Elke zondag enkele keren ter kerke

OP DE noordelijke rivieroever wordt gewerkt. De zuidkant is van de natuur: kleine zandstrandjes tussen de kribben, bosschages, de eenzaamheid van de Biesbosch daarachter met de lenigste wilgetenen ter wereld....

Oevertoeristen en frivoliteit zijn zeldzaam langs de Merwede. Als je ze aantreft is het bij Dordrecht. Aan het andere eind een beetje bij Gorcum. En schuin daar tegenover, bij Woudrichem, maar dat is een gekoesterd historisch vestingstadje met een voetveer naar Slot Loevestein, Duitse dagjesmensen en een camping, en ze zeggen er 'houdoe' want het is Brabant. Daartussen stroomt van boven naar beneden een werkrivier.

Op een piepklein strandje op het eind van Kraaihoek in Papendrecht liggen billen bijeengehouden door een string en meerdere vrouwen topless langs de rivier. Pas in Gorcum vind je ze weer, lustvolle halfnaakten buiten de Waterpoort. Daartussen springen alleen op het eind van de dag enkele kinderen vanaf een steigertje in het water.

Er is aan de noordelijke Merwede-oever niet eens ruimte voor vertier. Slechts een muurtje scheidt soms de weg over de dijk van de rivier: geen meter uiterwaard. Daar waar meer buitendijkse ruimte was, zijn huizen aan de voet van de dijk neergezet en nemen fabrieken en werven het gehele voorland in beslag.

Als ze op zomerse dagen in hun vrije tijd naar de overkant gaan - en zeldzaam is de dijkbewoner die niet een eigen bootje heeft liggen - dan gaan ze vooral om te varen nadat de kinderen even op het zuidelijke strandje hebben gespeeld. En als ze aan hun eigen oever oevertoerist zijn en willen tekenen aan de rivier, dan is het iets industrieels.

De Papendrechter Tuinstra worstelt deze dag onder de bomen aan de Scheepvaartweg al voor de zevende maal met de chemische installaties van Dupont aan de overkant.

Zij die stroomopwaarts wonen, vinden Dordrecht een criminele stad en zijn inwoners arrogant rotvolk: 'Je ken wel merke dat hij van Dordt komt.' Hun bijnaam 'schapekop' stamt uit de Franse tijd, toen een paar Dordtenaren probeerden een schaap over de rivier te smokkelen, die ze als mens aangekleed rechtop in een roeibootje hadden gezet. Dordrecht, op een ideaal kruispunt van handelswegen en scheepvaartroutes, was eeuwenlang de eerste stad van Holland, mede dank zij een bekwame en zonodig hardhandige uitbuiting van het in 1299 verkregen stapelrecht. Alle goederen die over de Merwede, de Lek en de Maas langskwamen, moesten in Dordrecht op de markt worden gebracht.

Zij van Dordt noemen Sliedrechtenaren, Hardinxvelders en Werkendammers 'boerties'. Wat was Papendrecht nou voordat Fokker kwam aan het Westeind? En de baggeraars van Sliedrecht: een veredeling van de oorspronkelijke boeren die altijd met modder en rijshout in de weer waren om het rivierwater tegen te houden. Werkendammers? Rijswerkers in de Biesbosch.

Jan, hoofduitvoerder op een aannemingsbedrijf, die iedereen kende bij zijn bijnaam Jan Godverdomme, deed een put ergens in Friesland met een paar mannen, onder wie Willem, die voor elke maaltijd bad. 'Godverdomme Willem', zei Jan dan als het hem te lang duurde, 'nou is 't wel genoeg, ik wil vreten.'

Want daarin onderscheiden de gemeenschappen aan de noordoever van de rivier zich ook. Dordrecht hervormd en heidens wordend - ondanks de Dordtse Synode en de Dordtse Leerregels die de strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten beslechtten ten gunste van de orthodoxie. Papendrecht gewoon gereformeerd. Sliedrecht en Boven-Hardinxveld wat zwaarder gereformeerd, maar niet zo zwaar als HardinxveldGiessendam (met dat oerzware polderachterland van Alblasserwaard en Vijfheerenlanden). De baggeraars van Sliedrecht, schippers en machinisten, zaten overal in de wereld. En uit Boven-Hardinxveld waren, net als uit Werkendam, altijd veel 'natte buitenavvers' gekomen, werkers aan oevers ook ver van huis. Dan ga je toch wat anders tegen de dingen van leven en dood aankijken dan in het naar binnen gekeerde HardinxveldGiessendam.

Het zijn grove lijnen en generaliserende kwalificaties natuurlijk. Import, migratie en industrialisering hebben al lang de traditionele monoculturen aangevreten. Maar in essentie is het nog herkenbaar.

Bij Boven-Hardinxveld, daar waar het pontje naar Werkendam vaart, is de rivier op zijn breedst, achthonderd meter van dijk tot dijk, en het schitterendst. Naar links maakt de Merwede een wijde, majestueuze bocht tot aan de hoge witte brugbogen bij Gorcum. Rechts splitst hij zich in Nieuwe Merwede (naar Hollandsch Diep) en Beneden-Merwede (naar Dordrecht en Rijnmond). Zowel Boven-Hardinxveld als Sliedrecht dringt zich op aan de rivier. Hardinxveld-Giessendam daar tussenin leeft met de rug naar de rivier, heeft zich van de rivier afgekeerd.

Aan de polderzijde van het dorp gaat Hardinxveld-Giessendam ter kerke voor de godsdienstoefening. Elke zondag beweegt zich enkele keren een menigte in verschillende richtingen over de hoog gelegen Buitendams. Naar de gebouwen van de Gereformeerde Gemeente, de Oud-Gereformeerde Gemeente, de Vrije Gereformeerde Gemeente, de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt - en ook de Jehova's Getuigen hebben aan de Buitendams hun Koninkrijkszaal. Alle vrouwen dragen hoedjes naar gelang hun leeftijd: hoe ouder hoe donkerblauwer - de meisjes lichte strooien.

Ik besluit de stroom te volgen van de gezinnen met de mannen in donkerste pakken - om op 'het stuk van ellende' zo zwaar en bevindelijk mogelijk Gods Woord te horen. En heb een beetje pech, want de Oud-Gereformeerde Gemeente heeft zondagavond een leesdienst. Een dominee zou het gloedvoller kunnen zeggen. Maar een gelezen preek is gecanoniseerd, recht in de leer; anders zou die niet voor algemeen gebruik gedrukt en vermenigvuldigd zijn.

We vangen aan met het slepend zingen van Psalm 51 vers 3. ''t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf; Neen, 'k ben in ongerechtigheid geboren; Mijn zonde maakt mij 't voorwerp van uw toorn, Reeds van het uur van mijn ontvang'nis af.' Elke lettergreep ongeveer drie seconden lang aangehouden. De toon en teneur blijven een uur en drie kwartier dezelfde. Met veel O's en Ach's. De lezing is uit Lukas 18, de verzen 9 tot 30, waarin Jezus zijn discipelen de gelijkenis vertelt over de Farizeeër en de tollenaar, en de laatste zich op de borst laat slaan en zeggen: 'O God, wees mij, zondaar, genadig'

O, hoe lokt de wereld en haar begeerlijkheden. En ach, hoe lichtvaardig denken wij over zaligheid.

Sietse van der Hoek

Dit is de vierde aflevering van een serie over wonen en werken langs de Merwede.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden