Elvis leeft: hij was in Coevorden en in het Vondelpark

Altijd een gewone jongen gebleven, Elvis Aaron Presley (1935-1977), daarom ook wist hij het ongewone leven waartoe de roem hem veroordeelde, niet vol te houden....

In het persbericht werd een poging gedaan de lancering historisch cachet te geven: ‘Dit jaar zou hij 73 jaar zijn geworden.’ Een zin waar je lang naar kunt kijken. Die zet die vervelende lijstjesmakers mooi op het verkeerde been. Er is geen reden om juist nu met de Elvis-bundel Wees niet wreed te komen. En dat is zo goed. Omdat het niet moet. Dit boek komt namelijk recht uit het hart, het is een emotionele kwestie, en dat is aanleiding genoeg.

Elvis roept altijd iets op. Je kunt giechelen om zijn tochtlatten, sjaaltjes, pens, de flutfilms en Las Vegas-shows of de inrichting van Graceland, waar hij stierf op de wc – maar vroeg of laat trekt er een rilling door je lijf als hij tot je zingt.

‘Wat je er in hoorde was jouw leven,/ De ‘Sentimental me’ die hij bezong was jij’ (Jan Boerstoel).

Geen zinnig mens die erover piekert in zijn schoenen (blue suede natuurlijk) te willen staan, maar ondanks de pillen, boterhammen met banaan en pindakaas of het amechtige vibrato dat de neergang inluidde, hem afserveren is taboe. L.H. Wiener begrijpt dat, met zijn schoorvoetende, of nee, roerende slotregels ‘Zijn motoriek had wel iets/ En hij was goed voor zijn moeder.’

Driek van Wissen begrijpt dat niet: ‘Hoe kan om zo’n geflipte liedjeszanger/ Een mens zich al zo lang zo laten gaan/ Als oude fan of namaakdubbelganger?’ Maar dat schrijft dan ook de dichter in wiens regels hooguit de houten monotonie van de driekusman kleppert. En Presley hád geen wooden heart.

Elvis has not left the building at all. Anna Enquist heeft hem gezien in het Vondelpark, op de fiets. Bart Chabot liep hem in Coevorden tegen het lijf, ‘hij sprak vloeiend/ nederlands’. Jan Rot is er zeker van: ‘Elvis leeft en woont in Ossendrecht.’

De bezongen zanger zou hebben gefronst bij de titel van Wim Brands’ ode, ‘Hoe Elvis de abstractie in de popmuziek introduceerde’, maar diens mooie ballad daaronder had hij zó kunnen zingen. Niemand anders had een zo heterogeen koor bij elkaar kunnen krijgen – Leo Vroman, Henk Spaan, Michaël Zeeman, Diana Ozon –, dat broederlijk iets terug moest doen. Liever levenslang in Elvis’ Jailhouse dan vroeg ten onder in Amy’s Winehouse.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden