'Elke vlucht wisten we: misschien komen we nooit meer terug'

Aan het strand van Normandië herdenken 19 staatshoofden de invasie van Europa op D-Day, vandaag precies 70 jaar geleden. Het is waarschijnlijk de laatste keer dat er ook veteranen bij de grote tienjaarlijkse herdenking zijn. Om de oorlog niet te vergeten is er nu een app die het D-Day-toerisme moet aanmoedigen.

Nederlandse veteranen terug in Normandië


Met de Amerikanen, Britten en Canadezen streden op D-Day, 6 juni 1944, ook Nederlanders mee. Een tiental Nederlandse veteranen dat deel uitmaakte van het 320 squadron, een onderdeel van de Britse Royal Air Force, is vandaag in Normandië voor de herdenking. Met hun B-25 Mitchells voerden zij tientallen missies uit om vijandelijke doelen te bombarderen. Hun duizendponders hadden resultaat: vooral de staalfabrieken bij Caen, waar Duitse troepen een Schotse opmars ernstig belemmerden, werden met succes bestookt.


Maar er vielen ook doden in eigen kring. In de nacht van 7 op 8 juni gingen drie toestellen van het squadron verloren, waarbij alle twaalf bemanningsleden omkwamen. Ook stierven door de geallieerde bombardementen Franse burgers. Vandaag worden de veteranen geëerd voor hun inspanningen van destijds en ontmoeten zij koning Willem-Alexander, koningin Maxima en premier Rutte bij kransleggingen in Arromanches. Hoe kijken zij aan tegen hun verrichtingen van destijds? Twee oud-strijders kijken terug.


Jan Piet Kloos (93)


Geboren Surabaya, 1920 ; jeugd in Zwitserland, vandaar zijn bijnaam 'de


Zwitserse Nederlander'


Tijdens de oorlog: opleiding in Engeland en Canada. Vloog 68 oorlogsmissies


Na de oorlog: eerst werkzaam bij luchtvaartmaatschappijen TWA en SAS, later bij VN-organisatie voor telecommunicatie in Genève


'Een held voel ik me helemaal niet. Ik kreeg in 1941 een oproep om Wilhelmina te helpen en dat ben ik gaan doen. Ik had nooit in Nederland gewoond, voelde me ook geen Nederlander. Wat wel? Gewoon een gelukkige jongen. Ik was eerstejaars student economie aan de universiteit van Genève, met veel Zwitserse vrienden. Die werden ook opgeroepen en ik had wel zin in avontuur, dus ben ik gegaan. Om te vliegen, dat leek me wel wat. Via Portugal ben ik in Engeland terechtgekomen, daarna ben ik opgeleid tot waarnemer, dat is de man aan boord die zo'n beetje alles regelt.


'Van D-day herinner ik me vooral dat we boven Caen aan het zoeken waren naar een klein bruggetje, maar dat we door de grondmist nooit hebben kunnen vinden. Dus hebben we het opgegeven en zijn we maar weer naar huis gegaan. We waren een van de eerste nachtvluchten die nacht, we zijn om 00.25 uur gestart, staat in mijn logboek en om een uur of vier waren we weer terug op ons vliegveld. Toen ik om een uur of negen wakker werd en de radio aanzette, hoorde ik van de invasie. 'Verdomme, we hebben geen bal gezien, misschien wel als enigen', zei ik tegen mijn kameraden.


'Die nachtvluchten waren erg gevaarlijk voor ons, want we waren opgeleid als dagvliegers. We hebben daardoor veel mensen verloren. Maar bij Caen hebben we later wel heel succesvol een Duits strong point gebombardeerd, een dinner raid, dus op etenstijd. We hebben daar een hoofdkwartier van ze kapotgemaakt, waardoor de Schotse infanteristen verder konden. Van hun generaal hebben we nog een bedanktelegram gekregen.


'Er zijn toen ook veel slachtoffers onder de burgerbevolking gevallen, dat is een grote tragedie geweest. Ik had in Canada een goede opleiding in navigatie gekregen. De Amerikanen waren daarin een bende amateurs. Zelfs bij de landing op de Normandische kust kregen ze het voor elkaar om er 500 meter naast te zitten. En ze hebben ook een heel regiment Canadezen platgebombardeerd. Amateurs waren het, heel slecht getraind.


'Dit is de eerste keer dat ik op zo'n herdenking ben, gek hè? Ik heb daar nooit zin in gehad, het maakte voor mij deel uit van een ander leven, een andere wereld. Maar nu ik er ben vind ik het heel leuk. Hierna zien we elkaar niet meer, over tien jaar zijn we allemaal dood. Maar dit is zeer aardig. Straks maak ik kennis met Willem-Alexander. Ik heb nog van Wilhelmina een decoratie gehad. Maar ik denk dat de meeste mensen al niet meer weten wie dat is.'


André Hissink (94)


Geboren Batavia (nu Jakarta), 1919


Tijdens de oorlog: nam deel aan 67 gevechtsoperaties. Eenmaal vloog zijn toestel in brand door Duits afweergeschut; hij wist zich met zijn parachute te redden.


Na de oorlog: werkzaam voor luchtvaartorganisatie van de VN, woont nu in Canada.


'Wij voelden ons helemaal geen helden. Nooit. Elke vlucht wisten we: misschien komen we niet terug. Daar raakte je zo'n beetje aan gewend. We stonden niet stil bij het verlies van iemand. Als een vliegtuig niet terugkwam, werden de spullen van bed gehaald. Even later kwamen er anderen te liggen. Alleen als het een vriend was, had je er wel last van. 'Arme sodemieter', dacht je dan.


'We deden wat we als dienstplichtigen moesten doen: Nederland was in oorlog, dus moesten we doelen bombarderen, zoals spoorwegemplacementen, havens en fabrieken om de Duitsers het leven moeilijk te maken. Per vlucht konden we vier bommen van duizend ton afwerpen, of acht bommen van 500 ton. D-day was een dag die niet veel anders was dan andere dagen. Alleen was het een beetje druk op het strand. Het was een gedeelte van de oorlog.


'Toen die uitbrak studeerde ik nog rechten in Utrecht. Daarna ben ik in dienst gegaan. Bij Rotterdam heb ik het bombardement meegemaakt. Dat heeft me zó kwaad gemaakt. Anderen met wie ik toen was, zeiden: 'De oorlog is voorbij, we kunnen weer naar huis, de koeien melken'. Maar met twee kameraden zei ik: 'Wat is dat voor onzin! Je kunt toch niet accepteren dat Rotterdam in de fik staat, moet je die grote wolk boven de stad zien!' Later, toen ik voor het eerst bommen op Duits grondgebied heb gegooid, heb ik door mijn microfoon geschreeuwd: 'Das ist für Rotterdam, Schweinhunde!'. Dat klinkt nu misschien een beetje raar, maar dat betekende een heleboel voor mij. Nederland was zonder reden aangevallen.


'Na de oorlog ben ik de Duitsers wel gaan waarderen. Ze hebben hun excuses aangeboden en toegegeven dat het verkeerd was om achter die oproerkraaier aan te lopen. Nu is Duitsland een van de betere landen in Europa, een land dat de boel bij elkaar houdt. Ik heb vrede met ze. Maar met Japan ben ik van binnen nog altijd in oorlog. De Japanners hebben zich beestachtig gedragen, maar daar nooit excuses voor aangeboden. Ik koop nooit Japanse spullen.


'Het is voor het eerst dat ik terug ben in Normandië en ook voor het eerst dat ik aan zo'n herdenking meedoe. Ik ben ook nooit eerder ervoor benaderd. Nederland heeft ons na de oorlog zeker niet als helden behandeld. De marine wilde dat ik bij ze bleef, met al mijn oorlogservaring, maar daar had ik geen zin in. Ik ben geen militair in hart en nieren. Toen kreeg ik te horen: 'Ga maar weg, succes in de burgermaatschappij'. De gedachte aan een soort van steun of opvang bestond nog niet. Pas een jaar of twintig, dertig later hebben ze ontdekt dat dat toch wel een goed ding is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden