'ELKE STAD HEEFT DESIGNJEUK'

Vrijwel gelijktijdig staan Utrecht en Eindhoven in het teken van design. En heel veel meer steden die zich willen profileren met design....

Tim Vermeulen is pas 31 jaar oud, Vlaming en projectleider van UtrechtManifest, een nieuwe designbiënnale waarvan de eerste editie vrijdag overeen week de deuren opent. Design? In Utrecht? Jazeker. In de bar van eennieuwe designtempel, het College Hotel in Amsterdam, kan Vermeulen hethaarfijn uitleggen.

Kijk, dat zit zo. Traditionele designhappenings gaan óf over producten,over hun gebruiksgemak, óf over communicatie: de vormgeving en welkeemoties die oproept. 'Wij profileren ons niet op design, maar opengagement', zo gaat hij verder. 'Hoe kan het ontwerp bijdragen aankwaliteit, aan duurzaamheid? Dat is een veel belangrijker kwestie dan hetding en zijn vorm.' Die aanpak sprak de lokale bestuurders aan: zijfourneren eenderde van het budget. 'De gemeente Utrecht zet ook in opkwaliteit', weet Vermeulen.

Inspiratie deed hij op tijdens een samenwerking met Interieur Kortrijk,'na Milaan de beste woonbeurs van Europa', die inmiddels 'Keulen voorbijis'. Waarom? 'Omdat Kortrijk vanaf het begin selecteert op kwaliteit. Daarstaan alleen de echt goede ontwerpen. In Milaan moet je die zoeken tussende rommel die daar ook staat.'

Een duidelijk verhaal - net als dat van John Lippinkhof. De 57-jarigevoormalige ontwerper bij het elektronicaconcern Philips is directeur vanDesign Platform Eindhoven, de drijvende kracht achter de Dutch Design Weekin dezelfde stad. Ook dat evenement richt zich 'op de inhoud', legtLippinkhof uit. 'Je moet kwaliteit nastreven.' Hij werkt nauw samen met deorganisatoren van. . . Interieur Kortrijk. 'Zij houden een grotepresentatie tijdens onze week. In november gaan we bekijken welkegezamenlijke projecten we nog meer kunnen opzetten.'

Ook de Dutch Design Week wordt van harte gesteund door het bestuur vanEindhoven, de Brabantse gemeente die al langer consequent het predikaat'Designstad' aan zijn naam vastplakt. Dé designstad, wel te verstaan, vanheel Nederland. De Dutch Design Week gaat aanstaande zaterdag open en duurttot en met zondag 23 oktober, twee dagen na de opening van UtrechtManifest.

Twee design-evenementen, min of meer gelijktijdig in twee steden die noggeen drie kwartier rijden uit elkaar liggen: het komt Dingeman Kuilman maaral te bekend voor. Zo uit zijn hoofd vult de directeur van Premsela,stichting voor vormgeving, het rijtje verder aan. 'In november krijgen wehet Grote Keramiekbal in Den Bosch. Compleet met Keramiekprijs. Net achterde rug zijn de Modebiënnale in Arnhem, met tienduizend bezoekers, enInside Design in Amsterdam. Dan gebeurt er nog wat in Leeuwarden en nog watin Maastricht.'

Het is wel een beetje véél allemaal, beaamt Kuilman. 'Van Gulpen totDen Helder hebben gemeenten designjeuk.' In de ban van city marketing encity branding vinden ze allemaal hetzelfde wiel uit. Een 'typischNederlands' fenomeen, vindt Stephen Hodes van LAgroup, een adviesbureau datveel werkt voor publieke organisaties op het terrein van kunst en cultuur.'Steden beconcurreren elkaar liever dan hun activiteiten onderling af testemmen.' Maar Kuilman ziet dat als een noodzakelijke fase in eenontwikkeling. 'Design en mode zijn de laatste vijf tot tien jaar ergpopulair geworden.' Mede dankzij de wereldwijde doorbraak van Viktor & Rolf, van Tord Boontje, van Rem Koolhaas, drong het besef door 'hoe goedNederland in die disciplines is'. En nu wil iedereen een stuk van de taart.

Vergelijk het met de fotografie-golf van een jaar of tien geleden.Kuilman: 'Toen streden Amsterdam en Rotterdam met elkaar om een fotomuseum,en overal in Nederland sprongen de foto-evenementen als paddestoelen uitde grond.' Alleen Noorderlicht in Groningen en het FotoFestival Naardenwisten zich te ontwikkelen tot manifestaties van internationale naam enfaam. Net zo zal het gaan met design, verwacht Kuilman. 'Dat is nu nog nietverkaveld', zo verklaart hij de wassende vloed aan evenementen.

Eén blik op de cijfers maakt duidelijk waarom stadsbestuurders zo tukzijn op ontwerpers en hun producten. Die behoren immers tot de creatieveindustrie, inmiddels goed voor 'een niet onbelangrijk aandeel in deNederlandse economie': ruim 238 duizend banen, 3,2 procent van de totalewerkgelegenheid, en 8,4 miljard euro aan toegevoegde waarde. Bovendiengroeiden de activiteiten van de creatieven tussen 1996 en 2002 jaarlijksmet gemiddeld 5,1 procent, ruim boven het groeigemiddelde van 3 procentvoor de gehele economie. Citaat en gegevens staan in het recente rapportCreativiteit - de gewichtloze brandstof van de economie, opgesteld inopdracht van het Innovatieplatform.

Aan die groei leveren de vierde editie van de Dutch Design Week (zo'ndertigduizend bezoekers) en de eerste van Utrecht Manifest (circazesduizend man) een concrete bijdrage. Maar de gemeenten steunen zulkemanifestaties vooral om de beeldvorming: kijk ons óók eens hip encreatief zijn. Zo'n fris imago laat zich niet uit de lucht plukken,waarschuwt Dingeman Kuilman. 'De overheid moet niet voorop willen lopen.Een design-evenement slaat alleen aan als het lokale wortels heeft.' Welkedat zijn doet er niet toe. De Amsterdamse RAI is een logische plek voor deWoonbeurs, die vooral consumenten trekt.

Even verklaarbaar, maar vanuit heel verschillende achtergronden, is datminstens de helft van de bezoekers aan 'Utrecht' en 'Eindhoven'professionals zullen zijn. De Dutch Design Week wortelt in één woord:Philips. De design-afdeling van het elektronicaconcern viert in 2006 zijnzestigste verjaardag. Deze lange traditie verrijkte Eindhoven met deopleiding die nu de Design Academy heet, en onlangs nog met de nieuwefaculteit voor Industrial Design aan de Technische Universiteit. InPhilips' kielzog trokken tientallen designbedrijven naar de stad; er werkennu zo'n twaalfhonderd ontwerpers.

De Design Week heeft dan ook een duidelijke technische en economischefocus. De onderdelen dragen namen als 3D CAD tools (een demonstratie vanontwerpsoftware), Advanced Mobility Design (speedboten en sportauto's) enAutomatic pushbutton, remote control, synthetic genetics control your soul('een speeltuin voor het oog'). 'Wij richten ons dit jaar vooral op hetmidden- en kleinbedrijf', zegt John Lippinkhof. 'Wij willen kleineondernemers leren hoe zij design nuttig kunnen gebruiken.'

Prima, vindt Tim Vermeulen. 'Zo'n aanpak past bij Eindhoven' - niet bijUtrecht. 'Partners' van de nieuwe biënnale zijn het Centraal Museum metzijn omvangrijke modecollectie, en de Utrechtsche Machinale Stoel- enMeubelfabriek, beter bekend onder de merknaam Pastoe. Twee jaar geledenbestond dit bedrijf negentig jaar. 'Dan heb je niks te vieren', zegtdirecteur Harm Scheltens. Daarom stelde hij een vraag aan de orde, met eencongres en een tentoonstelling onder het motto Ten years from now: welkepositie moet design tegen die tijd innemen? 'Iedereen is aan het versnellenen de meeste ontwerpers gaan daarin mee', meent Scheltens. Retromeubels,gekke kromme poten, zuurstokroze deurtjes: na twee jaar gaan ze vervelen.'Ik zou een klootzak zijn als ik mijn klanten voor twee jaar een kastverkocht.'

Pastoe doet het anders, zegt de directeur. 'Wij streven hier al decennialang naar hoge kwaliteit en duurzaamheid, ook in esthetisch opzicht. Wijzoeken naar vormen en kleuren die vijftien, twintig jaar goed blijven.' Tenyears from now was een groot succes, vindt Scheltens. 'We kregen veelenthousiaste reacties, ook uit het buitenland.' Pastoe verkocht er geenmeubel meer door - het bracht er zijn bedrijfsfilosofie mee aan de man. Indie tijd solliciteerde een jonge Vlaming bij Scheltens naar eenmarketingfunctie. 'Ik zei tegen Tim: jij kunt beter wat anders gaan doen.'

Dat was het begin van Utrecht Manifest. Met een retrospectief op hetwerk van Maarten Van Severen, de Belgische meubel- en interieurontwerperdie dit voorjaar overleed. 'Maartens werk is niet hip, nooit hip geweestook', zegt Tim Vermeulen. 'Het is gewoon heel goed.' Met een kleinetentoonstelling in het Centraal Museum van werken van Humberto en FernandoCampana, twee Braziliaanse ontwerpers die zowel samenwerken metinternationale meubelconcerns als met jongeren uit de sloppenwijken vanSão Paulo. En met Choice, samengesteld door Stefano Marzano, chiefcreative director van Philips Design. Aan de hand van door hemgeselecteerde producten nodigt Marzano zijn bezoekers uit zelf deprioriteiten te kiezen voor de ontwerpen van de toekomst: duurzaamheid ofsex appeal?

Zelfs de 'bedrijvendag' wordt in Utrecht 'totááál anders' dan inEindhoven, stelt Scheltens. Een van de gasten daar is de Utrechtsewoningcorporatie Bo-Ex, de eigenaar van de enige drie flats met socialehuurwoningen naar een ontwerp van Gerrit Rietveld die ook daadwerkelijkzijn neergezet. Bo-Ex gaat de drie 'stempels' binnenkort renoveren.Scheltens: 'Waarom doen ze dat? Waarom hébben ze die gebouwen überhaupt?Dat soort vragen moet aan de orde komen.' Design is 'een ideaal glijmiddel'voor zo'n debat, zegt Tim Vermeulen. 'Het is tastbaar en laagdrempelig,iedereen heeft er concrete voorstellingen bij.' Al het getoonde enbesprokene moet aan het einde van iedere biënnale zwart op wit neerslaanin een Manifest - vandaar de naam.

Waar Eindhoven diepgang biedt voor de specialist, zoekt Utrecht het meerin de breedte. 'Bij volgende edities hoop ik andere disciplines tebetrekken', zegt Tim Vermeulen. 'Beeldende kunst, fotografie, misschienzelfs theater.' Zo verandert de nieuwe trend meteen na zijn ontstaan alweervan gedaante. Tien jaar geleden was fotografie je van het, nu mode endesign, in december komt Utrecht - voorzichtig nog, één dag maar - meteen gaming event. Net als Amsterdam telt de Domstad nogal watgame-ontwikkelaars. Wordt dat de volgende hype? Dat zou zo maar kunnen,zegt Dingeman Kuilman: 'Het zou me niets verbazen als Nederland over eenpaar jaar een stuk of tien gaming-evenementen telt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden