Column

Ellen keek me aan, met de ekster op haar schouder

Wat te zeggen tegen Ellen ten Damme met een ekster op haar schouder?

Ellen ten Damme Beeld anp

Alweer een tijdje geleden stond ik samen met zangeres Ellen ten Damme in een lift. Op haar schouder zat een ekster. Er zat een grote mensenvogel op haar schouder, in een lift, in een gebouw. Het beest wipte en paar keer op en neer en keek daarna in Ellens oor. Ellen zelf bleef mij strak aankijken. Ze wachtte tot ik iets ging zeggen over haar ekster. Maar ik kon dat niet.

Wat moest ik zeggen? Hoe oud worden ze nou? Dat viel misschien helemaal verkeerd. Dat had je wel eens, dat het voor diereneigenaren nieuws was, dat hun kameraad voor het leven maximaal 8 jaar oud kon worden. Ellen vertellen wat de ekster deed, dat vond ik ook vreemd. 'Hij doet nu iets met zijn achterhoofd tegen je slaap.'

Ondertussen werd alles steeds ongemakkelijker. De lift zakte langzaam naar beneden. Ik zei tegen Ellen ten Damme: 'Het is beter dan lopen.' Ik had liever iets anders gezegd. Ik moest aan mijn oma denken, die tijdens het kijken naar een wedstrijd kunstschaatsen zei: dit kan ik niet eens op mijn schoenen. Ook toen was ik radeloos. Wat moest je daarop zeggen?

Ellen zei niets. Ze keek mij aan. De ekster ook. We moesten nog zes verdiepingen. Ik keek naar mijn rechterschoen. Ik kon het niet. Ik wilde het ook niet. Iedereen had toch wel eens een ekster op zijn schouder? Moesten we nou godverdomme iedereen met een dier op zijn schouder voortaan gaan feliciteren? Alsof het een verdienste was of zo. Hoe moeilijk kon het zijn? Je gaf zo'n beest iedere ochtend te vreten, je smeerde wat leverworst op je schouder en dan lopen maar. Het was toch te gek voor woorden dat ik, een man zonder dier, daar in een lift heel enthousiast over moest gaan doen. Fuck die ekster! Iedereen kon wel iets. Dan konden we aan de gang blijven.

De deur gleed open en Ellen en de ekster ('Het langverwachte nieuwe jeugdboek van Sanneke Muiten, waarin een meisje vriendschap sluit met... een ekster!) verdwenen richting uitgang. Meteen had ik spijt. Wat een ongelofelijk kleinzielig gedoe van mij. Zelf stond ik altijd vooraan om mensen mijn nieuwe troep in het gezicht te duwen.

Hoe vaak had er al niet iemand doodsbang in mijn kamer gestaan met een nieuwe gitaar in zijn handen? Ik er vlak naast, met een heel dwingend hoofd. Bemoedigend knikkend. 'Zeg er maar iets over.' Die arme mensen. Mijn buurvrouw zei: 'Mooi die snaren. Het zijn er wel zes. Knap hoor, met vijf vingers. Houd ik hem zo goed vast? Fijn voor je hoor, jongen. Geniet er maar van.'

Ik had mensen, vrienden zelfs, een nieuwe fluitketel laten zien. Met zes man stonden we voor het gasfornuis te wachten. Een van mijn vrienden zei: robuust. Ik zei: 'Wacht tot je de fluittoon hebt gehoord.' We luisterden naar de fluittoon. 'Alsof er een jacht begint', zei iemand. Voor eeuwig in mijn hart.

Waarom kon ik dat niet bij Ellen ten Damme? Ik denk daar nog vaak aan. Het was zo makkelijk. Ik had kunnen vragen: hoe heet hij? Dan had zij kunnen zeggen: het is een vrouwtje. Oh, had ik dan kunnen zeggen. Of ik had kunnen zeggen: die kan hoofdrekenen, of niet soms? Maar ik zei niets. Ik vind dat zo erg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden