Elke generatie wil verloren zijn

Iedere crisis heeft zijn veronderstelde slachtoffers. Ook nu vinden lotgenoten elkaar weer onder de noemer 'verloren generatie'. Door

Het is crisis. Al een jaar of vier. En evenlang is er al een wedloop gaande tussen veronderstelde slachtoffers van die crisis. Velen van hen verklaren het individuele lot van toepassing op hun leeftijdsgenoten: zij allen behoren tot de verloren generatie.


Daar gaan we weer.


Misschien zijn individuele tegenslagen makkelijker te aanvaarden als ze kunnen worden toegeschreven aan de ongunst der tijden. Misschien vinden lotgenoten elkaar onder de noemer 'verloren generatie'. Misschien is het een residu van de 'duistere' Middeleeuwen, toen de bewoners van de christelijke wereld waren gevangen in een fatalistische preoccupatie met het einde der tijden. Maar misschien is het ook wel een vorm van snobisme: we willen graag getuige zijn van grote omwentelingen en dramatische gebeurtenissen. Al was het maar om later in het bijzijn van de kleinkinderen te kunnen vertellen over de grote crisis van de jaren tien.


Een van de bronnen van fascinatie voor vroegere veldslagen is dat ze volop het spektakel boden waaraan het in veel aangeharkte levens zo jammerlijk ontbreekt. En bij wandelingen langs de Marne en de Somme, waar op de zwartste dagen van de Eerste Wereldoorlog tienduizenden doden vielen, vraag je je werktuigelijk af of jij ook op de loopgraven van de vijand zou zijn afgestormd of toch maar in de eigen voet had geschoten.


Op de veteranen van die oorlog is het begrip 'verloren generatie' bij uitstek van toepassing. Erich Maria Remarque beschreef hun lotgevallen in Der Weg zurück. De burgermaatschappij, hoezeer die ten tijde van de Weimarrepubliek ook schiftte, was hun vreemd geworden. Ze konden de aanwezigheid niet meer verdragen van mensen die geen deelgenoot waren geweest van hun ervaringen aan het front.


Onder het bewind van Hendrik Colijn ontstond een verloren generatie van langdurig werklozen voor wie, in de berustende woorden van de minister-president, de welvaart van de jaren twintig nooit terug zou keren. De verloren generatie van de Tweede Wereldoorlog kon zich niet verstaanbaar maken in het rumoer van de wederopbouw en de vrolijke jaren zestig, maar gelukkig hadden de lotgenoten elkaar.


Torenhoge werkloosheid

Voor toenmalig minister-president Joop den Uyl markeerde de oliecrisis van 1973 het abrupte en finale einde van het feest der consumptie dat de voorgaande jaren met zoveel overgave was gevierd. Persoonlijk leek Den Uyl - een sober mens van gereformeerden huize - met die vaststelling overigens geen enkele moeite te hebben.


Begin jaren tachtig trad de volgende verloren generatie alweer aan. Ikzelf behoorde ertoe. We waren begonnen met een studie - voor velen een openeind-regeling - in het midden van de jaren zeventig, toen de Nederlanders allang weer in een andere werkelijkheid leefden dan die welke hun door Den Uyl was aangezegd. Maar een paar jaar later wachtte ons een samenleving met een torenhoge werkloosheid - ook onder academici -, rentepercentages boven de 10 procent en zure regen. Geëngageerde burgers die daar nog niet genoeg aan hadden, zagen in een nieuwe bewapeningsronde de aanzet tot een nucleaire apocalyps. Daar kwam nog eens bij dat we onze scripties op Olivetti-typemachines produceerden en niet op personal computers. Daarmee diskwalificeerden we onszelf tot de dinosauriërs van de arbeidsmarkt.


Toch stemde de vaststelling dat we de verloren generatie waren - misschien wel de enige echte sinds de Eerste Wereldoorlog - niet iedereen somber. Sommige lotgenoten prezen zich er gelukkig mee tot de avant-garde van 'spelende mensen' te behoren die niet met suffe banen in hun levensonderhoud hoefden te voorzien. Koos Werkeloos genoot onder hen een heldenstatus. Anderen ontleenden aan de benarde toestand waarin ze verkeerden argumenten om het afstuderen tot nader order uit te stellen. Punk was de ode van de 'no future'-generatie aan zichzelf.


Op een zeker moment paste haar mentale gesteldheid echter niet meer bij de actualiteit. Oost-Europese volksrepublieken desintegreerden in een adembenemend tempo. Even zag het ernaar uit dat Reagan en Gorbatsjov afstand zouden doen van hun complete kernwapenarsenaal. De economie veerde op. De Muur viel onder feestgedruis. In de Nederlandse binnensteden begon de yup aan zijn zegetocht - onder afgunstige blikken van de verloren generatie. Want zo makkelijk liet zij zich haar crisis niet afpakken.


De deemoed van de crisis past de westerse mens immers beter dan de wat overspannen overmoed waar de weelde van de jaren negentig toe uitnodigde. Voor de Duitse filosoof Oswald Spengler (1880-1936) was crisis zelfs inherent aan de beschaving van het Avondland. De bewoners zijn tragische figuren die doelen nastreven waarvan ze weten dat ze niet te verwezenlijken zijn. Succes wekt hun achterdocht. Als het hun goed gaat, vragen zij zich vertwijfeld af hoelang de voorspoed nog kan duren. En anders dan culturen die de geschiedenis zien als een eeuwige kringloop van opkomst, bloei en neergang, is de westerse historiografie geconditioneerd door het lineaire schema van de kerkvader Augustinus: in verval zien we geen voorbode van een nieuw begin, maar eerder het eindspel van een beschaving.


Natuurlijk is dat schema geseculariseerd. Op de ondergang van een beschaving volgt niet langer de wederkomst van Christus, maar de opkomst van een nieuw machtscentrum elders op de wereld. Maar van de onomkeerbaarheid van die ontwikkeling zijn we overtuigd. En elke generatie meent er wel een keer getuige van te zijn. Misschien is dat wel de ware continuïteit van de geschiedenis.


Als ook de verloren generatie van de jaren tien tot het inzicht komt dat crises weer voorbijgaan en dat de aangekondigde dood van de verzorgingsstaat rijkelijk voorbarig was, staat er wel weer een volgende verloren generatie klaar om het stokje over te nemen. Als dat niet gebeurt, moeten we ons pas echt zorgen gaan maken.


Sander van Walsum is historicus en chef Opinie & Debat van de Volkskrant.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden