ELSBETH ETTY

Behoefte om in de politiek te gaan, of 'om leiding te geven of zo' heeft Elsbeth Etty nooit gehad. Wel was ze elf jaar lang lid van de CPN....

Eerst dat haar, die opvallende rode bos, die waaier van spiraalachtige krullen. Niet puur natuur natuurlijk, wel onafscheidelijk. Hoe belangrijk is dat haar? Ze haalt haar schouders op, een beetje ongemakkelijk, verlegen. 'Ik laat het altijd zo, uit gemakzucht of angst voor verandering, dat mag de psychiater beoordelen. Ik vind het niet belangrijk om dat uit te zoeken.' Ze koopt ook altijd dezelfde kleren, zegt ze, jasje, broek, meestal zwart, en altijd dezelfde zwarte, halfhoge laarsjes.

Ze zit in zo'n outfit op de stoep van haar huis, pal op de straat, een bakje yoghurt te eten, genietend van een late najaarszon. Het pandje, een monumentale poppenwoning, dat ze samen met haar geliefde bewoont, biedt het uitzicht van een ansichtkaart, twee mooie Amsterdamse grachten, bruggen, en pakhuizen in de verte. Bereidwillig laat ze het huis zien, vijf kleine etages boven elkaar, verbonden met een steile wenteltrap, een loshangend touw voor het houvast.

Vorige week verscheen een bundeling van de columns, die ze wekelijks in het zaterdags bijvoegsel van nrcHandelsblad schrijft. Een koe op zolder bevat veel mooie betoogjes, over een breed scala aan thema's, soms gepassioneerd en stellig. Stellig? Ze zet grote ogen op, daar herkent ze zichzelf niet in. 'Ik kan me wel opwinden achter mijn toetsenbord, maar ik probeer toch vooral heel erg goed te argumenteren.' Particuliere belevenissen verwerkt ze zelden in haar stukjes. Toen ze dat een keer wel deed - ze vertelde hoe ze de kerst had doorgebracht aan het bed van haar geliefde die met een hartinfarct in het ziekenhuis lag - was de toon bijna verontschuldigend.

Waarom die schroom? Het persoonlijke is niet politiek, dogma uit haar marxistische verleden? Nee, nee, weert ze af. Ze houdt er gewoon niet van, en 'wat kan het de lezer schelen wat er met mij persoonlijk aan de hand is'. Andermans persoonlijke columns kunnen haar ook niet boeien. Het is een genre, niet het hare. 'Ik vind dat wat in de wereld gebeurt belangrijker dan mijn eigen besognes.' Behalve als je man aan de hartbewaking ligt. 'Gijs (Schreuders, red.) kreeg vlak voor kerst dat infarct, en met oudjaar was er de brand in Volendam. Je denkt eerst: wat is mijn leed vergeleken met het leed in Volendam, maar ik vond het ook absurd om over de ramp te schrijven en net te doen alsof er in mijn leven niet iets ingrijpends was gebeurd. Ik was zo bang dat hij dood zou gaan.' Ze wijdde er overigens maar een alinea aan.

Later komt ze met nog een verklaring voor haar huiver. 'Het is misschien een reactie op wat ik grofweg damescolumns noem: het zijn meestal vrouwen die het doen. Ja, je lacht, maar het is waar. Ik wil dat niet. Ik ben bang dat ik niet meer serieus genomen word als ik veel schrijf over privézaken.'

Iemand had haar verteld dat haar columns irritatie oproepen. Ze gelooft het niet, haar eigen ervaring is anders, 'maar ik kan me wel voorstellen dat je geïrriteerd raakt van mensen die altijd over alles een mening hebben'. Ja, ze zou ook twijfels kunnen formuleren, maar dat vindt ze minder leuk. En natuurlijk vindt ze haar eigen mening van belang. 'Anders zou ik onmiddellijk ophouden met stukjes schrijven. Als je je meningen wegrelativeert, moet je andere mensen er niet mee lastigvallen. Ik heb het altijd graag gedaan, ook bij De Waarheid en het Utrechts Nieuwsblad, commentaren en opiniestukken schrijven. Die lees ik zelf ook het liefst.'

Waarom wil je dat zo graag? Wil je invloed, is het geldingsdrang?

'Nee, ik heb eerder te weinig dan te veel geldingsdrang. Ik heb nooit de behoefte gehad de politiek in te gaan, leiding te geven of zo. Ik vind het leuk om met mezelf, met Gijs, een gesprek te voeren, je verstand op scherp te zetten, en dan op niet-voorspelbare manier, met een originele invalshoek, ergens op uit te komen. Maar als ik merk dat politici mijn formuleringen gebruiken, misschien heel kinderachtig, hoor, dan vind ik dat leuk. Daarvoor ben ik ijdel genoeg. Maar ik heb niet de illusie dat mensen die het voor het zeggen hebben zich door mij laten beïnvloeden. Als je dat belangrijk vindt, moet je een ander baantje nemen.'

Al die meningen en tv-optredens - HP/De Tijd had het over de onvermijdelijke Etty, de Volks krant noemde je een talking head - geven toch blijk van enige geldingsdrang?

Licht verontwaardigd. 'Zo vaak kom ik niet op tv. Dat wordt zwaar overdreven. Mis schien is het ijdelheid, die ik me laat aanleunen, maar als je elke week je mening geeft in de krant en je wordt gevraagd die elders te verdedigen, dan heb ik geen reden om nee te zeggen. Het hoort bij mijn werk. Ik heb er ook geen hekel aan. Ik hou van het debat, ik vind het leuk om met mensen aan tafel te zitten en te debatteren.'

Het activisme van vroeger, die directe betrokkenheid bij de politiek gedurende de cpn-tijd, is ze helemaal kwijtgeraakt. Begrij pe lijk, vindt ze. 'Zo prettig waren mijn ervaringen niet, bovendien is de tijdgeest anders nu, en ben ik ouder geworden. Het is misschien meer iets voor mensen onder de dertig. Ja, denk je niet dan? Je kunt toch niet je hele leven in de oppositie zijn? Dat hou je niet vol, daarvan word je doodmoe.'

Ze staat achter Amerika, steunt de aanval op de Taliban, en heeft kritiek op de huidige vredesbeweging. 'Ik deel hun voedingsbodemtheorie niet. Ik ben ook voor de we reldvrede en het bestrijden van armoede, maar daarmee stop je het terrorisme niet. Ik vind het opvallend hoe snel vergeten wordt wat er op 11 september is gebeurd, ik merk dat in de berichtgeving, en om me heen. Het wordt gebagatelliseerd, alsof het een incident was, that's it, we gaan weer over tot de orde van de dag. De Amerikanen beschouwen het als een oorlogshandeling, net als de Europese bondgenoten en die analyse deel ik. En het antwoord van Amerika vind ik vrij logisch.'

Ook dat is ver verwijderd van haar vroegere opvattingen. Ze vindt van niet. 'Ik was tegenstander van wat de Amerikanen deden in Vietnam en Latijns Amerika, maar ik ben nooit anti-amerikanist geweest. Ik vind dat ze nu gelijk hebben. Ze kunnen dit niet op z'n beloop laten. Dilemma is alleen dat openbaarheid en oorlog elkaar uitsluiten, je kunt er niet de normale democratische controle op uitoefenen. Ik heb dus vertrouwen in Amerika, maar geen blind vertrouwen.'

Bij de laatste verkiezingen heeft ze d66 gestemd. 'Wie had dat kunnen bevroeden? Ik niet. Een liberale partij! Maar ik vind dat een aantal belangrijke immateriële zaken zoals euthanasie en abor tus bij die partij in goede handen is. Op GroenLinks heb ik nooit gestemd, daar was ik klaar mee. En de sp evenmin. Dat heb ik allemaal gezien.'

Het is tamelijk onvoorstelbaar dat ze zichzelf ooit heeft onderworpen aan de kadaverdiscipline van de cpn. 'Ja, heel griezelig', vindt ze. Ze begrijpt het eigenlijk nog steeds niet goed. 'Als ik me ondergeschikt maakte aan de partij, dan had ik heel goed in de gaten wat er gebeurde. Dat was het pijnlijke. Ik had eens een stuk geschreven over de dissidenten in de Sovjet-Unie, waarna ik er met zachte hand op werd gewezen dat ik dat anders moest formuleren. Ik heb het veranderd, maar ik wist dat het niet in de haak was, en dat ik er niet mee wegkwam, want ik kon het stuk niet meer verdedigen tegenover anderen. Toen men mij vroeg of ik een rapportje over een partijgenoot wilde schrijven, was de grens bereikt, dat doe ik niet.'

Verbazingwekkend dat je het nog zo lang, elf jaar, hebt volgehouden.

'Maar het was ook een opwindende tijd! Het was niet alleen maar kommer en kwel. De Waarheid was een soort verlengstuk van de studentenbeweging, het was spannend om met gelijkgezinden dingen te organiseren. De Waarheid-redactie was min of meer een vrijplaats, met slimme en nieuwsgierige mensen. Mijn sociale leven, m'n liefdesleven, alles speelde zich daar af. Familieleden zeiden wel eens tegen me: je zit in een sekte. Maar dat voelde ik zelf niet zo.'

Hoe ontworstel je je daaraan?

'Ik vergelijk het met een echtscheiding. Je weet eigenlijk al heel lang dat het mis is. De boel desintegreert, je wilt er nog niet aan, je krijgt een steeds grotere hekel aan jezelf en afhankelijk van je karakter ga je net zo lang door tot de bom barst. Ik heb eerst mijn baan opgezegd bij De Waarheid, een halfjaar later mijn lidmaatschap. Vervolgens raakte ik in een depressie. Ik was zwaar overspannen. Ach ter af weet ik niet of dat kwam doordat ik jarenlang roofbouw op mezelf had gepleegd of door de scheiding. Daarna ben ik al die dissidentenliteratuur gaan lezen, Jorge Sem prun, heel veel Semprun. Een deel had ik al gelezen, maar pas toen zag ik: dit gaat over mij, waarom heb ik dit niet eerder ingezien? Het was therapeutische zelfhulp.'

Ze vindt het geen vergooide jaren. 'Nee, dat heeft met die krant te maken. Ik heb er een vak geleerd.' En verwijten maakt ze zichzelf evenmin. 'Het verkeerde waarin ik heb geloofd was eigenlijk het eurocommunisme, ik geloofde in die hervorming, ik heb het karakter van het communisme niet begrepen. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat de cpn geen stalinistische partij was. En de leiding maakte het ons gemakkelijk, men wilde niks met Moskou te maken hebben. Het werd ons verboden Oost-Europese landen te bezoeken. Dus heb ik nooit het idee gehad dat ik achter een fout regime ben aangelopen of dat ik de Goelag of zo heb verdedigd. Ik geloofde in een naïef ideaal, dat wel. Sommigen stellen fascisme en communisme op een lijn, die kwelling heb ik mezelf nooit aangedaan. Als ik dat had geloofd, dan was ik er erger aan toe geweest.

'Dat heeft bij Gijs anders gelegen. Nadat ik weg was bij de krant, hij was inmiddels Kamerlid, zijn we verliefd op elkaar geworden. Hij dreef ook weg van de partij, die laatste periode in de cpn hebben we samen beleefd, we deelden onze ervaringen en e mo- ties, dat heeft ons geholpen, anders waren we veel langer blijven hangen. Voor de rest was onze positie in de partij volstrekt onvergelijkbaar. Gijs is bij wijze van spreken als communist geboren, hij is in de Koude Oorlog opgevoed. De loyaliteit ging bij hem veel dieper. Het was voor hem ook veel moeilijker om afscheid te nemen. Het idee van vergeefsheid en mislukking heeft hij sterk gevoeld. Voor mij was het toch, ik zou het bagatelliseren als ik het alleen maar meende, hoor, maar toch: een soort frivool uitstapje. Ik kom uit een liberaal milieu, daar vonden ze alles goed. Communisme, het woord viel nauwelijks. Mijn vader vond het leuk om me ermee op stang te jagen.'

Ze heeft later nog bij twee mensen excuses gemaakt. 'De oude Gortzak, over hem heb ik me negatief uitgelaten, daar heb ik me echt bediend van de terminologie van de gestaal de kaders, ik heb ik me er kapot voor geschaamd. Over Ger Harmsen heb ik ook een keer iets naars gezegd.'

En wanneer durfde je weer meningen over de wereld te geven?

Ze snapt de vraag, heeft 'm vaker gehoord, maar vindt 'm ook irritant. 'Als ik nou tien jaar foute regimes zou hebben gesteund, dan kan ik me voorstellen dat je zegt: die heeft zo'n verkeerde inschatting gemaakt, die mag nooit meer d'r mond opendoen. Maar ik zie mijzelf meer als iemand die in specifieke periode een beetje radicaler was dan andere linkse mensen. Ik vind nog steeds dat wij op groot aantal punten niet van die slechte standpunten hadden.'

Na het vertrek bij De Waarheid volgden twee jaar bijstand. 'Ik was weer aan het opkrabbelen, was bezig met een intellectuele inhaalslag en ik had me voorgenomen de biografie over Henriette Roland Holst te schrijven. Ik wilde iets doen met mijn ervaringen bij de cpn, ze productief maken. Ik had het idee dat zij ook zoiets had meegemaakt. Ik ben aan die biografie begonnen, maar te snel, ik liep erin vast, ik had meer tijd moeten nemen om alles te laten betijen en te verwerken.'

De biografie verscheen uiteindelijk pas vele jaren later, in 1996. Een mijlpaal, en zo belangrijk voor haar dat ze vaak misselijk was van spanning, in de periode voorafgaand aan de promotie. 'Ik had nog nooit zoiets groots gedaan. Ik was verschrikkelijk onzeker. Als dat afgekraakt wordt, dacht ik, kan ik wel ophouden, dan heb ik jaren voor niks gewerkt. Ik had alles aan Gijs laten lezen, ik vaar blind op hem, als hij zegt dat het goed is, geloof ik dat. Maar het hielp deze keer niet. De promotoren vonden het prachtig, ook dat hielp niet. Tijdens de promotie was ik zo zenuwachtig dat ik geen aantekeningen kon maken, mijn hand trilde zo, ik had er geen controle over. Ik promoveerde, cum laude nog wel, ik schijn een spron getje gemaakt te hebben. Daarna kwa men de lovende recensies en de prijzen. Pas toen kon ik het geloven. Het was werkelijk een sprookje, een fantastische tijd, waarvan ik enorm heb genoten.'

Walter Etty is haar broer, in de jaren tachtig was hij pvda-wethouder in Amsterdam, en nu staat hij op de lijst voor de Twee de-Kamerverkiezingen. Een andere broer, Tom, werkt bij de fnv. Werden de Ettys thuis thuis gestimuleerd zich in te zetten voor de maatschappij? Be paald niet, zegt ze. 'Ik denk dat het meer met de tijdgeest, de jaren zestig, te maken heeft. Onze ouders vonden het belangrijk dat wij lid werden van het studentencorps! Mijn vader was een bijzonder conservatieve man, iemand van het oude stem pel. Maar hij was ook een liberaal. Er werd thuis wel veel gediscussieerd, en vooral veel ruzie gemaakt. Die rechtse meningen van mijn vader botsten op die van mijn moeder en toen mijn broertjes en zusjes ouder werden gingen zij met mijn vader in debat. Hij had dezelfde meningen als mr. G.B.J. Hiltermann, hij wilde perse elke zondagmiddag de radio aan. We waren dan net klaar met eten, maar we mochten nog niet van tafel, we moesten allemaal stil zijn en meeluisteren.'

'De sfeer thuis was eigenlijk een beetje onthecht. Het is beter nergens je handen aan vuil te maken, nergens lid van te zijn, want je weet maar nooit waar je in terechtkomt. Achteraf gezien kwam misschien daaruit mijn behoefte voort om me ergens mee te verbinden en mijn nek uit te steken.

'Mijn ouders kwamen uit Nederlands-In dië, vlak na de oorlog, de familie van mijn vader bezat daar suikerfabrieken. Een koloniaal gezin, dat gewend was aan de standenmaatschappij in Indië. Hier behoorden ze tot geen enkele stand meer. Mijn vader is in Indië opgegroeid en kwam alleen naar Ne der land voor zijn studie tropische landbouw in Wageningen. Zijn verdere leven zou hij er blijven. Hij heeft hier nooit kunnen aarden. Hij vond het benepen, het paste hem niet. Ik ben ook niet grootgebracht met een grote liefde voor Ne der land. Ik denk dat ik zo onbewust een zekere onthechtheid heb meegekregen, het gevoel dat je niet op je plaats bent hier, zonder dat het dramatisch is, hoor. Althans niet voor mij. Wel voor mijn vader, hij miste echt iets.'

Haar vader werkte tot zijn pensioen als ambtenaar op het ministerie van crm. Hij overleed in 1994. Nog geen halfjaar later verongelukte haar drie jaar oudere zus, toen ze thuis van de trap viel. Ze was op slag dood. 'Ik ben maanden totaal van slag geweest. Toen ik weer aan het werk ging - ik was nog bezig met de biografie - keek ik met andere ogen naar Roland Holst. Ook zij had haar zusje en vader verloren. Na het overlijden van haar zus schreef ze Ver wey, van wie ze een condoleancebrief had gekregen, dat ze zo gelukkig was met haar poëtisch talent. Geen woord over haar zus. Ik snapte dat eerder al niet, hoe kan ze gelukkig zijn? Nu wist ik zelf hoe verschrikkelijk ingrijpend het verlies van je zus is. Ik had het gevoel alsof mijn leven was ingestort.

'Ik weet nog dat ik van mijn promotor een condoleancebrief kreeg, ik kon aan de telefoon alleen maar huilen. Hoe kon zij zo koel zijn? Ik ben opnieuw gaan lezen en onderzoeken. En toen begreep ik Roland Holst beter, ik zag andere lijnen, ik ben haar anders in gaan schatten. Ik zag hoe egocentrisch ze was, ze had een enorme geldingsdrang, alles draaide om haar, zij moest scoren. Ik heb drie hoofdstukken helemaal herschreven.'

Het is zes jaar geleden dat haar zusje is overleden. 'Nog steeds heb ik het gevoel alsof ik een amputatie heb ondergaan. Ze was 46, zo levenslustig, en dan ineens weg. Een traumatische ervaring. Ik wist niet dat je dat zo fysiek kon voelen, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Nu weet ik wat rouw is.

'Je realiseert je hoe kwetsbaar het leven is. Dat besefte ik ook toen Gijs eind vorig jaar met die verstopte kransslagader in het ziekenhuis lag. Het leven, het geluk, kan je zo maar worden afgenomen. Ik heb me toen voorgenomen om niet niet meer zo hard te werken. Ik wil meer tijd samen doorbrengen, meer genieten van het leven.'

Ze zegt er eerlijk bij dat het er nog eiet helemaal van gekomen is, van dat minder harde werken. 'We doen wel allebei verwoede pogingen met roken te stoppen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden