Reportage ouderenzorg

Elke dag langsgaan en goed plannen: zo werkt het team van mevrouw Plet

Wanneer een oudere thuis zorg nodig heeft, wordt er een team van huisarts, wijkverpleegkundige, logopedist, ergotherapeut, fysiotherapeut en mantelzorgers opgetuigd. Mevrouw Plet is een van de 550.000 Nederlanders wier leven erdoor wordt beheerst.

Mevrouw Plet uit Hoogkarspel. Beeld Waldthausen Marlena

Mevrouw Carla Plet (81) uit Hoogkarspel

Mevrouw Plet uit Hoogkarspel mankeert eigenlijk nooit wat. Ze is opgegroeid in Jakarta, in 1947 naar Nederland gekomen en terechtgekomen op een flatje in Amsterdam. Met de komst van haar zoon Glenn kwam ook de behoefte aan ruimte, en daarom woont ze nu al 43 jaar in Hoogkarspel, een dorp tussen Hoorn en Enkhuizen. In die jaren heeft ze veel vrienden gemaakt, ze doet veel vrijwilligerswerk, ze kent het halve dorp. Als oud-kapster knipt ze nog in het verpleeghuis, doet activiteitenbegeleiding, gaat ‘op vakantie met bejaarden’. Ze is kortom eigenlijk nog gewoon aan het werk.

Tot die woensdag begin december. Al maanden voelt ze zich wat benauwd, moet ze veel hoesten. Nu gaat het niet meer. Op vrijdag is ze in het ziekenhuis. Daar blijft ze – op een paar dagen na – tot in februari, want wat de artsen vinden is niet mis. Kanker. De bron zit in de borst, maar er zijn uitzaaiingen: longen, lymfen, bekken. Ze heeft niet de meest agressieve vorm, maar de kanker zal niet meer weggaan. Met een hormoonkuur proberen de artsen de tumoren in het gareel te houden.

Oudere patiënten en hun zorgverleners op het platteland krijgen het tot 2030 zwaarder te verduren dan lotgenoten in de stad. De ‘dubbele vergrijzing’ (meer en oudere mensen) slaat er de komende jaren toe. Daardoor is er meer zorg nodig. Tegelijkertijd zijn er minder mensen om die zorg te verlenen. 

Naar huis

De weken in het ziekenhuis zijn geen pretje. Liters vocht hopen zich op achter haar longen, veroorzaken veel pijn, maken haar kortademig. Pas bij een tweede poging slagen de artsen erin het vocht weg te halen.

Daarna mag ze weer naar huis, maar daar ‘hebt u wel hulp nodig’, zegt het zorgpersoneel. ‘Waar praat je over?’, antwoordt mevrouw Plet. Gelukkig zegt haar zusje ‘doe nou maar gewoon’, want nu ziet ze ook wel in: ‘Ik was echt ziek hoor.’ Makkelijk is het niet voor mevrouw Plet, vreemden toelaten in haar huis, waar elk lepeltje z’n eigen plekje heeft en waar ze het eten op haar eigen manier bereidt. ‘Dat ik zo afhankelijk was, daar kon ik niet tegen. Dan lag ik hier op de bank, te luisteren wat er in de keuken gebeurt. Dat ding hoort daar niet, dacht ik dan, als ik iets hoorde terugzetten. Vreselijk vond ik het.’

Het is ook niet gering, wat er aan zorgpersoneel bij haar thuis komt. Drie keer per dag de wijkverpleegkundige: voor de medische controles, de medicijnen, wassen, eventueel hulp bij het opstaan en naar bed gaan. Een diëtiste die voedingsadvies gaf, de logopediste voor de ademhalingsoefeningen, de ergotherapeut die aanpassingen noodzakelijk achtte als een wc-verhoger en een douchekrukje. De ambtenaar van de gemeente die wilde inventariseren of er nog vrijwilligers moesten worden ingeschakeld, heeft ze maar afgezegd. Mantelzorgers, buurvrouwen en nichtjes genoeg die allemaal iets terug wilden doen voor mevrouw Plet, die al die jaren juist voor anderen klaarstond. En allemaal namen ze bloemen mee. ‘Het leek wel een bloemenwinkel, hiero.’

Mantelzorger Glenn Plet (43):

Mevrouw Plet heeft het geluk dat haar zoon Glenn, een boom van een kerel, drie dorpen verderop woont. Hij komt elk dag langs bij z’n moeder, verzorgt het eten, serveert tompoucen aan het bezoek, blijft slapen als het nodig is, en is aanspreekpunt voor de wijkverpleging en de huisarts. Op de dag dat hij op vakantie zou gaan, werd zijn moeder in het ziekenhuis opgenomen; hij is maar thuis gebleven. Hij klaagt niet. Zeker niet nu het ‘echt wel weer beter gaat met m’n moedertje’.

Hij is zeker niet de enige die langskomt: een nichtje uit Suriname kwam over, mevrouws jongere zus is er vaak in het weekend, en elke woensdag komt een vriendin langs: samen voetbal kijken. Roland Garros, het WK, het helpt mevrouw Plet de dagen door.

Wijkverpleegkundige Wendy Schuit:

Wendy Schuit

Wendy Schuit is wijkverpleegkundige en één van de twaalf zorgprofessionals die namens zorgorganisatie Omring in het gebied tussen Hoorn en Enkhuizen zo’n 50 cliënten verzorgt. Het kan dan voorkomen dat je als zorgprofessional bij 9 mensen langs gaat, op één ochtend. Veel van die – meestal – ouderen, hadden vroeger al lang niet meer thuis gewoond, maar nu mensen zo veel mogelijk thuis worden verzorgd, is het haar taak hun zorgvraag zo goed mogelijk te inventariseren. ‘Het gaat dan niet alleen om zorg, je moet je afvragen: wat is er allemaal nodig zodat iemand thuis kan blijven wonen? Cliënten weten vaak niet wat er allemaal beschikbaar is.’

Zodra mevrouw Plet uit het ziekenhuis werd ontslagen, was het aan Schuit om een zorgplan op te stellen: drie keer per dag komt Omringer langs, voor het wassen, voor de medicatie, voor bloedsuikercontrole, etc. Maar gaat het beter met mevrouw, dan wordt de zorg afgebouwd. Belangrijk is, zegt Schuit, om goed contact te houden met alle zorgverleners en mantelzorgers. ‘Het is een kwetsbare situatie, de lijntjes moeten kort zijn.’

Praktijkondersteuner Marion van der Vinne:

Marion van der Vinne

Namens de huisarts onderhoudt praktijkondersteuner Marion van der Vinne het contact met mevrouw Plet. Ze belt meerdere keren per week, en gaat langs als het nodig is. Naast kanker heeft mevrouw Plet al lang last van diabetes. Van der Vinne controleert de waarden en past zo nodig de medicatie aan. ‘Als ik denk: dat gaat echt helemaal niet goed, schakel ik de huisarts in.’

Die is de aangewezen persoon alle zorg te coördineren. De huisarts alarmeert de wijkverpleging, schrijft logopedie voor, of helpt bij het regelen van een indicatie voor het verpleeg-huis. Wat Van der Vinne betreft is het een groot goed dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. ‘Daar voelen mensen zich het prettigst, zijn ze omringd door mensen die ze kennen, is er een vangnet aanwezig. Ze weten ook dat ze ons altijd kunnen bellen, de lijnen zijn kort.’

Het heeft wel tot gevolg dat Van der Vinne het de laatste jaren een stuk drukker heeft gekregen. ‘Mensen worden ouder, de medische problematiek wordt complexer. Ik doe meer huisbezoeken, pleeg meer telefoontjes dan drie jaar geleden. Goed plannen is het geheim. En werkdagen van 8 tot 5 zijn er nauwelijks meer bij.’

Logopediste Paula Boon:

Paula Boon Beeld Paula Boon

Eén van die hulpverleners is logopediste Paula Boon. Mevrouw Plet was erg benauwd door het vocht achter haar longen, ze ging hoog en kort ademen, en dat bleef ze doen toen het vocht eenmaal was weggehaald. Logopedist Paula Boon ging de afgelopen maanden twee keer per week een half uurtje langs, om ademhalingsoefeningen te doen. En gaf de wijkverpleging als opdracht mee: let op haar ademhaling, als ze verkeerd ademt, te veel hijgt, zeg er wat van.

De handgrepen die ze mevrouw Plet heeft gegeven, werpen hun vruchten af. ‘Ze begint weer zin te krijgen om naar buiten te gaan, haar stem wordt krachtiger.’

Nog veel meer mogelijk:

Hoe druk mevrouw Plet het soms ook ervaart, ze maakt nog lang niet gebruik van alle mogelijkheden van thuisverpleging. Fysiotherapeuten komen aan huis, podotherapeuten, diëtisten, huidtherapeuten, noem maar ook. Ook medisch-specialistische zorg verplaatst zich steeds meer vanuit het ziekenhuis naar de woning van cliënten. Infusen zijn thuis mogelijk, chemotherapie ook, andere vormen van oncologische therapie, gespecialiseerde wondverpleegkundigen komen langs.

Komen cliënten echt in de laatste levensfase dan is er nog palliatieve zorg, terminale zorg en zelfs waakzorg als dat nodig is.

De gemeente kan daarnaast andere vormen van ondersteuning regelen: budgetten om een traplift te laten aanleggen, maar ook 1 op 1 thuisbegeleiding, dagbesteding, en bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of een maaltijdservice.

Wie betaalt dat allemaal?

Alle zorg waarvan artsen of wijkverpleegkundigen vaststellen dat deze nodig is, valt onder de ZVW, de zorgverzekeringswet. De zorgverzekeraar betaalt dit vanuit de premies en ziet toe of er niet te veel wordt gedeclareerd. Wijkverpleegkundige Schuit moet de tijd dat zij bij een cliënt is registreren.

Alle andere vormen van ondersteuning thuis, die de gemeente bepaalt na een ‘keukentafelgesprek’, vallen onder de WMO, de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarvoor heeft elke gemeente een eigen budget.

Als thuiswonen niet langer gaat, schakelt de huisarts of de wijkverpleegkundige het CIZ in, het Centrum Indicatiestelling Zorg. Die bepaalt of iemand recht heeft op een plek in een verpleeghuis. Hoe heviger de zorgvraag, hoe meer zorg iemand nodig heeft, en hoe meer budget beschikbaar is.

De kosten worden betaald vanuit de Wet langdurige zorg. Ook als de cliënt nog tijdelijk – of langer – thuis blijft wonen. Onder de wet vallen zowel zorgkosten als ondersteunende kosten, de betalingen vanuit ZVW en WMO stoppen dan. Een zorgkantoor regelt de zorg die de patiënt dan krijgt, zowel medische zorg als bijvoorbeeld hulp in het huishouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.