Elke week haalde grafdelver Mohammed lijken op

Eindelijk kan Mohammed Muslim Mohammed zijn verhaal kwijt. De jongeman is grafdelver op de al Karkh-begraafplaats. Hier liggen duizenden gevangenen die tijdens het regime van Saddam Hussein werden geëxecuteerd....

De begraafplaats, aan de westelijke rand van Bagdad, heeft een duister geheim waarvan tot twee dagen geleden niemand weet had. Helemaal aan de achterkant van het terrein wordt een lap grond omgeven door kleine stenen muurtjes met slechts een kleine doorgang. Daarbinnen bevinden zich rijen genummerde graven zonder zerken, vele zijn zelfs ongenummerd.

De graven behoren toe aan geexecuteerde gevangenen die de afgelopen jaren in de beruchte, nabijgelegen Abu Ghraib-gevangenis zaten. Verslaggevers telden circa tweeduizend graven.

'Nu de Ba'ath-partij weg is: moge God hen allen vervloeken. Nu kan ik mijn verhaal vertellen', zegt Mohammed Muslim Mohammed. 'Zelfs mijn vader wist niet van de mensen die ik hier heb begraven; ik kon het niemand vertellen, want daarmee zou ik mijn eigen graf graven.'

Elke woensdag ging de jongeman naar de Abu Ghraib-gevangenis om lijken op te halen van geëxecuteerde gevangenen. 'Soms waren er tien lijken, soms dertig. Het begraven moest altijd haastig gebeuren, er was geen tijd om de lichamen fatsoenlijk af te leggen', zegt Mohammed, die sinds zijn militaire dienstplicht op de begraafplaats werkt.

Hij herinnert zich veel mensen die hij begroef - nummer 980 was een Iraniër, nummer 933 een vrouw, de nummers 784 tot en met 791 waren hooggeplaatste officieren. Mohammed zegt dat burgers werden opgehangen, terwijl militairen door een vuurpeloton werden gedood. De meeste lijken waren van mannen tussen de vijftien en veertig jaar.

Mohammed: 'Er moest een keer een vrouw worden begraven. Ze was half naakt, ik bedekte haar met mijn overhemd. Een officier van de inlichtingendienst die toezicht hield tijdens de begrafenissen zag wat ik deed en heeft mij voor straf vijftien dagen in de gevangenis gezet.'

Soms werden families geïnformeerd over de executies en kregen ze het nummer van het graf, maar volgens Mohammed was het geen gebruik dat nabestaanden werd verteld waar een dode begraven lag. Wie niks wist, durfde volgens hem al helemaal niet naar de begraafplaats te komen.

Het nieuws rond de begraafplaats begint langzaam rond te zingen en dagelijks druppelen familieleden van gevangenen binnen om de dodenlijsten door te nemen, die op het kantoor van de directeur van de begraafplaats werden bijgehouden. Sommige nabestaanden hebben inmiddels de lichamen van familieleden opgegraven en hun een gepaste begrafenis gegeven.

De jonge grafdelver zegt dat er nog vijf van dit soort begraafplaatsen rond Bagdad zijn. Er zijn berichten over 25 reguliere begraafplaatsen in Irak die tevens gebruikt zouden zijn om geëxecuteerde gevangenen te begraven. En er zouden nog vele geheime begraafplaatsen bestaan, die zullen moeten worden blootgelegd om vast te stellen wat is gebeurd met de duizenden vermisten tijdens het regime van Saddam.

Met dat werk is deels al begonnen in Bagdad, in een luxe huis op de oever van de Tigris, dat toebehoorde aan een medewerker van Saddam Hussein. Met een AK-47 losjes over de schouder leunt een bebaarde man uit het raam en leest een schier eindeloze lijst namen en data op.

Aan de buitenzijde zijn de muren van het huis volgeplakt met papieren waarop honderden namen vermeld staan. Irakezen verdringen elkaar om ze te lezen. In het huis liggen uitpuilende archiefmappen opeengestapeld. Uit een vrachtauto die aankomt, worden nieuwe dossiers gehaald waarin diskettes en microfilms met nog meer namen en data zijn opgenomen.

De dossiers worden naar dit huis gebracht door vrijwilligers van de 'Vrije Iraakse Gevangenen' (FIP), een organisatie opgericht door voormalige politieke gevangenen onder het bewind van Saddam Hussein. Er is een dossier voor elke persoon die tijdens het 24 jaar durende regime van Saddam Hussein werd geëxecuteerd.'De gruwelijkheden van Saddam liggen hier samengevat', zegt Kays al Alawi, lid van de FIP en zelf politiek gevangene tussen 1986 en 1992.

De FIP-vrijwilligers zeggen dat ze de documenten verzamelen uit presidentiële paleizen, overheidsgebouwen, kantoren van veiligheids- en inlichtingendiensten, gevangenissen en in sommige gevallen ook huizen van leden van het vroegere regime.

De documenten worden naar het hoofdkantoor van de FIP gebracht en zorgvuldig doorgenomen om vast te stellen welke personen de laatste 24 jaar geëxecuteerd zijn en waar ze begraven liggen. In veel gevallen is het lot van de gevangenen onbekend - wanneer een executiebevel noch vrijlatingsbevel te vinden is.

'Iedereen heeft geleden onder Saddam, hij vernietigde ons. Maar de meeste executies betreffen shi'ieten, zij hebben het meest geleden', aldus Alawi. 'Er zijn executiebevelen gevonden voor christenen, soennieten, Turkmenen, Koerden, communisten, mensen uit het noorden, uit het zuiden, uit Bagdad, voor iedereen.'

Alawi overhandigt een papier dat hem door een wanhopige, eenzame man is gegeven. Het is een lijst van 49 namen, allen familieleden van de man, die sinds 1980 een voor een zijn verdwenen. 'Elke keer als een zoon of neef vijftien werd, werd hij opgepakt en weggevoerd. En nooit werd meer iets van hen vernomen', zegt Alawi.

Hij haalt een handgeschreven document uit de archiefkast achter hem. Het is het executiebevel voor twee mannen die dood moesten omdat ze familie waren van een lid van 'al Daawa al Islamiyya', een zeer populaire shi'itische partij die in 1980 ondergronds ging nadat Saddam Hussein een collectief doodvonnis had uitgevaardigd tegen alle Daawa-leden en hun sympathisanten.

Haidar al Ta'ie, eveneens lid van de FIP, zegt dat inmiddels twintigduizend namen van personen die tussen 1980 en 1990 geëxecuteerd werden bekend zijn. 'En dit is nog maar het begin, we moeten nog veel documenten doornemen', zegt hij. Al Ta'ie merkt op dat wel bekend was dat duizenden mensen geëxecuteerd zijn tijdens de paar maanden durende opstand in 1991. Al Ta'ie: 'Schattingen van het aantal executies lopen op tot ruim 1,3 miljoen, nog afgezien van alle vermisten.'

Het werk van de FIP wordt vertraagd door een gebrek aan middelen - in grote delen van Bagdad is nog altijd geen elektriciteit en de organisatie kan zich geen generator veroorloven om de computers aan te sluiten. Het meeste werk wordt daarom met de hand gedaan. 'We krijgen veel hulp van mensenrechtenorganisaties, maar we hebben ook behoefte aan Amerikaanse bescherming. Wij hebben veel gevoelige, belangrijke informatie hier', zegt Al Ta'ie. 'De Amerikanen hebben ons van Saddam Hussein verlost, nu moeten ze ons helpen de waarheid boven tafel te brengen.'

Buiten groeit de menigte, veel mensen houden foto's omhoog. De meesten hopen tegen beter weten in dat hun geliefden nog in leven zijn en ergens in geheime gevangenissen zitten. Iedereen wil zijn verhaal kwijt en praat door elkaar. Het roept het beeld op van een onwaarschijnlijk geachte bevrijding.

'Onder Saddam Hussein konden we over dit alles niet praten. We konden niet op zoek naar onze verdwenen familieleden, omdat we dan zelf ook zouden verdwijnen', zegt een man terwijl hij met zijn duim denkbeeldig zijn keel afsnijdt. 'Familie zijn van een gevangene betekende dat je vrouw verkracht kon worden, je huis vernield en je bezittingen geconfisqueerd. Dus de meeste mensen hielden zich stil.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden