‘Elke generatie krijgt de Hamlet die zij verdient’

Het is een van de grote successen van zijn Berlijnse gezelschap, en nu ook in Nederland te zien: Thomas Ostermeiers onthutsend groteske Hamlet....

Door Hein Janssen

Na afloop van de voorstelling wordt Lars Eidinger door het enthousiaste publiek met voetengestamp en bravo’s toegejuicht. Alsof hij een popster is. Maar hij is toneelspeler en heeft deze avond in de Schaubühne am Lehniner Platz in Berlijn de titelrol in Hamlet gespeeld.

Hamlet – ’s werelds bekendste rol, in ’s werelds bekendste toneelstuk. Al vele malen gespeeld, maar de vraag is of er ooit eerder een zo mallotige, gestoorde, rare, puberale en clowneske Hamlet op het podium stond. Een Hamlet die een dikmaakpak draagt, de kroon omgekeerd op zijn hoofd zet en duelleert met een plastic mesje uit de bedrijfskantine. Een Hamlet waarin de 23 personages zijn teruggebracht tot elf, die gespeeld worden door slechts zes acteurs.

Hamlet behoort dit seizoen tot de grote successen van de Schaubühne en verantwoordelijk voor deze opmerkelijke regie is Thomas Ostermeier, tevens artistiek leider van het gezelschap. De voorstelling was eerder te zien in Athene, Avignon, Zagreb en Parijs en toert de komende maanden nog naar Australië, Taiwan en Moskou – ‘Hamlet on tour’. Maar Lars Eidinger en zijn Berlijnse grappen & grollen-Hamlet komt eerst naar Nederland; volgende week is de productie twee keer te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam.

In zijn sober ingerichte kantoor, met Marcel Breuer-stoelen en chaise longue, glundert Ostermeier nog na vanwege het feit dat de zaal ook vanavond weer was uitverkocht, en dat er opvallend veel jongeren in het publiek zaten. ‘En ze komen allemaal uit zichzelf, ze worden niet verplicht door school of zo. Ze willen Hamlet zien, en ze willen vooral Lars zien.’

Wat ze zeker niet zien, is een keurige, integrale versie van Hamlet. Ostermeier en zijn team hebben het stuk behoorlijk ingedikt en bewerkt. ‘Als je Hamlet in zijn geheel wil spelen, duurt het toch al gauw zo’n vijf uur. In onze versie zijn veel personages, zijlijnen en scènes geschrapt en wordt de focus gericht op de waanzin van Hamlet. Mijn Hamlet zet bewust het masker van de waanzin op, kiest ervoor buitenstaander te zijn. Dat was voor mij ook de belangrijkste reden deze voorstelling te maken: het verhaal vertellen van de man die probeert zich te verbergen achter het masker van de gekte. En die vervolgens verloren raakt in zijn eigen spel. Deze voorstelling gaat voor mij ook over theater maken, over toneelspelen.’

To be or not to be – dat is kort samengevat de vraag waar Hamlet voor staat. Of, zoals het beroemde citaat verder gaat: ‘Te zijn of niet te zijn, dat is de kwestie: of het nobeler is om te lijden onder alles wat het wrede lot je toe slingert, of om de wapens op te nemen tegen een zee van zorgen en al er al vechtend een einde aan te maken? Te sterven, te slapen, niets meer; en in die slaap rust vinden voor alle hartzeer en de duizend pijnen die je lichaam je bezorgen, dat zou een einde zijn om jezelf toe te wensen.’

Hamlets vader is vermoord door zijn oom Claudius met wie zijn moeder Getrude al na twee weken hertrouwt. Hamlet wordt verteerd door wraakgevoelens maar daartegenover staan zuiverder emoties, voor zijn geliefde Ofelia, voor zijn vrienden. De twijfels van Hamlet, prins van Denemarken, zijn existentieel; enerzijds is hij op wraak uit, anderzijds is hij te filosofisch en intellectueel van aard om tot daden te komen. Uiteindelijk gaat hij aan de stormen in zijn jeugdige hoofd ten onder.

In de Berlijnse Hamlet is de titelheld een kruising tussen The Joker uit Batman en een carnavalsfiguur. Een naargeestige nar, die een diepvriesmaaltijd eet, dolt met een doodskist, en een choreografie organiseert voor dikke blote mannen. De voorstelling is modern gestileerd, compleet met videowand; de spiegel die hier wordt voorgehouden is een camera, het mes een mitrailleur. Regelmatig wordt de vierde wand doorbroken en spelen de acteurs rechtstreeks op het publiek, of rennen de zaal in. Er is veel bloed, zand, water, modder en kots – bij tijd en wijle ontaardt Hamlet in onvervalst, Duits-dramaturgisch rock ’n’ roll-theater. Dat Katja Ebsteins songfestivalhit Theater Theater (1980) klinkt, is bepaald illustratief.

Voor Ostermeier is zijn Hamlet een statement over de besluiteloosheid van de moderne mens, die verstrikt is geraakt in een politiek en sociaal verwarde maatschappij. ‘Laatst las ik een artikel waarin stond dat Hamlet eigenlijk een erg Duits stuk is. Omdat het gaat over een antiheld, met een twijfelachtig, wankelmoedig karakter. Niet weten wat te doen, niet handelen, altijd reflecteren – dat representeert nogal de Duitse ziel. Ja, ik geef in deze voorstelling ook kritiek op mijn eigen generatie, elke generatie krijgt namelijk de Hamlet die zij verdient. Als je in een tijd leeft van bezielde, actieve politieke denkers en bewegingen, krijg je een pure, bezielde Hamlet. Maar heb je een generatie zoals de onze, die niet in actie komt, die bijna lethargisch is, wordt het een inactieve, ironische Hamlet.

‘Ironie is het kenmerk van de huidige generatie – ironie die te pas en te onpas wordt ingezet. Dat is een groot probleem: we onderkennen weliswaar de grote problemen van onze tijd, maar vernietigen intussen al onze politieke idealen door ironisch te zijn over onszelf, en over alles wat om ons heen gebeurt. Dat is kennelijk ons wapen tegen het feit dat we niets doen, dat we ons liever verbergen achter een groot schild van plezier en vertier. Ook Hamlet verliest zijn identiteit achter zijn masker – op het laatst weet hij niet meer wie zijn vrienden zijn, en wie zijn vijanden.’

Volgens Ostermeier spookt Hamlet in elk hoofd van elke theatermaker rond. Ook hij wist dat hij het stuk op zekere dag ter hand moest nemen. Maar hoe, en wat, en wanneer, dat was de vraag. Hij zag intussen vele Hamlets en werd daar niet vrolijk van. ‘Omdat veel regisseurs hem altijd als een nobele anarchist of gevoelige rebel in het middelpunt plaatsen, en de mensen om hem heen afschilderen als decadent, grotesk en verdorven. Ik wilde juist een Hamlet die even decadent en verwend was als de wereld om hem heen. Want hij maakt net zoveel fouten als wij allemaal, hij maakt deel uit van zijn wereld, van alle problemen. Daarom zet ik hem neer als een vet, verwend kind die het product is van zijn omgeving.’

Dat Lars Eidinger zijn rol zo onthutsend grotesk speelt, is zonder meer de grote kracht van deze voorstelling. Eidinger werkt al tien jaar samen met Ostermeier en was tot nu toe een betrouwbaar acteur, altijd goed, nooit bijzonder opvallend. Voor het theaterpubliek werd Hamlet zijn grote doorbraak; in heel Duitsland is hij inmiddels bekend vanwege zijn rol in de bekroonde film Alle Anderen. Daarin is hij op een onnadrukkelijke manier aantrekkelijk, maar in Hamlet is hij dik en lelijk. En toch: in Berlijn gaat men momenteel naar de Schaubühne vanwege de Hamlet van Lars.

Ostermeier zelf zag onlangs in Londen een andere Hamlet, die van Jude Law – ‘Tja, wat zal ik daarover zeggen? Nou ja, het was niet my cup of tea.’ Hij zou het overigens geweldig vinden als Hamlet van de Schaubühne in Londen of New York gespeeld zou worden. Maar dat ligt lastig in Engelstalige landen, met een traditionele theatercultuur. Vanuit New York kreeg hij te horen dat zijn versie voor het Amerikaanse publiek te veel een bewerking is, en dat het daarom niet als ‘Shakespeare’s Hamlet’ kan worden gepresenteerd. En dat er dan een nieuwe titel bedacht zou moeten worden, zoiets als Hamlet X of Hamlet Reloaded. Belachelijk, vindt Ostermeier, omdat hij ondanks de bewerking toch de hoofdlijnen van het oorspronkelijke verhaal volgt.

Niettemin is de Schaubühne intussen het meest reizende gezelschap van Duitsland geworden, met een indrukwekkend buitenlands tourschema. Afgelopen maand werd onder meer opgetreden in Praag, Ottawa (‘Ja, onze Hedda reist nog steeds de wereld over’), Frankrijk en België; tournees naar Japan, Zuid Korea, Hongkong en Australië staan op stapel.

‘Economisch gezien is dat reizen voor ons van levensbelang, want het genereert inkomsten en we moeten nu eenmaal strak begroten. Wij zijn namelijk een private kunstinstelling, die slechts voor een deel door de stad Berlijn wordt gesubsidieerd. We kunnen ons geen tekorten permitteren, zoals andere grote Duitse stadstheaters die volledig door de subsidiënten worden ondersteund. Daarbij is het natuurlijk ook eervol om in zoveel mogelijk verschillende landen op te treden. De acteurs leren er van en het komt de voorstelling vaak ten goede. John Gabriel Borkman van Ibsen werd pas echt goed in Parijs, waar het publiek de spelers als het ware optilde.’

In de eigen stad Berlijn behoort de Schaubühne inmiddels tot een van de best bezochte theaters. Dit seizoen zijn voorstellingen als Hamlet, Trust (waaraan de Nederlandse choreografe Anouk van Dijk meewerkte) en Dritte Generation, gemaakt door Duitse, Israëlische en Palestijnse theatermakers, publiekssuccessen. En dat ondanks de voortdurende tegenwerking van met name de Berlijnse theatercritici. Ostermeier ervaart de manier waarop zijn gezelschap door de pers wordt bejegend als regelrechte terreur.

‘Tussen de grote Berlijnse kranten die nationale ambities hebben is een felle machtsstrijd ontstaan. Dat uit zich onder meer in een wedstrijd wie het meest kritisch en hard over een voorstelling kan schrijven. Alles is hier óf een superhype óf een complete mislukking – het moet allemaal extreem de krant in, het liefst met radicale opinies. Dan word je namelijk gelezen, en wordt je krant genoemd. Ik kan fysiek bijna niet meer in de aanwezigheid van critici verkeren, ik kan hun stukjes niet meer lezen, het is te pijnlijk. Je moet hier een lange adem hebben om te overleven.

‘Hamlet ging in Athene in première, toen naar Avignon en Zagreb en kwam daarna pas naar Berlijn. Dat vinden de critici hier niet leuk, dan deugt het bij voorbaat niet. En schrijven ze dat ik alleen maar op internationale successen uit ben, en daarom dit soort voorstellingen maak. Maar ze kunnen het gewoon niet uitstaan dat ze ons niet hebben kunnen vernietigen. Gelukkig weten de mensen intussen dat we geen goede kritieken krijgen, en dat men juist dan moet komen.’

De Schaubühne heeft onder leiding van Ostermeier tot nu toe alle aanvallen weerstaan. Het theater dat ooit het middelpunt was van West-Berlijn, bevindt zich na de hereniging aan de rand van de stad, in een buurt waar het niet erg fancy meer is uit te gaan. Ostermeier heeft alles uit de kast moeten halen om de bezoekers uit populaire stadsdelen als Mitte en Prenslauer Berg naar zijn voorstellingen te halen. ‘Maar we hebben nu het punt bereikt waar we willen zijn, waarin het naast het klassieke repertoire ook gaat over hedendaagse problemen en politieke onderwerpen’.

De volgende halteplaats voor Hamlet is dus Amsterdam. De doorgaans nogal zelfverzekerde Ostermeier kijkt daar met enige bezorgdheid naar uit. Het Nederlandstalige theater kent immers met Ivo van Hove, Johan Simons, Luk Perceval en Guy Cassiers regisseurs die internationaal naam hebben gemaakt en hun publiek met vooruitstrevend theater hebben verwend. ‘Nora, een poppenhuis heeft in het Holland Festival weliswaar veel succes gehad, maar Hamlet is een veel extremere en groteske voorstelling. Ik ben benieuwd hoe het publiek dat zal ervaren. Voor ons is het hoe dan ook erg spannend te spelen voor een Amsterdams publiek, dat veel heeft gezien en aan een hoge kwaliteit gewend is geraakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden