Elk woord over terreur gaat er bij media in als koek

Medialogica Jean-Pierre Geelen

Even draaide de angstcarrousel op volle toeren. Niets welkomer in een zomers medialandschap dan een opstekend windje. Blijft u vooral nuchter.

Dick Schoof: 'Dit heeft gevolgen.' Foto getty

Als het tv-journaal, zoals deze week, serieus verslag doet van het WK-schapendrijven, dan is er echt iets aan de hand. Zomer. Alle verloven zijn ingetrokken.

Misschien dat daarom een bericht zo gretig door de media gierde: 'IS roept op tot aanslag tijdens EK vrouwen in Utrecht'. Een primeurtje van het AD, geleend van de Site Intelligence Group, die zich weer baseerde op 'het pro-IS-kanaal op de chatapp Telegram'.

Correcte lui, die terreurplegers; ze waarschuwen in elk geval even.

Het bericht was het startschot voor dagen reuring. Niets welkomer in een zomers medialandschap dan een opstekend windje.

De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) nam de boodschap 'zeer serieus' en laat onderzoek doen, aldus RTL Nieuws. In de berichtgeving van de NOS las je de redactievergadering terug. 'Organisatie EK voetbal ingelicht over oproep IS tot aanslag', luidde de kop. Feitelijk correct, al blijft het netto uitlekgewicht even laag. Wat benadrukt werd in de follow-up: 'Moeilijk in te schatten hoe serieus dreiging aanslag Utrecht is.'

Juist, ja.

Op De Correspondent is de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck een discussie begonnnen over berichtgeving rond terrorisme. De overdaad aan details, daderportretten en reacties voeden enkel de pr van het terrorisme en de daders. Hun doel, angst verspreiden, wordt zo gratis beloond. Van Reybrouck: 'Geen enkele jihadist doodt zichzelf om doodgezwegen te worden. (...) Als sommige vormen van berichtgeving terrorisme meer belonen dan andere, dan moeten we durven stilstaan bij de werkwijze van de pers.'

Hoofdredacteur Rob Wijnberg: 'Terroristen zijn, cynisch genoeg, misschien wel de beste pr-strategen van de moderne tijd.'

Beiden hebben groot gelijk. Maar hun oproep tot matiging in de berichtgeving zal niets uithalen: media zijn op aarde tot publiceren, niet tot zwijgen. Denken ze zelf. De neiging in te spelen op collectieve emoties, ze desnoods aan te wakkeren, is de tol van een systeem waar kijken en klikken de toon bepalen.

Exemplarisch is het weekblad Paris Match, dat volgens journalistiek gebruik de verjaardag van de aanslag in Nice 'vierde' met nieuwe beelden. Het blad 'vindt dat iedereen het recht heeft om te weten wat er op 14 juli in Nice is gebeurd', schreef het ter verantwoording. Alsof dat ook maar iemand was ontgaan. Dat de rechter na een aanklacht van nabestaanden oordeelde dat de ('mensonterende') beelden niet vaker mogen worden gepubliceerd, illustreert dat je het van sommige media niet moet hebben.

In eigen land sudderde de angst voort. Tragikomisch hoogtepunt was een stompzinnig berichtje op hobbysite Mediacourant.nl: 'Sportpresentatrice Barbara Barend is niet te spreken over de plannen van IS om volgende week een aanslag te plegen tijdens het EK vrouwenvoetbal. Dat vertelde ze in RTL Boulevard. Barend zit helemaal niet te wachten op een terreurdreiging, omdat dat het sportfeestje een beetje verpest.'

Opmerkelijk is ook de rol van Dick Schoof, Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV). De man duikt vaak op in de media, zelden word je er wijzer van. Dat hij de IS-oproep 'serieus gaat onderzoeken', mogen we hopen. Het is zijn werk namelijk, ook bij dreigingen die de media toevallig niet halen. In RTL Late Night zei hij dat dit soort berichten sowieso gevolgen heeft: 'We zitten nu in een situatie waarin andere mensen op ideeën kunnen worden gebracht.' Waaraan hij, o paradox, met zijn uitingen zelf bijdraagt.

Met voldoende gevoel voor cynisme zou je het als zijn belang kunnen zien dreiging te benadrukken. Dreiging is immers zijn corebusiness. Elk woord gaat er bij media in als koek. April jongstleden, RTL Nieuws: 'Terrorismebestrijder waarschuwt voor aanslag met drone in Nederland.'

Zo'n waarschuwing zou geen zieke geesten inspireren? Wat moet je ermee? De nationale veiligheid is meer gebaat bij zwijgen, dat voorkomt nodeloze inspiratie en paniek. Net zoals het 'vieren' van 'jubilea' van aanslagen in de media geen ander doel dient dan emotie voeden en daarmee de kijk- of klikcijfers.

Donderdagmorgen kon het AD het eigen scoopje natuurlijk niet onderuit halen: 'Neem dreigement aanslag Galgenwaard serieus', kopte de krant fors. Een citaat van onvermijdelijke terrorismedeskundigen, nooit te beroerd deuren nog verder te openen.

Die avond volgde de slotaflevering van deze polder-Homeland: 'Geen concrete aanslagdreiging', volgens de NCTV. Loos alarm. Hopen we, want de crux van terreur is dat aanslagen zich juist niet laten voorspellen.

Dat nieuws haalde veel minder media. Het AD had het vrijdag weggemoffeld in een miezerig eenkolommertje in de berichtenpaal. Het netto-effect: twee dagen gratis pr voor IS of welke eenzame zolderkamerterrorist ook.

Zo bleek een flinterdun 'feit' de kickstart om de mediacarrousel op volle toeren te laten draaien. Die draait op angst, een geliefde brandstof voor veel media, verhandeld op een markt waar terroristen, media én veiligheidsexperts elkaar eensgezind treffen.

De kunst voor de consument is in zo'n mediaklimaat het hoofd koel te houden. Nuchter blijven, geen ruimte bieden aan de oprukkende terreur-pr. Wie een daad wil stellen, stapt bij de eerstvolgende terreurwaarschuwing fluitend op het doel af.