Elke pasteltekening was zo groot dat ik erin kon stappen

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: ziekenhuiskunst in Leiden en dromen van adembenemend eenvoudige zelfmaakobjecten.

Erik Mattijssen, Sign of Life, 2008. Beeld Henni van Beek

Leiden, 29 september

Zo ik ooit last krijg van fysieke malheur - uitgesloten, want 'there is no glory in illness' aldus mijn favoriete smartlapschrijver John Green - dan wens ik verwezen te worden naar het LUMC te Leiden. Daar is ten minste de kunst in orde. Geen gefröbel aan de wand dat je zorgen over inwendig gewoeker alleen maar vergroot, nee; overal door het gebouw hangen en staan geruststellend grote, indrukwekkende stukken uit hun kerngezonde collectie. En er is ook nog een expositieruimte voor wie meer wil.

Daar bracht ik een klein uurtje door. De huidige opstelling Van binnen en buiten van de niet meer zo piep-kunstenaars Jacobien de Rooij en Erik Mattijssen had mij beet, en dat terwijl ik geen fan ben van de natuur (de Rooij) en noch van rommelige interieurs (Mattijssen).

Maar dan zo! Elke pasteltekening was zo groot dat ik erin kon stappen. De Rooij maakt van haar zeebodems, grotten en rommelige doornstuiken in de berm: natuur-die-de-natuur-overstijgt. Uitgepoetste ondergronden, gearceerde bovenlagen, meesteres over het krijt is zij, maar niet tevreden met een weergave van wat zij ziet. Deze landschappen genaamd Tide of Graziella zijn volledig futuristisch en vreemd, je zou jezelf erin willen verliezen.

En bij Mattijssen gold dat nog meer. Of hij nou een rariteitenkabinet schildert of een fourniturenwinkel (vooral die), je wilt daar zíjn. Ik viel voor Sign of Life (2008), een interieurstuk waarin een fel licht door vitrages prikte in een kleine kamer. Rond een bed met dikke, opbollende sprei stonden drie lege keukenstoelen. En boven het bed hing, vóór de daadwerkelijke tekening en aan twee touwtjes, een groot vliegtuig, getekend en uitgeknipt. Het schommelde zachtjes in de tochtstroom van het LUMC en wierp mooie schaduwen. 'Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor, en dan terug langs het spoor van je bedoeling' las ik een dichtregel van Judith Herzberg in Mattijssens catalogus.

Galerie LUMC heeft geen voor- of achterdeur, het is een open ruimte op de begane grond die wordt omgeven door het gedempte gerol en geren van het hospitaal. Een vluchtheuvel. In dat uurtje passeerden een dame met een zeer trage rollator, een verpleger die zijn route even verlegde, een moeder met een melkbleek dochtertje, een meneer aan een rol-infuus met diverse zakken en alarmerende metertjes en een echtpaar dat te vroeg was voor het bezoekuur. Allemaal bleven ze lang en vergaten ze waarvoor ze hier eigenlijk waren. Bepaald heilzaam.

Thuis, 30 september

Handenarbeid? Alleen als 'een stuk tikken' meetelt. Tot verdere fysieke arbeid voel ik me geroepen noch in staat. Zelf een spijker in de muur slaan? Zoompje omslaan? Twaalfgranenbrood kneden? Laat me niet lachen.

Toch greep ik in de boekwinkel naar Do It Yourself van de Duitse journalist en designcriticus Thomas Bärnthaler. Inderdaad, het zoveelste boek met die drie woorden in de titel (nummer 2.000, volgens de zoekmachine van bol.com), en de zoveelste loot aan de stam van die hardnekkige hype die drijft op het dogma dat alles wat handgemaakt, handgedraaid of handgeplukt is heilzamer is dan wat uit een machine rolt.

Maar déze Do It Yourself bleek een verfrissende uitzondering op zijn 1.999 collega's. Het bevat (1) géén Etsy-achtige lievemeisjesontwerpen, maar vijftig nuchtere producten die thuis in elkaar gezet kunnen worden. Bedacht door kunstenaars en ontwerpers, onder wie Konstantin Grcic, John Baldessari, Ai Weiwei, Maarten Baas en Formafantasma, om er een paar te noemen. Ontwerpen die er - oh, verademing - vooral niet handgeknoopt willen uitzien.

En het boek gaat (2) niet gebukt onder getheoretiseer over 'de democratisering van het design' en 'iedereen is zijn eigen ontwerper', wat in de praktijk neerkomt op: een stinkende 3D-printer die, na een nacht op volle toeren te hebben gedraaid, slechts het schroefje voor je plastic designwonder heeft uitgebraakt.

Thomas Bärnthaler, The Fatto di Giorno, lamp van Ross Lovegrove. Beeld .

Do It Yourself stoot vrijwel meteen door naar het doen. Een adembenemend eenvoudig doen, waarbij zes huishoudemmers plus een tl-buis in 60 minuten zomaar kunnen veranderen in een hallucinerende lamp van Ross Lovegrove. Waar de uitkomst van vier plankjes plus twintig schroeven plus een boor plus een potlood de begeerlijke Easy Chair 01 van Rafael Horzon is. Waar Maarten Baas je adviseert je boormachine in elk willekeurig object te zetten - een saai (dik) boek, een ongewenst verjaardagscadeau - om zo een kaarsenstandaard te fabrieken.

En waar onherroepelijk het idee postvat dat juist dáár - in die eenvoud, passend op een A4'tje - zich de meest opzienbarende creativiteit openbaart.

Natuurlijk zijn er ook stoorzenders in dit yes you can-walhalla. Sloophoutgoeroe Piet Hein Eek bijvoorbeeld, die zijn reeds bestaande Edam-stoel inleverde, met een onbegrijpelijke bouwtekening en de waarschuwing: 'Niet voor oningewijdenen.' Maar de grootste spelbreker ben ik zelf. Achter elke foto zie ik mijn eigen van houtlijm druipende, manke misbaksels doorschemeren.

Zelf maken? Ben je betoeterd. Zelf dromen is meer dan genoeg.

Van Binnen en van buiten - tekeningen van Jacobien de Rooij en Erik Mattijssen. Galerie LUMC, Leid Universitair Medisch Centrum, t/m 22/11.

Thomas Bärnthaler - Do It Yourself. 50 Projects By Designers and Artists. Phaidon. 24,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden