Ella, Eberhard en de integratie

Ella Vogelaar liet onmiddellijk na haar aftreden als minister van Wonen, Wijken en Integratie weten dat de integratiekwestie in de PvdA ‘een open zenuw’ is....

Vogelaar stelde dat de ‘schaduwkant van de integratie’ na de Fortuyn-revolte teveel nadruk heeft gekregen. Ze verweet Wouter Bos het integratiedebat ‘te verengen tot een Marokkanendebat’ door steeds te hameren op ‘de lijn Aboutaleb-Marcouch’. Terugkijkend stelde ze vast ‘dat mijn stellingnames in het integratiedebat niet altijd door Wouter en de partijleiding werden gewaardeerd’.

Op deze manier wilde Vogelaar haar aftreden als het ware opwaarderen tot een politiek conflict in de PvdA. Daartegenover bleef de top van de partij (vicepremier Bos, fractievoorzitter Hamer en partijvoorzitter Ploumen) bij haar taxatie dat Vogelaar onvoldoende draagvlak heeft om met gezag en effectief te kunnen optreden. Hamer verkondigde deze week in het spoeddebat in de Kamer dat er in de PvdA juist wel overeenstemming bestaat over het tweesporenbeleid ten aanzien van integratie: emancipatie aan de ene kant, hard optreden tegen overlast en criminaliteit aan de andere kant. In de ogen van Hamer waren deze twee sporen in de integratienota van Vogelaar ‘optimaal in balans’. Het probleem met Vogelaar was volgens Hamer dat zij de PvdA-opvattingen niet in beleid wist om te zetten.

Wie heeft er gelijk?

Ella Vogelaar kan worden beschouwd als een spreekbuis voor mensen die zich ergeren aan, of zich schamen voor, het ter verantwoording roepen van minderheden, met name moslims. En vooral de toon waarop dat soms gebeurt – zoals Vogelaar zelf zegt: ‘c’est le ton qui fait la musique’.

Aan de andere kant is het opvallend dat geen enkele prominent in de PvdA die als geestverwant van Vogelaar zou kunnen gelden – mensen als Job Cohen, Ed van Thijn of Jacques Wallage – haar tot dusver te hulp is geschoten. Dit wijst erop dat Vogelaar inderdaad, zoals de partijtop beweert, geïsoleerd staat in de PvdA. Niet alleen onder partijgenoten rond het Binnenhof, ook onder andere PvdA-politici die met Vogelaar te maken hebben gehad, leeft de overtuiging dat het haar ontbrak aan gezag, aan het vermogen te communiceren met de media en de Kamer en dat de kans op succes met haar – zeer moeilijke – portefeuille klein was geworden.

In de Partij van de Arbeid is men nog lang niet klaar met het integratievraagstuk in het algemeen en de houding ten opzichte van de islam in het bijzonder. Binnenkort wordt de kwestie achter gesloten deuren besproken op een conferentie van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, met onder anderen Paul Scheffer.

Intussen heeft Wouter Bos de portefeuille integratie op het voorjaarscongres van de PvdA naar zich toe getrokken. Hij pleitte voor polarisatie: benoem de problemen en luister ook naar de zorgen van de autochtone bevolking in de achterstandswijken. Voor de hand liggende vraag: zit Eberhard van der Laan, de opvolger van Vogelaar, wél op de lijn-Bos? De laatste jaren was Van der Laan niet meer actief in de politiek. In zijn eerste publieke optreden als minister mompelde hij wat over ‘verzoening’ en noemde hij Cohen als bron van inspiratie.

Toch staat Van der Laan te boek als geestverwant van Bos. Die knoopte in zijn oren hoe Van der Laan zo’n zes, zeven jaar geleden de term ‘hufterigheid’ introduceerde. ‘Dat herkende iedereen, dat resoneerde’, liet Bos een kleine vier jaar geleden in de Volkskrant optekenen. In Vrij Nederland van deze week vertelt de Nijmeegse PvdA-wethouder Paul Depla over Van der Laan als voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma in 2002 maakte. Van der Laan schreef een paragraaf over integratie, waarin de keerzijden van de immigratie aan bod kwamen en dat allochtonen niet alleen rechten, maar ook plichten hebben. Die paragraaf werd afgezwakt onder druk van lijsttrekker Ad Melkert.

Later dat jaar hield Van der Laan een co-referaat bij de Den Uyllezing door Ed van Thijn. Van der Laan viel Van Thijn bij die gelegenheid aan op de stelling dat bange mensen per definitie intolerant zouden zijn. Van der Laan: ‘Waarom krijgen mensen die zich gehaat voelen door moslimfundamentalisten en die het niet eens zijn met het integratiebeleid het etiket ‘bang’ opgeplakt? De homoseksuele onderwijzer die al jaren wordt gepest door veel van zijn leerlingen én hun ouders is niet bang, hij is razend. Net als de meisjes, die merken dat ze niet meetellen.’

Van der Laan vervolgde: ‘Ed van Thijn, wij hebben grote en acute integratieproblemen en wij maken niet uit waar precies de grens ligt tussen realisme en onderbuik en waar democratie verwordt tot populisme. In debat gaan is geen teken van zwakte, maar van kracht.

Van der Laan uitte zware kritiek op de houding van de PvdA ten opzichte van Fortuyn: ‘We hebben de aanvoerder van de opstand in een misplaatst alles of niets zwartgemaakt en uitgesloten en daarmee op de troon gezet.’

Deze zelfkritiek sloot naadloos aan op de campagne die Wouter Bos toen voerde om lijsttrekker van de PvdA te worden. Sindsdien stond Eberhard van der Laan op de longlist van Bos als kandidaat voor een ministerspost. Anderhalf jaar geleden viel Van der Laan nog buiten de boot (de advocaat was gecast voor Justitie, maar dat departement ging naar het CDA). Maar nu was Van der Laan voor Bos de gedroomde opvolger voor de even gevoelige als gezichtsbepalende portefeuille van integratie. We zullen zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden