'Elke boom op deze plek is SS-erfgoed'

De Nederlandse archeoloog Ivar Schute is gevraagd mee te helpen bij het onderzoek naar de plek waar het nazivernietigings-kamp Sobibor stond. 'De omgeving hier is bijna lieflijk, toch is het een van de grootste crime scenes uit de geschiedenis.'

Voor het ontcijferen van Nederlandse vondsten bij een opgraving in voormalig nazivernietigingskamp Sobibor is een Nederlandse deskundige ingehuurd. Sinds maandag maakt archeoloog Ivar Schute deel uit van het team van Poolse en Israëlische onderzoekers dat al sinds 2007 graaft in het gebied in het uiterste oosten van Polen.

Schute (47), als archeoloog gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog, deed eerder onderzoek in de kampen Amersfoort en Westerbork. Ook ondersteunde hij dit jaar een Britse opgraving in het Poolse Treblinka, met 900.000 doden na Auschwitz het grootste vernietigingskamp.

De Israëlische opgravingsleider schakelde Schute in vanwege 'een determineerprobleem'. 'Ze konden de Nederlandse opschriften of afkortingen van veel vondsten niet lezen, zoals op potjes jam uit de Betuwe of tubes tandpasta', zegt Schute.

Te kunnen graven op een plek als Sobibor beschouwt Schute als een 'voorrecht'. 'Je staat midden in een bos, ik zie de spechten om me heen vliegen. Het is stil, lieflijk bijna en toch ben je bezig op een van de grootste crime scenes uit de geschiedenis. Ontzettend sinister.'

Voor de opgraving in Sobibor startte, was er nagenoeg niets dat nog herinnerde aan het nazivernietigingskamp. Het terrein bestond uit bos. Doel van de opgraving is dan ook het gebied in kaart te brengen, ter voorbereiding op de komst van een nieuw herdenkingsmonument.

In de laatste fase van de oorlog hebben de Duitsers geprobeerd drie grote Poolse vernietigingskampen van de aardbodem te laten verdwijnen. Het gaat om Belzec, Treblinka en Sobibor. Opgeteld werden hier tussen de 1,5 en 1,7 miljoen mensen vermoord. 'Dat onzichtbaar maken is nogal goed gelukt', zegt Schute.

Joodse gevangenen moesten de gebouwen slopen en het puin onder de grond verbergen. 'Ze moesten jonge bomen aanplanten. Elke boom die ik hier aanraak, is SS-erfgoed. Er zijn zelfs boerderijtjes aangelegd om een landelijke en vriendelijke sfeer te creëren.'

Weinigen overleefden Sobibor. De schaarse beschrijvingen en tekeningen die er van het kamp zijn, spreken elkaar veelal tegen, vertelt Schute. 'We weten wat we zoeken, maar niet waar het zich precies bevindt.'

Dus wordt gezocht naar het perron van aankomst en de ontvangsthal, de gaskamers en massagraven, en de barakken van de SS'ers en de Oekraïense krijgsgevangen die als bewakers optraden. Ook waren er barakken van het Sonderkommando: een team van Joodse gevangenen dat geselecteerd werd op kracht en gedwongen werd mee te werken aan het vernietigingsproces. De mannen van het Sonderkommando moesten net gearriveerde Joden van kleding en bagage ontdoen en naar de gaskamers leiden. Na de vergassing brachten ze de levenloze lichamen naar de verbrandingsovens of massagraven.

Mochten die worden gevonden, dan kunnen de archeologen daar overigens niets mee, zegt Schute. 'Vanwege de halacha, de joodse wet, zijn joodse graven voor de eeuwigheid. Die mag je niet schenden.'

De enige plek die tot op heden met zekerheid is gevonden is de zogeheten Himmelfahrtstrasse (hemelvaarts-weg): de route die de ontklede gevangenen aflegden van ontvangsthal naar gaskamers. Langs deze route zijn de meeste vondsten gedaan; voornamelijk van gebruiksvoorwerpen: kammetjes, haarspelden, kunstgebitten en brillen.

In tegenstelling tot Auschwitz bestond Sobibor niet gedeeltelijk uit een werkkamp. Het enige doel was het uitroeien van Joodse gevangenen. De meesten die aankwamen, stierven nog dezelfde dag. Vanuit Westerbork werden ruim 34 duizend Joden op transport naar Sobibor gezet. Welgeteld 18 van hen overleefden de oorlog. Tussen april 1942 en november 1943 werden naar schatting tussen de 170.000 en 250.000 mensen in Sobibor vermoord. Na een opstand in oktober 1943, waarbij enkele tientallen Joden wisten te ontsnappen, besloten de Duitsers het kamp op te heffen.

Een wonderlijk onderdeel van een kamp is volgens Schute de plek waar de nazi's zelf verbleven. 'In Treblinka vonden we bijvoorbeeld veel resten van keramische bierdoppen en zelfs een klein dierentuintje, ter entertainment van de nazi's. Daar kan ik met mijn verstand niet bij.'

Schute noemt het graven op deze gevoelige plek uniek en absurd tegelijk. 'Het is alsof je heilige grond betreedt. Het voelt vreemd om er je schop in te zetten. Maar na een paar uur spitten, trekt dat meestal wel weg.'

Hoewel er geen officieel startsein voor is gegeven, zijn er de laatste vijf jaar steeds meer opgravingen in voormalige kampen uit de Tweede Wereldoorlog van start gegaan. Schute: 'Ik vermoed dat het sterk samenhangt met het overlijden van de laatste levende getuigen.' Hij signaleert een nieuwe fase in het herdenken. 'Het lijkt wel alsof er weer meer aandacht voor is dan pakweg tien jaar geleden.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden