'Elk mens wordt steeds nepper'

In het proces-verbaal hadden de jongens laten noteren dat ze weleens wilden weten hoe het voelt om iemand van kant te maken....

Cabaretier Richard Groenendijk kan zich geen ruzie herinneren. Toen hij in het centrum van Rotterdam liep, riep iemand achter hem of hij wilde vechten. Een seconde later werd hij door drie volkomen onbekende jongens toegetakeld en door de ruit van een café gesmeten. Daar miste hij op een haar na een groot stuk glas, waardoor uiteindelijk de fysieke schade beperkt bleef.

Als hij het verhaal vertelt, kijkt Groenendijk even om zich heen of de mensen aan de andere tafeltjes van theaterrestaurant Sonneveld in Alkmaar het niet kunnen volgen. Want anders horen ze hetzelfde verhaal misschien een paar uur later nog een keer tijdens zijn voorstelling Nep.

Nee, dit verhaal is voor hem geen therapie. 'Anders had ik het wel in mijn vorige programma Gluur gebruikt.' Hij wil de mensen meegeven dat je een beetje netjes met elkaar moet omgaan. En hij wil laten zien dat de mens door allerlei ervaringen zijn onbevangenheid kwijtraakt, en daardoor een beetje nep wordt. 'Als ik 's avonds over straat loop en iemand slaat zijn autodeur dicht, dan schrik ik me rot.'

De carrière van Groenendijk verloopt net zo geleidelijk als die van cabaret-iconen Freek de Jonge en Youp van 't Hek. Een beetje 'frutten' in de Amsterdamse Engelenbak, dan Pepijn en het Vestzaktheater in Enschede, een festival, nog wat verder 'kloten' in kleine zaaltjes, vijf avonden Klein Bellevue, en dan naar het Nieuwe de la Mar in Amsterdam waar hij begin maart voor het eerst staat.

'Als mensen tegenwoordig een halfuur op een festival hebben gespeeld, leuk kunnen hiphoppen, een grap maken over een flitspaal en met een beetje mazzel nog kunnen mikken met een pak boerenlandyoghurt, dan staan ze opeens in De Kleine Komedie. En als je dan ook nog bij impresariaat Harry Kies zit, die bijna het monopolie bezit op tv-cabaret, dan zit je helemaal gebakken. Ik doe het in samenwerking met mijn impresario Angelique Finkers liever zorgvuldig, dan ben ik over vijf jaar niet uitgeteld.'

In het theaterrestaurant hangen nog de laatste GroenLinksers rond die aanwezig waren bij de start van de verkiezingscampagne. GroenLinks, de partij van Kamerlid Rabbae die vond dat je geen moslimgrappen mocht maken na 11 september. Cabaretiers zullen niet treurig zijn dat deze politicus door zijn partij naar een onverkiesbare plaats is gedegradeerd.

Groenendijk maakt het weinig uit. Hij maakt in zijn programma wel een grap over United Airlines, die als extra service de passagiers precies bij hun werk afzet, maar hij houdt zich nauwelijks met politiek bezig. Bied hem een fors bedrag en hij zingt op de bruiloft van Pim Fortuyn. 'Dan moet hij die dag wel zijn kop houden over buitenlanders. Ik woon al jaren in de zeer gemengde Rotterdamse wijk Middelland .' Alleen voor zijn radioprogramma bij Radio Rijnmond, waarin hij telefonisch contact heeft met de gemiddelde Rotterdammer, kijkt Groenendijk weleens op internet wat de politiek te melden heeft.

Toch behoort de 29-jarige Rotterdammer allerminst tot de jonge generatie lang-leve-de-lol-en-verder-niets-cabaretiers. Integendeel, hij rekent zichzelf tot de kinderen van de traditionele moraalridders die het Nederlandse cabaret groot hebben gemaakt.

Groenendijk behoort tot die gedreven groep artiesten die op hun vijfde al wisten dat ze op het podium wilden staan. Hij, geboren in het dorp Dirksland op de Zuid Hollandse eilanden, ging met zijn moeder mee naar een Engelse klucht, gespeeld door de plattelandsvereniging, en stond meteen thuis op tafel, terwijl zijn moeder als lichtvrouw de lamp aan- en uitdeed. In Rotterdam studeerde hij Communicatie en Cultuur, vooral om daar tijdens zijn cabaretloopbaan zijn voordeel mee te doen.

Door zijn directe benadering, zonder geslijm, weet hij mensen voor zich te winnen. Daarom heeft hij Erwin Olaf zover gekregen de foto's te maken voor de flyer en het decor; zo heeft hij George Groot weten over te halen om zijn Don Quishocking-expertise op hem los te laten; en daarom adviseert Karin Bloemen hem al vele jaren. Het kwartet achter Groenendijk wordt volgemaakt met regisseuse Selma Susanna.

De hulp die hij uit vakkundige hoek heeft ingeroepen werpt nu vruchten af. Het Alkmaarse publiek lacht voor de pauze uitbundig om de beschrijving van het verjaardagsfeestje in Dirksland, de over het paard getilde kostuumontwerper, de arrogant netwerkende artiesten op de Uitmarkt, en zijn onconventionele opa: 'Oma is mijn kathedraal, maar ik bid in elk kapelletje.'

Na de pauze is het muisstil als alle stukjes van de puzzel in elkaar worden geschoven tijdens een prachtige monoloog van Groenendijk. Enigszins aangeschoten door een paar kersenbonbons, gekleed in een groteske bontmantel.

Na afloop zit hij tevreden tussen de strijkplank ('In de pauze doe ik even mijn blouse.') en het colaglas met sigarettenpeuken. Maar dat is ook weleens anders. In Oldenzaal beende hij midden in de voorstelling bijna jankend naar zijn kleedkamer vanwege klierende scholieren ('Hé homo!'). Na die voorstelling boden twee leerlingen hun excuus aan en vroegen een handtekening op de flyer. 'Het is niet uit bewondering hoor', zei een van de twee, 'maar zo kunnen we laten zien dat we geweest zijn en krijgen we een studiepunt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden