Embargo

Vorig jaar om deze tijd had iemand de tekst van de hele miljoenennota op internet gezet...

Voortijdig dus.

Waarschijnlijk was het een journalist, want zoals bekend worden alleen de media in het weekend vóór Prinsjesdag al in het bezit gesteld van alle stukken die betrekking hebben op ' s Rijks financiën in het nieuwe jaar. Niet zomaar, als iemand dat soms zou denken. Ze moeten iets terugbeloven. De door de regering opgelegde tegenvoorwaarde luidt dat ze de inhoud van de papieren minstens drieënhalve dag verzwijgen.

Ruw geschat zijn er op het moment dat u dit leest, en nog van niks weet, zeker vijf, zeshonderd verslaggevers en bureauredacteuren die al sinds zaterdagochtend kennis dragen van het belangrijke nieuws waarvan u en ik op z'n vroegst pas dinsdagmiddag op de hoogte mogen worden gebracht.

Dat is op zichzelf al een tamelijk onverdraagbare gedachte. Waarom zij wel en wij niet?

In beginsel heb ik er uiteraard vrede mee dat journalisten sommige dingen eerder weten dan andere mensen. Dat is nou eenmaal hun vak. Maar het is ook hun vak dat ze er zo snel mogelijk mee voor de dag komen, en het nieuws – zeker als het over mijn kostenplaatje gaat – niet een aantal dagen voor zichzelf houden.

Waar nog iets bij komt.

Ze hebben het tegen de regels van hun vak indruisende gentelmen's agreement met de overheid gesloten, opdat ze minimaal een lang weekend hebben om al die ingewikkelde voorstellen, maatregelen en cijfers niet alleen te begrijpen, maar ze in dusdanig eenvoudige zinnen en alinea's te vertalen dat ook de abonnee er met zijn pet bij kan.

Dat zou ik zonder meer te belachelijk voor woorden durven noemen.

Het is al erg genoeg wanneer je het als journalist ter wille van een gunst op een akkoordje gooit met iemand als Balkenende, die je in principe te vuur en te zwaard behoort te bestrijden. Maar als je je arbeidstijd door Balkenende in feite laat faciliteren, ben je als onafhankelijk berichtgever wel heel ver van huis geraakt.

Een medium dat zichzelf respecteert weigert dus om te beginnen op de zaterdagochtend vóór de derde dinsdag bij de RVD, als bij de slager, een nummertje te trekken en net zo lang te wachten tot het jouw beurt is om het geheime dossier uit handen van Gerard van der Wulp ('Ik zweer dat ik niks zal zeggen, Gerard') in ontvangst te mogen nemen.

Dan altijd liever wachten tot het embargo-uur is verstreken, en vervolgens als een krankzinnige aan het werk om het nieuws nog diezelfde avond, desnoods in een door jonge Marokkaantjes op straat uitgevente extra editie, te verspreiden.

Maar dat is natuurlijk niet eens nodig.

Voorzover Haagse verslaggevers nog een knip voor hun neus waard zijn, zijn ze in de weken voorafgaand aan Prinsjesdag de voornemens van het kabinet uiteraard tot in de kleinste details al aan de weet gekomen.

Vroeger moesten ze daartoe nog wel eens hun toevlucht zoeken tot departementale vuilzakken of afspraken met een juffrouw van de late catering. Maar intussen kent de spontane loslippigheid van het Haagse ambtenarenapparaat nauwelijks meer grenzen – daar kan allang geen loodgieter meer tegenop.

Dus alleen al om die reden is alle gewichtigheid van spannende zaterdagochtenden en beloven ('Zo waarlijk helpe mij God almachtig') dat je niks zult verklappen volstrekt overbodig geworden.

Niettemin: toen de geheimenissen vorig jaar om deze tijd al op internet stonden adviseerde het Genootschap van Hoofdredacteuren zijn leden vooral niet te kijken, en voorzover ze er al surfend hun zondige blik per ongeluk op hadden laten vallen, het nieuws vooral meteen te wissen.

Dus onthoud als u woensdagmorgen de misère in de Volskrant leest: ze wisten het zaterdag al.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.