'Emoties zie je niet op een scan'

'Amateurbiologen' noemt hij de neuropsychologen die kwantitatief experimenteel onderzoek doen aan de hersenen. 'Goudzoekers in het brein'.


'Ze zullen de psychische mechanismen die ten grondslag liggen aan menselijk gedrag op die manier hun leven lang niet doorgronden.'


Hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen (Radboud Universiteit Nijmegen) ziet zijn vak in hoog tempo verarmen. Psyche wordt gereduceerd tot brein, wordt gereduceerd tot biologische maten, is de trend die hij waarneemt. Voor onderliggende, complexe psychische patronen is geen belangstelling. Niet van de onderzoekers, niet van de subsidiegevers, niet van de hoog aangeschreven tijdschriften. Cliënten krijgen steeds vaker medicatie en oppervlakkige behandelingen zoals bijvoorbeeld 'oplossingsgerichte gespreksvoering'.


'Ik ben een product van de Nijmeegse School: Marx, Freud, de Frankfurter Schule. Nadat ik de School voor Journalistiek had gedaan, heb ik psychologie, sociologie en filosofie gestudeerd. De psychologie heeft behoefte aan complexe theorieën met de psyche als object, en waarin maatschappij en biologie een rol spelen. Maar in de academie wordt daarover niet echt nagedacht.


'Onderzoekers fabriceren liever protocollen en richtlijnen die gebaseerd zijn op de classificaties in het handboek voor psychiaters en psychologen. Clinici worden vervolgens onder druk van onderzoekers en verzekeraars geacht deze behandelprotocollen op elke patiënt los te laten. Maar de klinische praktijk is een andere dan de onderzoekspraktijk.'


'Je moet wel degelijk voor elke cliënt een speciale behandeling bedenken. Protocollen kunnen daarbij als richtlijn dienen, maar meer ook niet. Elk individu is verschillend. Maar tegenwoordig worden er symptomen gescoord, daar wordt een etiket op geplakt, en vervolgens wordt een medicijn voorgeschreven. Waar iemand werkelijk mee worstelt, daar wordt niet echt meer naar gekeken.


'De huidige diagnostiek zorgt voor narcismesparende verklaringen. 'Ik heb ADHD, dat zit in mijn hersenen, dus ik kan er niets aan doen'. Mensen wordt niet geleerd verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag. De scan laat zien dat er 'iets' in hun brein zit, en daar valt verder niets aan te doen, behalve het ontbrekende stofje aanvullen.'


'We hebben zelf de weg vrijgemaakt voor al die wilde therapeuten met hun rebirthing en andere onzin. Die sector zal alleen maar uitdijen en die produceren wij zelf, die faciliteren wij, omdat wij als academische psychologen onvoldoende in staat zijn adequate theorieën over emoties op te bouwen waar psychotherapeuten iets mee kunnen.'


'Jonge psychologen zijn geen clinici, maar technici. Ze behandelen bijvoorbeeld iemand met een obsessief-compulsieve stoornis volgens bekende geprotocolleerde procedures, maar maken geen contact met de weggedrukte agressie bij zo'n patiënt. Maar als je ontdekkende psychotherapie doet bij deze patiënten - en ik heb er honderden gedaan - dan weet je dat als er íéts is wat je moet beïnvloeden bij dwangpatiënten, het hun ingeslikte en weggedrukte boosheid is. Als je daar niet aankomt, kun je ze nooit goed vooruit helpen.'


'Dat is er allemaal uit gefilterd. Want die protocollen zijn gebaseerd op onderzoek naar de gemiddelde patiënt, en dat onderzoek is gebaseerd op therapievormen die zo goed mogelijk meetbaar zijn; en dat is beïnvloeding van de oppervlakte.


'De psychotherapieën zijn oppervlakkig geworden. Er is veel te weinig bemoeienis met emoties en dieperliggende psychische conflicten. Dan denken mensen al snel: er verandert niets. En dan gaan ze naar biologische factoren zoeken.'


'Ik was bij de lezing die hij in Den Bosch hield. Ik kan u verzekeren dat Van IJzendoorn op zoek is naar het gen voor hechting. Daar krijgt hij onderzoeksgeld voor.


'Ik ben niet tegen onderzoek in de hersenen. Ik heb zelf onlangs in de Verenigde Staten een master psychofarmacologie afgesloten, waarbij ik in hersenen heb staan snijden. Ik ben niet vies van het brein. Maar processen in de hersenen verklaren niet alles. Ze maken onderdeel uit van de biopsychosociale hutspot die wij allemaal zijn.'


Derksen schuift het Volkskrant wetenschapskatern van vorige week over tafel. 'Heeft u dit interview met neuroloog Jan van Gijn gelezen? Wat zegt hij, na veertig jaar neurologische praktijk? Onbegrepen pijnklachten, zoals buikpijn en rugklachten, verklaar je niet met scans. Daarvoor moet je het verhaal, de privéomstandigheden van de patiënt kennen. Dat is een verhaal vol emoties en gevoelens. Die zie je niet op een scan.


'Mensen hebben een geschiedenis van betekenisverlening, motieven, strevingen en emoties. Daarbinnen liggen de belangrijkste verklaringen voor psychische processen. En die vind je niet in de hersenen.'


'Dat irriteert me steeds meer. Ze kijken naar cognities en gedrag aan de oppervlakte, zoeken niet naar dieperliggende psychische patronen en merken dus ook niet hoe mensen op basis daarvan veranderen.


'Onderzoekers in de psychologie zijn feitjesmachines geworden. Ik heb veertien promovendi. En wat moeten die doen om mee te tellen? Data produceren, en daarvoor letten ze op de methodologie en de statistische toets. Dat is wat de tijdschriften vragen. Geen complexe theorievorming.'


'Je moet wel een theorie maken over psychische patronen, want je kunt niet in de psyche kijken, met geen enkel apparaat. Veel collega-onderzoekers kunnen niet verdragen dat wij een abstract vak hebben. Maar we moeten een theorie maken over menselijk geweten, over emotieregulatie, over prestatiemotivatie, over grootheidsfantasieën, over wensen en verlangens. Dat zijn dingen die je niet kunt pakken; ons object is abstract, we zijn afhankelijk van een theorie.


'In de jaren zestig is dat probleem opgelost door het accent te leggen op observeerbaar gedrag: de buitenkant. Daar zijn de jaren daarna cognities bij gekomen, maar het moet allemaal zo veel mogelijk aan de oppervlakte blijven.


'Maar de psyche is gelaagd. Je kunt iemand meten met een testbatterij, en dan is hij heel extravert. Daarna komt hij in mijn spreekkamer, praten we over kwetsbare intimiteiten, en klapt hij helemaal dicht. Nog nooit zo'n introvert iemand gezien. Dat betekent dat er gelaagdheid is in de psychologische beleving.'


'Daarin ontbreekt het serieus nemen van dieperliggende psychologische inzichten volledig. Dingen worden alleen serieus genomen als ze in het brein kunnen worden aangewezen. Neem ook boekjes als 'Wat kun je in je brein zien als je verliefd bent'. Daarin worden allerlei uitspraken gedaan die wetenschappelijk geen hout snijden. Allemaal psychoblala. Het mannelijk brein, het vrouwelijk brein, hoe mannen anders verliefd worden dan vrouwen - dat is veelal klinkklare kletskoek. Daarmee wordt het publiek alleen maar voor de gek gehouden.'


'Het kan goed zijn dat de psychologie verandert in een soort bijwagen van de neurobiologie. De feitelijke betekenis van de kracht van intrapsychische mechanismen wordt nu al gemarginaliseerd, en dat gaat door.


'Wat nodig is, is herbronnen op de filosofie. Nu is er sprake van een toetsfetisjisme. Alsof je betrouwbare kennis van de werkelijkheid - wat wetenschap is - alleen maar kunt produceren door iets in een experiment te toetsen. Dat is de enige norm geworden om tot valide kennis te komen, maar daarmee verschraal je de kennisontwikkeling.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden