keer dat niveau halen. Dat is de stap die nu wordt gezet en er zullen er ongetwijfeld een paar door de mand vallen.'


Tegen een ploeg als Barcelona geeft iedereen alles, wist Daley Blind. 'Als je in zo'n wedstrijd voorstaat, is de wilskracht zo groot om dat vast te houden. Je zag bij iedereen dat hij tot het gaatje wilde gaan.'


Wil iedereen dat zondag opnieuw, om 12.30 uur, bij ADO Den Haag? Twee resultaten van de laatste drie seizoenen: op 20 maart 2011 werd het 3-2 voor ADO. Op 23 september 2012 werd het 1-1. Als Ajax werkelijk zijn progressie wil tonen, dient het zondag te winnen.


Overwinteren

Het kampioenschap verveelt nooit, maar dé ambitie van Frank de Boer is overwinteren in de Champions League. Het zat hem niet mee, de laatste seizoenen. Twee jaar geleden: 8 punten, maar een fatale, omstreden zege van rivaal Lyon in Zagreb: 7-1. Uitgeschakeld op doelsaldo. Een seizoen geleden: 4 punten, in een supergroep met Real Madrid, Borussia Dortmund en Manchester City.


Telkens mocht Ajax doorstarten in de Europa League, zonder succes. Vorig seizoen reageerde Cruijff boos na de uitschakeling door Steaua Boekarest. De finale van dat toernooi was nota bene in Amsterdam. 'Dat mag niet meer, verliezen van clubs als Steaua.'


De doorstart in de Europa League is al zeker, maar over twee weken wacht eerst AC Milan, in San Siro. De uitgangspositie is duidelijk: om in de Champions League te blijven, moet Ajax winnen. De Boer: 'We moeten in San Siro nog één keer zo'n wedstrijd spelen als tegen Barcelona. We hebben er de kwaliteiten voor.'


Door

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden