Elke hortus wiedt zijn eigen tuintje

Met de sluiting van de hortus botanicus in Haren is een lange doodstrijd ten einde. Andere plantentuinen in Nederland denken wel te kunnen overleven....

BINNENKORT HOEVEN trouwlustigen in Leiden niet meer naar het gemeentehuis voor het ja-woord. Ze kunnen vanaf deze zomer ook terecht in de botanische tuin aan het Rapenburg, Nederlands oudste hortus botanicus, al van 1590. Die ziet deze exploitatie van haar fleurrijke decor als een leuke nieuwe bijverdienste.

De tijd is lang vervlogen dat hortussen het domein waren van statige heren die werden bijgestaan door hordes hoveniers voor de vuile handen. Meer en meer is de blik op de buitenwereld en nieuwe doelgroepen gericht. 'In de zomer is het hier vaak heel gezellig. Heel wat kinderen hebben hier leren lopen', aldus Carla Teune, hortulana van de Leidse hortus.

De bezoekers van de tuin, zo'n 75 duizend per jaar, brengen extra inkomsten in het laatje. En die kunnen botanische tuinen goed gebruiken. Volgens Teune, ook secretaris van de Vereniging van Botanische Tuinen waarin vijftien universitaire en particuliere tuinen samenwerken, valt het sommige leden zwaar de eindjes aan elkaar te knopen.

Het verval van de universitaire plantentuinen zette eind jaren zeventig in. De nadruk in de biologie verschoof van de individuele plant naar celniveau, of juist naar een integratieniveau hoger: de levensgemeenschap. Midden jaren tachtig lanceerde minister Deetman als klap op de vuurpijl de 'taakverdelings- en concentratie-operatie'. Het aantal botanie-opleidingen aan de universiteiten ging omlaag, en in het verlengde daarvan verviel voor de getroffen universiteiten de reden om nog een botanische tuin te onderhouden.

In feite heeft de hortus in Haren, van oorsprong de botanische tuin van de Rijksuniversiteit Groningen, gesticht in de zeventiende eeuw en geprivatiseerd in 1988, die operatie niet overleefd. Toen vorige week het toegangshek definitief in het slot viel, was dat het sluitstuk van een hardnekkig lange doodstrijd waarin reddingsplannen en doorstarts elkaar opvolgden.

Midden jaren negentig werd nog een Chinese tuin ingericht, er werden spectaculaire ijssculpturen gemaakt, kerstmarkten georganiseerd, bloembollen verkocht en er waren ooit plannen voor een theatercafé. In de wanhopige speurtocht naar nieuwe doelgroepen en subsidiegevers werd Haren nog net geen pretpark, hoewel de bezoekersaantallen in de topjaren wel opliepen tot boven de tweehonderdduizend.

Ondanks deze commerciële poespas is de botanische tuin méér dan een willekeurige tuin met fraaie oude planten. De collectie is door de eeuwen heen opgebouwd met het oogmerk vreemde planten beter te leren kennen, ze te kunnen vergelijken met nieuwe soorten, ze in te delen in het plantenrijk en van een naam te voorzien. En, niet onbelangrijk, om te kijken welke vruchten de mens ervan kon plukken.

Het vliegtuig bestond nog niet en de hortus, het arboretum of het pinetum waren vaak de enige mogelijkheid voor de universiteitsbevolking om kennis te maken met planten uit verre streken. Maar hoewel de plantentuinen nu in hun mission-statements reppen van natuurbehoud, bescherming van zeldzame soorten en het behoud van museale, cultuurhistorische waarden, zijn volgens woordvoerster drs. Akkie Joosse van de hortus botanicus in Utrecht ook de oude taken niet verdwenen.

'We leveren plantmateriaal en deskundigheid voor allerlei practica van studenten. Bovendien hebben we, om maar een voorbeeld te noemen, in het Von Gimborn Arboretum in Doorn, dat deel uitmaakt van onze hortus, een unieke verzameling esdoorns. Ten behoeve van systematisch onderzoek bestaat daarvoor nog altijd belangstelling, ook internationaal.'

In Leiden beaamt collectiebeheerder dr. Gerda van Uffelen dat er nog wel degelijk vraag is naar onderzoeksmateriaal. 'We kweken voor onderzoek van het Nationaal Herbarium bijvoorbeeld orchideeën uit Zuidoost-Azie. Een onderzoeker kan natuurlijk ook naar Indonesië vliegen, maar dan is het maar de vraag of hij in het oerwoud de goede soort kan vinden en of die juist dan in bloei staat.'

Volgens Van Uffelen is de functie van de botanische tuinen ook in het DNA-tijdperk overeind gebleven. De minutieuze vergelijking van verschillende plantensoorten op uiterlijke kenmerken is dan wel deels vervangen door DNA-onderzoek, maar daarvoor is wel levend materiaal nodig. Bovendien is het steeds moeilijker om planten in het wild te oogsten vanwege internationale biodiversiteitsverdragen.

In Delft wordt vanuit een heel eigen optiek tegen de plaatselijke botanische tuin aangekeken. Traditioneel staat aan de technische universiteit de gebruikswaarde van de verzamelde planten voorop. Volgens directeur Bob Ursem is er nog altijd veel belangstelling voor zijn omvangrijke verzameling vezelplanten, vanwege de toepassing ervan in composietmaterialen. 'Je hebt hier alle soorten bij elkaar, daardoor kun je goed vergelijken.'

In Leiden, Utrecht en Delft dragen de universiteiten het leeuwendeel van de exploitatiekosten van de plaatselijke hortus. In de Hortus Botanicus Amsterdam behoort dat, net als in Haren, tot het verre verleden. De tuin drijft nu op zo'n negentigduizend bezoekers per jaar, een winkel, een café en subsidies van de gemeente Amsterdam.

Het gebruik van plantmateriaal uit de tuin voor wetenschappelijk onderzoek is inmiddels een zeldzaamheid, beaamt directeur Marjon van Schaik. Maar de bordjes bij de planten die wat in verval waren geraakt, zullen wel weer keurig worden hersteld. Bovendien wordt de collectie door uitwisseling met andere botanische tuinen in de wereld nog altijd van nieuwe planten voorzien.

De hortus in Amsterdam beheert ook een deel van de Nationale Plantencollectie, zeg maar de veertigduizend belangrijkste planten van Nederland. In Amsterdam zitten daar exemplaren bij die de VOC nog aanvoerde. Ook de botanische tuin in Haren maakte deel uit van dit netwerk. Toen twee jaar geleden het energiebedrijf al eens dreigde de gaskraan dicht te draaien, zijn de meest bijzondere tropische planten in allerijl door andere hortussen 'gered'.

Momenteel beraden de tuinen zich of ze nog meer planten uit Haren willen overnemen. Het arboretum in Wageningen gaat in ieder geval nog wat hydrangea's uitgraven. Een woordvoerster: 'Daar hadden we gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor in Nederland. Wij zullen belangrijke exemplaren opnemen in onze collectie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden