‘Elke euro naar Ghanees dorp’

Doe-het-zelf hulp aan kleine projecten in arme landen is helemaal in. Geen geld storten op banknummers van grote, logge organisaties, maar liever meedoen aan het initiatief van een mededorpeling die je kent en die vertelt over hulp aan een schooltje in India of Malawi, waar ze zelf is geweest en...

Door Wim Bossema

Doe-het-zelf hulp aan kleine projecten in arme landen is helemaal in. Geen geld storten op banknummers van grote, logge organisaties, maar liever meedoen aan het initiatief van een mededorpeling die je kent en die vertelt over hulp aan een schooltje in India of Malawi, waar ze zelf is geweest en waarheen ze zelf het geld zal brengen. Schoolkinderen lopen rondjes voor het goede doel, ouders organiseren een rommelmarkt voor een adoptiedorpje. Deze particuliere initiatieven hebben geen enkele last van de ‘hulpmoeheid’, waarover de grote, gevestigde hulporganisaties nog wel eens willen tobben, integendeel hun aantal vertoont een sterke groei.

Wat is beter: het enthousiasme van de amateurs, of de ervaring van de professionals?

Anja Wortman is directeur van een openbare basisschool in Gouda en in haar vrije tijd is zij een van de drijvende krachten achter Midogo (‘laten we elkaar ontmoeten’ in het Ewe, een taal in Ghana), een vrijwilligersclub die inwoners van het Ghanese dorp Tornu helpt. (Zie: home.planet.nl/~wortm072/). Vijf jaar geleden liep Wortman haar Ghanese partner Benjamin Dzilah tegen het lijf; die komt uit dat dorp.

Kunt u drie redenen noemen waarom uw projecten beter werken dan die van de grote organisaties?

‘Omdat Benjamin in het dorp is geboren, raak je snel thuis in die samenleving. Soms hebben wij een idee, waarvan de mensen zeggen dat het zo helemaal niet kan. We wilden het probleem met drinkwater aanpakken door daken te verbeteren. De dorpelingen wilden liever de verwaarloosde waterputten opknappen. Daar bleek vaak maar één zak cement voor nodig. Daar zou ik zelf niet zo gauw op gekomen zijn.

‘In het dorp is de chief een heel belangrijke persoon. Zonder hem gebeurt er niets. Het is een oud mannetje, die altijd in een pyjama loopt en trots is op zijn roze badjas. Als ik niet beter was ingelicht, zou ik wel gedacht hebben: moet ik met díe man samenwerken?

‘Ten tweede krijgen we veel vertrouwen omdat Benjamin daar vandaan komt. Dat blijkt in Nederland uit de donaties en dat veel mensen werk voor ons willen verzetten. De betrokkenheid is groot. We sturen studenten (hbo, mbo en TU Delft) op stage naar de streek in het oosten van Ghana, aan de kust. Sommigen van hen, maar ook vrienden en familie, blijven daarna vrijwilligerswerk voor Midogo doen. In Gouda deden heel veel kinderen mee aan ‘wandelen voor water’. Het is zo gemakkelijk draagvlak te vergroten! Ik bereik duizenden mensen, word overal gevraagd lezingen te geven.

‘De grote hulporganisaties zijn vaak zo afstandelijk. Ik zeg niet dat ze geen goed werk doen. Maar Unicef hield bijvoorbeeld eens een congres vlakbij Tornu, afgezonderd in een conferentieoord. Dan denk ik: wat afstandelijk. Terwijl in ons bestuur in het dorp iedereen uit de streek komt, een enkeling uit de hoofdstad Accra. In de comités in ons project zitten gewone, ongeletterde mensen.

‘Een derde punt: bij ons blijft er helemaal niets aan de strijkstok hangen. Wat donateurs geven, gaat daar heen, alles naar bijvoorbeeld de kleuterschool, het dorpscentrum, naar trainingen, van de eerste tot de laatste euro.’

De profi’s vinden dat initiatieven als Midogo de armoede in één dorp bestrijden, maar zo de ongelijkheid met andere dorpen vergroten.

‘Daar hebben ze 100 procent gelijk in. Maar we werken niet alleen in Tornu, de projecten breiden zich uit over de hele streek. Zo gaan we helpen bij het opzetten van kleuterscholen in de hele regio. We sturen leerkrachten uit Gouda en Den Haag voor een korte periode naar Ghana om collega’s daar te helpen. De Ghanese regering heeft nog maar onlangs besloten dat er kleuterscholen moet worden opgezet in het hele land.

‘Maar begrijp goed, we zijn uit het niets begonnen. Eigenlijk omdat een vriend met tienduizend euro aankwam, nadat hij op onze foto’s had gezien hoe slecht de watervoorziening is. Toen hebben we direct een stichting opgericht.

‘In Benjamins dorp waren ze eerst wel sceptisch. Ze hebben al zo vaak teleurstellingen meegemaakt. Ze zeiden ons later op een groot feest voor een van onze projecten: ‘We hadden nooit gedacht dat jullie het ook echt zouden doen’. Toen we vier jaar geleden begonnen, dachten ze dat Benjamin de Big Man wilde uithangen. Maar ze begrijpen zo langzamerhand dat we serieus zijn.’

Vergt ontwikkelingshulp geen kennis en ervaring, is het geen vak?

‘Jawel. Daarom hebben we in ons bestuur ook iemand die ontwikkelingsstudies heeft gedaan. Je kunt een heleboel fout doen. Uitdelen vind ik ook zo verschrikkelijk. Veel mensen willen graag een weeshuis steunen. Maar omdat ik het dorp goed ken, weet ik: er zijn daar helemaal geen weeshuizen nodig. Aidswezen worden door de familie opgevangen.’

Ziet u de professionele organisaties als concurrenten?

‘Nee, maar ze zijn in deze streek ook minder actief. In Nederland werken we al met sommige grote organisaties samen. Maar de mensen vinden het heerlijk om ons te steunen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden