Elke Hongaar een nieuw leven, halleluja!

De Born Again Christians houden niet zo van strakke regels; iedereen moet het geloof op zijn eigen manier kunnen beleven....

Door Jan Hunin

Het is woensdagavond.

In een buitenwijk van Boedapest stromen de leden van de Geloofskerk, een van de vijf gemeenschappen van Born Again Christians in Hongarije, toe voor de weekdienst. Het kerkgebouw, de Geloofshal, doet denken aan een modern sportcomplex. Er is geen kruis te bespeuren. Wie naar binnen wil, wordt geacht door enkele detectiepoortjes te gaan.

In het gebouw is een popgroep aan het spelen. De muziek is meeslepend. Bijna niemand van de zesduizend aanwezigen is op zijn stoeltje blijven zitten. De meeste gelovigen hebben hun handen in de hoogte gestoken of zwaaien met de armen, er wordt gedanst, hier en daar ligt iemand in trance op de grond .

'We beginnen onze viering altijd met gezang', legt Peter Morvay, de 43-jarige perschef van de Geloofskerk, uit. 'Ook de inrichting van de Geloofshal is niet toevallig. Religieuze symbolen zijn bij ons uit den boze. We erkennen het kruis wel, maar je zal het hier niet aantreffen. Het achtste gebod is voor ons heilig: Gij zult geen beelden maken in de vorm van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde.'

Met naar schatting zestigduizend trouwe volgelingen is de Geloofskerk, in Hongarije bekend onder de naam Hit-kerk, de grootste gemeenschap van Born Again Christians in Hongarije. 'Onze gelovigen komen uit alle leeftijdsgroepen. Alleen vandaag zijn er opvallend veel jongeren, waarschijnlijk omdat het de laatste dag van het schooljaar is.'

De Geloofskerk is de enige Hongaarse gemeenschap van Born Again Christians die helemaal vrij is van buitenlandse invloeden. De vier andere werden in de jaren negentig door Amerikanen en Duitsers gesticht.

'Onze kerk dateert al van 1979', vertelt Morvay. 'Ze werd gesticht door onze geestelijke leider Sandor Nemeth, een katholieke seminarist die op zoek was naar meer. Toen hij gevonden had wat hij zocht, werd hij door zijn oversten van het seminarie gestuurd.'

Nemeths volgelingen moesten elkaar in het geheim ontmoeten, want de communisten hielden niet van religieuze dissidenten. Maar ondanks de repressie bleef de Geloofskerk groeien. Op het eind van de jaren tachtig telde de kerk al tweeduizend volgelingen.

Maar de echte doorbraak kwam pas na de val van het communisme. Morvay: 'In het midden van de jaren negentig was onze kerk zo groot geworden dat het nog moeilijk was samen de mis te vieren. Daarom zijn we in 1996 begonnen met de bouw van dit Geloofspark. Maar als we zo blijven groeien, zullen we spoedig naar een nieuwe plek moeten uitkijken. Op zondag is ons kerkgebouw eigenlijk te klein voor de tienduizend gelovigen die dan komen opdagen.'

Het Geloofspark, inclusief een klein bad waarin de bekeerlingen worden gedoopt, werd volledig gefinancierd door de volgelingen zelf. 'In de Bijbel is sprake van tienden, maar elke gelovige geeft naar believen, van controle is geen sprake. We hebben volgelingen die dertig procent van hun loon afstaan.'

De populariteit van de Geloofskerk, net als die van de andere Born Again Christians, heeft de afgunst gewekt van de gevestigde kerken, vooral van de katholieke, waartoe tweederde van de Honvan gaarse bevolking wordt gerekend. 'We ontvangen regelmatig bedreigingen. Van wie ze komen, weten we niet, maar we nemen liever het zekere voor het onzekere. Vandaar de strenge controle aan de ingang', vertelt Morvay.

De gevestigde kerken – Hongarije heeft behalve een katholieke ook een sterke Lutherse en Calvinistische traditie – hebben inderdaad reden om zich ongerust te maken. Volgens officiële cijfers zijn honderdduizend Hongaren Born Again Christian. 'Vergeleken met de zeshonderd miljoen Born Again Christians in de hele wereld zijn we natuurlijk een kleine gemeenschap', bekent Morvay, 'maar onze populariteit is groter dan de statistieken doen vermoeden.'

De verklaring voor het succes dient volgens Morvay te worden gezocht in de manier van godsdienstbeleving. 'In tegenstelling tot de gevestigde kerkgemeenschappen houden we niet van strakke regels. Iedereen moet het geloof op zijn eigen manier kunnen beleven. Die hekel aan reglementen hebben we waarschijnlijk aan onze slechte ervaringen met het communisme overgehouden.'

De band op het podium heeft ondertussen een nieuw lied ingezet. 'Halleluja! Je vertelde me dat Je leeft. Ik kon Je stem horen. Zo ben ik een nieuw iemand geworden. Halleluja !'

Morvay vertelt dat de Geloofskerk ook hem een nieuw leven heeft geschonken. 'Ik was een student van 23 toen ik door de communistische geheime dienst op het matje werd geroepen. Ik had meegewerkt aan het colporteren van een illegaal studentenblad. De agenten stelden me voor de keuze. Van de universiteit gestuurd worden of meewerken. Ik koos voor het laatste. Het was de slechtste beslissing uit mijn leven.'

Morvay werd informant. Hij moest zijn eigen studiemakkers verklikken. 'In dezelfde periode bekeerde mijn vriendin zich tot de Geloofskerk. Een tweede klap. Ik zat volledig in de put.'

Om aan de greep van de geheime dienst te ontsnappen, beëindigde Morvay in 1986 zijn studie, maar de agenten bleven hem lastig vallen. 'Tot ik op een nacht wakker werd en een stem hoorde: je kan het. Ik weet niet meer of het een echte of ingebeelde stem was, maar ik weet dat ik me opeens enorm sterk voelde. De volgende dag zocht ik mijn contactpersoon bij de geheime dienst op. Ik vertelde hem dat ik er mee stopte. Hij vroeg me waarom. Ik antwoordde: omdat ik geloof. Waarin dan wel, vroeg hij. In Jezus, antwoordde ik. Hij liet me gaan op voorwaarde dat ik mijn vroegere samenwerking geheim zou houden.'

De volgende zondag woonde Morvay in een huis in een voorstad van Boedapest zijn eerste misviering bij. 'Nemeth Sandor sprak er over het duister van een onzichtbare gevangenis. Hij vroeg of er iemand aanwezig was die zijn leven aan Jezus wilde geven. Ik was de eerste die de hand opstak. Die dag heb ik me in de kelder van het huis opnieuw laten dopen.'

Wanneer Morvay zijn verhaal beëindigt, is in de sportzaal het preken begonnen. 'De predikant is een oude bokskampioen', fluistert Morvay.

Behalve de bokskampioen-predikant heeft de Geloofskerk nog een andere bekende atleet in de gelederen: Zoltan Gera, de aanvoerder van het Hongaarse voetbalelftal. 'Als tiener raakte hij aan lager wal, tot hij in aanraking kwam met de Geloofskerk', vertelt Morvay. 'Tegenwoordig speelt hij in de Engelse competitie, bij West Bromwich Albion.'

Met een achterstand van acht punten op de ranglijst leek zijn club tot degradatie veroordeeld, maar Gera weigerde zich gewonnen te geven. 'Niets is onmogelijk', verklaarde hij tegenover de Engelse media. Voor de laatste speeldag stond West Bromwich nog op de onderste plaats, maar de drie clubs die boven de ploeg van Gera stonden verloren alle op de slotdag, en aldus wist West Bromwich Albion zich te redden.

'Sindsdien hopen we', lacht Morvay, 'dat Zoltan voor een nieuw wonder zal zorgen en Hongarije naar het WK-voetbal in Duitsland zal loodsen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden